De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET BRONNENBOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET BRONNENBOEK

8 minuten leestijd

Zoals u uit een van de laatste nummers van onze Waarheidsvriend bekend is, is de orthodoxe gemeente van Ede er niet best afgekomen bij de beoordeling door de schrijvers van het Bronnenboek

Weer heb ik enkele uitknipsels, die ons laten zien, dat er nog meerderen zijn, die het met de beschouwing van het Bronnenboek niet eens zijn.

Ik laat hier volgen, wat er in een openbare raadsvergadering van Ede over het Bronnenboek gezegd is.

Ede protesteert bij minister O. K. en W. Bronnenboek: Gezwam in de ruimte.

In de openbare vergadering, die de raad der gemeente Ede Donderdagmiddag heeft gehouden, heeft de heer H. P. Hoolboom (V.V.D.) het , , Bronnenboek", de sociografische uitgave van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, waarin o.m. verschillende aspecten der gemeente Ede en haar bewoners de revue passeren, ter sprake gebracht. Hij gaf B. en W. alsmede de raad in overweging protest aan te tekenen tegen hetgeen in het Bronnenboek over de gemeente Ede wordt opgemerkt.

De heer Hoolboom was van mening, dat de visie der desbetreffende rapporteurs gevoegelijk kon worden gekenschetst als „gezwam in de ruimte" en dat ingezetenen, scholen e.d. door het slijk worden gehaald. De raad onderstreepte deze woorden met applaus.

Mej. A. S. J. H. Baarbe (P.v.d.A.) was van mening, dat in het Bronnenboek in het algemeen toch wel juiste dingen gezegd worden, doch de heer Hoolboom antwoordde, dat het hem niet ging om de algemene tendenz, maar in het bijzonder om de onzin, die met betrekking tot de gemeente Ede ten beste wordt gegeven.

Burgemeester Oldenhof karakteriseerde de publicaties van het Bronnenboek voorzover het Ede betreft, als een ordinaire wijze van behandeling der stof en hij vond, dat althans dit deel van het rapport op zeer laag peil staat. Hij stelde de raad voor te protesteren bij de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Daartoe, werd met algemene stemmen besloten.

En in het Nieuws- en Advertentieblad van Ede las ik het volgende :

Ede en het Bronnenboek.

In ons vorig nummer hebben wij de beschouwingen van het Bronnenboek, dat in opdracht van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen werd samengesteld, aan ernstige critiek onderworpen.

Wij hebben toen speciaal aandacht gevraagd voor wat het Bronnenboek schrijft over het peil van het lager en middelbaar onderwijs te Ede.

Ook over de kerkelijke toestanden in Ede worden in het Bronnenboek dingen geschreven, die kant noch wal raken. Van het Tweede Kamerlid ds. J. Fokkema te Ede ontvingen wij daarover een artikel dat wij hieronder laten volgen.

„Een vervalst beeld".

Reeds de vorige week hebben de lezers aanvankelijk kennis kunnen nemen van de inhoud van het in opdracht van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen samengestelde „Bronnenboek", een boek dat de aandacht vraagt voor de verwildering der jeugd in Nederland.

Wie echter dit boek met aandacht leest en enigszins op de hoogte is met de toestanden onder onze jeugd, komt al ras tot de ontdekking dat het Bronnenboek, voor wat de inhoud betreft, vrij wat meer verwilderd is dan de jeugd, die er in beschreven wordt. En het is mij een raadsel hoe in bepaalde vooraanstande, ook kerkelijke bladen, dit alles maar voor zoete koek geslikt wordt. Men gaat er van uit, dat een dergelijk boek toch zeker de waarheid der dingen waarover geschreven wordt, moet weergeven.

Jammer genoeg, dat ik moet constateren dat in heel veel gevallen dit boek een aaneenrijging is van de reinste onzin en een volkomen vervalst beeld van de toestanden, ook in Ede, weergeeft. Het is meer dan schande, dat de rapporteur, van wie, wij toch mogen verwachten dat hij in een zo ernstige aangelegenheid zijn objectiviteit niet zal laten varen, dermate generaliseert, dat van het leven in Ede een beeld wordt opgehangen, dat in één woord afschuwelijk is.

Er wordt n.l. een jeugd beschreven, waarop de ouders geen vat meer hebben ; een jeugd, die volkomen materialistisch leeft en die alleen maar op genot uit is, belust op sexuele uitspattingen en zich overgevend aan zinnelijke lusten.

In , , De Hervormde Kerk" van 17 Oct. j.l. komt onder de titel , , Een Verbrijzeld Beeld" een stuk voor van (ds.) L. H. R(uitenberg). Ook deze predikant geeft blijk, zonder meer te slikken wat hem in deze epistels wordt voorgezet. En als hij dan zegt, dat wij om deze dingen niet boos moeten worden, maar er stil bij moeten zijn, dan meen ik te mogen opmerken, dat het niet moet verwonderen, dat weerzin en ontevredenheid in Nederland wordt verwekt over dit conterfijtsel van , , wetenschappelijk geschoolde onderzoekers", die verreweg voor het grootste deel óf ondeskundigen zijn, óf zó vooringenomen, dat ze geen open oog meer hebben voor de werkelijkheid. Wat ons hier geboden wordt, deugt allerminst. En het ergste van alles vind ik, dat de rapporteur voor Ede ten aanzien van de kerk en het kerkelijk leven dingen zegt, waardoor hij blijk geeft er maar op los te redeneren en zeker zijn inlichtingen niet heeft ingewonnen bij kerkelijke ambtsdragers.

Zo treft men o.a. de volgende passage aan ;

, , A1 beheerst de kerkelijke traditie een deel der jeugd nog, de Kerk doet weinig. Geestelijke steun ontbreekt. De geest der prediking, behalve in de Evangelisatie, is in dit opzicht ongunstig. De kerkeraad wordt beheerst door vasthoudende boeren, die het vooral zijn, die van de Kerk een formalistisch en farizeïsch instituut maken, dat de jeugd niet meer vat".

Het is wel fraai. Het is te naar om waar te zijn. Hier wordt gewoonweg geïnsinueerd dat de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk, de Christelijk Gereformeerde Kerk, en ga zo maar door, platweg gezegd een grote mislukking is (of wordt alléén de Hervormde Kerk bedoeld? ) Alleen in de Evangelisatie waait een frisse wind. We kunnen wel zien dat dit rapport het werk is van een buitenstaander, die van de dingen, waarover hij schrijft, niets weet en op zijn zachtst uitgedrukt óok geen snars begrijpt.

De kerkelijke traditie overheerst dus in Ede. Het type vroomheid in ons dorp is dus overlevering en het in stand houden van verouderde vormen en manieren.

Geestelijke steun ontbreekt. Dit is een aanklacht, allereerst tegen de predikanten en eveneens tegen de ouderlingen, die krachtens hun ambt geroepen zijn deze geestelijke steun te bieden uit en met het Woord Gods, daar, waar deze steun gevraagd wordt, of waar zij menen dat ze gebracht moet worden.

Nu kan ik over dit deel van het ambtelijk werk oordelen , omdat ik er zelf jaren mee bezig ben geweest en er nog in bezig ben. En ik kan het hier ook opnemen voor mijn collega's in Ede, van wie ik weet, dat ze met ernst hun ambt vervullen, heus niet zo naïef zijnde, te veronderstellen dat hun arbeid zonder gebreken zou zijn. Zij zijn het juist, die dit allereerst en allermeest willen erkennen. Een ernstig protest echter is hier op zijn plaats.

De Kerk doet weinig, zegt de rapporteur. Van wie heeft hij zijn inlichtingen? Men zou haast geneigd zijn te denken aan het , , ex ungue leonem", de leeuw kent men aan zijn klauw. En dan is het bijzonder moeilijk, iemand van het tegendeel te overtuigen, óok al heeft hij ongelijk.

Dat de geest der prediking in dit opzicht ongunstig is, is een grove insinuatie. Voor wat de Hervormde Kerk betreft, weet ik, door eigen ervaring, dat Jezus Hominum Salvator, Jezus de Redder der mensen, in het middelpunt staat. Aan de goddelijke opdracht wordt door mijn collega's voldaan en ik mag hier wel zeggen dat de drie Hervormde collega's elkander kostelijk aanvullen. Hier is inderdaad verschil van modaliteit, zoals het ook het geval was in de Apostelenkring ; echter geen verschil in richting. Zij buigen voor de majesteit van het Woord en brengen dit Woord in de binding aan de belijdenis der Kerk. Dit is misschien de rapporteur niet welgevallig, wellicht dat hij meer gesteld is op een knalpreek, een preek, die meer een schone rede is dan Evangelieverkondiging. Doch hiervoor hoop ik dat de dienaren des Woords zich zullen wachten.

Over de Evangelisatie oordeel ik niet en kan ik niet oordelen, want ik kom er niet, omdat ik van oordeel ben dat mijn Hervormde collega's de rijkdom van het Woord Gods op de juiste wijze ten toon spreiden. Mag ik alléén nog zeggen, dat ik vurig hoop en wens dat de gebrokenheid van het kerkelijk leven zal worden beëindigd.

Een pracht tekening wordt er gegeven van de kerkeraad. Gelukkig, dat ik deze mannen anders heb leren kennen en dat ze ook anders zijn. Och ja, er zullen misschien wel een paar vasthouders tussen zijn, maar is dit een slechte eigenschap? En maakt iemand, die vasthoudt aan het getuigenis der Waarheid, van de Kerk een formalistisch en farizeïsch instituut? Ik ben in staat het tegendeel te beweren, omdat het Woord Gods zuiverend werkt en alle dode vormen en huichelachtige methoden doorbreekt, ja, vernietigt. En ik zou niet gaarne willen dat de Kerk het Woord Gods los liet of met een beetje minder scherpe belijndheid handhaafde, want dan waren we zeker op de verkeerde weg.

Men moet toch wel ziende blind zijn, wanneer men hier blijvend zou geloven aan het vervalste beeld, dat ons van de Kerk wordt getekend. Fokkema.

We stellen het oordeel van ds. Fokkema, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, op hoge prijs. Het is weer voor de zoveelste maal bewezen, dat de orthodoxie het vaak ontgelden moet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET BRONNENBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's