De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TORADJA'S AAN DE GLAZEN ZEE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TORADJA'S AAN DE GLAZEN ZEE

10 minuten leestijd

IV,

We willen nog even langer in het Toradja-land toeven, want de arbeid der zending, die daar plaats vindt, is of wordt ons immers lief terwille van haar doel en terwille van Hem Die daartoe opdracht gaf.

Maar laten we ons vooraf neerzetten op een geschikt plekje in dit schone Toradja-land, terwijl we het uitzicht hebben op dat witte kerkje ginds van de Toradja-christenen.

We willen onze Bijbel opslaan om in grote lijnen na te gaan wat Gods Woord ons te zeggen heeft en te aanschouwen geeft in verband met de arbeid der zending. Wanneer we dat zullen gedaan hebben, zullen we met nog meer belangstelling dit zendingsterrein van onze Geref. Zendingsbond overzien.

Het is leerzaam enigermate na te gaan, hoe in de Heilige Schrift de zendingsgedachte zich langzamerhand is gaan ontwikkelen, om eerst in de tijd der apostelen tot volle ontplooiing te komen.

Wanneer we b.v. het Oude Testament slechts oppervlakkig lezen, dan zouden we geneigd zijn te denken, dat onder het Oude Verbond de zendingsgedachte geheel zoek is.

Daar is het volk Israels enerzijds en de heidense volken anderzijds. We denken aan Egyptenaren, Assyriërs en Babyloniërs, om maar niet meer te noemen. Doch we zien geen Israëlieten uitgaan tot die heidenvolken om zich als zendeling daarheen te begeven, teneinde deze volken die in de duisternis van het heidendom verkeerden, het Woord des Heeren te prediken. We zien alleen, hoe Israël deze grootmachten beschouwt als tegenstanders van het Koninkrijk Gods en dat het tracht zoveel mogelijk het contact met deze volken te vermijden.

Indien we echter zouden menen, dat de zendingsgedachte in het Oude Testament geheel zoek is, dan zullen we op deze gedachte moeten terugkomen. Want bij wat diepere bestudering van Gods Woord, blijkt dat ook onder het Oude Verbond naar de zendingsroeping wordt heengewezen.

Beluisteren we b.v. niet, hoe telkens Jehovah wordt voorgesteld als de God des gansen aardbodems. Dat geen andere goden naast Hem bestaan en dat daarom alle knie voor Hem zich buigen moet. God laat, ook in het Oude Testament, de wereld niet los, doch eist haar voor zich op.

Israël is een afgezonderd volk. Abram werd uit de wereld, uit Ur der Chaldeën afgezonderd en ook het volk uit hem gesproten, leefde, in afzondering.

Daartoe moesten ook dienstbaar zijn een veelheid van ceremoniële wetten. Dit was nodig, omdat het volk der Israëlieten alle eeuwen door zo bijzonder vatbaar bleek te zijn voor heidense invloeden en nog zo weinig besef had van zijn profetische roeping. Telkens weer openbaarde zich onder het volk de afgoderij, zodat de Heere Zijn profe^ ten moest zenden om het volk op zijn roeping te wijzen. En opdat het zich bewust zou worden van zijn aparte plaats temidden der volken.

We denken aan die spannende en gewichtige ogenblikken daar boven op de Karmel, toen Elia tegenover de Baälsprofeten stond en blakend van ijver voor de Naam des Heeren het uitriep tot het volk : „Hoe lang hinkt gij op twee gedachten ? Zo de Heere God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na !"

We denken ook aan die ontroerende toespraak van de oude Jozua aan het einde van zijn leven tot het volk Israël, waarin hij o.a. zeide : , , En nu vreest de Heere en dient Hem in oprechtheid en in waarheid ; en doet weg de goden, die uw vaderen gediend hebben aan gene zijde der rivier en in Egypte, en dient de Heere".

Zo werd Israël telkens weer opgewekt zich af te zonderen. God stelde als het ware een scheidsmuur. Maar deze afzonderingstijd zou slechts tijdelijk zijn. Want Gods Raadsplan hield meer in dan de afzondering van Israël. Juist deze afzondering zou dienstbaar moeten zijn om Israël voor te bereiden voor een heilige en dure roeping. Eenmaal zou de scheidsmuur tussen Israël en de volken verbroken worden, opdat het tot een licht zou zijn in de wereld, tot een zegen voor alle geslachten der aarde.

De periode der afzondering begon met Abram. Maar bij zijn afzondering kreeg hij reeds de belofte : in uw zaad zullen alle volkeren der aarde gezegend worden. Tot driemaal toe heeft Abram deze belofte gehoord en wel in de meest ontroerende momenten van zijn leven.

Zo heeft de Heere aan Abram telkens weer doen zien, in de aangrijpendste momenten van diens leven, wat Gods bedoeling was met de afzondering van Israël.

En later, nadat Abram reeds gestorven was, is deze belofte tegenover Izak herhaald.

Maar ook daarna vinden we vooral in de boeken der profeten en in de Psalmen ontelbare beloften, die betrekking hebben op de heidenen, die de komst van de Messias voorspellen en waarin tot uitdrukking gebracht wordt, dat in Hem ook de heidense volken zullen worden gezegend.

Het is waar, we vinden in het Oude Testament geen rechtsreeks zendingsbevel, maar wel treffen we aan het besef, dat Israël van 's Heeren wege de roeping had om te midden Van de heidenwereld te schijnen als een licht Gods ! Ten bewijze hiervoor is het noemen van enkele namen reeds voldoende.

We denken aan het Joodse slavinnetje bij Naaman de Syriër, die van de God Israels getuigde.

Voorts aan Daniël met zijn drie vrienden, die tegenover Nebukadnezar voor de ere Gods opkwamen.

Zo zouden we meerdere voorbeelden kunnen noemen, die er van getuigen dat Israëlieten ook toen in het midden van de wereld der heidenen de lof van hun God en Koning gepredikt hebben.

Doch de muur des afscheidsels bleef. Hoewel langzamerhand die muur als 't ware wel enigermate begon af te brokkelen. Denk b.v. aan de tijd, dat Israël uit de Babylonische ballingschap was teruggekeerd. Het land der belofte, het land der vaderen, had weer uit de ballingschap zijn zonen en dochteren door Gods goedheid terug gekregen. Het waren vooral diegenen, die aan Babels stromen gezeten, geweigerd hadden oméen van de liederen Sions te zingen tot vermaak van hun onderdrukkers. En ze hadden het uitgeroepen : , , Zou ik een lied des Heren zingen in een vreemd land? Eer vergete mijn rechterhand zichzelve, dan dat ik u vergete, o Jeruzalem !"

Zo waren echter niet alle Israëlieten. Velen gingen, toen ze daartoe de gele­genheid kregen, niet terug tot het land der vaderen. Ze bleven temidden van de heidenen voortleven in de verstrooiing.

Het weergekeerde Israël wist, dat een deel van het volk onder het heidendom was gebleven, aan welk volksdeel het toch door banden des bloeds was verbonden. Daardoor groeide als vanzelf het bewustzijn, dat men ook over de scheidsmuur heen een zekere verantwoordelijkheid droeg.

En het is ook omstreeks diezelfde tijd, in de tweede eeuw vóór Christus, dat er brokstukken van die middelmuur des afscheidsels gingen vallen, doordat het Oude Testament in de Griekse taal werd overgezet. Hierdoor werd het mogelijk dat de volken die rondom de Middellandse Zee woonden, kennis konden nemen in de hun bekende taal van de openbaring Gods in het Oude Testament.

Deze vertaling van het Oude Testament, de z.g. Septuaginta of vertaling der 70 wetsgeleerden, vond haar weg door de oude wereld. De belangstelling voor de godsdienst van Israël werd daardoor opgewekt.

Dit zou nog in grotere mate het geval worden, toen Israël onder de macht van het grote Romeinse wereldrijk kwam. Als we alleen maar denken aan het feit, dat Romeinse ambtenaren en officieren in het midden van Israël gingen wonen en daardoor in aanraking kwamen met de Joodse godsdienst.

Vertelt ons de Bijbel niet over een hoofdman over honderd in Kapemaum, over Cornelius, de hoofdman van Cesarea, ten bewijze dat zelfs verschillende officieren zich sterk tot het geloof van Israël gevoelden aangetrokken?

Het contact met de volken der heidenen werd echter niet alleen gelegd tengevolge van de omstandigheid dat zich binnen de grenzen van Israël heidenen ophielden, zoals we zo juist zagen. Maar er waren ook Joodse kolonies in de verschillende landen der oude wereld. Ook van die kolonies ging invloed uit. Men ziet enigermate een zekere Zendingsdrang ontwaken. Overal predikt men het Woord Gods. Hier en daar vindt het ingang en degenen, die er gehoor voor hebben, poogt men door de besnijdenis in Israël op te nemen.

We aanschouwen in die tijd dan ook, hoe rondom de synagogen in de verstrooiing, kringen zich gaan vormen van z.g. „godvrezenden". Dat waren mensen die de God van Israël begeerden te zoeken en Hem wilden dienen. Het is onder deze kringen van „godvrezenden" dat later de apostel Paulus velen heeft aan­ getroffen, die aan de Boodschap des Evangelies gehoor gaven.

Met ijver legde men zich toe om heidenen tot de Joodse godsdienst over te halen. Helaas, de Heiland heeft er reeds op gewezen, dat men steden en vlekken rondreisde om Jodengenoten te maken, doch de bedoeling der Joodse rabbijnen was om ze op te voeden in dezelfde Farizese leer van werkheiligheid, die ze zelf zo met hand en tand vast hielden. Christus moest daarvan getuigen, dat ze dezulken op die wijze maakten tot „kinderen der hel".

Hier zien we dus duidelijk, dat de motieven waardoor de Zendingsarbeid gedreven wordt, van grote betekenis zijn. Het is niet alleen maar noodzakelijk dat er Zending gedreven wordt, maar de hoofdzaak is dat dit geschiedt op zodanige wijze, dat ze Gods goedkeuring kan wegdragen. Dat die Zendingsarbeid geschiedt in gebondenheid aan Gods Woord, overeenkomstig de leer van apostelen en profeten.

Vandaar dan ook, dat onze Geref. Zendingsbond ook nog in onze dagen, of moeten we zeggen, juist in onze dagen, er niet aan denken kan of mag, zijn taak en roeping, die in opdracht van onze Herv. Geref. gemeenten vervuld wordt, aan anderen over te geven. Ook de Zendingsarbeid zal zich gebonden moe.ten weten aan Schrift en Belijdenis. En aangezien helaas zovele leidinggevende personen in ons Hervormd kerkelijk leven van die gebondenheid niet willen weten — onze Hoofdredacteur ziet zich telkens weer genoodzaakt daarop te wijzen —, ook niet op het terrein der Zending, blijft er voor onze Geref. Zendingsbond een aparte taak en roeping.

We, zijn intussen zó verdiept in het Oude Testament, dat we haast zouden vergeten dat we ons in gedachten ergens in het Toradja-land hebben neergezet. Met in de nabijheid het uitzicht op het witte kerkje der jonge Toradjakerk.

Dat hier, op Zuid Midden-Celebes, een Zendingsterrein is, dat hier, als vrucht van de Zendingsarbeid een jonge Toradja-kerk mag zijn, dat hier martelaarsbloed de grond gedrenkt heeft, zowel van Zendelingen als van leden van de Toradjakerk, dat hier temidden van het heidendom de Naam van de Heere Jezus Christus wordt gepredikt en beleden en er toegebracht worden tot de gemeente, die zalig wordt, dit alles is de vervulling van de belofte, aan Abraham gegeven : in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.

De Filistijn, de Tyriër, de Moren, Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht. Van Zion zal het blijde nageslacht. Haast zeggen : „deez' en die is daar geboren".

God zal hen Zelf bevestigen en schragen. En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft, Hen tellen, als in Israël ingelijfd. En doen de naam van Zions kind'ren dragen.

Dan wordt Mijn Naam met lofgejuich geprezen. Dan zullen daar de blijde zangers staan. De speelliên op de harp en cimbel slaan En binnen u al Mijn fonteinen wezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TORADJA'S AAN DE GLAZEN ZEE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's