ONDERWIJS
Ondanks de geheel gewijzigde verhoudingen tussen de politieke partijen, komt het toch af en toe nog wel eens voor dat er weer zoiets als een stuk van de oude schoolstrijd voor de dag komt en dat het bloed kruipt, waar het niet gaan kan. Op-diep principiële basis komen de meningen nog wel weer eens openbaar. Enige tijd geleden hebt ge er iets van kunnen merken bij de oprichting van een landbouwschool in het Oosten van ons land. Dit zou een school zijn, ontstaan uit de algemene samenwerking der landbouwende bevolking. Tot zover schijnt alles nog wel gegaan te zijn, maar toen een bekwaam landbouwonderwijzer tot directeur van deze landbouwschool zou benoemd worden, toen botste het in de samenwerking ; het bleek namelijk, dat deze candidaat hoofd was van een Christelijke School. Wel was de zaak reeds zover in kannen en kruiken, dat bij de interne regeling plaats was ingeruimd voor gebed en bijbellezing, maar nu nog een Christelijk schoolhoofd, directeur, neen, dat was te kras.
Men heeft vroeger wel eens getracht ons aan 't verstand te brengen dat links alléén maar lette op bekwaamheid.
Heeft men dat in dit geval óok gedaan?
In de Kamer is dezer dagen weer een geval aan de orde geweest, al is 't dan ook van enigszins andere aard. Toch is het eigenaardig, dat het ook weer ging over het landbouwonderwijs. En wel in de Noord-Oost-Polder, echt een landbouwstreek in opkomst.
Reeds het vorige jaar was er op de Staatsbegroting 1953 een post geplaatst voor een rijkslandbouw-winterschool in de polder. Minister Mansholt was aanvankelijk van mening, dat er in deze nog groeiende streek slechts ruimte was voor een landbouwschool. Dit kon geen confessionele zijn, want over de godsdienstige grondslag van een dergelijke school was de bevolking het nog niet eens. En daarom dus maar een neutrale. Alsof de bevolking het daar dan wel over eens was.
't Is wel eigenaardig, dat er inmiddels nog geen rijkslandbouwwinterschool is gekomen.
Maar zonder dat er rijkssubsidie werd verleend hebben vele gelijkgezinden de handen ineengeslagen en een Christelijke landbouwwinterschool gesticht, die reeds een redelijk aantal leerlingen heeft. Echt een staaltje van voortrekkersgeest, dat doet denken aan de vele opofferingen, die ettelijke tientallen jaren geleden de voorstanders van het Chr. Onderwijs zich moesten getroosten voor de lagere scholen met de Bijbel.
Hoe moet dat nu verder ? Moeten deze mensen nu zó blijven doorgaan zonder subsidie en straks een rijksschool er naast zien verschijnen, die geheel uit de staatskas wordt betaald ? Dat zou toch al te gek zijn, tenminste midden 20ste eeuw. Er is toch ook nog zo iets als de pacificatiegedachte op onderwijsgebied, al is het dat deze gedachte nog niet het gehele onderwijs heeft doortrokken.
't Is te begrijpen, dat deze kwestie bij de landbouwbegroting van minister Mansholt ter sprake kwam. 't Bleek dat de minister er nu wel iets anders over dacht. Hij gaf toe, dat er in de toekomst in de Noord-Oost-Polder plaats zou zijn voor drie scholen, een Prot. Christelijke, een Rooms-Katholieke en een neutrale. Dat behoefden dan volgens Z. Exc. nog niet drie afzonderlijke schoolgebouwen te zijn. Hij stelde zich voor om te stichten een zogenaamde vleugelschool. Ik begrijp dat zo, dat er dan komt : een centraal gebouw met drie vleugels. Het centrum kan dan gebruikt worden voor de speciaal en uitsluitend technische vakken, terwijl de vleugels dan voor elke richting apart kunnen dienen bij het principiële en algemeen vormende onderwijs, dus bij het niettechnische gedeelte. Dat was al een hele stap vooruit. Uit een economisch oogpunt, zou hier veel vóór zijn. De R.K. afgevaardigde, de heer Engelbertink zag hier nog al bezwaren en pleitte er voor om in de toekomst drie, verschillende scholen te bouwen, met mogelijke samenwerking op het zuiver-technisch gebied.
Bij dit alles werd slechts één feit over het hoofd gezien, of liever er werd nog niet over gesproken. Er is namelijk al een school. Een Chr. landbouwwinterschool, die voortworstelt zonder enige subsidie.
Het was de A.R. afgevaardigde, de heer Van de Heuvel die dit argument naar voren bracht. Hij formuleerde het — volgens de verslagen in de dagbladen — aldus : De minister wil een vleugelschool. Die wil hij bouwen op drie zuilen - , een Prot. Christelijke, een Rooms-Katholieke en een Neutrale. Welnu de éne zuil is er al, begin nu maar vast deze te subsidiëren.
De heer Van de Heuvel diende nu een amendement in op de begroting, om de post voor rijkslandbouwwinterscholen met ƒ 1.— te verminderen en die voor bijzondere landbouwwinterscholen met ƒ 1.— te vermeerderen. Men begrijpt, dat het natuurlijk niet ging om die éne gulden. Het was slechts een symbolisch amendement. Zonder een bepaald bedrag te noemen, werd er mee aangegeven, dat de uitgetrokken gelden in de N.O. Polder moesten ten goede komen aan de bestaande Chr. School.
Kwam er dan ook nog een rijksschool, dan kon de minister dit altijd nog aanvragen bij suppletoire begroting.
Dit was alles wel heel duidelijk en wij zouden zeggen : het lag ook voor de hand.
Minister Mansholt, dit amendement besprekende, zeide geen bezwaar te hebben tegen Bijzondere Scholen, maar hij bleef toch staan op een concentratie van het gebruik ener te stichten school. Toch liet hij nog altijd in het midden, welke school hij nu zou subsidiëren en daarom gaf de heer Van de Heuvel geen gehoor aan de raad, om zijn amendement in te trekken.
Vertegenwoordigers van de P. v. d. A. en van de V.V.D. verklaarden zich tevreden met de mededelingen van de minister en hadden geen behoefte aan de voorstellen van rechts. De Communistische spreker zag maar weer versplintering opdoemen en zou tegen het amendement stemmen.
De R.K. afgevaardigde die ook in eerste instantie het woord gevoerd had, verklaarde dat hij vóór zou stemmen maar hij hoopte, dat hiermede het overleg niet afgelopen zou zijn.
Tenslotte werden de voorstellen-Van de Heuvel aangenomen : Rechts tegen links.
Daarmede is duidelijk aangetoond en besloten door de meerderheid der volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer, dat de Chr. Landbouwwinterschool in de N.O. Polder moet worden gesubsidieerd, al is de grootte, van het te verstrekken bedrag niet genoemd.
Een motie kan de minister eventueel naast zich neerleggen. Een amendement wijzigt echter de wet en moet als zodanig gelijk met de wet worden uitgevoerd.
't Zal de mannen (en vrouwen) van het Bijz. Onderwijs genoegen doen, als 't deze weg opgaat, 't Is nu toch al lang genoeg bekend, dat ook Christenen gelijkberechtigde burgers zijn van de staat. Ook ten opzichte van het onderwijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's