GELOVEN EN LEVEN
Wij hebben kunnen opmerken, dat er een verband is tussen geloven en leven, ook al in het z.g. gewone, , , natuurlijke" leven.
Denk u een ogenblik het geloof weg uit de vlucht van het alledaagse leven.
Ik bedoel nog niet eens het godsdienstig geloof, de vreze Gods, of ook maar de godsdienstigheid, neen, het geloof in het z.g. „natuurlijke" leven.
Welk een onzekerheid !
Om zulk een toestand in te denken, kunnen wij ons het beste voorstellen, dat wij ons bevinden in een toestand van radicale verwoesting, b.v. in een gebied van hevige, aardbevingen, of in een landstreek, welke door de moderne oorlogvoering wordt omgekeerd.
Uw huis en hof. Zal het er nog zijn? Uw vrouw en kinderen. Zouden zij nog leven? Wat is er misschien met hen gebeurd?
Gij zoudt er heen willen. Maar, hoe zult gij er komen? Geen trein, geen bus, de weg zelfs verwoest en versperd.
Als men zich zulk een toestand van onzekerheid indenkt, kan men eerst begrijpen hoe wij in de gewone sleur des levens maar doorgaan in goed vertrouwen op een z.g. natuurlijke orde der dingen.
Gij zegt na de arbeid : , , ik ga naar huis", zonder er ook maar een ogenblik aan te twijfelen of het er nog staan zal.
Wij maken onze plannen en rekenen er maar op, dat — ik weet niet hoeveel — omstandijgheden en gebeurlijkheden zullen zijn en geschieden, zoals wij veronderstellen, omdat het gisteren en eergisteren óok zo was.
Indien wij ons eens rekenschap geven van het feit, hoeveel wij in het alledaagse leven maar voortleven in veelal onbewust vertrouwen op.... ja, waarop? , op de gang van zaken, kunnen wij ontdekken, hoe ver wij dikwijls van een „wandelen met God" af zijn en desondanks in een soort onbewust vertrouwen te midden van vele onzekerheden onze weg door het leven gaan.
Toch zullen wij telkens verrast worden door de ijdelheid van zulk een onbewust vertrouwen, als wij getroffen worden door, wat wij een ongeval plegen te noemen, en onze plannen zien in duigen vallen.
Als een mens maar alles wist!
Dat is het juist. Wij mensen weten niet zo heel veel en zeker niet van wat morgen en overmorgen zijn zal. Wij staan altijd weer voor een onbekende toekomst en — in zoverre — in een onbekende wereld.
De moderne mens verbeeldt zich wel dat hij door zijn kennis van de , , natuur" en haar ordeningen de loop der dingen zal kunnen beheersen, althans bij voortgaande kennis meer en meer zal leren beheersen, maar hoe gering is ons kennen tegenover de afgronden onzer onwetendheid.
Inderdaad, het is een ongegrond optimisme, dat de wereld van onze tijd kenmerkt.
Als het er op aan komt, vertrouwt de moderne mens derhalve op zijn vernuft, dat alle bezwaren en onzekerheden wel zal overwinnen en een volmaakte saamleving in het uitzicht stelt.
Met deze hoop sust hij ook zijn geweten, als dit hem bij tijden eens lastig kan worden. Kwaad past immers niet in een naturalistische wereldorde.
Het modem optimisme neemt het kwaad niet ernstig en gelooft alleen in een ongemotiveerde vooruitgang.
Hoever komen vele , .Christenen" van onze tijd met deze geest der moderne wereld overeen?
Het is verleidelijk, zeker! Ook de Christenen raken vertrouwd met de overwinningen der wetenschap en der techniek. Zij worden meegesleurd in de overwinningsroes en in de heerschappij van de druk op de knop.
Het wordt aantrekkelijk, het gemak en de snelheid van de moderne verkeersmiddelen. De ganse mensheid wordt meegezogen in het tempo van onze tijd. Zij krijgt pleizier in de moderne bewerktuiging. Zij koestert een zeker vertrouwen in de machine en vat een zekere verering op voor de techniek. Het gaat haast op een soort moderne religie gelijken.
Wij ontvluchten aan de zuigkracht van het moderne leven niet, door met een verzuchting van ongeestelijke devotie de moderne vindingen te vloeken als duivels werk : „Het is alles uit de duivel !"
In zulk een vroomheid is weinig over van de kennis en het geloof der goddelijke voorzienigheid. Laat degenen, die zo spoedig gereed zijn met dat oordeel, eens rustig de 10de Zondag van de Heidelbergse Catechismus lezen en overdenken.
Dat is het nu juist, wat de Christgelovige van de wereldgelovige onderscheidt. De eerste gelooft in de godde lijke voorzienigheid en schouwt de dingen in het licht van Gods leiding.
Dat toch is de eerste toepassing van het geloof in de Schepper van hemel en aarde.
Daarmede is nog niet gezegd, dat hij ook alle dingen uit Gods hand ontvangt. Dat is geestelijk en vraagt een dagelijkse oefening van het geloof in God almachtig. )
Wij handelen dan nog niet over het zaligmakend geloof in de Christus Gods en der mensen, maar over het geloof in God, de Schepper.
Het is juist dit geloof, dat in een Christenland algemeen behoorde te zijn, hetwelk in onze dagen van heersend naturalisme is verdoofd en afgeworpen, om plaats te maken voor het geloof in de natuur, in de mens en in de vooruitgang, terwijl de massa in onbewust vertrouwen op de gang van zaken, vervreemdt van de kennis der eerste beginselen van de godsdienst en ontzinkt aan de levenskracht van waarachtig geestelijk leven.
Hoe ijdel is het geloof aan de afgoden van onze tijd en hoe onzeker het leven. En hoe geheel anders wordt het als de mens daaraan wordt ontdekt en vanuit de onzekerheid wordt uitgedreven tot zijn Schepper om zijn leven in Zijn hand te stellen.
En als hij daaraan toe is een toevlucht te zoeken bij de Almachtige voor de tijd zijner inwoning op aarde, is hij wellicht op weg om door de genade Gods ook een Verlosser te vinden, welke hem tot een eeuwige Toevlucht wil zijn.
Doch de vervreemding van het geloof aan de Schepper van hemel en aarde en de vreze, welke daaraan gepaard behoort te gaan, berooft velen van de zegen Gods in de tijd en wordt een oorzaak van vele smarten en teleurstellingen in dit leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's