De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TORADJA'S AAN DE GLAZEN ZEE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TORADJA'S AAN DE GLAZEN ZEE

9 minuten leestijd

III.

Wonderlijk zijn Gods wegen.

Eind Juli van dit jaar overleed mevr. de wed. v. d. Loosdrecht en werd ze begraven op een stille dodenakker te Oegstgeest. Is het te verwonderen, dat toen ze een paar jaar geleden vernam van de doop van deze Paulus Massambi, alles weer in felle kleuren voor haar herleefde en ze weer moeilijke dagen doormaakte? Doch daarna mocht ze tot het getuigenis komen : „Nu eindelijk ben ik het ten volle eens met de wegen, die God de Heere mij leidde. Nu kan ik ook de moordenaar van mijn man van ganser harte vergeven het kwaad, dat hij gedaan heeft".

Ja, wonderlijk zijn Gods wegen, ook als we aan Zendeling v. d. Loosdrecht denken. Als jongeling had hij, wonende in Veenendaal, de gereformeerde Waarheid leren liefhebben. Zijn begeerte ging naar de Zendingsarbeid uit, waarover hij meermalen met zijn vader en anderen sprak. Een geopende deur om tot die arbeid in te gaan, zag hij echter aanvankelijk niet. In die tijd trachtte hij, onder diepe indruk van de noodzakelijkheid om voor zijn eigen hart vrede te vinden, zichzelf door deugden, en plichten te handhaven voor God. 'Totdat hem alles ontviel, om alles te vinden, n.l. de vrede des harten in Jezus Christus. Toen ontsloot zich ook een deur om Zendeling te worden.

Op 30 Juli 1913 volgde de afvaardiging en bevestiging te Veenendaal. Terwijl hij neergeknield lag, strekten 32 dienaren des Woords hun hand zegenend over hem uit. Wie had kunnen denken dat op diezelfde dag, vier jaar later, de tijding van zijn dood Holland zou bereiken?

De volgende dag, op de Zendingsdag te Rijsenburg, sprak Zendeling v. d. Loosdrecht zijn afscheidsrede over: , , Op Uw Woord zal ik het net uitwerpen". De eeuwigheid zal openbaren hoeveel Toradja's onder dat uitgeworpen net ten eeuwigen leven gevangen zijn.

De geschiedenis van onze Geref. Zendingsbond werd met bloed geschreven. Niet alleen in het begin van de arbeid in het Toradjaland, maar ook tot in de laatste jaren toe. We herinnerden reeds aan de vervolging vorig jaar, welke de jonge Toradjakerk in de omgeving van Palopo had te ondergaan. Maar we denken ook aan onze Zendeling Heusdens.

Het is in het begin van de tweede wereldoorlog. De Duitse bommenwerpers laten hun bommenlast boven ons land vallen en de Duitse laars vertrapt onze vrijheid. Het gevolg hiervan is dat in Ned. Oost-Indië alle Duitsers worden gearresteerd, onder wie ook de Duitse Zendelingen, die daar arbeidden. Daardoor zijn op de Zendingsvelden op Java ledige plaatsen ontstaan, en na verloop van tijd werd besloten, dat van andere Zendingsvelden één of meer arbeiders zullen worden overgeplaatst, teneinde de opengevallen plaatsen te bezetten.

Eén van deze Zendelingen is onze Zendeling Heusdens. Op de laatst gehouden jaarvergadering te Utrecht van de G.Z.B., had ik het genoegen even met mevr. Heusdens kennis te maken, van wie ik o.a. het volgende mocht vernemen over haar man en de omstandigheden, waaronder deze om het leven kwam.

In Juli 1941 verliet Zendeling Heusdens het Zendingsterrein op Celebes om te vertrekken naar de Zendingsleproserie „Donorodja" op Java, ongeveer 130 Km. ten N.O. van Semarang.

In het verslag, waarmede Zendeling Heusdens zijn arbeid onder de Toradja's afsloot, schreef hij : , , De Heere zij geloofd en geprezen, omdat Hij mij de grote genade heeft geschonken in Zijn dienst in dit stukje van Zijn wijngaard met rijke zegen te hebben mogen werken. Dit is een wonder !"

Nu, in Juli 1941, lag een nieuwe opdracht voor hem. Een opdracht, die echter onder moeilijke omstandigheden moest worden aanvaard. Er was immers de dreiging van een op handen zijnde Japanse inval?

Een paar weken vóór de Jappen op Java landden, werden uit die streek de vrouwen en kinderen geëvacueerd. Bij landing toch zouden alle bruggen opgeblazen en alle verbindingen verbroken worden. Mevr. Heusdens is toen ook geëvacueerd, doch haar man moest te Donorodja blijven.

Uit de verschillende verhalen, die haar gedaan werden omtrent de laatste dagen van haar man, heeft mevr. Heusdens kunnen reconstrueren hoe een en ander ongeveer is toegegaan.

Reeds meer dan een maand, , zo deelde mevr. Heusdens mij mede, was haar man er van overtuigd dat, als de strijd op Java zou ontbranden, hij deze niet zou overleven. Op zijn laatste briefkaart schreef hij aan zijn vrouw : , , Ik ben geheel rustig. Hebr. 13 : 6". En deze tekst luidt als volgt : , , De Heere is mij een Helper, en ik zal niet vrezen, wat mij een mens zal doen".

Nadat de Jappen geland waren, begonnen overal de Javanen te plunderen. Hiervan maakten aanhangers van de Islam gebruik om de Heilige Oorlog uit te roepen en de Islam te vuur en te zwaard te verbreiden. Nadat al enige Zendingsziekenhuizen en poliklinieken geplunderd er verbrand waren, kwamen ze ook te Donorodja. Zendeling Heusdens had een deel van de patiënten en de verplegers bewapend met scherpgepunte bamboes en messen. Aan het hoofd hiervan ging hij ze tegemoet en sprak ze toe. Tot driemaal toe zijn ze toen afgedropen.

Bij éen van deze gelegenheden hebben ze tegen Zendeling Heusdens gezegd, dat als hij Mohammedaan zou worden, ze hem en de inrichting zouden sparen. Dit was op Zondag 8 Maart 1942.

Zendeling Heusdens stond voor de zware keuze : óf Christus getrouw blijven, doch dan sterven, óf Mohammedaan worden en leven. Zendeling Heusdens deed de goede keuze. Door genade mocht hij getrouw blijven, al zou dit ook zijn leven kosten.

In de nacht daarop laat Zendeling Heusdens de gehele nacht rondom de inrichting, die, midden in de bossen lag, patrouilleren. Hoewel echter alle lichten 's nachts brandden, hebben de ramppokkers toch kans gezien om zich in het huis van een der verplegers te verzamelen. Dit huis grensde aan het huis van Zendeling Heusdens. 's Morgens om half 6 is hij toen op het erf overvallen. Wel zijn de verplegers en patiënten hem te hulp gekomen, maar het was reeds te laat. Daarna hebben ze zich teruggetrokken en verschanst in de kerk. De inrichting is toen geplunderd en vernield.

Twee dagen later hebben enkelen van het personeel Zendeling Heusdens begraven in de schuilloopgraaf bij zijn huis, omdat het nog te onveilig was hem naar het kerkhof te brengen.

Zendeling v. d. Loosdrecht.

Zendeling Heusdens.

Ze waren als tarwegraan, dat in de aarde viel en stierf. Maar de vruchten bleven, Gode zij dank, niet uit. 
God heeft hun arbeid en die van de andere Zendelingen en helpers, willen zegenen.

We vragen slechts : zou de wijze, waarop Zendeling Heusdens door genade stierf, getrouw tot de dood, waarvan ook de Toradja-christenen met ontroering hebben kennis genomen, niet velen van de jonge Toradjakerk, die vorig jaar zulk een zware vervolging hadden ïe ondergaan, voor ogen hebben gestaan? Zou zijn sterven niet meerderen de kracht geschonken hebben om staande te blijven?

Vruchten op de Zendingsarbeid. Getuigden daarvan niet de overgangen uit het heidendom tot het Christendom? Als daar b.v. in 1918 het districtshoofd van Rante Pao, Palallo geheten, met de zijnen overgaat, hetgeen van zulk een grote invloed was. Of wanneer in 1920 een in het afgodendom oud geworden priester, genaamd No Lengko, zich laat dopen. Een schok ging er door de gemoederen van de Toradja's van de Sadan-hoogvlakte tot in het Palopose toe. Een overgang van een oude priester, van zoveel invloed, dat gaf beroering en deed het heidendom als het ware in zijn grondvesten schudden.

Vruchten op de Zendingsarbeid. Is hiervan ook geen sprake als daar in een der kampongs de Toradja Né Boele op zijn sterfbed ligt en aan degenen, die rondom hem zijn, verzoekt om tezamen uit de 73ste Psalm te zingen : „Wien heb ik nevens U omhoog".

Ja, de Zendingsvruchten, ze mogen door Gods genade aanschouwd worden. In het uitgeworpen net des Evangelies, zijn mensenzielen gevangen.

Wie zal zeggen waartoe de Heere de jonge Toradja-kerk, ook een vrucht van de Zendingsarbeid, nog zal willen gebruiken? In de kerkjes, over het Toradjaland verspreid,  weerklinken telkens weer de psalmen in dé Toradjataal en wordt Gods Woord gepredikt. Dit Woord zal immers nooit ledig wederkeren? En ook hier zal 't Woord des Konings telkens weer blijken met heerschappij te zijn, zodat gevangenen van satan uit diens macht zullen losgerukt worden en afgodendienaars zich zullen gaan buigen voor de Schepper van hemel en aarde, voor de Herschepper van het nieuwe geestelijke leven.

In Christus' opdracht voorgaande, zullen ook de Toradja's de boodschap van de Engelen boven Efratha's velden meer en meer en in groter getale gaan verstaan : Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, n.l. dat u heden geboren is de Christus.

Ongeveer 60.000 Toradja's zijn tot het Christendom overgegaan. Daaronder kent de Heere degenen, die de Zijnen zijn. Ook onder de Christen-Toradja's is het, evenals bij ons, niet alles goud wat er blinkt. Doch de arbeid der Zending gaat gepaard met de belofte, dat er zovelen waarachtig zullen geloven, als er uitverkoren zijn ten eeuwigen leven.

Ook in het Toradja-land gaat het naar het Goddelijk Raadsplan. Dit te weten is bemoedigend en vertroostend. De Heere Zelf zal voor de eeuwigheidsvrucht zorgen. En is het daarbij niet een stilmakende gedachte, dat Hij ook de arbeid van de Geref. Zendingsbond, hoewel in alle zwakheid en gebrek verricht, daartoe wil gebruiken?

Moet, hieraan denkend, onze Zendingsliefde niet hoog opvlammen en Christus' opdracht, om alle den volke Zijn Evangelie te doen horen, ons nog meer ter harte gaan? Laat ons dan bidden om geloofsgehoorzaamheid, ook ten opzichte van deze Zendingsopdracht. En moge als vrucht daarvan door Hollandse dorpen en steden er een vernieuwd ontwaken komen, zodat ieder zich gaat afvragen : hoe kan ik mij dienstbaar stellen tot ontplooiing van de Zendingsarbeid in eigen gemeente of in groter verband?

Waar Zendingsliefde woont gebiedt de Heere Zijn zegen. Die zegen zal zich over harten en over gemeenten hier in Holland uitspreiden, maar die zal ook doorstromen tot in het Toradja-land toe. Zendelingen en hun helpers zullen er door worden aangeraakt en versterkt en de jonge Toradja-kerk zal er door worden verkwikt. De prediking van het Evangelie zal verdere doorgang en ingang vinden. Christus' Naam, Die het zo waard is, zal worden verbreid en Gods Koninkrijk zal komen daar, waar het rijk der duisternis op de zielen beslag legt.

En eens zullen er Toradja's staan aan de glazen zee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TORADJA'S AAN DE GLAZEN ZEE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's