De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GELOVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GELOVEN

6 minuten leestijd

Geloven — ik zou haast durven zeggen, geloven is een levensfunctie niet minder algemeen en niet minder belangrijk dan denken, gevoelen, zien en horen.

Het begrip geloven is op die wijze wel heel algemeen en schier als iets heel natuurlijks voorgesteld.

Wat is echter natuurlijk ?

Wij noemen zoveel natuurlijk, hetwelk toch niet zo natuurlijk is. Is zien en horen iets natuurlijks ? Of is het alleen maar natuurlijk dat wij door middel van ons oog zien en door middel van ons oor horen ?

Zou het dan zoveel verschillen ?

Och, weet u, wat het is ? Ik houd niet van het woord natuurlijk, want de ganse natuur is zo wonderlijk. En het wordt heus niet begrijpelijk, als wij zeggen , , natuurlijk".

Wij kennen iets van de werking van het oog, en iets van die. van het oor, maar daarom is het nog niet duidelijk wat zien is en horen. Want, als wij zien door het oog en horen door het oor, weten wij, dat oor en oog slechts organen zijn.

God heeft geen oor en geen oog, maar er is geen twijfel over, of God hoort en ziet. Vgl. zou Hij die het oor geplant heeft niet horen? (Ps. 94:9). En wie zou zonder meer durven zeggen, dat er ook in ons schepselmatig leven onder zekere omstandigheden niet een zien en een horen kan zijn op een directe geestelijke wijze, zonder tussenkomst van het orgaan ?

Waar is nu het , , natuurlijke" gebleven ?

Dat wij horen door het oor, is al even wonderlijk als een horen zonder oor, want het oor zorgt, dat wij niet alles horen, doch alleen al zulke geluiden als tussen een bepaalde toonhoogte naar beneden en naar boven liggen. Klanken, die daarbuiten vallen, horen wij niet.

Zo is het met alle zintuigen.

Overal ontmoeten wij de scheppende hand, die aan alle schepsel zijn bepalingen en zijn maat heeft gezet.

Natuur wil trouwens niet anders zeggen dan geboren worden, wat geboren wordt, en het woord zegt niets omtrent het mysterie, dat er achter ligt.

Ook het „natuurlijke" is wonderlijk, al nemen wij het als „gewoon" op.

Maar nu over geloven als algemene levensfunctie. Dat is wel een beetje gewaagd uitgedrukt, want bij levensfunctie denken de mensen ook al weer aan het , , gewone", het , , natuurlijke". Zo echter bedoelen wij het niet. Neen, zo algemeen als de geloofswerking in ons leven mag zijn, zo zeker is zij niet natuurlijk, maar afhankelijk van openbaring, even afhankelijk als alle andere levensfuncties als denken, gevoelen, enz. van de scheppende daad Gods zijn.

Waarom ?

Omdat wij geschapen zijn naar Gods beeld.

Wat dat met geloven als levensfunctie van doen heeft ?

Wel dit! Aangezien de mens naar Gods beeld is geschapen, kan hij zich zelf slechts kennen in betrekking tot de levende God. Het beeld kan slechts gekend worden in God, naar wiens beeld hij geschapen is. En dat niet alleen, hij kan ook zijn bestemming alleen bereiken in voortdurende gemeenschap met die God.

Dat betekent alzo, dat de mens tot zelfkennis en verwerkelijking van zijn bestemming niet zonder Gods openbaring kan zijn. Nog radicaler : zonder Gods openbaring kan hij zelfs niet leven. Als God de mens overgeeft in zijn eigen weg, gaat hij onherroepelijk ten gronde.

En dat betekent dus ook, dat de mens zelfs zijn aardse bestemming niet kan volbrengen, als God hem aan zich zelf overlaat.

De mens naar Gods beeld geschapen, wijst boven zich zelf uit, omdat hij naar Gods beeld geschapen is. (Vgl. Genesis 9 : 1—6). De kenmerken daarvan vertoont ook de gevallen mens, ondanks zijn blindheid en verdorven staat.

Immers door de zonde werd de levende gemeenschap met zijn Schepper verbroken. Vandaar dat de Schrift de dood de bezoldiging der zonde noemt.

Indien de Heere God niet met Zijn genade tussen beide ware gekomen, zou het mensengeslacht zonder twijfel verstorven zijn.

Zij, die van geen algemene openbaring willen weten, moeten zich vreemde voorstellingen van de schepping naar Gods beeld gemaakt hebben en evenzeer van des mensen bestemming. De ervaring leert trouwens, dat zij, die dat doen, ook de Bijbelse leer der praedestinatie. hebben losgelaten.

Of dat daarmede dan ook al te maken heeft ?

Wel, hoe anders zou men dit aardse leven van een gevallen mens kunnen verstaan dan enkel om Christus' wil ?

Het religeuse leven der volkeren, hoe onzuiver en heidens ook, toont duidelijk aan, dat ook de heidenen uit zeker geloof leven en hoe zij zelfs in krachten en ceremoniën geloven, die worden geacht de gemeenschap met de goden te bevorderen.

Dit moge een vals geloof wezen d.w.z. buiten de kennis van de waarachtige God om, maar het is een geloof, dat zijn oorsprong vindt in de openbarende daad, waarvan Paulus spreekt in Rom. 1 : 18 vv., en dat zich als een afgehouwen tronk uitstrekt naar de onbekende God.

Niettemin vervult ook dit geloof een functie in het leven der volkeren, een functie van orde en gemeenschap, zonder welke het zou ten ondergaan in een chaos van zonde. (Vgl. Rom. 2 : 14, 15).

Omdat het ware geloof gemeenschapsoefening met de levende God is, is het valse geloof daarin vals, dat het wel een reactie is op de algemene openbarende daad Gods, maar het vindt de levende God niet en maakt zich zelf een God.

Al heel spoedig wordt de Godheid vereenzelvigd met natuurverschijnselen, met de wind, het onweer, bergen, rivieren, wouden, bomen, dieren enz.

En als dan de mens voortschrijdt in kennis en ervaring der dingen, plant het geloof zich over op de onbekende achtergrond van het , , natuurlijk" gebeuren, als een wereldrede, een natuurorde, een noodlot, enz.

Eindelijk vindt het geloof geen ander steunpunt of object dan het onbekende, dat aan de grens van zijn wetenschap opdoemt, terwijl hij al of niet vertrouwt ook dat gebied te veroveren.

Op die wijze kan men de voorstelling aantreffen, dat het gebied des geloofs gestadig wijkt voor het gebied der menselijke kennis. Daarbij heeft het geloof dan zijn boven de wereld verheven object geheel en al uit het oog verloren. Het heeft slechts betrekking op het nog onbekende terrein, dat de mens zich voorstelt.

Aan dit geloof is het alledaagse geloof in de gang en de orde der dingen zeer verwant.

Wij geloven de ganse dag, dat de dingen zich zo zullen gedragen, zoals wij aannemen en waarop wij ons ingesteld hebben. Dat de zon zal opgaan en de avond dalen, dat wij onze woning zullen terugvinden, zoals wij die verlieten, enz. enz. enz. Gaat uw dagelijks leven maar na !

En hoever zijn wij bij dit alles vaak verwijderd van het geloof in de voorzienigheid Gods !

En dat zou toch de gemeenschapsoefening van het waarachtig geloof in­sluiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GELOVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's