De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

11 minuten leestijd

GELIJK ALS IK MET MOZES GEWEEST BEN, ZAL IK MET U ZIJN, IK ZAL U NIET BEGEVEN EN ZAL U NIET VERLATEN Jozua 1 vers 5b.

Deze woorden roepen ons in de geest naar de velden van Moab, aan de grens van Kanaën. Israël heeft de woestijnreis volbracht, Mozes is gestorven én Jozua ziet zich geroepen, aan het hoofd van het volk, de strijd om het ïand der belofte te voeren. Moeilijk is de taak die Jozua wacht, doch de Heere openbaart zich aan hem en belooft hem Zijn ondersteunende tegenwoordigheid. Aan zulk een toezegging bestaat voor Jozua wel behoefte. Met welke kostelijke en uitnemende gaven hij zelf ook gesierd zij, de taak die hem wacht moet moeilijk genoemd worden en het is te verstaan, dat Jozua opziet tegen de roeping, waarin hij nu gesteld wordt; dat hij met huivering denkt aan de toekomst die hij tegengaat. O, hij heeft zo dringend behoefte aan een woord van bemoediging. Of zou het niet onnatuurlijk moeten genoemd worden indien het imders geweest ware? Inzonderheid ook als hij let op de taak, die hem als Israels leidsman staat te wachten. In zekere zin is die taak nog moeilijker dan die van Mozes. Deze, man Gods had het volk uit Egypte geleid en verder door de woestijn, 40 jaren lang ; met vele moeilijkheden had ook Mozes moeten worstelen, doch Jozua ziet zich geroepen het volk straks in Kanaan te brengen. De bezwaren komen nu eigenlijk eerst aan, want vóór zij de voet in het ïand der belofte kunnen zetten, moet hij met al dat volk de Jordaan over trekken. De rivier ziet hij vóór zich met haar snelvlietende stroom, de rivier, die in de tijd van de oogst vol water is tot aan de oevers. Bovendien — en dit weegt zeer zwaar — aan de overzijde tan de Jordaan wonen de volken, die thans nog Kanaan bezitten. Die volken Kijn machtige, strijdbare volken. Zij zijn niet zo maar opeens te overwinnen. En toch moet dat geschieden ; al die volken moeten uit hun bezittingen verdreven worden. Veel bloed moet er vloeien, eer dat alle vijanden verjaagd zijn en Israël zijn erfenis in vrede en rust kan aanvaarden. Dat alles overdenkt Jozua ; hij wendt zijn blik naar die toekomst en als hij dat doet, dan rijzen daar bergen van bezwaren op voor zijn zielsoog, dan vraagt hij zich af: Wie is tot deze gewichtige dingen toch bekwaam? Dan heeft hij behoefte aan een woord van bemoediging. Welnu, dat ontvangt hij van Hem, Die alleen in staat is om nevelen en wateren voor het zielsoog weg te vagen.

Welnu, tot de zoon van Nun, Jozua, spreekt de Heere : Mijn knecht Mozes is gestorven, zo maak u op, trek over de Jordaan, gij en al dit volk, tot het land dat Ik hun, de kinderen Israels, geef. Gods belofte, aan de vaderen gedaan omtrent Kanaan, zal nu spoedig werkelijkheid worden.

De Heere spreekt nu niet meer.

Hebben ook wij geen behoefte aan zulk een belofte bij de aanvang van het nieuwe jaar? Wat zal het dit jaar weer zijn? , vraagt menigeen. Zal mijn huiselijk leven voorspoed of tegenspoed ondervinden? Zal de doodsengel onze woning binnentreden en uit onze kring dierbaren wegnemen, of zullen wij gespaard blijven? Hoe zal het ons gaan als burgers van de Staat? Openbaren zich op het gebied van het staatkundige leven geen verontrustende verschijnselen? De zucht om elke band, die ons volk aan het Woord Gods nog bindt, los te snijden, wordt bij de dag duidelijker. En daarom hebben Wij behoefte aan een woord, dat op Nieuwjaarsmorgen, ja, geheel het jaar door tot steun en bemoediging kan zijn, behoefte aan dit Woord des Heeren: Ik zal u niet begeven en zal u niet verlaten.

Let er op, dat de Heere niet spreekt van het land, dat Hij geven zal, maar dat Hij aan hen geeft. Ja, alsof het reeds geschied ware, alle plaats, waarop iedere voetzool treden zal, heb Ik u gegeven. En dan toont de Heere aan Jozua geheel dat land, dat Israels erfdeel worden zal.

De Heere geeft dus aan Jozua de verzekering, dat Hij Zijn belofte gestand doen zal. God is een waarmaker van Zijn belofte. Vijanden zullen zich tegen Jozua en de zijnen verzetten. Bloedige tegenstand zullen ze breken. Doch niemand zal voor uw aangezicht, o Jozua, bestaan al de dagen uws levens. Ziet gij tegen de strijd, tegen de toekomst op? Ontzinkt u menigmaal de moed, als gij overweegt hoeveel er van u wordt gevraagd? Wees sterk en heb goede, heb zéér goede moed ; Gelijk als Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet begeven en zal u niet verlaten.

Hoe heerlijk, zulk een woord te mogen horen ! Deze belofte is toch zo rijk van inhoud ! Zij herinnert Jozua ten eerste aan de onveranderlijkheid des Heeren.

Gelijk als Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. De Heere was met Mozes geweest, geheel zijn leven door, van de wieg tot aan het graf, in zijn kinderjaren, als jongeling, als man, in leven en sterven. God is altijd dezelfde. Heden en morgen zal Hij met Jozua zijn, gelijk gisteren met Mozes. Jozua's God is gisteren en heden dezelfde tot in eeuwigheid. Méér nog. Deze belofte herinnert de knecht des Heeren ook ten tweede aan Gods goedertierenheid. Gelijk als Ik met Mozes geweest ben, zo zal Ik met u zijn. God is met Mozes geweest en belooft met Jozua te zullen zijn. Welk een heerlijke belofte ! Niet maar zegt de Heere zijn dienende Jozua toe, dat hij op de hulpe der engelen mag rekenen. Nee. Hijzelf zal met hem zijn. Jozua, ook u ziet de Heere aan in Christus, die aan het kruis klaagde: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten —opdat ook gij tot God zoudt genaken en nimmermeer van Hem verlaten worden. Is rijker, inhoudsvoller belofte denkbaar? Dit woord bevat alles, wat een zondaar tot waarachtig heil behoeft. Als de Heere, in Zijn goddelijke Persoon om en bij ons is, behoeven wij immers, in dure tijd, noch hongersnood, in de grootste smarten, noch felste beproevingen, niets te vrezen. Gods volk kan en mag in de Heere gerust zijn. Maar deze belofte herinnert ons ook ten derde aan des Heeren macht en trouw. God geeft niet alleen aan Jozua de toezegging dat Hij met hem zal zijn, maar Hij voegt er nog aan toe : Ik zal u niet begeven, Ik zal u niet verlaten.

Het woord „begeven" doet ons denken aan soldaten, die in de strijd verslappen, wanneer moed en kracht him ontzinken, tengevolge waarvan zij de vijand geen weerstand kunnen bieden. Door „verlaten" is een andere gedachte uitgedrukt. Het wijst op iemand, die wel bij machte is u met raad en daad bij te staan, maar zulks weigert en moedwillig zijn hulp aan u gaat onttrekken. Wanneer de Heere alzo aan Jozua belooft dat Hij hem niet zal begeven en verlaten, dan vinden wij daarin de verzekering, dat het Hem niet aan macht ontbreekt, zodat Hij zijn knecht zou moeten begeven en dat Hij tevens de getrouwe is, die hem ook niet

wil verlaten. Rijke belofte, waardoor de Heere Zijn dienaar Jozua herinnert aan Zijn macht, waarmede Hij hem kan ondersteunen, en aan Zijn trouw, tengevolge waarvan Hij hem niet zal begeven.

Als Jozua dan straks over de Jordaan komt met Israels duizenden en de vijand tegenover zich vinden zal, dan mag hij rekenen op de steun van Hem, die de almachtige God is, in Wiens ogen de volken der aarde even nietig zijn als een droppel water aan de emmer en als een stofje, dat de meest gevoelige weegschaal onbewegelijk doet blijven, dan mag hij het weten : Die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn.

Gods trouwverbond is waarborg voor de vervulling dezer belofte. Jozua's gedrag zal niet van die aard zijn, dat het hem op Gods trouw mag doen rekenen. Jozua, hoezeer ook een toonbeeld van Gods genade, blijft toch een mens, een zondaar. Ook hij loopt gevaar af te wijken ter rechter- en ter linkerzijde. Zijn zonde zal echter Gods verbond .niet kunnen vernietigen. God zal zich de getrouwe betonen, door hem op al zijn wegen te volgen en hem niet te verlaten. Inderdaad, een heerlijke belofte, een toezegging, waaraan Jozua geheel zijn leven zich mocht vasthouden, die hem al de dagen zijner vreemdelingschappen tot troost en bemoediging kon wezen en zulks ook zonder twijfel geweest is.

Steeds is hij in de waarheid van dat woord bevestigd ; zo kennelijk toch is zij aan hem vervuld. Straks gaat Jozua de Jordaan over. Jericho's muren vallen op zeer wonderlijke wijze. De tocht door het land der belofte is een ware zegetocht geworden. De Heere was met hem, en wie zou dan tegen hem zijn !

Kent gij, lezer, de troostrijke kracht dezer belofte? Die kent alleen de mens, die voor zijn kleinheid, afhankelijkheid, machteloosheid oog kreeg. Want, zegt Paulus : als ik zwak ben, dan ben ik machtig. Want als ik zwak ben, vertrouw ik niet meer op eigen durf, wijsheid, moed, sterkte en lichaamskracht, maar verlaat ik mij op Gods belofte : Ik zal u niet begeven, Ik. zal u niet verlaten. Welk een troost dan te mogen geloven : de Heere onze Bondsgod. zal met ons zijn. Houdt u dan aan dat woord vast; tuurt u niet blind op de onzekere toekomst van dit jaar, maar islaat het oog naar de bergen, neen, boven de bergen, naar de hemel, naar uw God, die in Christus uw Vader is. Hij zal met u zijn, uw paden effenen, ook in het nog onbekende jaar. Maar Hij weet ook wat gij dit jaar nodig hebt. Hem is alles bekend wat u treffen zal ; uw geschiedenis, die nog voor u ligt. Is in Zijn Raad vastgelegd. Hoe troostvol, onze Regeerder en Koning, tevens onze God, die met ons zijn zal. Maar, let wèl, Jozua ontving niet de belofte, dat er zich geen bezwaren zouden voordoen op zijn verdere levensweg, maar alleen de toezegging, dat de Heere met hem zou zijn. Zo staat het ook met ons. Neen, het wordt ons niet toegezegd dat we dit jaar op ons levenspad gevrijwaard zullen zijn van doornen. Het tegendeel laat zich veeleer verwachten. Maar 's Heeren volk ontvangt de belofte, dat de Heere met hen zijn zal, dat de Heere hen niet zal begeven en niet zal verlaten.

Dat is genoeg. Als een kruis moet ge­ dragen worden, maar de Heere staat met Zijn ondersteunende genade bij, dan is dat genoeg. Dan kan elk kruis gedragen worden, elke vijand overwonnen worden. In het leven, maar óok in het sterven zal de Heere de, Zijnen niet begeven of verlaten.

Is dat niet bemoedigend?

Geen nood, zo wij dan maar staan onder de hoede van de meerdere Jozua, namelijk Jezus Christus. Gelijk Hij met Mozes is geweest bij de uitleiding uit Egypte en op de reis door de woestijn ; gelijk Hij met Jozua was bij de intocht in Kanaan en gedurende de strijd door hem gevoerd, zo zal Hij met ons zijn. Hij zal met ons zijn door de woestijn van dit leven ; met ons zijn, als wij komen voor de Jordaan des doods. Hij zal daar doorheen leiden en voeren in het Kanaan, dat boven is, waar Mozes en Jozua en al Gods volk eeuwig juicht voor Gods troon.

Gods volk is nu werkzaam met deze belofte, ja, met al de beloften, die het Woord bevat. Het pleit ook op deze belofte, vertrouwt er op ; zij leggen de hand op de belofte Gods : Heere, Gij hebt het zelf beloofd. En zij leren zich recht op dat Woord te verlaten, ook dit jaar. Dan alleen staan zij stevig en vast. Het worden waarlijk strijders Gods, die in Christus meer dan overwinnaars zijn. Ze weten het goed, dat het Israels God is die krachten geeft, van Wien het volk zijn sterkte heeft. Zij vertrouwen op die God, Wiens beloften in Christus zijn ja en amen en de rijke belofte, hun voorgelegd, mag hen gedurig sterken en stalen in hun strijd des levens, maar doet hen óok bidden :

Verlaat niet, wat Uw hand begon, o Levensbron, Wil bijstand zenden.

God geve u dit jaar veel te mogen leven en kracht te putten uit Gods beloften en Zijn eed !

G. den Duyn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's