De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EDE EN HET BRONNENBOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EDE EN HET BRONNENBOEK

6 minuten leestijd

In opdracht van de Minister van Onderwijs is een Bronnenboek samengesteld. Men kan daarin vinden, hoe het in de verschillende delen van ons land met de jeugd gesteld is.

Wie dat boek heeft samengesteld, is mij niet bekend.

Nu blijkt, dat sommige orthodoxe gemeenten het nogal ontgelden moeten. Zo komt ook Ede er maar heel slecht af.

De redactie van de Nieuwe Apeldoornsche Courant (een neutraal blad) heeft hiernaar een onderzoek laten instellen. In dat onderzoek komt men tot heel andere conclusies dan de sociologen, die het rapport hebben samengesteld. In het nummer van de Apeldoornsche Courant van 31 Oct. lees ik het volgende :

Ede en het Bronnenboek.

Merkwaardige uitspraken over Jeugd, de Kerk, en „heideweek-kinderen".

Kerkeraden in Ede worden niet door „vasthoudende boeren" beheerst.

Ede. In ons vorig artikel hebben we aangetoond dat 't „Bronnenboek" (een verzameling uittreksels van officiële rapporten over de jeugd in Nederland) een onjuist beeld geeft van het onderwijs, zoals dat in Ede gegeven wordt. Het is beslist niet waar, dat het peil van het lager en middelbaar onderwijs in Ede laag is, zoals in dit ambtelijk rapport wordt gesuggereerd. Integendeel, de resultaten van de eindexamens wijzen duidelijk uit, dat het onderwijspeil in Ede ver boven het gemiddelde uitsteekt.

Bij zijn beschouwing over de kerkelijke toestand in Ede geeft de schrijver van 'dit rapport alweer evenzeer blijk van onkunde op dit gebied, óf van een opzet, om alles wat naar orthodoxie zweemt, zo zwart mogelijk af te schilderen.

Is het nu werkelijk zo erg?

Om dit aan te tonen laten we hieronder weer enkele passages uit het „Bronnenboek" volgen :

„Er is geen sterke binding meer aan het Woord en aan de Kerk. T.o.v. het deelnemen aan jeugdverenigingeji heerst veelal onverschilligheid, evenals ten aanzien van de catechisaties".

, , De jeugd heeft geen godsdienstige en politieke overtuiging. Ze onthouden niets van een preek en beleven de godsdienst niet. De kerkgang is een kwestie van fatsoen en vormt tevens, (vooral op het platteland) een uitje".

, , A1 beheerst de kerkelijke traditie een deel der jeugd nog, de kerk doet weinig. Geestelijke steun ontbreekt. De geest van de prediking, behalve in de Evangelisatie, , is in dit opzicht ongunstig. De kerkeraad wordt beheerst door vasthoudende boeren, die het vooral zijn, die van de kerk een formalistisch en farizeïse instituut maken, dat de jeugd niet meer vat".

In dit verband mogen we onze lezers ook niet onthouden, de typering, die het Bronnenboek van het gezinsleven in Ede geeft:

„Vader is de baas, moeder is goed voor (hard) werk en voor de zorg voor de kinderen. De kinderen blijven naar de schijn in de kerkelijke vormen meedoen, ook wanneer ze stiekem naar de bioscoop gaan. Als een meisje heur haar laat onduleren, ontstaat thuis een scène. De ouders praten nooit over de diepere dingen van het leven. Men wordt niet innerlijk door de godsdienstige, wereld beroerd. De ouders brengen de kinderen geen bepaalde innerlijke overtuiging bij".

Het valt verder op, dat er in dit Bronnenboek steeds wordt gesproken over , , de" kerk en , , de" kerkeraad. Een nadere aanduiding ontbreekt. Heeft de schrijver hier uitsluitend de Ned. Hervormde kerk op 't oog gehad of scheert hij gemakshalve alle kerken maar over één kam? En waar haalt hij de vrijmoedigheid vandaan om te beweren, dat de geest van de prediking in al die kerken, met uitzondering van de Ned. Herv.? Evangelisatie, ongunstig is?

Het oordeel van een predikant.

Wij hebben ons voor nadere informatie gewend tot de voorzitter van de Ned. Hervormde kerkeraad te Ede, ds. J. van Sliedregt.

, , Is het waar", hebben wij hem o.a. gevraagd, , , dat de jeugd onverschillig staat tegenover de jeugdverenigingen en de catechisatie? " .

, , Wat de jeugdverenigingen betreft, zijn we inderdaad niet geheel waar we wezen moeten", luidde het eerlijke antwoord, , , maar wat de catechisatie betreft, hebben we geen reden tot klagen. Het catechisatiebezoek is over het algemeen zeer goed en we bestrijken hiermee het overgrote deel der jeugd. Als er gezegd wordt, dat de jeugd niets onthoudt van een preek, kan ik u verzekeren, dat mij vooral op de catechisaties herhaaldelijk blijkt, dat men wel degelijk iets vasthoudt van de wekelijkse kerkdiensten. Dat de jeugd gedeeltelijk wordt beheerst door de traditie, wil ik niet tegenspreken. Vasthouden aan een goede traditie acht ik trouwens van de grootste betekenis. Het is echter beslist onjuist, dat de kerk weinig doet om de jeugd vast te houden. Met onze kerkeraad en de verschillende wijkcommissies bestrijken we de gehele gemeente. Het jeugdwerk wordt zoveel mogelijk gestimuleerd. Daarvan getuigt o.m. de stichting van 't gebouw Rehoboth, speciaal ten dienste van de catechisaties en de jeugdverenigingen. Ook in de nieuwe wijken in Ede -West is de Hervormde Kerk actief".

De kerkeraad en de boeren.

„Is het waar", hebben wij tenslotte aan ds. Van Sliedregt gevraagd, , , dat uw kerkeraad wordt beheerst door vasthoudende boeren? "

„Daar is geen sprake van", luidde het besliste antwoord. „Onze kerkeraad bestaat uit 4 predikanten, 13 ouderlingen en 13 diakenen. Onder deze, 13 ouderlingen bevinden zich 2 boeren en bij de diakenen is dit aantal 3. Het is natuurlijk volkomen onmogelijk, dat deze 5 boeren, gesteld al dat zij dat zouden willen, de gehele kerkeraad kunnen „beheersen".

Ds. B. Slingenberg, de nestor van de Gereformeerde predikanten, hebben we dezelfde vraag gesteld. In de Gereformeerde Kerk bestaat de kerkeraad uit 33 ouderlingen en 11 diakenen, van wie er resp. 2 en 3 tot de boerenstand behoren.

Zowel aan ds. Van Sliedregt als aan ds. Slingenberg hebben we de vraag gesteld of hun iets bekend was van een ingesteld onderzoek, dat aan de samenstelling van dit rapport ten grondslag zou kunnen liggen. Beiden verklaarden uitdrukkelijk dat hun daarvan nooit iets gebleken is.

Het zedelijk peil.

Als het Bronnenboek de sexuele problemen van de Edese jeugd gaat bespreken, worden de beschuldigingen, zo mogelijk, nog emstiger. Men leze en oordele zelf :

„Nog steeds is het zedelijk peil laag. Op het platteland krijgen veel meisjes van 15—16 jaar een kind. Hier zijn 90% van de huwelijken gedwongen, juist onder de orthodoxe boeren jeugd. Negen maanden na de heideweek komen de „heideweekkinderen". Na het dansen is sexuële omgang vrij normaal. Ook vrouwen en meisjes uit betere milieux krijgen „heideweekkinderen". In het algemeen wordt bij de verloving reeds alles geoorloofd' geacht".

Is het nu werkelijk zo erg?

Zeker, er komen wel gedwongen huwelijken voor, vooral op het platteland. Maar het is beslist onjuist om in dit verband speciaal de orthodoxe boerenjeugd te noemen. En zonder deze gedwongen huwelijken te willen goedpraten, moet ons toch de opmerking van het hart, dat hiermee nog geenszins bewezen is dat de plattelandsjeugd op een lager zedelijk peil staat dan de jeugd uit de grote steden.

Wat die „heideweekkinderen" betreft, we moeten eerlijk bekennen, dat wij daarvan nog nooit eerder hebben gehoord. Als we goed zijn ingelicht, heeft het gemeentebestuur aan de ambtenaren van de burgerlijke stand reeds opdracht gegeven om aan de hand van de huwelijks- en geboorteregisters na te gaan, hoe groot het percentage , , gedwongen huwelijken" is, of er inderdaad sprake kan zijn van , , heideweekkinderen" en of werkelijk , , veel meisjes van 15—16 jaar kinderen krijgen.

We geloven niet, dat dit Bronnenboek in het belang van de Veluwse jeugd is geschreven.

Naschrift.

Van harte hoop ik, dat de samenstellers van het Bronnenboek ook van deze uitspraken zullen kennis nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EDE EN HET BRONNENBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's