De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERONTRUSTENDE FACTOREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERONTRUSTENDE FACTOREN

14 minuten leestijd

Zo luidt de titel van de brochure, welke dezer dagen verscheen over de vragen, aan de Synode door het Verband gesteld, welke als volgt wordt omschreven :

Inleidende beschouwing tot de „Vier vragen", aan de Synode gedaan door het Moderamen van het Verband van Herv. Geref. Ambtsdragers, gevolgd door de Vragen zelf, het Antwoord der Synode en een Slotbeschouwing naar aanleiding van het antwoord, door

Ds. H. Stolk te Scheveningen,

Ds. J. J. van der Krift te Ermelo.

Drukker-Uitgever J. Bout, Huizen.

„Daarom moeten wij weten, waar wij aan toe zijn", zo heet het op blz. 11 zeer terecht. Daarbij hebben niet alleen alle gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk belang, maar de ganse gereformeerde gezindheid, en de Hervormde Kerk niet het minst.

Het is toch inderdaad juist, dat er voorgangers zijn, die instemming betuigen met art. X van de Kerkorde — en desniettemin opvattingen huldigen, die, gemeten aan de gereformeerde belijdenis der Kerk, slechts ketterijen kunnen heten, welke een kerkformatie, die het aanzien en de waardigheid van de Kerk des Heeren in ere wenst te houden, niet dan tot haar schade' en oordeel kan laten gaan.

Het is mij trouwens een moeilijk te verklaren verschijnsel, dat de mannen, die op zo bijzonder verantwoordelijke post staan in de hoogste kerkelijke vergaderingen en colleges, dergelijke wantoestanden, die aan een ware opbloei van het kerkelijk leven niet alleen in de weg staan, maar dit, voor zover er nog sprake van kan zijn, ondermijnen, voor de Koning der Kerk, die zij zeggen te eren, kunnen verantwoorden.

Natuurlijk, moet de kerk de dwaalleraars op hun dwaling wijzen, ook in het belang van deze leraren zelf, zoals de schrijvers ds. Briedé in de mond leggen.

Ik geloof ook, dat de gereformeerde belijders in de Herv. Kerk, in sommige gevallen althans, te weinig spre­ken en getuigen. Laat zij er toch wel van overtuigd zijn, dat een gereformeerd belijder geen vrede kan hebben met het gebruik van het woord , , modaliteit" in een zin, die het onderscheid tussen orthodox en vrijzinnig in nevelen hult en de tegenstellingen — om een uitdrukking van de schrijvers dezer brochure over te nemen — „practisch legitimeert" (blz. 12).

Over de tegenwerping van ongeduld, welke de scribenten van de tegenstanders verwachten in verband met de tien jaren van het „bestand", spreek ik niet. Dat kan geen excuus zijn.

Ik ben er van overtuigd, dat ook de juiste kerkelijke methode veel geduld, verdraagzaanïheid en wijsheid zou eisen en wel gedurende langer dan tien jaren, maar dan zou men tegelijk vorderingen waarnemen. Bij de huidige methode wordt men slechts achteruitgang gewaar. De belijdenis der kerk wordt weinig of niet gehandhaafd en veel bestreden, zelfs niet eens op grond van haar inhoud, maar reeds alleen, omdat zij belijdenis is.

Het heeft er heus alles van, zoals de scribenten opmerken, dat degenen, die voor de belijdenis opkomen en voor haar kerkelijke functionering, , , voor de gevaarlijkste leden der Gemeente" worden gehouden, (blz. 13). In ieder geval zijn zij de minst gewenste leden.

Andere dingen beloofd, dan nu gehonoreerd worden, leest men op blz. 17.

Dat is een ernstige onderstelling! Eerlijk gezegd, is er toch aanleiding voor. Ik heb ook het gevoel, dat het anders is gelopen dan sommigen onzer hebben gedacht en velen hebben verwacht. Ik vraag mij zelfs af, of degenen die zo geijverd hebben in de jaren der bezetting, ook niet teleurgesteld zijn. Zo niet, zouden zij dus gewenst hebben, wat er thans van geworden is, dan is dat toch door velen niet begrepen.

Hebben zij zich ten aanzien van een zekere vrijzinnigheid misschien vergist, Ik kan mij niet indenken, dat zij een verroomsing zouden hebben willen bevorderen als thans schier ongehinderd voortgang vindt.

De scribenten van „Verontrustende Factoren" geven verslag van ketterijen, ketterse gebruiken, die ingang vinden, van verroomsing eet., en dat terecht. Met instemming halen zij o.a. een waarschuwend woord aan van dr. G. P. van Itterzon. (blz. 24/25). Ook terecht.

, , Waar is de wachter op Si ons muren, die de Kerk wakker roept? " vragen zij. Het is niet duidelijk, of dit een woord van de zo juist geciteerde schrijver of van scribenten is. Wellicht het eerste, en dr. v. I. kon in '43 zo schrijven. Maar als scribenten dat nu overnemen, is dat toch wat vreemd.

„De wachter op Sions muren? "

Verwachten zij een profeet? Hoe staat het dan met de verantwoordelijke leiding? Met de visitatoren-colleges? Zijn dat géén wachters?

Die wachters hebben niet de kerk wakker te roepen, maar te houden aan haar belijdenis. Als zij dat doen, zullen vooral de tegenstanders wakker worden — en dat is misschien één van de redenen, waarom zij het niet doen. Want er behoort moed en geloof toe. Moed en geloof. Dat is feitelijk één zaak.

Of zouden er misschien onder die wachters te veel zijn, die zelf vreemdelingen zijn in Jeruzalem en eigenlijk geen kennis hebben van het geloof, dat in de belijdenis aan het woord is?

Verder spreken de scribenten nog over het niet of althans te weinig presbyteriaal karakter, over de Raden en Commissies, over inschrijving van vrijzinnige lidmaten e.d.g., zonder twijfel ernstige aangelegenheden, die ook in onze kringen ernstige bezwaren oproepen.

Daarna komen de , , Vier vragen". Wij laten deze hieronder volgen en ook het antwoord der Synode daarop, om in een volgend nummer nog enige opmerkingen daaraan toe te voegen.

S.

DE „VIER VRAGEN".

, , Het Verband van Hervormd-Gereformeerde Ambtsdragers" heeft zich thans tot de Synode gewend met het navolgende schrijven, waarin opgenomen zijn de vier volgende vragen, terwijl het aan alle Provinciale en Classicale Vergaderingen, benevens aan allé kerkeraden der Ned. Herv. Kerk verzoekt, aan deze vragen adhesie te willen betuigen. Het schrijven luidt a.v. :

1. Acht de Generale Synode, dat de uitleg van de uitdrukking , , In gemeenscha.p met de belijdenis der vaderen (Art. 10 der Kerkorde), zoals o.a. prof. dr. A. A. van Ruler die gegeven heeft in een van zijn werken (dr. A. A. van Ruler, „De. Belijd. Kerk en de nieuwe Kerkorde", p. 34) inderdaad de juiste is, nl. dat „in gemeenschap met" impliceert ^) : , , In overeenstemming met" ?

. II. Acht de Generale Synode het niet haar roeping, dienaren des Woords, wanneer zij in woord en geschrift belijden dat, wat in strijd is met het gecodificeerde belijden der Kerk in hare belijdenisgeschriften, ernstig te wijzen op hun kerkelijke verantwoordelijkheid, om hun gravamen tegen de belijdenis in de daartoe in de Kerkorde aangegeven weg in te dienen?

III. Acht de Synode het niet een zaak van kerkelijke orde en fatsoen, dat bedoelde dienaren tot tijd en wijle, waar­ op de Kerk over deze gravamina zich zal hebben uitgesproken, daarover zwijgen in de uitingen van hun ambtsbediening en van hun publicatie's in de officiële en semi-officiële kerkelijke pers ?

IV. Acht de Generale Synode, dat de in versnelde mate voortgaande ontkerkelijking, separatie, en ontkerstening, voor een belangrijk deel mede het gevolg is van de onzekerheid, dubbelzinnigheid en tegenstrijdigheid der prediking?

Waar naar onze innige overtuiging het in de bovengenoemde vragen gaat om de eer en de verheerlijking van de Naam des Heren en de zaligheid van de ons toevertrouwde zielen (Hand. 28 —28), dringen de ondergetekenden bij u aan op deze vragen ingaand duidelijk antwoord.

HET ANTWOORD DER SYNODE.

Aan het Modeiamen van het Hervormd-Gereformeerd Verband van Ambtsdragers in de Ned. Hervormde Kerk, Frankenslag 118, 's-Gravenhage.

Waarde Broeders,

De generale synode der Ned. Hervormde Kerk bericht U, dat zij met belangstelling kennis nam van Uw schrijven d.d. Mei 1953, en dat zij hetgeen in dit schrijven aan de orde wordt gesteld, van bijzonder gewicht acht.

De generale synode is dankbaar, als blijkt dat de geestelijke opbouw der Kerk een zaak is, die vele van haar ambtsdragers zeer ernstig ter harte gaat.

Wat de vier door U gestelde vragen betreft, wil de generale synode het volgende antwoorden :

1. De generale Synode herinnert U er aan, dat bij de behandeling van artikel X van de kerkorde de uitdrukking „in gemeenschap met de belijdenis der vaderen" na een ernstige en diepgaande discussie gekozen werd (Handelingen der generale Synode, 1948, blz. 151, vgl. Handelingen 1950/51, blz. 1307 vlg), en zij is heden nog van oordeel, dat deze uitdrukking het meeste recht doet aan de betekenis en de functie van de belijdenis der vaderen. Het was en het is de overtuiging van de generale Synode, dat „in gemeenschap met" bevindelijker en mystieker is dan , , in overeenstemming met", hetwelk gemakkelijker intellectualistisch kan worden opgevat. „Gemeenschap" heeft bovendien het voordeel een Bijbels woord te zijn. , , Gemeenschap" omvat naar het gevoelen der generale Synode meer dan „overeenstemming". Het omvat de hele mens, naar zijn intellectuele zijde, maar ook met zijn hart en met zijn daad. , , Gemeenschap" wil tot uitdrukking brengen, dat de Kerk thans dezelfde Geest nodig heeft, die de vroeg-Christelijke en reformatorische vaderen verlichtte, en die het vroeg-kerkelijk en het reformatorisch belijden wekte. „Gemeenschap" wil zeggen : hartelijke instemming met het getuigenis des Geestes, dat de vaderen in het woord der Schrift hoorden en waarop zij in hun belijdenis antwoordden.

De generale Synode heeft er generlei bezwaar tegen te verklaren, dat , , in gemeenschap met" impliceert , , in overeenstemming met", indien met dit laatste wordt bedoeld een binding door het getuigenis van de Heilige Geest aan de religie van de belijdenis.

De generale Synode is er van verze­kerd dat, als de Geest zich roert in de Kerk, waarin naast allerlei, dat tot dankbaarheid stemt, nog zoveel dorheid en matheid is, zij de belijdenis der vaderen dieper zal verstaan en daarmee hartgrondiger zal instemmen. Maar ook, dat zij in verantwoordelijkheid voor hef heden, dezelfde dingen, die de vaderen spraken, op een andere, evenzeer in de Schrift gewortelde wijze, zal zeggen, daar immers elk tijdsgewricht zijn bijzondere, vragen en noden heeft.

Zo kan het de Kerk gegeven worden sommige zijden van het getuigenis van profeten en apostelen helderder te zien en kan zij door het verlichtende werk van de Geest haar belijdenis verrijken.

2. Het spreekt vanzelf, dat de generale Synode het bepaalde in ordinantie II, V, inzake het indienen en de behandeling van een gravamen, onontbeerlijk acht.

De generale Synode betwijfelt echter of de gezondmaking van de Kerk er wel door gediend zou zijn, indien ordinaritie 11, V zou worden toegepast op een wijze, gelijk die het Verband blijkbaar voor de geest staat. Het komt de generale Synode voor, dat de ziekte van de Kerk ernstiger is, dan uit uw schrijven zou kunnen worden opgemaakt.

Het indienen en behandelen van gravamina kan dan alleen het enige of althans het voornaamste middel zijn, waardoor de Kerk bij haar belijdenis bewaard wordt, indien het kerkelijk leven geregeld en normaal functionneerde. De Ned. Hervormde Kerk heeft echter sinds 1618/19 niet normaal gefunctionneerd ; een generale Synode werd na dien van Dordrecht tot 1945 niet gehouden. Want in een normaal kerkelijk leven langs de weg van het indienen en behandelen van gravamina tot uiting zou moeten komen, kwam sinds 1618/ 19, en vooral in de 19de eeuw, op ongeordende wijze tot openbaring. De verschijnselen van dit verval zijn in al de groeperingen der Kerk maar al te duidelijk.

Op het tijdstip, dat de generale Synode de kerkorde vaststelde, was zij zich wel bewust, dat er bijzondere wegen moesten worden ingeslagen om de Kerk terug te brengen tot de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, en zij wendde daartoe ernstige pogingen aan. Genoemd kunnen worden : de vele besprekingen in de officiële en semi-officiële kerkelijke vergaderingen, de velerlei bemoeienis van de kerkvisitatoren, de behandeling van het geschrift „Fundamenten en Perspectieven", de instelling van de commissie voor het richtingsgesprek, die de opdracht kreeg een herderlijk schrijven over deze, de fundamenten der Kerk rakende zaak samen te stellen.

De generale Synode is van oordeel, dat het thans niet de aangewezen Weg is, om de velen over de hele breedte der Kerk, die bezig zijn met de bezinning op de belijdenis van en die worstelen om een waarachtig verstaan van de Heilige Schrift, uit te nodigen hun gevoelens omtrent de belijdenis in de vorm van een gravamen bekend te maken.

Daarmee wil de generale Synode geenszins ontkennen, dat bepaalde duidelijke bezwaren tegen hoofdzaken van de belijdenis op zulk een wijze leden der Kerk kunnen vervullen, dat de behandeling hiervan ook thans langs de weg van ordinantie 11, V geboden is.

3. Wat uw derde vraag aangaat, oordeelt de generale Synode aldus : Indien ambtsdragers der Kerk bepaalde, duidelijke bezwaren tegen hoofdzaken der belijdenis hebben, zullen zij met het oog op hun herderlijke verantwoordelijkheid voor de gemeenten, bij het bekendmaken daarvan en spreken daarover voorzichtigheid moeten betrachten. Hoewel voor de rechte behandeling van een gravamen een voorbereidende bespreking ervan in samenkomsten en in de pers onontbeerlijk schijnt, zal dit toch met terughouding moeten geschieden, en de bezwarenden zullen zich zeker van het maken van propaganda moeten onthouden, zolang de zaak bij de kerkelijke organen in behandeling is en nog niet een eindoordeel werd uitgesproken.

4. De generale Synode is van gevoelen, dat de in versnelde mate voortgaande ontkerstening, seperatie en ontkerkelijking inderdaad voor een belangrijk deel mede het gevolg zijn van ernstige tekortkomingen der Kerk, die o.a. tot uiting komen in onzekerheid, dubbelzinnigheid en tegenstrijdigheid in de prediking.

Zij wil er daarnaast evenwel met nadruk op wijzen, dat ook omgekeerd de onmacht en het verzuim der Kerk zelve symptoom en gevolg zijn van verwereldlijking aldus verzwakt en verdeeld heeft de Kerk in meer dan èèn opzicht nagelaten om met kracht het Woord Gods te prediken op elk terrein van het menselijk leven.

De generale Synode moet er echter wel op wijzen, dat binding aan de letter van de belijdenis en formele uniformiteit in de prediking op zichzelf geen waarborg is voor het tegengaan van vervlakkende en ontbindende invloeden.

De gang van zaken in andere kerkgemeenschappen in Nederland, die van Gereformeerd belijden zijn, maakte dit in de voorbijgegane tientallen jaren tot op heden toe op ontstellende wijze openbaar.

De generale Synode is van oordeel, dat de actie van het Hervormd-Gereformeerd Verband niet zal blijken bij te dragen tot het tegengaan van verdergaande scheuring en ontkerstening. Laat ons toch bedenken, dat de weg tot genezing en opbouw der Kerk, die is gegeven in de vergaderingen der Kerk, nog slechts zeer aanvankelijk en zeer ten dele betreden is ?

Laten wij wachten en vertrouwen, dat God door Zijn Woord en Geest zo kan en wil werken in de ambtelijke vergaderingen, dat de Kerk wordt opgebouwd in haar geloven en belijden en dat de samensprekingen in de vergaderingen der Kerk er op een bijzondere wijze toe mee zullen werken, dat de Kerk, die in haar geheel aan de belijdenis der vaderen ontzonk, weer ontdekt en haar leert gebruiken als een steun en een staf ?

Aldus kan worden voorkomen, dat er eesn heilloze strijd zou ontstaan om de formalistische handhaving der belijdenis, een strijd, die zich zou afspelen in de voorhof, terwijl het heiligdom der Schrift daarbij gesloten zou blijven.

De generale Synode wekt de leden van het Hervormd-'Gereformeerde Verband en alle andere ambtsdragers der Kerk op, om zich met de inzet van al hun kracht te wijden aan de opbouw van de Kerk, langs wegen, die de kerkorde daarvoor aanwijst.

Als de mogelijkheden, die in de kerkorde liggen, niet worden aangegrepen, zal deze de Kerk niet tot zegen zijn. Als wij daarentegen de kerkorde gebruiken als een ons door God geschonken werktuig, zal zij de Kerk kunnen helpen te doen, wat God van haar verwacht.

De generale Synode wekt alle leden der Kerk op om zich de uiterste inspanning te geven in de dienst van Jezus Christus, profeet, hogepriester en koning.

Het zou er anders uitzien in de Kerk, als er meer geloof, ijver, liefde, gebed was. Er is reden de toekomst van de Kerk zeer ernstig in te zien. Het ware echter ongeloof wanneer wij een trieste toekomst als een noodlot over ons zouden laten komen.

Als het innerlijke leven der Kerk zou worden uitgeblust en de Kerk een onbetekenende factor zou worden temidden van het volksleven, is dit onze schuld.

God is getrouw, Hij laat niet één van Zijn woorden ter aarde vallen. Als de Kerk zich houdt aan zijn krachtig en levenwekkend Woord, zal zij gebouwd worden en het licht van het Evangelie laten schijnen, tot meer vertroosting dan thans het geval is.

Namens het moderamen der general» Synode:

w.g. H. J. F. Wesseldijk, praeses

Landsman, scriba


1) mede inhoudt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VERONTRUSTENDE FACTOREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's