ZIJN DAT KERKEN
Men spreekt wel van kerken en gemeenten onder al die afgescheidene groepjes, zelfs voegt men daaraan ook nog een of ander Christelijk of Gereformeerd toevoegsel toe.
Alsof het zo maar vanzelf spreekt, dat een groepje ontevreden mensen, die zich van de kerk afzonderen, naar eigen goedvinden een kerk kunnen vormen, ambten instellen en aanspraak mogen maken op het aanzien en de waardigheid der kerk !
Of dat dan niet vanzelf spreekt? Waarom zou dat zo maar vanzelf spreken?
Geef nu eens antwoord op deze vraag, gij, die zo gemakkelijk overloopt naar een of ander groepje of daarmede op zo goede voet staat.
Ja, ik weet wel, wat gij zeggen gaat: , , Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden". Wat dunkt u, is dit een woord om kerkjes te stichten?
In uw woonplaats is de kerk tegenwoordig en de kerkeraad zorgt voor een prediking overeenkomstig onze Gereformeerde Confessie, zult gij dan waarlijk in de Naam van de Heere Jezus Christus de samenkomst der gemeente nalaten en elders met een clubje vergaderen?
Er kunnen zich zonder twijfel verschillende omstandigheden voordoen, waarin twee of drie vergaderen in de Naam des Heeren en deze belofte van Christus nodig hebben om de vrijmoedigheid te vinden.
Wanneer het om een kerkelijke of ambtelijke handeling gaat, zal dat veelal in een noodtoestand voorkomen. En ook buiten een noodtoestand kan het zich mogelijk voordoen, dat enige Christenen saamkomen in de Naam des Heeren.
Doch zij, die kerkje willen spelen ter plaatse, waar de kerk is en waar het Woord wordt bediend overeenkomstig de belijdenis der kerk, kunnen zich waarlijk niet met recht op déze belofte des Heeren beroepen.
En dat kan zeker niet worden gestempeld met het merk : gereformeerd. Lees maar eens van het onderscheid tussen kerk en secte in Art. XXIX der Nederlandse Geloofsbelijdenis !
Het is dus zeer de vraag — indien ook maar de vraag — of die groepjes kerken ter plaatse, waar de prediking in overeenstemming met de belijdenis op de kansel wordt onderhouden, zelfs met recht kerk of gemeente worden genoemd ! Wij zijn van oordeel, dat zij zich wederrechtelijk als kerk aandienen en dat zij bij een overheid, die naar art. 36 der gereformeerde belijdenis wil regeren, ook geen erkenning zouden erlangen.
De belijdenis kent ook secten, die zeggen, dat zij de kerk zijn, en Calvijn spreekt afkeurend over dezulken. Zij missen de waardigheid en het aanzien van de openbaring van de Kerk van Christus.
Er wordt trouwens heel weinig gezien van zegen, die er van al zulke secten en scheurkerkjes uitgaat.
Hoe zou het anders kunnen, want men zoekt wel te schuilen achter een dekmantel der gehoorzaamheid, maar in werkelijkheid geschiedt heel wat van die scheuring in ongehoorzaamheid, om mensen te behagen, uit boosheid en om naar ambten te dingen, waartoe de gemeente, waartoe zij behoren, hen klaarblijkelijk niet bekwaam acht.
Ik ben niet hoogkerkelijk of bisschoppelijk en naar ik geloof, hangt het niet van de aanwezigheid van een pastoor of bisschop af, of wij als kerk kunnen vergaderen. Ik denk aan het oude voorbeeld. Stel een groep schipbreukelingen komt terecht op een onbewoond eiland, of op de kust van een onbekend heidenland, kunnen zij dan kerkelijke samenkomsten houden, een Dienst des Woords instellen, ouderlingen en diakenen benoemen, enz. ?
Zonder enige twijfel ja, en zij zullen dat zeker doen, als er slechts één of meer zijn, die bekwaam zijn om te leiden en te leren.
In die omstandigheden echter hebben zij alle reden om in de Naam des Heeren te, vergaderen. De onzichtbare Kerk, die in het verborgen in die groep mensen leeft, komt dan tot openbaring.
Op een dergelijk geval kan zich echter een groep ontevredenen, die een oefenaar volgt om de kerk te verlaten, niet beroepen. Zulke z.g. kerkjes gronden zich meer op de mensen dan op Christus.
Zij missen het aanzien en de waardigheid der kerk. Dat blijkt al heel spoedig in de bediening van het Woord. Overal, waar de Kerk des Heeren tot openbaring kwam, heeft zij grote zorg aan de dag gelegd voor de opleiding van bekwame dienaren des Woords. Onze vaderen zijn daarin niet achtergebleven. Denk maar eens aan de stichting onzer Universiteiten, welke de machtigste aandrang ondervond van de zijde der kerk terwille van de opleiding van predikanten.
Dat is ook altijd een gemeenschappelijke zaak geweest van de kerken, zoals ook de toelating tot het ambt niet bij een enkele plaatselijke kerk is geweest, maar bij de classicale vergadering of bij een hogere kerkvergadering. De scheurmakers beginnen echter maar en stellen maar iemand aan, die hun goed voorkomt, al heeft hij ook in het geheel geen opleiding gehad en al mist hij iedere singuliere gave, behalve zulke gaven, die met de heiligheid van de Dienst des Woords op gespannen voet staan.
Trouwens geheel de opvatting van het ambt bij zulke scheurmakende groepen is verre van Schriftuurlijk. Het heeft er veel van, alsof de ambten zo maar ter beschikking van de mensen staan.
Lees daarentegen eens, hoe de apostel Paulus in 1 Timotheüs 5 spreekt over het leven der gemeente en hoe hij voor God betuigt en de Heere Jezus Christus, en de uitverkorene engelen, dat gij, zegt hij, deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.
Als de apostel deze zaak zo ernstig neemt, hoe zullen de scheurmakers het dan voor God kunnen verantwoorden, dat zij haar niet ernstig nemen en bij voorkeur met vooroordeel en naar toegenegenheid te werk gaan?
Er zijn tegenwoordig geesten, die het ambt van zijn bijzondere orde en autoriteit beroven door het uit het ambt der gelovigen af te leiden instede van het als goddelijke ordinantie te eren.
Als het zó zou zijn, zou het ambt in de gemeente niets bijzonders en ook geen autoriteit in de gemeente hebben.
Men zal trouwens uit de Schrift niet kunnen verklaren, dat de ambten uit het ambt der gelovigen zijn opgekomen.
Doch ook, indien dit zo ware, houden wij het er voor, dat de scheurmakers ook het ambt der gelovigen niet ernstig nemen en al even weinig als hun handelingen mét het ambt kunnen verantwoorden voor God.
Het ambt is aan de kerk geordineerd. De kerk heeft er over te waken. En de scheurmakers hebben derhalve aanleiding om te overdenken, of zij van Godswege over de ambten mogen beschikken, die de Heere aan Zijn gemeente heeft geordineerd en toebetrouwd.
Ziedaar, welke vragen er voor de dag komen als men gaat spreken van het aanzien en de waardigheid der kerk. Misschien kan het zijn nut hebben de scheurmakers er op te wijzen dat zij grotelijks gevaar lopen instede van zuivere kerken op te richten, roof te plegen aan de kerk, die zij verlaten, inplaats van te bidden voor haar gene
s.
ERRATA.
EEN GEVOELIG PUNT (Zie vorig nummer), blz. 395, Ie kolom, ongeveer in het midden :
Maar ik vraag dit ook niet en zij ook niet, lees : Maar ik vraag dit ook niet en zeg ook niet.
Voorts moet ds. A. M. Boeijenga zijn : ds. A. M. Boeiginga.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1953
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1953
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's