KERKELIJK EN KERKTYPISCH
"Hoedemaker was de Gereformeerde denker, die volop in en uit „het kerktype" leefde (blz. 72). Voor prof. Haitjema is Hoedemaker blijkbaar het type van zuiver Gereformeerd denken, (let wel denken).
Men zou haast de indruk krijgen, dat , , het kerk-type" het kenmerkende en onderscheidende van de Gereformeerde religie is, hoewel het in werkelijkheid meer Lutheraans is.
Troeltsch moge beweren, dat het oorspronkelijk Calvinisme niet secten-typisch was, kerk-typisch was het zeker ook niet. Zonder twijfel dacht Calvijn kerkelijk, en niet sectarisch, maar het valt te betwijfelen, of het door Troeltsch aangevoerde materiaal uit Calvijn inderdaad als argument kan dienen om te bewijzen, dat Calvijn het kerk-type van Troeltsch heeft bedoeld. (Vgl. Gesammelte Schriften I S. 612).
Daarentegen is het onbetwistbaar juist, dat de combinatie tussen praedestinatie en een sectarisch individualisnae door Calvijn nergens voltrokken wordt, zoals Troeltsch terecht opmerkt (I S. 614).
Dit neemt echter niet weg, dat dezelfde geleerde ook bij Calvijn toenadering tot het sectetype" constateert. (Vgl. a. U. I. S. 627).
Het, , kerktype" is daarom niet zo kenmerkend Calvinistisch en Gereformeerd als prof. Haitjema wil doen voorkomen.
Rechts geflankeerd door Hoedemaker als het exemplum van gereformeerd denken, het kerktype in zijn vaandel, ter linker zijde door Kohlbrugge, die bereids de Dordtse vaderen heeft gekraakt, omdat zij de praedestinatie en niet het sola iide hebben gedreven, maakt prof. Haitjema zich op om zijn aanval te richten op de Gereformeerde Bond.
Merkwaardig is de strategie welke daarbij wordt, gevolgd. Aan dr. Woelderink het genoegen om vooruitgezonden spits te mogen zijn met zijn typering van de , , hoofdstroming van de Gereformeerde Bond" zoals Haitjema beweert, als , , doperse geestesstroming". Troeltsch mag dienst doen als dekking in de rug, terwijl Hoedemaker tegen Kuyper wordt uitgespeeld.
De opzet is duidelijk, want over dr. Kuyper moet de Gereformeerde Bond worden geslagen, zijnde deze, door prof. . Haitjema a priori als Kuyperiaans , gedoodvferfd.
Dat is nog geen slechte opzet in deze tijd, waarin velen afgeven op dr. Kuyper en zijn volgelingen, zonder bij machte te zijn een wel gefundeerd oordeel te geven. Dit laatste zeg ik niet van prof. Haitjema, die daarom naast zijn critiek ook Waarderend weet te, spreken.'
Maar als men met Hoedemaker door dik en dun gaat, of Hoedemakerianen achterna loopt, omdat zulks met zijn richting schijnt, overeen te komen, wordt wel eens al te gemakkelijk nagepraat.
Het schijnt Wel niet erg te stroken, „Kuyperiaans" en , , doperse geestesstroming", maar dat zal Worden aangetoond en wij zullen nog wel in de gelegenheid zijn daarbij nader stil te staan.
Hoedemaker tegen Kuyper. Daarmede begint het. Hoedemaker verzette zich tegen , , het sectetype" van Kuypers , , nieuw-Calvinistische kerkreformatie". Hij predikte steeds „bewogener de eenheid der Kerk als Kerk des Woords". Dat was zijn uitgangspunt voor zijn kerkelijk denken.
, , Steeds nadrukkelijker", zo gaat Haitjema verder, was hij er zich tegen gaan verzetten, dat „bewuste Gereformeerde belijders" als aaneengesloten eenheid de Kerk moesten redden".
Ziedaar, een Kuyperiaanse trek van de Gereformeerde Bond : bewuste gereformeerde belijders als aaneengesloten eenheid!
Men zou geneigd zijn te vragen, of de Confessionele Vereniging ook niet een aaneengesloten eenheid is van gereformeerde belijders en moet men daarin dan ook geen Kuyperianisme zien ? Een merkwaardig verschijnsel : Hoedemakeriaanse-Kuyperianen! Het leven is rijk.
, , Hoedemaker kon in zijn kerkbegrip niet van enkelingen uitgaan", zegt prof. Haitjema. , , Ook dan niet, als hij van de praedestinatie uitgaan wilde", voegt hij er bij. , , Doch daar verbond Hoedemaker steeds op klassiek-Gereformeerde wijze de waarheid van het Genade-verbond mede", zo verklaart hij verder.
Toch zegt de belijdenis : , , Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk, dewelke is een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen". (N.G.B. art. XXVII). Dat klinkt niet bepaald kerk-typisch !
Wat prof. Haitjema met dit alles wil zeggen ?
Dat men bepaalde volkskerk-gebieden, niet eigenwillig , , dood"-verklaren mag, zoals Kuyper dit deed in zijn Tractaat van de Reformatie der kerken. (1883 blz. 198).
Wij zijn geen bewonderaars van de Reformatie van 1886, zoals men kan weten en achten dat zelfs geen reformatie te zijn, maar wat Haitjema hier wil beweren, is toch op zijn beurt ook niet van eigenwilligheid vrij. Denk alleen maar eens aan de uitdrukking , , volkskerkgebieden".
De kerk, welke Haitjema aan Hoedemaker toeschrijft, is alzo de volkskerk met verschillende, gebieden, die bijzonderlijk de idee volkskerk schijnen te kenmerken.
Dat kan nu wel kèrktypisch zijn, maar of het ook kerkelijk is ? En of het ook de kerk van art. XXVII is, n.l. de vergadering der ware Christgelovigen?
Overigens is het niet zo moeilijk te vermoeden, welke volkskerk-gebieden bedoeld zijn en door Haitjema worden beschermd tegen doodverklaring, doch het opvallende is, dat de bedoelde gebieden op deze enigszins massale wijze kunnen worden aangeduid, omdat de voorgeslachten in gebreke zijn gebleven te waken over de zuiverheid in leer en leven m.a.w. omdat zij in gebreke bleven kerkelijk te leven, zoals het behoort.
Nu zouden wij dus tot de geheel merkwaardige conclusie moeten komen, dat de eis van de tucht (vgl. de NGB, art. XXXII)die zelfs de ban of uitsluiting kan vorderen, wel mag worden toegepast op enkelingen, maar niet op de bevolking van volkskerk-gebieden, omdat men het eerste verzuimd heeft.
Dit zou dan gedekt moeten worden door te wijzen op het Genade-verbond, en daarmede kan werkelijk veel worden gedekt, maar ook gezondigd.
In ieder geval vindt die beschermende houding van volkskerkelijke gebieden, die niet dood verklaard mogen worden, geen toereikende grond in de door Haitjema aangehaalde woorden : , , Gods verkiezing actualiseert zich in de , , weg der middelen : door de prediking „des Woords en de bediening der sacramenten".
Volkomen juist en dat onderstrepen; wij gaarne, maar ook de prediking des Woords en de bediening der sacramenten behoort onder de kerkelijke tucht te staan.
En rekent prof. Haitjema het nu ook tot de rechten der volkskerkelijke gebieden, die niet dood verklaard mogen worden, dat allerlei wind van leer moet worden beschermd ? Dat is toch niet klassiek-Gereformeerd en als wij ons afvragen, hoe Calvijn daarover zou geoordeeld hebben, mogen wij veilig aannemen, dat hij zulk een kerktype toch niet voorstond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's