De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERSTFEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERSTFEEST

11 minuten leestijd

Jesaja 9:5: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij is op Zijn schouder. En men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterk God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.

CHRISTUS' HEERLIJKHEID

Weer is het Kerstfeest voor de Kerk des Heren. Het Evangelie der grote blijdschap wordt weder door de engel des Heren gepredikt. Maar als het waarlijk feest wordt in het hart, zal de Heilige Geest eerst het oog hebben te ontsluiten voor de heerlijkheid van de Middelaar Jesus Christus. En eerst dan zal daar een volk, van God geleerd, stamelen : , , Gezegend zijt Gij, o Zaligmaker, die daar komt in de naam des Heren voor een volk, dat alles verbeurd heeft, om dat te redden uit zondekolken, te reinigen door Uw bloed, te vernieuwen door Uw Geest!"

Welgelukzalig zij, die zulk een Zaligmaker nodig gekregen hebben en derhalve met de dichter mogen uitroepen :

Heer', wat zult Gij mij toch geven? Geef mij Jezus of ik sterf. Buiten Jesus is geen leven. Maar een eeuwig zielsverderf!

Ziet, wanneer Jesaja daar, vele eeuwen voor Christus' komst, dat grote heilsfeit mag aankondigen, dat de hemel vervullen zou met gejuich en verrukking en de hel zou doen sidderen op haar fundamenten, roept hij uit in vervoering : Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven !

Het waren toen donkere dagen, ja donkere eeuwen voor Kerstmis. De stormwind van Gods toorn blies door de zeilen van het scheepke der Oudtestamentische Kerk. De van de dienst des Heren afkerige Achaz regeerde en het volk stapelde zonde op zonde. En de kinderen des Heren klaagden : Wachter, wat is er van de nacht ?

Maar de profeet, die daar bij de gratie Gods staat op de vóórplecht van het schip als een man op de uitkijk, ziet aan verre horizonten, dwars door de stormnacht heen, een geweldig licht stralen. Door de Geest des Heren verlicht, aanschouwt hij hoe de Here de eeuwenoude belofte heerlijk vervult en een nieuwe dag doet aanbreken, en dan roept hij in diepe zielsontroering : , , Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien." Daar ziet de Godsman dan van verre de belofte vervuld van het Vrouwenzaad, de Zaligmaker, Jehova Tsidkenu, de Here onze gerechtigheid ! Dat is het antwoord van Boven op het Adventsgebed der eeuwen : Ach, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij wederkwaamt! Mochten ook wij Hem op dit feest leren kennen en Zijn genade deelachtig worden in de persoonlijke weg van geloof en bekering ! Opdat wie zichzelf bij ontdekkend Geesteslicht leerde kennen als ten enenmale verloren en vervloekt in zichzelf door de Wet Gods, in dat Vleesgeworden Woord door genade moge roemen en God verheerlijken.

Een Kind is ons geboren! — Hij, die „het" Kind is, komt als , , een" kind, want Hij wordt geboren, zegt Jesaja. Rijk Evangelie ! Een reine, gegeven uit een onreine, leven uit de doden ! En zo ziet dan dit woord op de menswording van de Middelaar, op Hem, die de schuld Zijns volks als Verbondshoofd kwam betalen.

En voor wie is Hij dus geboren ? „Voor óns", zegt Jesaja. Dus voor de Kerk aller tijden, voor de grote schare van zondaren, die zalig wordt, voor de duizendmaal duizenden, die door de Vader der eeuwigheid aan de Zoon gegeven zijn. Voor óns, dat wil dus zeggen : Voor de laatste zondaar, die daar nog zal worden toegebracht tot de bruidsgemeente des Lams. Daarom dringe deze vraag ook op óns aan : ook voor mij ? Het blijft een persoonlijke zaak. Want de genade is particulier. Er is geen algemene verzoening. Maar wel is daar de roeping. Daarom wordt het Evangelie, gepredikt. En de genade wordt geschonken aan hen, die de grote Schuldeiser hebben leren kennen en bedroefd naar God, voor de grote vraag kwamen te staan, hoe een doemwaardig schuldenaar voor een rechtvaardig God verschijnen moet. Het is voor de armen en nooddruftigen. Van nature is niemand arm en de Here moet de Zijnen altijd eerst arm maken en hen er buiten zetten, opdat zij uit de volheid van Christus genade voor genade zullen ontvangen.

Maar dan ook : Een Zoon is ons ge­geven ! God gaf Zijn eniggeboren Zoon. Hij gaf het hoogste, het liefste, het heerlijkste, wat Hij had. God gaf God. God gaf Zichzelf. Hier is de genade-gift, die alle andere omsluit. Daarom slaat dit woord ook vooral op de Godheid van de Here Jesus Christus : God uit God en Licht uit Licht, zoals de oude belijdenis zegt. En weer vragen wij : Voor wie? Voor een volk onder alle hemelstreken en in alle eeuwen, van het begin der wereld tot het einde, dood liggende in zonden en misdaden, voor hen, die het met God eens worden, dat de hemel naar recht voor hen gesloten moest blijven, voor een volk van ellendigen! Loof den Here mijne ziel en zing met de engefen mede : Ere zij God !

Hier hebt gij het Woord. Dat is de grondslag, het fundament. Die waarlijk aan zijn doodsstaat, schuld en onmacht is ontdekt, die in het geloof op het Woord mag zinken, hij moet een Borg en Middelaar hebben, in Wie alles is te vinden. En dan kan hij hier terecht bij Hem, die is waarachtig God en waarachtig, rechtvaardig mens, Immanuël, God-met-ons !

„En de heerschappij is op Zijn schouder", gaat Jesaja voort. Hij is de Koning van Zijn Kerk, Wien alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Maar eerst komt het borgtochtelijk lijden. Daardoor verwerft Hij de gave des Heiligen Geestes. En die gewassen zijn in Zijn dierbaar bloed, ontvangen nu ook genade, Hem als Koning te belijden. Daar is wat voor nodig ! Want van nature zijn ze zo weerspannig als de anderen. Maar God bekeert ze, zodat zij, gewillig gemaakt, zich voegen onder Jezus' Koningsheerschappij. Dit is de ware vrijheid der kinderen Gods. Jesaja ziet, hoe deze Koning zal heersen in het midden Zijner vijanden en macht heeft over de hel. Welk een voorrecht, als zulk een vijandig mens als gij, van harte tot Hem bekeerd, zeer gewillig moogt geworden zijn op de dag Zijner heirkracht! Want alle heiligen des Heren hebben leren roepen : , , Here, bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn", en al gaat het dan door afgronden van benauwenis heen, de Here Jesus Christus gééft bekering aan de smekende ziel, want hoort Zijn heil- en troostrijk woord: „De heerschappij is op Mijn schouder".

En dan komen de vorstelijke namen, juwelen van kleurschittering, als in een diadeem gevat door de Heilige Geest, die ze koos, om ze te doen glanzen om het hoofd van Bethlehems Kindeke.

De eerste naam is : „Wonderlijk". Deze flonkert als de schoonste diamant in Jezus' Middelaarskroon. Want Hij is bet Wonder Zélf. Wonderlijk is Zijn geboorte, „een rijsje, voortgekomen uit de afgehouwen tronk van Isaï". Wonderlijk : Ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria ! Hij is het Wonder der openbaring van alle deugden Gods. Hij is de Blinkende Morgenster, Bruidegom van 't duurgekochte Sion, Borg voor insolvente bankroetiers. Wonderlijk, daar Hij Zich bij de Zijnen onmisbaar maakt als een volkomen Zaligmaker. Kent gij Hem door een geschonken geloof als „Wonderlijk"? Kent gij die Tweede Adam? Hebt gij reeds genezing gevonden voor uw hartewonden bij déze Medicijnmeester? Heeft Hij u gered van de eeuwige dood? Niemand kent Hem, dan een ieder, die verbrijzeld onder het recht Gods is doorgegaan. Hoe wonderlijk is Hij, hoe lieflijk, hoe begeerlijk, in al Zijn ambten en bedieningen ! In heilige opgetogenheid zingt de bruid in dit profetisch woord van haar Bruidegom. Zalig, wie er kennis aan heeft ! Zalig, wanneer Hij, wiens naam Wonderlijk is, Zich door Zijn Geest een verslagen en behoeftig volk formeert en wanneer Hij overkomt met de verzekering : , , Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde". Dan zeggen ze : Here, Uw Naam is Wonderlijk.

De tweede is „Raad". Want Hij is het Eeuwige Woord. Daar lag de wereld, radeloos in schuld en vloek. Wie kon raad geven? God alleen. Daarom is de naam van deze Jesus : Raad, Raadbrenger. Raadgever voor allen, die aan zichzelf zijn doodgelopen. Want blind in Adam voor zijn waarachtig behoud, zal een mens van nature die „Raad" Gods verwerpen. Hij is verstrikt en gevangen in Satans „raad", van het Paradijs af aan. Maar begenadigd de zondaar, die het uit ondervinding mag hebben : , , Gij hebt mij overreed en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest en hebt overmocht". Want als des Heren Geest zulk een mens onderwijst en overtuigt van zonde en de schrik des Heren hem kennen doet, hem bewegende en óverbuigende tot geloof, wordt de Here Jesus zulk een ziel : „Wijsheid van God". Wereld en vlees met hun vermeende wijsheid, die dwaasheid bij God is, maken slechts rampzalig. O, gezegende Raad der eeuwige liefde, die onweerstandelijk leert luisteren naar het hemels getuigenis : „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welken Ik Mijn welbehagen heb. Hóórt Hem !"

En dan die geweldige naam : Sterke God. Een woord, een naam, een donderslag gelijk ! God en niemand meer. Die de hel komt verpletteren. Worden wij aangevallen. Hij is een Schild. Wie kan onze noden vervullen, onze lasten dragen, onze verdrukkingen licht maken, onze vijanden verwinnen, dan Hij, Wiens naam is Here der heirscharen? Wie stond naast Paulus, toen hij tegen de wilde beesten vocht? Wie naast Maarten Luther op de Rijksdag? Wie, schraagde de martelaren, die zongen, of ze ter bruiloft gingen? Wie brak de zwaarste zondeketenen? Hij alleen. Die zich tegen Hem verhardt, zal geen vrede hebben in eeuwigheid en bezegelt zijn doodvonnis. Maar zalig, die door Zijn opzoekende liefde gans verwonnen en vertederd, neerzonk aan Zijn doorboorde voeten, de macht Zijner liefde prijzende !

Dan deze naam : Vader der eeuwig­ heid ! Dat wil zeggen : Eeuwige Vader ! Hoe verheven getuigt de Schrift van de eeuwigheid des Zoons : , , Eer Abraham was, ben Ik". Hij is het Fundament der Zaligheid, de Sprinkader des eeuwigen levens. Met majesteit getuigt Hij van al Zijn volk : Ik schenk hun het eeuwige leven ! Daaraan kan de duivel niets veranderen. Is de Here Jezus voor u reeds geworden tot de Fontein des levens, de Levensvorst?

En tenslotte : Vredevorst! Niemand kan vrede schenken aan het gekwelde hart dan Hij alleen. Leeft gij reeds bij die vrede? Kent gij hem? Of hangt gij nog aan de schijnvrede van uw de zonde vergoelijkend gemoed ? Zonder Hem komt gij er nooit. Met minder kunnen wij niet toe. Van die vrede zingen de engelen van Gods Kerstoratorium in de Kerstnacht, 't Wil wat zeggen, die vrede persoonlijk te mogen smaken door de toepassing des Geestes, die het alles uit Christus neemt. Dan — ondanks onze zwarte zonden — roept de Here: , , Komt tot Mij !" En deze stem wordt sterker dan al de tegenwerpingen des duivels, sterker dan al de klachten van het aangevochten gemoed, sterker dan de donder van Sinaï. Dan verkrijgen de stem en het Woord des Heren ingang. En als men zegt : Ben ik er niet te verdorven voor? Hoe mag ik het wagen? Hoe durf ik geloven? Maar Hij weet alle dingen. Hij is meerder dan het hart. In onszelven verdoemt ons alles ; maar zullen we dan de duivel het laatste woord geven? Want die wil ons verre doen blijven van de vrije genade. Maar Christus zegt: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Zouden wij de Here niet vertoornen, door geen vertrouwen in Hem te stellen? O, laat ons dan op Christus steunen, als wij, door onvrede gemarteld in ons binnenste, twijfelmoedig vragen : Is het voor mij? Want de wereld gelooft gemakkelijk en spoedig. Maar Gods kinderen zijn vaak zeer bekommerd en die het meest begenadigd zijn, hebben soms de zwaarste strijd en zijn spoedig verschrikt. Kom dan als een ter dood veroordeelde, kom met het vonnis in de hand, kom als een onwaardige, kom met ledige handen en gij zult gewis rust vinden bij de kribbe van die Vredevorst, zeggende met tranen : Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp !

Namen flonkerden ons tegen in bovenaardse glans, namen, door de Heilige Geest aan de Here Jezus ontleend. In al die namen liggen weldaden van Christus besloten ; en elke naam is een opzicht aan 's Heren persoon en werk, dat gij voor uw eeuwige zaligheid niet kunt missen.

Hoe is het? Kent gij Zijn Naam nog niet? Bezit gij die Christus reeds als uw enige Troost in leven en in sterven? Zijn Naam is het licht en het leven. Make de Here door Zijn Geest u dan werkzaam in het gebed, opdat Hij Zichzelven in Zijn onuitsprekelijke rijkdom aan uw ziel bekend make. Dan looft en prijst gij eerlang het Kindeke, gelijk Simeon, die het op zijn armen nam en God verheerlijkte in Zijn tempel. Dan zijt gij de Zijne en Hij is de uwe.

Dan is het Kerstfeest !

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERSTFEEST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's