ANTWOORD
ANTWOORD op verschillende reacties naar aanleiding van mijn artikel over ds. Taverne en de Presb. Hervormden.
Mijn artikel in De Waarheidsvriend over ds. Taverne heeft nog al wat pennen in beweging gebracht. Misschien zal ook dit antwoord wel hetzelfde doen. Met de beantwoording van de tot nu toe gestelde vragen zal ik het laten. Het is niet mijn bedoeling om over het optreden van ds. Taverne een wekelijkse polemiek in De Waarheidsvriend te voeren.
Een van de eerste vragen, die mij van verschillende zijden gedaan zijn, is deze, waarom de Gereformeerde Bond niet als één man achter ds. Taverne gaat staan ? Inderdaad zou dit een belangrijke vraag kunnen zijn. Men zou ook kunnen gevraagd hebben, waarom de Geref. Bond destijds niet achter ds. Keiler is gaan staan, toen hij een scheurkerkje in IJsselmuiden stichtte. Of waarom niet achter Pauwen, destijds afgezet te Bennekom wegens een attestatiekwestie.
(Van deze laatste prediker, moeten we volledigheidshalve opmerken, dat hij nooit tot de vorming van een nieuwe kerk is overgegaan).
Ik zou de vraag nog breder kunnen stellen. Waarom hebben we als Gereformeerde bonders ons al lang niet los gemaakt van de kerk onzer vaderen om ons aan te sluiten bij Gereformeerden, Christelijk Gereformeerden ; Gereformeerde Gemeente, Oud-Gereformeerden. Gereformeerden art. 31, enz. enz.
En dan kan het antwoord niet anders luiden dan : Zolang het ons niet ten enenmale onmogelijk wordt gemaakt in de kerk onzer vaderen het Evangelie van Gods genade te brengen, mogen we ons van die kerk niet afscheiden.
Dank zij de betrekkelijke leervrijheid die er is, mag een vrijzinnige vrijzinnig prediken en mogen wij de gereformeerde prediking uitdragen.
Er is ook niemand, die ds. Taverne daarin heeft verhinderd.
We moeten verder bedenken, dat onze kerk dodelijk krank is. Maar een kerk, die dodelijk krank is, heeft daarom nog niet opgehouden kerk te zijn ; is daarom nog niet een valse kerk geworden.
Wat zag het er in de dagen van sommige koningen van Israël en Juda droevig uit met de tempeldienst in Jeruzalem. Toch hebben de ware godsmannen uit die dagen niet aangestuurd op afscheiding. Er is nooit een nieuwe tempel naast de oude verrezen. De ware profeten hebben er niet aan gedacht. Ze hebben getuigd en ze zijn blijven getuigen, maar ze hebben zich niet afgescheiden. De weg om te getuigen staat ook voor ons nog open. En daarom zeggen we tot degenen, die ons aansporen om te komen tot daden, die leiden zouden tot afscheiding : Neen, die weg willen we niet. Scheurkerken maken kan niet tot herstel leiden. En daarom kunnen en mogen we ons niet achter dezulken stellen, die dat doen.
2e. Ds. Taverne wil de indruk vestigen dat de Geref. Bond zich maar bij de bestaande toestand neerlegt en langzamerhand achter de kerkorde aankomt.
Op dat punt is geen verdediging nodig. Die waarlijk op de hoogte is met de geschiedenis van de Kerkorde en van de houding van de Gereformeerde Bond, laat zich door dergelijke praatjes niet van de wijs brengen. Maar ds. Taverne moet zijn weg recht praten.
Het ware beter, dat hij op zijn dwaling terug kwam en dat hij althans geen scheve voorstellingen geeft ten aanzien van anderen om zichzelf te willen dekken.
Laat ds. T. bedenken, dat hij de bevoegdheden van het ambt ontvangen heeft van de Hervormde kerk en dat hij het sedert '51 vervuld heeft onder de nieuwe Kerkorde, terwijl het klaarblijkelijk niet bij hem is opgekomen zijn bezwaren tegen de nieuwe Kerkorde uit te spreken door zijn ambtelijke bevoegdheden terug te geven en afstand te doen van het ambt.
Het ontwerp Kerkorde moest de kerk in, om in behandeling te kunnen worden genomen. Onze voorzitter gaf daartoe ook zijn stem, maar onder dit voorbehoud, dat hij bij de behandeling in de kerk vrij zou wezen om tegen elk artikel van de Kerkorde in het openbaar in de pers zijn bezwaren in te brengen.
Ge ziet, lezers, dat dit heel iets anders is, dan wat men er van maken wil. En wie waren het die op de principiële punten in de Synode hebben durven tegenstemmen ? Het waren de zeven leden van de Gereformeerde Bond. Men moet er nu eindelijk eens mee ophouden om een scheve voorstelling van de zaak te geven. Dat wordt vervelend om zulke dingen telkens weer te moeten herhalen.
3e. , , Is er dan niets goeds in de pogingen van ds. Taverne om de levende en klagende kerk uit de verschillende gereformeerde kerkengroepen te verzamelen in een gemeenschap van Woord- en Sacramentsbediening; een soortgelijke beweging als er in de Schotse kerk heeft plaats gevonden? "
Een zeer welwillende schrijver merkt op, dat zó bezien, de actie van ds. Taverne een herhaling te zien zou geven van soortgelijke opleving.
Aan de goede bedoelingen van de schrijver twijfel ik geen ogenblik, maar men houde mij ten goede, ik meen toch te moeten opmerken, dat van zulk een poging, voor zover mij bekend, bijzonder weinig is gebleken. Zijn de Chr. Geref.-, de Oud-Geref.-, de Geref. gemeente enz. officieel door ds. Taverne uitgenodigd om zulk een gemeenschap te vormen?
Als secretaris van de Geref. Bond heb ik althans nimmer een uitnodiging ontvangen om samen op een bepaalde dag met al die groepen over dit punt een samenspreking te hebben.
Zijn ook die andere kerken, die behoren tot de Gereformeerde gezindheid, wél uitgenodigd?
Zo ja, dan geeft de uitkomst te zien dat ook deze kerken weinig vertrouwen hebben in de pogingen van ds. Taverne. Wie trouwens in de kerkelijke wereld goed thuis is, weet helaas maar al te goed, dat het tussen al die groepen nog lang niet zó botert, dat we aan een gemeenschappelijke Sacramentsbediening toe zijn. In de Geref. Gemeenten wordt de scheur hoe langer hoe groter. Inplaats van te redeneren over gemeenschappelijke Avondmaalsvieringen, was het beter dat men eens ging luisteren naar het woord van de apostel : „Is Christus gedeeld? "
De pogingen van ds. Taverne moeten dus tenslotte als totaal mislukt worden beschouwd. Hij heeft een groepje van veertig, vijftig mensen, onder ds. Van Welzen te Gouda, het scheurkerkje van ds. Wakker te IJsselmuiden, het scheurkerkje van ds. Oosterom te Nieuw Balinge en nog enkele andere kleine groepen. De lezers zullen het toch met mij eens zijn, dat de Gereformeerde Bond zich daar niet achter kan stellen, zolang er nog enig kerkelijk besef in onze, gelederen mag worden gevonden.
Als dat de oplossing is van het kerkelijk vraagstuk, om een Avondmaalsgemeenschap te vormen met enkele godsdienstonderwijzers die scheurkerkjes gemaakt hebben, dan vraag ik mij af hoe een universitair gevormd man als ds. Taverne zoiets kan verdedigen.
4e. Men wijst er mij in een schrijven op, dat ik mij in zeer afkeurende zin over de godsdienstonderwijzers uitliet, die door ds. T. tot predikant worden opgeleid, hoewel de Dordtse Kerkorde in artikel 8 mensen met singuliere gaven en godsvrucht bij uitzondering toeliet tot de dienst des Woords.
Men zal misschien vreemd staan te kijken als ik schrijf, dat ik een bewonderaar ben van artikel 8 van de Dordtse Kerkorde, waardoor voor mensen, die geen universitaire opleiding hadden genoten, de weg tot het predikambt werd gebaand vanwege hun godsvrucht en singuliere, gaven.
Echter moet men mij niet kwalijk nemen, dat ik de gaven van sommige godsdienstonderwijzers en predikanten wel eens wat al te , , singulier" vind. Als men zo nu en dan hoort wat er naar voren wordt gebracht aan singuliere gaven, dan is het de hoogste afkeuring waardig.
Volgens een courantenbericht, heeft ds. Taverne er pas weer een aantal tot predikers aangesteld. Het waren niet eens godsdienstonderwijzers.
Vanwaar heeft hij die bevoegdheid?
Ds. Taverne denkt bepaald hetzelfde wat Lodewijk XIV heeft gezegd : de Staat, dat ben ik.
Hij stelt de ambtsdragers aan. Hij sticht een opleidingsschool. Dit is een taak van de kerk en niet van de enkeling. Dat is geheel in strijd met de Kerkorde van Dordrecht.
Als onze vaderen in IJsselmuiden het kerkelijk vraagstuk hadden moeten oplossen, dan zou de scheurkerk van ds. Wakker hebben moeten verdwijnen en zouden allen weer onder de dienst des Woords hebben moeten opgaan bij ds. Van Kooten. Dat zou naar de Dordtse Kerkorde wezen. Ik vrees dat velen, die zich thans op de Dordtse Kerkorde beroepen, van de handhaving dier Kerkorde maar weinig zouden willen weten, als ze eens daadwerkelijk kon worden toegepast.
Laat ik ten slotte nog eens mogen wijzen op wat ik lees van de apostel Paulus in Galaten 1 vs. 17 en 18.
Nadat Paulus op de weg naar Damascus tot God is bekeerd, is hij niet terstond te rade gegaan met vlees en bloed. Hij ging henen naar Arabië en keerde wederom naar Damascus. Daarna kwam hij na drie jaren wederom naar Damascus.
De vraag is menigmaal gesteld, wat de apostel in die drie jaren gedaan heeft. De meeste verklaarders spreken de veronderstelling uit, dat de apostel, schoon onderwezen aan de voeten van Gamaleël in de H. Schrift, zich verder door studie heeft bekwaamd, eer hij de apostolische taak heeft aanvaard.
Hoe het zij, ik zou het nuttig achten dat vele mannen met „singuliere" gaven (gelukkig niet allen) eerst nog maar eens enkele, jaren naar , , Arabië" gingen om te studeren, dan zouden ze wellicht meer bekwaam zijn.
Tenslotte spreek ik de wens van mijn hart uit, dat ds. Taverne van deze weg moge terugkeren om in het midden van onze ernstig kranke kerk het Woord te blijven uitdragen van die rijke Jezus voor arme zondaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's