De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE MODERNE WENS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MODERNE WENS

8 minuten leestijd

Prof. R. Niebuhr heeft ergens opgemerkt, dat de moderne mens buitengewone vorderingen heeft gemaakt in de wetenschap der natuur, terwijl hij omtrent zich zelf in de grootste verwarring en onzekerheid verkeert. (The nature and desting of man I p. 5 seq).

Wij zullen niet toegeven aan een onmiskenbare drang om uiteen te zetten, hoe de historische ontwikkeling heeft geleid tot deze situatie. Het door Niebuhr uitgesproken oordeel tekent zich bovendien duidelijk genoeg af in onze dagen om te kunnen ontdekken, dat hij gelijk heeft.

Wie heeft nog nodig te worden herinnerd aan de vorderingen der natuurwetenschap in een tijd, waarin haar technische toepassingen de wereld vervullen en rijkelijk in onze woningen worden aangetroffen.

Het tweede punt is wellicht niet voor ieder zo onmiddellijk duidelijk. Weliswaar is de verwarring in de wereld groot, ook ten aanzien van de mens en de opvattingen omtrent zijn oorsprong en wezen.

Het is waarlijk voor niemand een geheim meer, dat de eenzijdige heerschappij van een natuurbeeld de onderzoekers er toe heeft gebracht ook de mens als een natuurwezen te beschouwen, dat in het beeld moet passen. Vandaar het streven om de mens uit de dierenwereld te verklaren en zijn voorgeslacht te zoeken onder de apen.

Hoe geheel anders is de kijk van zekere idealisten op de mens, die de bakermat van alle dingen niet in de natuur zien, maar ook deze in al haar verscheidenheid en omvang willen opvat­ ten als verschijningsvormen van een z.g. wereldgeest.

In het proces, hetwelk als de ontwikkeling van die wereldgeest wordt gedacht, vertegenwoordigt dan de mens de hoogste trap. Ja, het is zelfs zó voorgesteld, alsof de mens in de hoogste phase dezer ontwikkeling zichzelf als God zou ontdekken. Deze vorm van afgoderij heeft in de negentiende eeuw velen verleid.

Ziet, welk een tegenstellingen hierin naast elkander staan. Aan de ene zijde, verloochent de mens zijn hoge afkomst als naar Gods beeld geschapen, door zich voor een afstammeling te houden uit de dierenwereld, aan de andere zijde waant hij zich Gode evengelijk te zijn, ja, in zekere zin de godheid, welke hij zich voorstelt, te overtreffen.

Het een is evenzeer een toonbeeld van dwaasheid en gruwelijke afgoderij als het ander en tekent het gemis aan zelfkennis van de moderne mens.

Het gemis aan zelfkennis moet trouwens saamhangen met de steeds toenemende goddeloosheid.

Het moet toch duidelijk zijn, dat de mens, die naar het beeld Gods geschapen is, zich zelf alleen maar kan kennen in zoverre hij God kent. Deze betrekking ligt immers in het beeld. Het beeld kan slechts worden gekend uit Hem, op Wien het beeld betrekking heeft.

Daarom hangen Godskennis en zelfkennis onmiddellijk saam, zo zelfs, dat men niet kan zeggen, welke van deze twee voorafgaat. Zodra er van Godskennis sprake kan zijn, is er ook zelfkennis en naarmate de mens van God en Zijn dienst afdoolt en vervreemdt, naar die mate wordt hij ook een vreemdeling jegens zichzelf.

Het oordeel van prof. Niebuhr over de moderne mens, n.l. dat hij in verwarring verkeert omtrent zichzelf, is juist en het feit, dat de mens een probleem voor zich zelf is, kan slechts een begeleidend verschijnsel wezen van zijn goddeloosheid.

De onverschilligheid omtrent God en de goddelijke dingen in de hedendaagse, z.g. beschaafde wereld houdt dan ook gelijke tred met de toenemende afkeer van de Christelijke religie.

Zelfs in kerkelijke kringen, bij mensen, die zich gaarne geschaard wensen te zien onder de Christenen, kan men een onmiskenbare weerstand waarnemen tegen de meest fundamentele leerstukken der Christelijke religie. Deze weerstand gaat gepaard aan een hoogmoed, die het wil doen voorkomen, alsof de moderne mens daarboven uit is. Onmiskenbaar ook zijn de pogingen van geleerde en ongeleerde mannen, die, aan het moderne bewustzijn willen tegemoetkomen door zich met een soort Christendom aan te dienen, dat ten gerieve van de moderne mens is ontdaan van hetgeen zijn ergernis zou kunnen wekken. In de grond der zaak is dat niet alleen verraad aan de Christelijke religie, maar ook zelfmisleiding en misleiding van degenen, die er van gediend wensen te worden.

Wat is n.l. het geval ?

Het is een treffend verschijnsel, dat de moderne mens, ondanks de verlegenheid met zichzelf, een wonderbaar­ lijk optimisme vertoont. Temidden van alle onzekerheden en tegenstrijdigheden, waarmede hij worstelt, schijnt hij geen behoefte te hebben om een toevlucht te nemen tot de vastigheden en verstroostingen des Evangelies.

Integendeel, hij heeft blijkbaar een gemakkelijk geweten en behandelt het probleem van het kwaad met een optimisme, dat er feitelijk mede spot. Hij wil ten enenmale niet weten van de Christelijke leer omtrent de zonde van de mens.

Hij verwerpt die leer en daarom heeft hij geen behoefte aan het Evangelie. Het Evangele is voor de moderne mens zonder betekenis, niet ter zake dienende. Het Evangelie is immers een Evangelie voor zondaren en de moderne mens neemt de zonde niet ernstig.

Hoe kan men verwachten, dat een wereld, die opgaat in het naturalisme der moderne cultuur, zich ernstig zou bezig houden met het probleem van het kwaad? Wat hij kwaad noemt en als zodanig ondervindt, is immers niet anders dan natuurgeschieden, hetwelk volgens de wetten der natuur verloopt, en mogelijk door de vindingrijke mens allengs zal worden overwonnen.

Ziedaar zijn optimisme. De moderne mens vertrouwt op zijn verstand, dat de chaos van de natuur zal brengen tot de harmonie van de geest.

Maar ziedaar ook de verwarring temidden van dat optimisme, want anderen prediken een heilsstaat, die zou gevonden worden in de afdaling van de menselijke geest naar de orde der natuur.

Precies het omgekeerde van het eerste dus !

In het ene geval wordt de verwarring toegeschreven aan de natuur en zal de menselijke geest orde scheppen, in het andere geval is de menselijke geest in de war en zal men zich aan de orde der natuur meten.

Uit datzelfde ongemotiveerde optimisme spruit ook de verwachting van de , , vooruitstrevenden", als zouden wij een soort van volmaakte saamleving tegemoet gaan, welke door storm- en dranggetij heen alrede gewrocht wordt.

Wij ontkennen geenszins, dat er aanleiding is om te streven naar verbetering van maatschappelijke wanverhoudingen en ongerechtigheden, maar wie zulk een verbetering verwacht van een geestesgesteldheid, die niet wil weten van de leer der zonde, neemt de voornaamste factor weg, welke inderdaad tot verbetering kan leiden.

De ontstellende ontkerstening in onze dagen verschijnt derhalve in een zeer somber licht.

Zij tekent zich niet meer af in een schuchter geopenbaarde twijfel aangaande een of ander leerstuk der Christelijke religie, of zelfs ook maar in een drieste aanval op haar meest fundamentele geloofsstukken.

Die tijd is voorbij. Eigenlijk vindt men het de moeite van de strijd niet meer waard. Het Schriftgezag, de Godheid van Christus, de geboorte uit de maagd, de opstanding, de hemelvaart, wie maakt zich daarover nog druk?

Hoe 't ook zij, de grote massa wordt door deze, vragen niet meer geroerd en bij het merendeel der geleerde wereld heeft dit alles geen belangstelling meer.

Onder degenen, die met de kerk nog niet hébben gebroken, heerst veelal een geest van verslapping en lauwheid, wijl ook in hun persoonlijk leven de centrale plaats der religie steeds meer wordt ingenomen door wereldlijke belangen. 

Anderen worden misleid door de leraren van een Evangelie, dat voor onze eeuw meer geschikt wordt geacht dan hetgeen ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld.

Of dit dan veranderlijk is of zijn waarheid heeft ingeboet?

Noch het een, noch het ander, maar dat interesseert de mensen niet meer.

Men wil het ten enenmale niet meer ernstig nemen.

Dat is heel erg en nóg erger is het, als de officiële organen der kerk deze geest volgen en het ook niet meer ernstig nemen, of de wereld in het gevlij komen.

De weerspiegeling van deze gezindheid van de moderne mens vindt men in de waardering van de Heilige, Schrift. Haar goddelijk gezag wordt zelfs in de kerk nauwelijks meer erkend, en zo dit al formeel het geval is, wordt er in de practijk weinig mede gerekend. In ieder geval staan degenen, die de gereformeerde confessie onderschrijven, met hun belijdenis van het goddelijk gezag der Heilige Schrift vrijwel in een isolement.

En hoewel nog honderdduizenden Christenen in de wereld de Heilige Schrift als goddelijk en kanoniek aannemen en waarderen, is met dat isolement waarlijk niet teveel gezegd, als wij letten op het kerkelijk leven in het algemeen.

Het blijkt telkens weer, dat velen, die een belangrijke plaats in het kerkelijk leven innemen, van de gedachte uitgaan dat men een gelovig Christen kan zijn en toch critisch staan tegenover de Heilige Schrift.

Ik ben er zeker van, dat sommigen van dezulken, die dit lezen, verwonderd opkijken en vragen : Meent gij dan, dat dit niet kan? Kan iemand, die critisch staat tegenover de Heilige Schrift, geen gelovig Christen zijn ?

Als antwoord op een dergelijke vraag, hoorde ik iemand zeggen : , , Ik weet niet, hoeveel ketterijen iemand kan hebben en toch nog een Christen zijn". Laat dat ook mijn antwoord wezen.

In ieder geval komt zulk een standpunt mij nog al hoogmoedig en Pelagiaans voor, want, die zo denkt, moet zichzelf op een of andere wijze het vermogen toeschrijven om uit te maken, wat al of niet goddelijk is in de Heilige Schrift.

Hoe dit moet worden verklaard en waarin dat vermogen schuilt, laten wij thans rusten, maar het is ver verwijderd van de leer der reformatoren.

En het is dan ook in strijd met het voorbeeld van Christus en de apostelen, die het Woord Gods eren en ge­ëerd willen hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE MODERNE WENS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's