ONDERWIJS
Onderwijzers gevraagd
Men zou kunnen opmerken, dat ik de vorige maal bij het weergeven van de salarissen bij het L. O. toch lang niet volledig geweest ben. Er had nog vermeld moeten worden, dat bij het U.L.O. de cijfers nog wel wat hoger liggen. Eveneens bij het V.G.L.O. en bij de leerscholen van de kweekscholen. Dat er bovendien ook nog zo iets is als een vacantietoelage en een interimtoelage. En dan niet te vergeten de verlofsregeling bij ziekte en speciaal bij t.b.c.
Een ander wijst op de keerzijde van de medaille en wijst op de aftrek voor de pensioenbijdrage.
Ik heb dit allemaal niet vermeld en ga er ook thans niet breder op in, omdat het m.i. gaat over de hoofdzaak en die was toch wel duidelijk aangegeven.
Trouwens, een derde vindt de zaak toch al wat te materialistisch opgezet. Waartoe moet dit allemaal genoemd worden? Omdat het noodzakelijk is dat ieder, die voor z'n kinderen de onderwijsloopbaan kiest, en ook degene, die liet voor zichzelf doet, toch wel zo ongeveer mag en moet weten, waar hij economisch aan toe is. Wie neemt het een boer kwalijk, als hij tracht een behoorlijke prijs voor zijn producten te maken. Of een handelsman, dat hij z'n waren met winst tracht te verkopen. Zo mag evengoed iemand, die een loopbaan bij het onderwijs kiest, wel weten of voor hem en z'n gezin hierin een behoorlijk bestaan gelegen is. Gezien de cijfers, kan hij dit dan zelf tamelijk wel uitmaken.
Sommigen vinden de toestand, zoals deze vroeger was, toch eigenlijk veel beter. Toen was er nog opoffering voor de zaak van het Christelijk Onderwijs. Wat hebben tal van ouders er niet voor over gehad ! Dat is ongetwijfeld waar, en ik zal de laatste zijn om dit te ontkennen. Menigmaal heb ik van deze plaats daarvoor de oude voortrekkers een eresaluut gebracht. Maar dan mag men toch zeker niet vergeten, wat een opoffering er geweest is van de zijde der toenmalige leerkrachten. En hoewel de verzoeking dikwijls groot was om de zaak in de steek te laten en voor meer salaris bij het Openbaar Onderwijs te gaan werken, toch is het overgrote deel daarvoor niet bezweken, maar is om des beginsels wil trouw gebleven. Het gaat echter niet aan, om de tijd van het onrecht in het verleden als het ideaal voor te stellen. De mensen die dit alles moesten doormaken, zowel ouders als personeel, voelden het niet als zodanig aan, maar hebben gebeden en gestreden om verandering, om verbetering aan te brengen. Die verandering, die verbetering is gekomen. Als een zegen van God. En is met dank aan Hem, aanvaard. Alleen vrees ik, dat het jonge geslacht van tegenwoordig, zich 'dit alles niet meer realiseert. En daarom velen zo weinig leven uit die zegen en met die dankzegging in het hart.
We zullen allen moeten erkennen dat , , wetenschappelijk" de onderwijzersopleiding er heel wat beter voorstaat dan vroeger. Vooral ook door de nieuw-geprojecteerde opleiding komt ook het speciale wat de onderwijzer en zijn taak betreft, beter tot z'n recht.
Ook is het een verheugend feit, dat in toenemende mate men zich gaat bezinnen op z'n schooltaak als onderwijzer, als Chr. onderwijzer en ook als Bestuurslid van Chr. Scholen. Dit geschiedt, georganiseerd in het C. P. S. Dat is prachtig. Ik wil er echter onmiddellijk aan toevoegen, dat er ook nog andere zijn, die niet in georganiseerde vorm of in cursusverband mee kunnen doen, die echter daarom niet minder een open oog hebben voor de vragen, die er liggen, speciaal in onze tijd ten opzichte van het werk in de Chr. School, en ten opzichte van die school zelf.
Ik zei zo : speciaal in onze tijd, omdat het een feit is, dat elke tijd z'n eigen moeilijkheden, z'n eigen problemen heeft. We zien het duidelijk genoeg in onze naoorlogse periode, waar zoveel op losse schroeven is komen te staan. Maar daarnaast en daarachter is het evenzeer waar, dat voor alle tijden de grote vraag klemt, vooral ook ten opzichte van het onderwijs : Wat dunkt u van de Christus ? Wiens Zoon is Hij ? Deze vragen en het antwoord daarop brengen hun consequenties mee in het leven van alle dag, niet het minst in het kerkelijk leven en in het schoolleven. Bij al wat de wereld beroert — en er is beroering genoeg — dreigt dit op de achtergrond te komen. Dat moet niet en dat mag niet. „Das Wort sollen sie stehen lassen" zei Luther. En dat Woord verkondigt ons : „Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijne gerechtigheid". Dat Woord zegt ons duidelijk genoeg, wie de Christus is en waartoe Hij in de wereld gekomen is en nu leeft in alle eeuwigheid.
Dat moet in de kerk gehoord worden. Naar wet en getuigenis. Maar ook in de school. Dat kan vooral in onze Chr.. School. Daarom is het ook zo dringend noodzakelijk, dat meerdere jonge menr sen zich dit alles bewust zijn en worden. Jongeren, die van deze dingen weten.
Die dit weten nu ook in de daad willen omzetten en zich gaan voorbereiden theoretisch en practisch voor het werk in de School met de Bijbel, opdat deze gave Gods, die ons als een erfdeel der vaderen is overgegeven, niet verloren ga.
In 't bijzonder tot onze Hervormde mensen komt deze roepstem. Tot de ouderen, die nog weten van de dagen van olim, van strijd en offer en gebed, opdat zij hun kinderen in deze zaak een goede voorlichting mogen geven, 't Gaat misschien niet zo gemakkelijk meer als vroeger, toen mijn vader eenvoudig tegen me zei : Ik ben bij de bovenmeester geweest en we hebben afgesproken, dat jij voor onderwijzer gaat leren in de Chr. School. Maar een woord mee of tegen kan dikwijls heel grote invloed hebben.
Maar ook tot de jongeren gaat de roepstem uit. De tijd is voorbij dat je karakteristiek een „kale schoolmeester" heette, als je voor onderwijzer ging leren. De organisaties mogen dan nog één en ander te wensen hebben — en dat hebben ze — zó is 't nu toch niet meer. En wat de opleiding zelf betreft, er worden zelfs beurzen beschikbaar gesteld om de studie te kunnen voltooien. Wanneer u dus iets voelt voor deze belangrijke arbeid in de Chr. School, dan behoeven materiële zorgen u niet te weerhouden. Er is behoefte aan principiële jonge mensen. Vooral Hervormd personeel wordt dringend gevraagd. En bij deze niet het minst van Geref. belijdenis. Dat dan ook uit onze kringen meerderen mogen komen, tot zegen voor onze jeugd, voor onze, kerk en voor de School met de Bijbel.
Hier ligt een grote taak, die ik bij al het maatschappelijke dat er ook in is, toch niet anders kan zien, dan als arbeid in Gods Koninkrijk.
CV.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's