WONDERLIJKE OPVATTINGEN!
In het maandblad van de Ned. Herv. Gemeente te Dronrijp, hetwelk staat onder redactie van ds. Oosterhuis vond ik een artikel , , Christendom en Vrolijkheid", waarvan het eerste gedeelte luidt als volgt :
Christendom en Vrolijkheid.
Terwijl ik bezig ben de copy voor dit nummer van , , Tsjerke en Toer" in gereedheid te brengen, dringt kermismuziek tot mij door. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af ; als vanzelf hebben zij de neiging mee te deinen op de tonen van draai- en zweefmolen, 't Is „Rypster merke".
Mijn gedachten dwalen verder... . Typisch denk ik dan, dat Christendom en vrolijkheid naar het oordeel van sommigen onverenigbaar zijn, dat zij onverzoenlijke tegenstellingen voor hen vormen. Eigenaardig, dat amusement door velen uit den boze wordt geacht.
Is men, als men daar zo over denkt, niet wat heel erg uit de koers geslagen ? Is het Bijbels, als men deze opvatting is toegedaan en dienovereenkomstig leeft ? Tussen haakjes : theorie en practijk lopen wel heel uiteen, zo niet des Zondags, dan wel op de andere dagen der week !). Verschilt men dan niet hemelsbreed van die beroemdste èn vroomste van Israels vorsten, van koning David, van wie in de Bijbel wordt meegedeeld, dat hij — toen de Ark des Verbonds naar Jeruzalem werd overgebracht — deze onder gejubel en hoorngeschal binnenhaalde en toen huppelde en danste van vreugde ! (II Sam. 6 : 16).
Er zijn Christenen, die mij, als er vrolijkheid, gezonde vrolijkheid heerst, veel meer doen denken aan Davids gemalin Michal, van wie in hetzelfde, Schriftgedeelte vermeld staat, dat zij — toen zij de koning zag huppelen en dansen — hem in haar hart verachtte. Wonderlijke opvattingen toch. Heeft Jezus de vrolijkheid dan gemeden ? Bericht het 4e Evangelie niet omstandig, dat Hij zonder schroom en terughouding aan een bruiloft te Kana deelnam? (Joh. 2 : 1—11). Vinden wij ook maar ergens vermeld, dat hij feestvreugde veroordeelde ?
Het zij mij vergund naar aanleiding van dit schrijven op te merken, dat ik het een heel wonderlijke opvatting vind, als een dienaar des Woords de kermisvreugde van de wereld op één lijn durft te stellen met de heilige blijdschap van koning David, die voor de ark huppelde.
Had satan de hand in de kermisvreugde, de blijdschap van David was geestelijk.
Wonderlijke opvattingen ! Vreemde, vergelijkingen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1953
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1953
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's