GEBREK AAN KERKELIJK BESEF!
Als er één ding is, waarover te klagen valt in de kerkelijke wereld, dan is het zeker wel over het gemis van of het gebrek aan kerkelijk besef. En dat geldt niet alleen van onze Hervormde Kerk in het algemeen, maar ditzelfde valt óok op te merken in de kerkformaties van de gescheidenen. Ook daar zien we telkens weer nieuwe afscheidingen. Dengenen, met wie men jarenlang in kerkelijk verband verkeerde, wordt weer o zo gemakkelijk de rug toegekeerd. Enkele kleine verschillen binnen het raam van de belijdenis zijn voldoende om elkaar o zo gemakkelijk te helpen verketteren. Men scheidt zich af, men benoemt nieuwe ambtsdragers en men sticht nieuwe opleidingsscholen voor predikanten van eigen makelij, enz. enz.
Hierbij blijft het echter niet. Er zijn al verscheidene kleine groepen, die zich over-de ambten helemaal niet meer bekommeren. Over de bediening van de Heilige Sacramenten wordt in die kringen helemaal niet meer gesproken. Men zoekt een comité te vormen, met de bedoeling om , , sprekers van elders" te laten komen. Onder die , , sprekers" zijn er verscheidenen, die geen greintje kerkelijk besef blijken te bezitten. Kerkelijk geordend zijn ze natuurlijk helemaal niet.
Onder deze , , sprekers" komen zelfs enkele universitair gevormde predikanten voor en enkele godsdienstonderwijzers. Van een naar de kerk toewerken is geen sprake meer. Het is voorgekomen, dat éen van hen aan zulk een comité adviseerde om toch in geen geval éen afdeling van de Gereformeerde Bond te vormen, maar liever een vrij comité, opdat ook allerlei sprekers uit Oud-Gereformeerde groepen voor hen zouden kunnen optreden.
Hoe dergelijke predikanten lid van de Hervormde Kerk kunnen blijven, is mij eenvoudig een raadsel.
Het gevolg is natuurlijk, dat er tenslotte in zulk een groep geen enkele begeerte meer leeft om te trachten op de Hervormde kansel in zulk een plaats nog weer gereformeerde prediking te krijgen. Men trekt zich van die diepgezonken kerk niets meer aan. De schuldvraag naar het verval van die kerk is niet meer in het geding. Die heeft men al lang afgeschoven op de schouders van de vertegenwoordigers van allerlei andere richtingen.
Er is geen plaats meer voor de belijdenis van mannen als Ezra en Daniël : , , Wij en onze vaderen, hebben tegen U, de Heere, gezondigd".
Men cijfert de kerk en, de ambten weg en zegt, dat het er alleen maar om gaan moet, dat er in een schuurtje of lokaaltje, waar deze , , sprekers" optreden, nog eens een mens mag worden bekeerd.
Wij willen niet ontkennen dat wij ons hebben te verblijden over een zondaar, die zich bekeert. Toch horen we ook in die kringen maar weinig van waarachtige, bekeringen. En van sommigen uit die kringen, van wie we in de geest der liefde mogen geloven dat ze de Heere vrezen, moeten we belijden, dat dit vaak hun deel geworden is juist in die diepgezonken Hervormde Kerk, die ze daarna de rug hebben toegekeerd.
Er zijn er, die nog een stap verder gaan. Ik heb er óok wel gekend, die nergens meer heen wilden gaan. Al traden de meest bekende sprekers op, ze bleven thuis zitten met een boekje in een hoekje. Sommigen van hen heb ik wel eens voor de vraag gesteld, waarom ze niet wilden kerken bij die „bekende, sprekers", als ze dan toch niet meer wilden komen in onze Hervormde Kerk. En dan kreeg ik als antwoord : „Och, " dat is óok niets. Dat kan en dat mag óok de weg niet wezen".
Ik heb over dezulken wel eens nagedacht. Men zou kunnen menen, dat deze mensen, die alleen de oude schrijvers lezen, nog weer een station verder zijn gekomen op de weg van het verlies van het kerkelijk besef.
Toch geloof ik dat dit niet het geval is, hoewel ze de schijn tegen zich hebben. Ik heb onder hen mensen gevonden, bij wie het maar geen holle phrase was als ze zeiden : , , We moeten naar die oude Hervormde Kerk terug".
Het is óok wel eens gebeurd, dat dezulken weer opnieuw kejkelijk besef is bijgebracht, zodat ze onder de zegen des Heeren nog veel hebben mogen doen voor die vervallen kerk.
Wat is het nodig, dat óok bij onze jonge mensen weer kerkelijk besef zal worden aangekweekt. Men spele toch niet met het kerkelijk vraagstuk. Men spele niet langer met de ambten en met de opleidingsscholen, door er telkens alles van te verwachten en ze toch ook telkens weer te verwerpen.
De schuld der kerk worde onze schuld ! De nood der kerk drijve ons uit naar de Koning der Kerk om Hem om genade te bidden en Hem te smeken dat Hij ons niet verlate vanwege onze zonden en onze ongerechtigheden, maar dat Hij ons en onze kerk nog moge gebruiken om Zijn heerlijk Koninkrijk ook in ons midden uit te breiden.
J. J, Timmer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's