De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GENADE GODS VERSCHENEN AAN ALLEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GENADE GODS VERSCHENEN AAN ALLEN

10 minuten leestijd

Want de zaligmakende genade Gods is, verschenen aan alle mensen. Titus 2 vs. 11

Vergeten van allen wordt Christus geboren, ja meer nog verstoten door allen : er was geen plaats in de herberg.

Jozef was arm, Maria werd veracht in haar positie, beiden waren vermoeid bij hun aankomst in Bethlehem. Zo brak een nacht aan van smart en zorg. Het Kind werd geboren, maar een kribbe was Zijii wieg. Er was geen gemak, om van weelde maar niet te spreken.

Dat is genade. De genade Gods is verschenen ! Wat begrijpen we weinig van de genade. Wij gevoelen er ook geen behoefte aan ! God vernedert zich zo diep — genade !

Zoals Christus geboren is in Bethlehem, zo had God het van eeuwigheid gewild, zo had Hij het door de eeuwen beloofd ! Het Kerstgebeuren zegt: God bemoeit Zich met mensen. In Bethlehem was het zoals het ook thans is : ieder had het druk met zijn eigen belangen. Maar zie : God kwam ! Er was niemand, die om deze genadegave Gods vroeg, of die vraag moest al reeds door de genade Gods in het hart zijn gewerkt. Niemand vroeg om Christus, maar God zond Hem.

Niemand vermoedde dat onze ellende zo groot was, dat Christus zó moest komen, dat Hij zó arm moest zijn. En toch kwam Hij zó. Niemand had een plaats voor Hem bereid, niemand had deze gave Gods verdiend. De genade is verschenen.

Als ge dit overdenkt, zeg dan tot uw ziel, christengemeente : Ik had nooit begrepen, hoe diep ik gezonken was door de zonde. Maar Jezus daalde dieper, voordat ik er iets van wist. Laat ik Gods genade bewonderen. Ik had nooit naar Hem gevraagd ! Maar Hij kwam op aarde, vóór ik Hem begeerde ! Is dat geen wonder ? Ik begeerde Hem niet, die verlossen kon. Ik heb ten aanzien van de komst van Christus geen enkele verdienste. Toch is Hij gekomen en hoe minder mijn verdiensten voor mij betekenen, des te groter werd Zijn betekenis. De genade verscheen — in de kribbe. In mijn leven was geen plaats voor geloof in genade, voor geloof in Christus. Voor alles was plaats in mijn leven. voor de zonde en voor de schijnvroomheid, maar voor Jezus was geen plaats. Toch kwam Hij, waar geen plaats voor Hem was : de genade Gods is verschenen. Ik wilde desnoods nog wel ontroerd worden door het verhaal van Zijn komst, maar Hem begeerde ik niet in mijn leven. Enig godsdienstig gevoel kon mij wel strelen, maar het geloof in Christus had geen bekoring voor mij. Toch kwam Hij : genade verscheen op aarde !

Christus werd dan geboren in vergetenheid en armoede en juist zo was Hij de Redder van zielen. De wijze waarop God in genade nederdaalde, was een zeer bijzondere. Tegelijk moest de wereld het weten : de genade is verschenen en door engelenmond werd de mare verkondigd en door mensenmond werd de boodschap verder verteld.

God laat ook nu nog de geboorte van Christus prediken. Jaar na jaar wordt het Kerstfeest gevierd. Eens is de genade Gods verschenen, om zo lang de wereld staat, nimmer te verdwijnen, ja om tot in eeuwigheid de oorzaak van zaligheid te zijn voor allen, die, geloven.

Hoe wordt de geboorte van Christus geheiligd aan de harten van alle verslagen zielen. Wat is het donker in de ziel, als de mens zijn eigen duisternis ziet. Nimmer hadden we zo onze ellende gezien, de zwartheid van onze zonde en de zwaarte van onze schuld, als toen Gods Geest het hart verlichtte door middel van de stem der wet. Nimmer zal (dat is de keerzijde) het ware geheim van de geboorte van Christus door een mens worden doorgrond, die niet aan zijn zonde en schuld werd bekend gemaakt. Wanneer we echter bij het licht van Gods Geest onszelf mogen leren kennen, wat is er dan een verwarring in de ziel : Ben ik dat ? Die verwarring is groter dan destijds in Bethlehem! Hoe, zal ik bestaan voor de hoge God ?

Als er zulke zijn, die dit lezen, dan verkondigen wij u : de genade Gods is verschenen. Zoiets had ge nooit kunnen denken ! God zelf baant, neen baande een weg voor u, voor u, die zelf nimmer kon ontkomen. Ziet uw oog de geboren Verlosser ? Hem moet ge hebben — maar Hij is er. Ge moogt u daarin verheugen, als u maar bedenkt, dat u Hem persoonlijk moet ontvangen. Want uw schuld is niet weg, omdat Hij geboren is, doch alleen, als Hij voor u geboren is. Toch is het een bron van onuitsprekelijke vertroosting te mogen zien, in de duisternis van onze, zondekennis : daar is genade !

De genade Gods is zaligmakend, of duidelijker : , , heilbrengend". Laat uw oog zich verlustigen in Immanuël! Het geboren Kind kan verlossen van de zonde. Dat spreekt ü aan, die de last van uw zonde gevoelt. Hij kan verlossen. Blijf niet van verre staan, maar : kom en zie ! En geloof ! En gij, kind des Heeren, opnieuw met banden van zonden bezwaard : hier is uw Verlosser ! Blijf niet in uw afdwaling van uw Heere volharden, maar belijdt uw ongerechtigheid en ervaar Gods heilbrengende genade.

Hij verlost van de toorn Gods. Wij hebben die verdiend. Als ge dat niet kunt beamen, zal Christus u niet troosten. Wat een zaligheid hebt ge ervaren, toen in Hem, de hitte van Gods gramschap geblust bleek te zijn ! In de geboren Zoon is uw heil!

Heilbrengend: Hij verlost van de dood. Wat kunnen we dor zijn en doods. Zijt ge zo doods van binnen, terwijl ge zit te lezen ? Hij is : de genade, die heil (= redding) brengt. Kom leg uw hand op Hem — ja, doe het nu ! Aanschouw Zijn heilbrengende genade. Geloof in die geboren Christus ! Word verlevendigd in uw ziel! Hebt ge Hem nu aangegrepen? Moest de dood niet wijken en is uw hart niet vertederd geworden ?

Heilbrengend: Hij schenkt geloof. Klaagt ge over gebrek aan geloof, over gebrek aan vertrouwen op de Heere ? Zie de genade in het Kind van Bethlehem. Bidt om geloof te mogen oefenen, maar — bidt, niet twijfelende. Blijf toch niet in uzelf tobben : Christus is geboren !

Doolt ge al jaren rond zonder Christus te bezitten, terwijl ge toch naar Hem verlangt ? Gaat uw hart naar Hem uit, als Zijn schoonheid wordt voorgesteld ? Hoe komt het dan, dat ge Hem nog niet bezit, als uw Verlosser? Terwijl ge naar Hem en Zijn heilbrengende genade ziet, wordt uw oog toch niet afgeleid door iets anders ? Mag ik u de oorzaak van uw ronddwalen ontdekken ? Zult ge niet boos worden ? Ge wilt u niet laten verlossen ! Ge wilt deze genade niet aanvaarden ! En zo hebt ge niets en zo raakt ge al verder van Hem af. Vreest daarvoor maar gedurig, want we hebben een afwijkend hart. — Wilt ge het tegenspreken ? Ga dan, wat ik voor u schreef, eens voorleggen aan de Heere en vooral — wacht op een antwoord van Hem en antwoord uzelf niet!

De genade is verschenen. Het woord verschenen is hetzelfde woord als we gebruiken voor de zon, die is opgegaan. Dat is het nieuwe in. de geboorte van Christus. De genade is nu helderder dan tevoren. De zon ging op en de schaduwen vloden. Wij mogen meer zien van Gods genade dan de vaderen in het Oude Verbond. Beseffen wij dat voorrecht wel ? Wat Maria nog niet zag in Bethlehem, dat mogen wij weten. De zon der gerechtigheid verrijst. Eerst zag de hemel zwart, toen kwam het morgengloren en nu blinkt ze van goddelijk licht. Zo is het in de historie, zo gaat het ook in het zieleleven.

De genade is nu doordringender. De hele mens wordt er van vervuld. Het is al genade, waarvan ik leef. De wet der inzettingen maakte plaats voor de bediening des Geestes. Zo was het voor Israël, zo is het voor de ziel( die door de wet ontdekt, de openbaring van Christus verkrijgt. Hoewel wij onder het Nieuwe Verbond leven, hebben wij, die tot geloof gekomen zijn, ook verkeerd in de dienstbaarheid onder de wet van het vleselijk gebod. Wat waren we gevangen onder het , , doe dat!" van de wet. Maar nu bestraalt ons de genade ! Moogt ge het verstaan ?

Aan alle mensen. Heeft Paulus nu wel gelijk ? Is de geboorte van Christus heilbrengend voor alle mensen ? Als ge bedoelt, of alle mensen zalig worden : neen. , , Alle" moeten we dus niet letterlijk verstaan. Immers alle mensen weten er niet eens van ! Denk maar eens op Kerstfeest met deernis aan de heidenen en aan de ongodsdienstigen in ons eigen land ! Wat bedoelt Paulus dan ?

Het woord , , alle" geldt met een drietal beperkingen.

Eerste beperking. Aan allen, die onder het Evangelie leven, is de genade heilbrengend verschenen. Wat een verantwoordelijkheid legt dat op ! Hoe lang gaat u nu al ter kerk ? En nog onbekeerd ? ! Eén keer deze "boodschap horen of lezen, moest al genoeg zijn tot bekering. Hoe zwaar is onze schuld van ongehoorzaamheid. Hoe zal God het versmaden van Zijn Zoon, van Zijn genade wreken ! O, buig u toch voor Hem neer ! Rust niet voordat dit keerpunt in uw leven vandaag nog is bereikt! Het is een boodschap van genade. Laat dat u aansporen tot God te gaan met al uw onbekeerlijkheid.

Tweede beperking. Allen, Jood en heiden. Sinaï was alleen voor Israël, Bethlehem is ook voor de niet-Joden. Daar is geen onderscheid meer. Alle volken en rassen zullen delen in de genade, besloten in het geboren Kind. Derde beperking. Allen, d.i. allerlei mensen. Alle rangen en standen : oud en jong, rijk en arm, dienstknecht en heer. Meestal valt de nadruk op de arme, de dienstknecht, de slaaf, nu dus : de arbeider. Thans wil ik u bij de andere bepalen: de rijke, de heer, de werkgever. Hoe bezwaarlijk zal een rijke ingaan in het Koninkrijk Gods, heeft Christus, Wiens geboorte wij thans gedenken, gezegd. Het is echter niet onmogelijk. De genade is verschenen aan alle mensen, ook aan rijken en edelen : de zon is opgegaan. Zult ge de armen u laten voorgaan In het Koninkrijk Gods en zult gij buiten staan, rijk in de wereld, maar arm aan geestelijk leven ? Als ge gelooft in Christus, moogt ge uw rijkdom behouden, mits ge die goed besteedt (goed dan naar Gods oordeel en niet naar uw mening of naar die van anderen !). Maar ge moet arm van geest worden. Anders is Christus voor u tevergeefs verschenen — indien ook maar tevergeefs ! Laat uw rijkdom uw val niet zijn ! En gij die arm zijt, veracht de rijken niet, maar ziet veeleer voor hen de bezwaarnis om in te, gaan en bidt voor hen !

Tenslotte wil ik nog wijzen op het verband, waarin dit woord van de apos­tel voorkomt in zijn brief aan Titus. De tekst vormt daar een opwekking tot een godzalig leven. Gods genade is verschenen en onderwijst ons. Is de genade Gods zo groot, laat ons dan de zonde nalaten. Laat ons, die de genade in de ziel hebben, de hemel in het hart hebben ! Het Kerstfeest roept op tot aanbidding en daarom tot heiliging. Tot heiliging des levens aan allen. Gods geboden zijn er niet alleen voor de gelovigen, maar voor allen, want de genade is heilbrengend aan allen verschenen, en onderwijst ons, dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld, verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus, die zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid en zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. Amen.

Deze meditatie was eigenlijk bedoeld als Kerstmeditatie, doch kon door onvoorziene omstandigheden eerst heden geplaatst worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1953

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DE GENADE GODS VERSCHENEN AAN ALLEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1953

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's