DE NED. HERV. KERK EN DE POLITIEKE SITUATIE
POLITIEKE Over genoemd onderwerp gaf het persbureau der Ned. Herv. Kerk een serie artikelen in het licht, die bij dit bureau verkrijgbaar zijn tegen een giro van ƒ 1.25. Wie dus nauwkeurig wil lezen, wat hierin gezegd wordt bestelle deze serie. Voor de bespreking geef ik eerst een kort overzicht van de inhoud.
Een Hervormd-politiek gesprek betekent het beetpakken van een heet hangijzer. Dat dit zo heet is, hangt samen met onze gruwelijke luiheid. Een tweede beletsel is onze vroomheid, een derde onze eerlijkheid. Van elke Hervormde mag wel gevraagd worden, dat hij zich een zekere politieke kennis en aanvoelingsvermogen verwerft, waardoor hij tot oordelen bekwaam wordt. Betere argumenten voor onze politieke afzijdigheid zijn : Het „ligt" ons als Hervormden, dat de kerk als zodanig, zich richt tot overheid en volk, die dan daarbij als een geheel worden gedacht. Ook weegt zwaar het besef van onkunde en onmacht. Wij geloven niet in een onfeilbaar beginsel, waarmede alle moeilijkheden kunnen worden opgelost. In het politieke bedrijf zal men moeten kunnen vertellen welke prestaties bereikt zijn.. Dit bereikte resultaat krijgt dan een vorm van absolute, geldigheid, van geslaagde prestatie tegenover de wanprestaties der anderen. En dit brengt vele Hervormden in een godsdienstig conflict, dat niet onderschat mag worden.
Hoe, is de feitelijke toestand ? De volkstelling van 1947 geeft 31, 5% aan als Hervormd. Dit zijn 32 Kamerzetels. Een schatting geeft C.H.U. 8 zetels uit de Herv. Kerk, A.R. 4, VVD 4, SGP 1, CPN 1, dan blijven voor de P.v.d.A. 14 Herv. zetels over. In ieder geval blijkt, dat meer dan de helft der Hervormde Kerk een niet confessionele partij stemt. Elke poging om te komen tot een Hervormd politieke partij is bij voorbaat tot mislukking gedoemd.
Alle verschillen, en verscheidenheden zijn echter alleen verwarrend, wanneer we als Hervormden niet bereid zijn de consequenties van ons Hervormd zijn, ook op dit punt, te trekken. Dan laten we ons , , van buitenaf" consequenties opdringen, die binnen de Hervormde Kerk onbestaanbaar zijn en kerkelijk funest werken.
Wat we wel moeten doen ? Nagaan of onze , , Hervormde invloed" enigszins evenredig is aan onze kerkelijke positie. In de Tweede Kamer brengen de R.K. het tot 36 (dat is bijna hun getal). Wanneer de Hervormde Kerk het tot 20 zou kunnen brengen, dan wordt hier hooggeschat en dan blijft de vraag der kerkelijke meelevendheid nog onbesproken. Nog veel erger is, dat deze Hervormde Kamerleden, als Hervormden, onderling geen contact hebben, ook alom de doodeenvoudige reden, dat zij zich kerkelijk nergens gesteund weten.
Een eerste opdracht zou voor ons dus wezen : de vorming van een politiek Centrum. Hier zou de proef op de som geleverd worden, in hoeverre, vanuit de Reformatie, in deze moderne wereld een eigen politieke vormgeving mogelijk is en in hoeverre deze gedachte als een illusie terzijde moet worden gesteld.
Hoe zullen we met elkaar praten?
Zowel de mening van de doorbraak als van de confessionele partijen zijn binnen de Hervormde Kerk volkomen legitiem.
Waarover zullen we met elkaar praten? Genoemd worden; De Europese eenwording. Onze houding t.o.v. de R. Kath. Kerk, de houding t.o.v. het Humanistisch Verbond, de sociale zorg, de militaire samenwerking, de verhouding tussen de maatschappelijke organisaties enerzijds en de gekozen politieke vertegenwoordiging anderzijds en tenslotte de verzuiling.
Wat willen we bereiken?
Menig predikant voelt zich belemmerd, menig gemeentelid wordt geprikkeld, doordat hij (terecht of ten onrechte) vanaf de kansel , , politieke steken" meent te ontvangen. Een open politiek gesprek kan hier alleen maar verhelderen. Wanneer wij ook politiek in een overgangstijd leven en het nodig is, stap voor stap nauwkeurig na te speuren, waar we naar toe gaan, dan is voortdurend overleg een levensnoodzaak. Deze mogelijkheid onbenut te laten is niet enkel kerkelijk, maar evenzeer politiek, een dwaasheid. Het zou voor de onderlinge verhouding tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Kerk uitermate belangrijk zijn, indien duidelijk werd dat binnen één kerk principieel verschillende politieke overtuigingen rechtmatig zijn, zonder dat dit aan de getuigkracht der kerk te kort doet. Dat velen na 1945 dit niet hebben durven aanvaarden, maakt dat veel Hervormd initiatief niet tot uitvoering kon komen en dat ook het Hervormd-Gereformeerd gesprek nog steeds niet op de rechte wijze wordt gevoerd.
Ziehier een beknopt overzicht van de inhoud der serie artikelen.
Deze, serie is wel een sprekend voorbeeld voor de heersende mentaliteit bij een groot deel der Herv. Kerk. De mening van iedere Hervormde, meelevend of niet meelevend wordt zonder meer als volkomen gelijkgerechtigd aanvaard. Het Is een waardige consequentie van de vrijwel volkomen leervrijheid, die in de reglementenkerk heerste, maar thans nog evenzeer heerst. Dit laatste zou als een ziekteverschijnsel nog te aanvaarden zijn, indien men dit dan ook inderdaad als een ziekteverschijnsel aanmerkte, maar dit is klaarlijk niet het geval. Dë, overgrote verdeeldheid wordt niet zozeer als een kwaad, maar als een deugd aangemerkt. Alleen heeft men bezwaar tegen het niet spreken met elkaar en door dit niet spreken ontbreekt de nodige waardering. Men moet met elkaar praten, dan zullen de scherpe kantjes afgevijld worden en ontstaat de nodige waardering, zodat men elkander als volwaardige Hervormden zal aanvaarden! Ik heb bewondering voor de .naïviteit van de schrijver, maar ik moet het eerst zien gebeuren, voor ik het geloof, dat een S.G.P.er een VVD'er als volwaardig Hervormd aanvaardt of wel, dat een A.R. een P.v.d.A.er als zodanig aanvaardt. Ik meen, dat de schrijver de ronden der moeilijkheden absoluut on voldoende heeft gepeild en dat hij met tot de diepte is afgestoken. De schrijver waarschuwt ergens, dat wij de kerkelijke werkelijkheid niet verwisselen met onze politieke wensdroom. Ik vraag mij af, of de schrijver de politieke en de kerkelijke werkelijkheid niet verwisselt met zijn kerkelijke wensdroom.
De schrijver miskent evenzeer als de Nieuwe koers in zijn geheel dat de N. H. Kerk zoals zij daar reilt en zeilt geen geloofseenheid is, om nog niet te spreken van de velen, die bij een volkstelling wel opgeven Hervormd te zijn, maar even goed konden invullen : geen godsdienst. Dit brengt met zich mede, dat de rekeningen, die de schrijver maakt, dan ook feitelijk misrekeningen zijn. Daardoor is de conclusie van de schrijver, dat meer dan de helft der Hervormde Kerk op een niet-confessionele partij stemt van zijn betekenis beroofd.
Ik hoor echter al iemand zeggen : ho man, loop je nu niet te hard van stapel. Heeft de Synode niet nog kort geleden verklaard : , , Gemeenschap" wil zeggen: hartelijke instemming met het getuigenis des Geestes, dat de vaderen in het Woord der Schrift hoorden en waarop zij in hun belijdenis antwoordden. De Generale Synode heeft er generlei bezwaar tegen te verklaren, dat , , in gemeenschap met" impliceert (insluit) , , in overeenstemming met", indien met dit laatste wordt bedoeld een binding door het getuigenis van de Heilige Geest aan de religie van de belijdenis".
Wat ik hierop antwoord? Vooreerst, dat naar mijn overtuiging binding door de Heilige Geest aan de religie van de belijdenis ten gevolge heeft en samengaat met in overeenstemming met de belijdenis. Maar dit zegt de Synode niet en ik ben overtuigd, dat vele leden dit noch bedoelen noch menen. Integendeel ik meen, dat velen dit aldus verstaan : Men erkent wel een gebonden zijn aan de religie der belijdenis en men zou boos worden als iemand in twijfel zou willen trekken, dat men deze religie wel werkelijk aanhangt, maar men meent tevens, dat er nog wel een en ander in de belijdenis staat, dat geen inheerent bestanddeel van deze religie is en waaraan men zich dan ook niet gebonden acht. Op deze wijze vormt men zich ruimte om afwijkende meningen te mogen huldigen en ketterijen (althans in mijn oog) te mogen verkondigen. Het zal echter duidelijk zijn, dat we dan met deze synodale uitspraak in feite geen stap verder zijn gekomen en de leervrijheid nog vrijwel onbeperkt haar triomfen kan vieren.
Uit dien hoofde kan ik van een gesprek over de politiek niet veel verwachtingen koesteren, althans niet meer dan van een gesprek over de politiek tussen verschillende Nederlanders. Uitgezonderd de R.K. rekent de schrijver Hervormden onder alle politieke partijen. Bij een gesprek zou blijken, dat over de meeste der door de schrijver genoemde, onderwerpen geen overeenstemming te bereiken zou zijn en dat de meningen diametraal tegenover elkaar zouden staan en m.i. ook zouden blijven staan. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik er dan ook maar weinig in kan zien. Ik geef toe : misverstanden zouden wellicht uit de weg kunnen worden geruimd, maar veel meer heil kan dk er niet in zien.
Ik laat nu maar rusten de vraag, in hoeverre het werkelijk de taak der kerk is, zich met de politiek bezig te houden. Vroeger heb ik daarover geschreven en opgemerkt, dat de kerk der gouden eeuw zich alleen bij het voorkomen van , , krijtende" zonden tot de overheid wendde.
Wel is van belang nog een ogenblik stil te staan bij de vraag naar de verhouding van theologie en politieke partij. In de N. H. Kerk heerst wel een babylonische spraakverwarring, maar de verwarring is niet zo groot, dat er niet bepaalde lijnen te bespeuren zouden zijn. En juist deze lijnen had de schrijver niet over het hoofd moeten zien.
Dat zit hem hierin, dat de geloofsovertuiging der kerkleden willens of onwillens, wetende of onwetende, niet los staat van de politieke keuze.
Het is dan ook geen toevalligheid, dat men in de V.V.D. in hoofdzaak aantreft vrijzinnigen of een zeer links georiënteerde orthodoxie.
In de P.v.d.A, vindt men vrijzinnigen en orthodoxen, door Barth beinvloed.
In de C.H.U. treft men in hoofdzaak aan alle schakeringen der orthodoxie, waaronder een zeer beperkt aantal Bonders.
In de A.R. treft men aan Bonders en enkele Confessionelen.
In de S.G.P. treft men uitsluitend Bonders aan, of hen, die zelfs de Bond nog niet voldoende pricipiëel achten.
Er moge op deze lijsten hier of daar een uitzondering voorkomen, ik meen, dat de feitelijke situatie hiermede vrij juist is weergegeven.
We zien ook in de practijk van het politieke leven, dat de politieke partijen hiermede min of meer rekenen. Let maar op de candidaten, die gesteld worden voor de Tweede Kamer. Op de lijst van de P. v. d. A. vindt men naast humanisten vrijzinnigen en enkele orthodoxen. Op de lijst der S.G.P. vindt men naast mensen der Geref. Gemeenten, der Chr. Geref. en andere groepen ook Hervormden aan. Op de lijst der A.R. vindt men naast mensen der Geref. Kerk, der Chr. Geref. ook Bonders en Confessionelen als Hervormden. Op de lijst der C.H.U. vindt men de verschillende schakeringen der orthodoxie. Wat hier wel opvalt is, dat ondanks het feit, dat tientallen van jaren de Veluwse Bonders en andere braaf C. H. gestemd hebben er nog nimmer een bonder tot lid der Tweede Kamer gekozen werd. Hoe zou dit komen ? Moeten we hier ons gaan vragen of de kerkelijke onverdraagzaamheid het hier gewonnen heeft van het politieke belang ?
We zien dat deze situatie niet zo verward is, als de schrijver van deze serie ons wilde doen voorkomen. Hij zag dit niet, omdat hij blijkbaar het verband tussen geloofsovertuiging en politieke keuze over het hoofd zag. Wij zien hierbij niet over het hoofd, dat deze band niet noodzakelijk dwingt tot de verdeeldheid, die wij thans aanschouwen. Men kan m.i. nog wel binnen zekere grenzen in dogmata van mening verschillen om toch in politicus wel te kunnen samenwerken. Eén protestants christelijke politieke partij is daarom geen onbereikbaar ideaal. Althans acht ik dit eerder bereikbaar dan een nuttig resultaat van de gesprekken, die de schrijver der serie op het oog heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's