De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN STEM UIT DE VRIJZINNIGHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN STEM UIT DE VRIJZINNIGHEID

6 minuten leestijd

Wij nemen het volgende artikel over uit Zwingli, d.d. 23 Januari '54, waarin wij zo vrij zijn enkele cursiveringen aan te brengen en waaraan wij een enkele opmerking toevoegen.

Hoe het "kerkelijk gesprek" gevoerd wordt en hoe het gevoerd zou moeten worden.

De Hervormde Kerk is met de Vrijzinnigen een gesprek gaan voeren, maar beging de fout, voorwaarden te stellen, waaronder de besprekingen zouden geschieden. Men was dus niet vrij in zijn uitingen, gebonden als men was aan de vooraf gestelde eisen. Voorwaar, geen verstandige manier van handelen om te onderzoeken of men met een ander een fusie zal kunnen aangaan.

Bovendien waren de gestelde voorwaarden van dien aard, dat het voor een grote groep van Vrijzinnigen niet . verantwoord was, aan het gesprek deel te nemen. Het gesprek zou n.l. gehouden worden in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en op de bodem van de belijdenisgeschriften.

Nu vinden wij de Bijbel een prachtig boek, het is een schone hof vol overheerlijke vruchten, maar er groeien daarin ook wrange vruchten, ja, zelfs vergiftige planten, welke wij maar liefst links laten liggen. Wij kunnen aan dat boek dus niet gehoorzaam zijn. Voorts kunnen wij ons niet stellen op de bodem van de belijdenisgeschriften, daar deze bodem rust op dogmatische pijlers, die wij te labiel vinden. Zo kon dus onze groep aan het gesprek geen deel hebben.

De meer rechts georiënteerden onder ons konden blijkbaar over deze bezwaren heenstappen en velen zijn met de Kerkeraden hunner gemeenten een gesprek begonnen. 

Maar hoe verloopt nu dit gesprek? 

Naar ik hoor, worden er verschillende onderwerpen aan de orde gesteld, als b.v. de doop, de triniteit, de verzoening, de Christusfiguur enz. waarover dan elk der partijen haar mening zegt. 

Op het programma staat b.v. de Verzoening. Een Orthodoxe neemt 't woord en houdt een betoog over wat Anselmus daarover te berde heeft gebracht. De Vrijzinnigen zitten met, open mond te luisteren, alsof ze daarvan nog nooit hebben gehoord. Is dat nu geen comediespel? Ik zou in dat geval maar wat poppetjes gaan zitten tekenen, want wat die mijnheer vertelt, weet ik reeds lang. Daarna komt de Vrijzinnige aan het woord en wat die zegt, weten ook de Orthodoxen al lang. Dan begint er een debat, waarbij natuurlijk niemand overtuigd wordt en men gaat uiteen zonder een steek wijzer te zijn geworden.

Is dit nu een gesprek voeren om tot elkander te komen? Ik zou het dan ook geheel anders willen doen en zeggen : onze verschillen mogen we als bekend veronderstellen, daar^ over behoeven we dus niet te spreken. We kunnen echter met elkander nagaan of die verschillen ook grote trekken van overeenkomst vertonen, die misschien de kern raken, waardoor het mogelijk wordt dat we in één Kerk plaats nemen.

Om maar eens een voorbeeld te noemen : we hebben een verschillend begrip over de Christusfiguur, de een houdt hem voor een mens, bij de ander is hij meer dan mens, een derde ziet in hem God zelf. Maar al deze meningen vertolken toch één en de zelfde gedachte, n.l. de Liefde van God, die zich openbaart. Kan dit ons nu niet zó aanspreken, dat we tot de conclusie moeten komen, dat we toch eigenlijk bij elkaar behoren? Want waar God tot de mens komt (en hierin stemmen we geheel met elkaar overeen), gaat het in feite om de boodschap van God en niet om de drager van die boodschap.

Nog een tweede voorbeeld : de Verzoening. De een houdt zich aan Anselmus, de ander aan Christus, die met het voorbeeld van de verloren zoon tot ons gekomen is. Beide gezichtspunten hebben echter dit gemeen, dat wij verzoening verkrijgen door Gods vergevende Liefde. En dit is toch het kernpunt waar het om gaat. Kan dit nu soms onze ogen openen voor het feit dat we al is het langs verschillende wegen toch bij het zelfde uitkomen ?

Op deze wijze zou ik het gesprek willen voeren de klemtoon leggend op 't geen ons bindt en niet op 't geen ons scheidt.

Wij moeten met elkaar leren inzien dat het zó is, dat waar de ene plant de ander begiet en dat zowel het planten als het begieten gelijke waarde hebben bij God. Alleen aan zo'n Kerk kan God de wasdom schenken.

Deze kerk zal er ook zekerlijk niet toe overgaan een overeenkomst geheel in Orthodoxe geest op te stellen wetend dat ze daarmede de ander bij de ondertekening in moeilijkheden brengt. Men mag zijn broeder geen geweld aandoen. De vraag is nu, is de Ned. Herv. Kerk reeds zo'n Kerk ? En 't antwoord hierop moet luiden : neen !, want zij maakt een kerkorde waar alleen maar geplant kan worden en niet begoten of omgekeerd hoe ge het nemen wilt. Ook stelt zij overeenkomsten op waarbij de ander zich in allerlei bochten moet wringen om deze te ondertekenen (men lette op Amsterdam).

Maar dan lijkt mij elke hereniging met zo'n Kerk praematuur en zullen we dienen te wachten tot deze Kerk meer van Paulus geest begrepen heeft. Mogelijk dat een goed gesprek dat niet aan voorwaarden is gebonden bevorderend hierop kan werken.

Leiden.

J. van Zijverden.

Het is in ieder geval duidelijke taal en wij wensten wel, dat alle vrijzinnigen zo duidelijk spraken.

Toch moet men zich verbazen, dat iemand, die gelijk deze schrijver spreekt over de Bijbel en betuigt geen gehoorzaamheid te kunnen brengen „aan dat boek", nog van Kerk spreekt. In welk opzicht verschilt zijn kerkbegrip van het begrip ener volkomen menselijke corporatie op een volkomen menselijke grondslag, althans op volkomen menselijke overwegingen ?

Deze man maakt bezwaar tegen een kerkelijk gesprek , , in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en op de bodem der belijdenisgeschriften".

Uit theologisch en historisch oogpunt beschouwd is dat toch wel het minste, wat als voorwaarde, kan worden gesteld voor een kerkelijk gesprek.

Gevoelt de schrijver niet, dat zijn voorstel voor een gesprek van de orthodoxe voorwaarden vraagt, welke hij juist krachtens zijn geloof en zijn geloofswaardering van de Heilige Schrift nooit kan brengen ?

Op de basis, welke hij onderstelt, is een kerkelijk gesprek ten enenmale onmogelijk en voor degenen, die er over denken als hij, is een gesprek over­bodig. 

J. Severijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN STEM UIT DE VRIJZINNIGHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's