De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal door J. W. OOMS
— Dat heb ik hem goed gezegd, probeerde hij zichzelf wijs te maken ; maar diep in zijn hart wist hij heel goed, dat hij geen enkel steekhoudend argument naar voren had kunnen brengen. Hoeveel gemakkelijker zou het hem gevallen zijn om Mienema te verbieden, omgang met Martijntje te zoeken, als de jonge opzichter bijvoorbeeld volslagen onkerkelijk was, of vaak in het-café De Zeven Zotten kwam om zich te buiten te gaan aan de drank. Dan had hij tenminste een overtuigend argument gehad. Maar nu had hij eigenlijk geen principiële bezwaren naar voren kunnen brengen.
Bart kreeg hoe langer hoe meer het nare gevoel, dat hij tegenover de jonge opzichter een slecht figuur geslagen had.
Dat was een bittere gedachte ; het was, of hij een gevecht begonnen was en een nederlaag geleden had.
Er bleef nog één hoop : dat de jonge opzichter tot het inzicht zou komen, dat hij nooit en nimmer op toestemming van zijn kant zou kunnen rekenen en dat hij om deze reden Martijntje zou laten schieten.
't Was slechts een stro-halm, dat wist Bart wel. Zijn dochter was stapelgek op die vreemde kerel — en andersom was het ook zo. En omdat er zo'n vasthoudende genegenheid tussen die twee in het spel was, dacht men niet redelijk en weloverwogen meer na en zou men blijven voortgaan op deze domme weg, concludeerde Bart Kooijman teleurgesteld.
O, was in de hoofden van de heren in Den Haag maar nooit het plan opgekomen om een nieuwe weg aan te leggen!
De nieuwe verkeersweg slokte goed weiland op, maar tevens zijn gemoedsrust en de vree in zijn gezin. En maanden en maanden zou het nog duren, eer de weg geheel gereed zou zijn en het vreemde werkvolk zou wegtrekken naar andere oorden. Maar aleer de dag daar zou zijn, dat die troep vreemdelingen gepakt en gezakt zou wegtrekken, zou er veel vernield zijn, overwoog Bart. Weilanden, gezinnen en diepge, koesterde wensen zouden dan teniet gedaan zijn door die troep rabauwen, meende hij somber.
Martijntje hield het met de Opzichter. Deze gedachte was voor Bart bijna een vloek. Zijn eertijds zo pronte dochter ging zich verslingeren aan een kwibus uit den vreemde, een kerel die helemaal niet van boerenafkomst was. Opnieuw besefte Bart, dat het niet alleen moeilijk was om het ouderlingambt te bekleden, maar dat het tevens zwaar viel om een goed vader te zijn en z'n dochter de vaste koers te doen houden, ondanks de nieuwheid, die opgeld ging doen in de Lage Waard.
En nu kon hij niet nalaten, nog eens achterom te zien. De rijdende kranen vormen grote staketsels in het polderland. Bergen lichtgeel zand en vier, vijf directieketen nemen de lust voor het oog weg, ontsieren de polder.
„Hiermee wordt de Lage Waard vernield en verramponeerd, " zegt hij hardop. , , Er wordt iets geschonden en het is nooit meer te helen. Straks, als de weg klaar is, zal over die eigenste weg een invasie komen, een invasie van nieuwigheden en moderniteiten en de deugdzaamheid zal verjaagd worden, het eerzame leven zal geen herberg meer kunnen vinden. En, als in het polderland de vreemdigheid komt, dan zal dat op de duur ook indringen in de kerk. De lochtigheid uit overgrootvaders tijd zal opnieuw vaste voet krijgen."
Ja, Bart kon best begrijpen, dat boer Botermans zijn daggelder Freek Boelhouwer ontslagen had. Freek had zich immers in het openbaar uitgesproken vóór die verfoeilijke nieuwe weg. Bart kon het niet anders zien dan dat het een soort verraad van z'n geboortestreek was. Daarom kon hij Marten Botermans geen ongelijk geven.
— Zoals de nieuwe weg de landerijen splijt en de Lage Waard vaneen rijt, zo wordt ook de eensgezindheid in ons dorp en in de gezinnen vaneen gereten, dacht hij verbitterd.
— En in mijn eigen gezin gaat het precies zo, voegde hij er in gedachten verbitterd aan toe. Mijn enige dochter brengt tweespalt, haalt een streep door alle degelijke verwachtingen en geeft er gelegenheid toe, dat de mensen zullen gaan zeggen : Da's nou een dochter van een ouderling
Bart Kooijman ging naar huis en het was hem aan te zien, dat hij al ver in de middelbare leeftijd kwam; zijn rug scheen zich een beetje te gaan buigen.
VI.
De mannen uit het arme buurtje namen het op voor Freek Boelhouwer, die door boer Botermans ontslagen was. De oorzaak voor dit ontslag lag er duimendik op en men leefde in de overtuiging, dat Freek nog rustig bij Botermans zou werken, als hij die avond in de protestvergadering zijn mening over de nieuwe weg maar niet gezegd had.
Freek deed alle moeite om werk te krijgen, maar hij kon bij geen enkele boer aan de slag komen, zodat hij naar het gemeentehuis zou moeten om ondersteuning te vragen.
No. 43
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's