De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BRIEF AAN MIJN VRIEND TE MEERSTAD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BRIEF AAN MIJN VRIEND TE MEERSTAD

9 minuten leestijd

Zuidstad, 4 Januari 1954.

Beste Jan,

Je begrijpt, dat er meer mensen deze brieven lezen dan jij alleen. Zo ontving ik al enige maanden geleden een brief van iemand, die nogal bezwaren had tegen het laatste deel van de brief, die ik je in de zomervacantie schreef. Ik had het daarin terloops over de evangelisatiekwestie en wees op de goede opkomst in mijn vacantieoord in tegenstelling met die in midden-orthodoxe gemeenten. Nu schrijft hij mij, dat hij in midden-orthodoxe gemeenten ook goed bezochte diensten heeft meegemaakt en zelfs avonddiensten. Hij vindt mijn opmerking dan ook een dooddoener en meent, dat deze de zaak niet in de kern raakt. Ik geef onmiddellijk toe, dat ik de kwestie der evangelisaties slechts terloops aanraakte, maar ik geef niet toe, dat de gemaakte opmerking geen waarde heeft. Het kan natuurlijk zijn, dat er sleur en gewoonte is in de goede opkomsten, maar dan is het nog een zeer goede gewoonte, want de apostel zegt : Laat ons onze onderlinge samenkomsten niet nalaten. Ik meen echter, dat in de opkomsten de belangstelling en het medeleven der gemeente valt af te lezen en het schijnt voor lieden der middenorthodoxie maar een moeilijke zaak te zijn om te erkennen, dat de opkomsten onder bondspredikanten vaak veel beter zijn dan die, onder anderen. Ik zie hierin geen bijzondere verdiensten van die predikanten, maar meen, dat hieruit blijkt, dat de eenvoudige schriftuurlijke prediking nog beslag legt op de mensen. Ik kan het alleen hieruit verklaren, dat verschillende bondspredikanten in het Westen des lands zulke flinke opkomsten hebben en dat in overwegend midden-orthodoxe gemeenten.

Aan de andere kant is het me niet onbekend, dat er vele lieden in onze kerk zijn, die een bondsprediking niet willen horen ; dat kan ook een kwestie van sleur en gewoonte zijn, dat kan ook een kwestie van bewuste overtuiging zijn. Ik heb echter de indruk, dat de briefschrijver niet zo goed met de middenorthodoxie op de hoogte is. Laat ik hem dan eens een voorbeeld mogen geven, hoe een dergelijke gemeente onderwezen wordt. In een kerkblaadje van zo'n gemeente verscheen een serie artikelen over bijbellezen. Daarin komen de volgende beweringen voor : Het is niet goed-christelijk om alles wat in de Bijbel staat zo maar klakkeloos Gods Woord te noemen, en te verdedigen tegenover , , niet-christelijken", dat je dat allemaal maar domweg moet geloven. De Bijbel is een menselijk boek waarin fouten en vergissingen voorkomen. Ik kan niet de waarheid hanteren in die zin, dat ik (in de vorm van de Bijbel) de waarheid open en dicht kan doen. De Waarheid, Jezus Christus zelf, spreekt mij aan (hanteert mij) door het door mensen eeuwen geleden opgeschreven getuigenis aangaande Hem, Zijn Leven en Werk. Dat de Bijbel toch het Woord van God is, ligt niet aan onze waardering, aan ons geloof of aan een eventuele onfeilbaarheid der bijbelschrijvers, dat ligt alleen aan God. Hij beschikt daarover.

Als God spreekt in mijn leven dan valt daar niet aan te tornen, dat is afdoende. Gods Woord mist het doel niet. Maar om te zeggen dat de Bijbel als boek onfeilbaar is, is een dwaling. Men, wil de onaantastbaarheid van het boek, de Bijbel, wel verdedigen met de tekst uit 2 Tim. 3 : 16 : „Al de Schrift is van God ingegeven". En men redeneert dan op grond van die tekst : ieder woord in de Bijbel is door God de H. Geest geïnspireerd, en dus als onfeilbare waarheid te beschouwen. , , Ingegeven" uit 2; Tim. 3 : 16 betekent niet : bij het op schrijven door de H. Geest gedicteerd. Wat is nu de inspiratie van de H. Schrift ? , , Dat wij geloven en verwachten dat God de H. Geest het door mensen opgeschreven woord van de Bijbel zal maken tot Gods Woord aan ons".

Het blijkt, dat deze beweringen op gespannen voet staan zowel met de Schrift zelve als met de belijdenis. De uitleg van inspiratie hier gegeven, is in strijd met wat we lezen in 1 Petrus- 1 : 20 en 21 : Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat i want nooit, is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. Art. 3 der Geloofsbelijdenis zegt dan ook : Wij belijden dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door menselijke wil, maar de heilige mannen Gods van de- Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken gelijk de Heilige Petrus zegt.

Deze beschouwing is ook in strijd met art. 5 : Alle deze boeken alleen ontvangen wij voor Heilig en Kanoniek, ont ons geloof naar dezelve te regelen, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En wij geloven, zonder enige twijfel, al wat in dezelve begrepen is, en dat niet zozeer, omdat de Kerk dezelve aanneemt en voor zodanig houdt„ maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn ; en dewijl zij ook het bewijs daarvan bij zichzelvea hebben, naardien de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn geschieden.

Deze beschouwing is ook in strijd met art. 7: Daarom verwerpen wij van ganser harte al wat met deze onfeilbaie regel niet overeenkomt, gelijk ons de Apostelen geleerd hebben : Beproef de geesten of zij uit God zijn (1 Joh. 4 : 1) alsook : Zo iemand tot u komt en deze leer niet medebrengt, ontvangt hem in uw huis niet (2 Joh. : 10).

De briefschrijver wil graag mijn mening vernemen over de kwestie der evangelisaties en dan speciaal op de Veluwe. Daar wil ik wel wat over zeggen, maar ik geloof niet, dat mijn antwoord hem zal bevredigen ; dat begrijp ik wel uit zijn brief. Maar dat neemt niet weg, als iemand mij wat vriendelijk vraagt, dan wil ik althans een poging wagen aan zijn verzoek te voldoen.

Laat ik beginnen te zeggen, dat het probleem der evangelisaties eigenlijk het probleem der Ned. Herv. Kerk is. Wat is de Kerk ? • Wat behoort daarin geleerd te worden ? Wat mag wel en wat mag niet ? Nu trachten de bondsmensen in hun optreden en handelen zich te laten leiden door de stelregel: de. Herv. Kerk is de Geref. Kerk der vaderen en daarin behoort geleefd en gehandeld te worden overeenkomstig de belijdenisgeschriften der kerk, omdat deze met de H. Schrift overeenkomen. Daarin moet geleefd en gehandeld worden volgens de lijnen neergelegd in de kerkorde van Dordrecht. Ik kan dat natuurlijk nu niet uitwerken, want dan kan ik wel tien brieven volschrijven. De markante punten zijn : zowel leertucht als levenslucht, zuivere bediening des Woords en bediening der sacramenten.

Nu wordt met alle gebrek en tekortkoming dienovereenkomstig gehandeld door de kerkeraden op de Veluwe. Maar nu komen daar mensen, die zeggen : we willen deze schriftuurlijke prediking niet. Ze blijven echter in gebreke aan te tonen, dat deze prediking : niet schriftuurlijk zou zijn. Is een kerk een verzameling van elk wat wils of hebben deze kerkeraden hun roeping te verstaan en te zorgen voor een zuivere en Schriftuurlijke prediking ? Of zou iemand durven beweren, dat dit niet de roeping dier kerkeraden is ? Wat nu ? Nu zit men in de moeilijkheden. Er is geen enkele reden, waarom de kerkeraad zijn roeping zou mogen verzaken. Men kan samen praten en trachten een oplossing te vinden. Ik geloof niet, dat dit gelukt is. Op twee plaatsen heeft de kerkeraad aan de evangelisatie een rechts-confessionele dominee aangeboden onder voorwaarde van opheffing der evangelisatie, maar men wees dit af. In een andere gemeente laat een kerkeraad dominees met gezangen van tijd tot tijd preken, maar evenzo vrolijk laat de oppositie op dezelfde uren dominees met gezangen optreden. Hieruit blijkt wel duidelijk, dat het verschil niet zit in een gezangvers, maar in de leer en de prediking. Het boven gegeven voorbeeld maakt dit toch ook wel duidelijk. Een kerkeraad, die zijn roeping verstaat, kan toch niet medewerken aan een leer en een prediking, die zij in strijd acht te, zijn met de waarheid ? Ook samensprekingen kunnen in deze m.i. de oplossing niet brengen. Ik heb ze ook wel eens meegemaakt, maar de tegenstellingen blijven. En dit is niet alleen op de Veluwe zo, overal zitten we er mee. In de grote steden mogen ze wat gecamoufleerd zijn, maar de tegenstellingen blijven. En als mijn briefschrijver eens de moeite wil nemen om zijn oren zo hier en daar te luisteren te leggen, dan zal hij kunnen ontdekken, dat de stemming der midden-orthodoxie tegenover de bondsmensen vaak niet anders dan als vijandig betiteld kan worden. In hoeveel gemeenten komt het niet voor, dat het feit, dat men tot de bond behoort, reeds voldoende is, om hem ongeschikt te verklaren voor iedere functie, en om hem links te laten liggen (behalve natuurlijk als het om de centen gaat). Het zal wel voldoende zijn om aan IJzendoom en Lunteren te herinneren. Ik heb gelezen, dat de kerkelijke instanties zich daarmede nu zullen gaan bemoeien. Ja, zo gaat het, eerst moeten deze ongerechtigheden aan bondsmensen aangedaan het hele vaderland door gebazuind worden, voordat de kerkelijke instanties iets horen. Maar, dat is heus niet nodig als de midden-orthodoxie wat overkomt !

Nu zal mijn briefschrijver mij tegenwerpen, dat ik mij maar niet moet beklagen, want, dat in een bondsgemeente de niet-bonder ook niet aan bod komt. Daar zit echter nog dit verschil in. In een bondsgemeente wordt een nietbonder gepasseerd, omdat men meent, dat de handhaving der zuivere leer enz. bij hem niet veilig is. Daar kun je het nu al of niet mee eens zijn, maar dat is een zakelijk argument. Maar in de midden-orthodoxe gemeente wordt de bonder gepasseerd tegen hun eigen overtuiging in, want daar zeggen ze wel : heel de kerk en heel het volk, maar ze doen er vaak niet naar.

Welke verantwoordelijkheid een kerkeraad voor de leden der evangelisatie draagt en blijft dragen ? Wel zij heeft ze te behandelen als alle andere leden der gemeente en in elk geval hen bij het huisbezoek ook trouw te bezoeken, zoveel als mogelijk is.

Mijn briefschrijver zal wel niet tevreden zijn, ik ben het ook niet, want ik wilde, wel, dat ik eén bevredigende oplossing kon geven, maar ik betwijfel of dit mogelijk is. Maar wat er in elk geval gedaan moet worden : predik het zuivere Woord, houdt aan tijdig en ontijdig.

Maar mijn brief is al weer rijkelijk lang geworden, ik ga eindigen. Met mijn hartelijke groeten en beste wensen voor 1954, al ben ik wat laat.

Dirk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BRIEF AAN MIJN VRIEND TE MEERSTAD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's