TORADJA’S AAN DE GLAZEN ZEE
II.
Als we in dit licht de arbeid van onze Geref. Zendingsbond zien, moet dan niet onze liefde voor deze arbeid, ofschoon in alle gebrek verricht, in onze harten bij vernieuwing gaan ontbranden? Omdat mede door die arbeid, onder de zegen des Heeren, uit de mond van Toradja's Gode ere wordt toegebracht. En omdat onlosmakelijk daaraan verbonden, Toradja's zielen mogen smaken de vrede Gods, door het Bloed des Kruises.
Daartoe mede dienstbaar te mogen zijn, hetzij als arbeiders op het zendingsterrein, hetzij als leden van de Geref. Zendingsbond hier te lande, is dit niet een genade des Heeren en moet dit niet voor ieder oprecht christen de lust zijns harten zijn?
Toradja's aan de glazen zee.
Moge dit beeld ons stuwen en sterken, ons gebed voor de zendingsarbeid en voor de zendingsarbeiders doen vermenigvuldigen, om dan te ervaren dat voor eigen geestelijk leven er nog zegen uit weggedragen mag worden.
Begeven we ons thans in gedachten naar het Zendingsveld van de Geref. Zendingsbond in Zuid-Midden-Celebes.
Het Toradja-land is een wonderschoon land, met zijn grootse natuur en woeste bergen, waar in de diepten bergstromen voortrazen in vaak schitterend zonlicht.
In de morgenschemering gaan de zwarte bergen zich aftekenen tegen de rose-getinte lucht, tot bij het steeds toenemende licht de zon boven de kim rijst. Dan trekken alle nevelen op en ontrolt zich een landschap van onvergetelijke schoonheid voor het oog. Sawahs door kleine stroompjes besproeid, watervallen die spattend van de steile rotsen storten en zich over grote stenen een weg zoeken.
Prachtig zijn de begroeide hellingen, vooral wanneer na de regentijd hier en daar bomen, overdekt met rode en gele bloemen, van verre het oog boeien en de kleuren der aarde, fel-rood of bruingeel, afsteken tegen het groen. Een lichtblauwe hemel koepelt zich over het schone berglandschap en een zacht oostenwindje ritselt door de bomen, terwijl de natuur een stemmige rust ademt.
O Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam, over de ganse aarde. Tot deze uitroep zou een christen-reiziger in dit schone Toradja-land zich gedrongen gevoelen.
Maar sneller zou zijn hart gaan kloppen, wanneer hij temidden van deze heerlijke schepping, hier en daar een wit kerkje aanschouwt, dat hem spreekt van de jonge Toradja-kerk, die als een vrucht van de zendingsarbeid in dit land van heidenen en afgoden, zich gaat openbaren.
Wanneer we als in vogelvlucht ons boven het Toradja-land begeven, dan zijn verschillende plaatsen aan te wijzen, waarvan een sprake uitgaat, die ontroert en stil maakt.
Daar ligt b.v. Bori.
Onze gedachten gaan terug naar het jaar 1917. De eerste zendeling-leraar van de Geref. Zendingsbond, v. d. Loosdrecht, is op doorreis in deze plaats aangekomen. Het is nu ongeveer 4 jaar dat hij zijn zware pioniersarbeid als zendeling verricht. Het is een moeilijke strijd die hij te strijden heeft tegen een ongebroken heidendom. Laten we hier niet licht over denken. Doch met vurige geestdrift heeft hij het zaad des Evangelies trachten te zaaien en ziet, het is alsof het begint te, lichten. Het is alsof het geruis van een handvol koren op de bergen gehoord wordt. De eerstelingen zijn reeds gedoopt. De eerste tien scholen gesticht.
Maar nog woedt er die geweldige worsteling tussen het licht en de duisternis, tussen het oude en het nieuwe. De geest van het heidendom, de geest van de oude tijd wil zich zo krachtig mogelijk handhaven, enerzijds tegenover het christendom, anderzijds tegenover het nieuwe Bestuurs Gouvernement, dat zich op Celebes gevestigd heeft.
En ziet, in deze grote worsteling is zendeling v. d. Loosdrecht gevallen voor de zaak van het licht.
Het is Donderdag 26 Juli 1917. Van de, Loosdrecht brengt op zijn reis een bezoek aan de in Bori wonende hollandse ambtenaar, 's Avonds zit hij in. de woning van zijn goeroe in de voorgalerij. Het is ongeveer 7 uur. De duisternis is reeds gevallen. Van de Loosdrecht begint met zijn goeroe enige Bijbelse verhalen, die zo pas in de Toradja-taal vertaald zijn, te corrigeren. Doch nog geen tien zinnen zijn behandeld, toen daar plotseling uit het duister een man met een speer gewapend opduikt, op de voorgalerij springt en zendeling v. d. Loosdrecht een dodelijke stoot toebrengt. De moordenaar trekt het wapen uit de wond, laat de goeroe die zich naast de zendeling bevindt, met rust en verdwijnt onmiddellijk weer in de donkerheid van het woud.
Zendeling v. d. Loosdrecht is van zijn stoel gevallen. Het tafeltje kantelde en uit de omgevallen lamp slaat een grote vlam, die door toesnellende huisgenoten wordt geblust.
De gewonde wankelt naar de achterkamer, doch valt weer tegen de grond. De steek was vlak onder het hart toegebracht en het bloedverlies was vreselijk. Op de hem gestelde vraag : , , Willen we trachten uw vrouw hier te halen ? ", luidde het antwoord en dit waren V. d. Loosdrecht's laatste woorden. , , Neen, het is niet meer nodig, want ik ga spoedig sterven , - ik wens nu te bidden."
Terwijl hij de handen vouwde, hief hij de ogen hemelwaarts. Daar lag hij te sterven, ver van zijn vaderland, ver van zijn familie, zelfs van zijn vrouw en kinderen verwijderd, onder een vreemd volk, doch dat hij om Christus' wil lief had. Bezig met de eeuwige dingen is hij biddende ontslapen.
Door moordenaarshand geveld. Bori — een droeve bladzijde in het geschiedenisboek van de arbeid van onze Geref. Zendingsbond.
Bori — een stervende zendeling en een in het duister wegsluipende moordenaar, die zich weer gaat voegen bijde moordenaarsbende van dertien personen, welke zich in de omgeving ophield. Daar brengt hij aan de leider der bende, Massambi geheten, zijn rapport uit.
Het is echter niet de laatste maal dat we deze Massambi zullen ontmoeten. Vier en dertig jaar later, ontroerend moment, treffen we deze man aan, terwijl aan hem de christelijke doop wordt toegediend. Het is na jarenlange tegenkanting en vijandschap, dat hij zich gedrongen gevoelt zijn zonden te belijden en tevens belijdenis te doen van zijn geloof in Jezus Christus.
En weer twee jaar later, in Februari van dat jaar, houdt de Toradja-kerk haar Synode in Rante Pao. Wie zien we daar onder degenen die zich naar Rante Pao opmaken om met de Synode mede te leven ? Het is Massambi, de vroegere leider van de moordenaarsbende, die zendeling v. d. Loosdrecht om het leven bracht. (Wordt vervolgd).
F. Troost.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's