De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET KERKELIJK GESPREK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET KERKELIJK GESPREK

10 minuten leestijd

Er zijn mensen, die de kerk willen maken tot een gespreks-kerk. Daaronder schijnt ook dr. Berkhof zich te scharen, hij ijvert er althans voor.

Het gesprek is voor hem echter heel wat anders dan voor velen, die er sedert enige jaren over hebben gesproken en er aan hebben deelgenomen.

De opvatting door dr. B. verdedigd is echter een getuigenis voor de mislukking van het gesprek, zoals men dat gewoonlijk opvat.

Eigenlijk moet men zich afvragen, of de mannen van het gesprek tussen de richtingen wel ooit enig welgefundeerd begrip hebben gehad van de kerk om niet te spreken van het waarachtig geestelijk leven van Christus' kerk.

Men drijft zending tegenover ongelovigen, en ook dat kan wel tot een gesprek voeren, maar een zendingdrijvend gesprek is wat anders dan het gesprek, dat de kerkreformatoren van de laatste jaren op het oog hebben.

De verhouding is heel anders, en wordt althans anders gesteld.

Want het z.g. kerkelijke gesprek bedoelt niet een ander voor het kerkelijk geloot te winnen en derhalve van zijn dwalingen te genezen. Neen, dergelijke onderstellingen maken u al heel ongeschikt om aan het gesprek deel te nemen.

U begint met allen te erkennen als leden van de kerk, zonder nadere bepaling. Moet er bepaald worden, welaan, dan zijn zij allen Christenen en op dat plan ontmoet men elkander. Dat betekent alzo, dat zulk een gesprek een kerkelijk karakter wil dragen. Het wordt beschouwd als een gesprek onder broeders, waarbij mogelijk dwalende broeders.

Neen, neen, dat moogt gij ook niet zeggen. Dwalende broeders ? Op welke grond dwalende ? Waaraan weet gij dat?

Omdat zij het met u niet eens zijn, dwalen zij daarom ? Kunt gij zelf dan misschien niet de dwalende zijn ?

En de belijdenis dan ? zo vraagt gij.

Gij meent oprecht te mogen instemmen met het geloof der kerk, zoals dat in de belijdenis der kerk spreekt. En gij meent daarom, dat zij dwalen, die het daarmede zo vaak in zeer belangrijke stukken niet eens zijn. Daarom spreekt gij van dwalenden. Met het woord broeders kunt gij uit de aard der liefde wat ruim zijn, omdat gij niet weet, hoeveel ketterijen iemand kan hebben en toch nog een Christen zijn, maar dwalende broeders dan.

Doch ik hèb opgemerkt, dat gij dat ook niet moogt zeggen. Is dan de belijdenis der kerk voor dat kerkelijk gesprek niet normatief ? Neen, dat willen de mannen van het kerkelijk gesprek zeer zeker niet. Dan zou het gesprek ook niet lang duren.

Hoe zij dan toch nog van een kerkelijk gesprek spreken ?

Ik begrijp uw vraag en gij hebt gelijk. Een kerkelijk gesprek in gereformeerde zin is dat niet, maar dat bedoelt men ook niet.

Als men echt kerkelijk 'de belijdenis tot norm stelde, zouden de geesten spoedig openbaar worden, die van de meest belangrijke stukken niets willen weten. Zelfs, als men de apostolische geloofsbelijdenis tot norm stelde, zou het conflict niet uitblijven. Men wenst liever geen normen.

Daarom degenen, die te goeder trouw zijn niet te na gesproken, zij die van zo'n , , kerkelijk" gesprek buiten de belijdenis om verwachting hebben gehad en misschien nog wel hebben voor de overwinning der richtingen, bewijzen daarmede in de eerste plaats, dat zij de richtingen niet hebben gepeild op haar geestelijke diepte, en in de tweede plaats verraden zij dat zij bewust of onbewust medewerken aan een metamorphose, een omzetting, van het Evangelie in een schijn-Evangelle, dat met de Christus der Schriften weinig of niets meer heeft uit te staan en de kracht Gods tot zaligheid heeft ingeboet. Reeds het gebruik van het woord modaliteiten toont aan, dat de verschillende richtingen slechts als verschillende wijzen van hetzelfde Evangelie worden beschouwd.

Inderdaad moet men echt vrijzinnig zijn om de principiële verschilpunten tussen de richtingen tot niet meer dan nuanceringen van eenzelfde religie of geloof te herleiden, waarbij dan het wezen van de Christelijke religie uiteraard in het gedrang moet komen.

Dr. B. denkt aan een geheel ander gesprek, meer idealistisch opgevat, maar helaas, als het er op aankomt, niet met meer uitzicht.

Wij hebben hem gehoord over het waarheidsbegrip en de vele opvattingen en wij hebben zijn verwijzing gehoord naar de waarheid.

Welnu, hij vermaant ons om deemoedig en kritisch bij elkander te gaan zitten. Deemoedig, dat is ontvankelijk jegens de opvattingen van anderen. Kritisch jegens de opvattingen van anderen ook, maar vooral ook tegenover onze eigene opvattingen.

, , Voortdurend hebben wij ons af te vragen", zo schrijft hij : , , heb ik dit of dat uit de gemeenschap met Christusontvangen of komt het op uit de ideeën en idealen van mijn eigen hart en van tradities, waarbinnen ik leef".

Men ziet, welk een vriendelijk en welmenend man hier aan het woord is en toch zou ik hem willen vragen, hoe weet u, wat u uit de gemeenschap van Christus ontvangt ? Hebt u daarvoor een orgaan en meent u dat alle mensen zulk een orgaan hebben om te onderscheiden wat van Christus is en wat niet ?

Het lijkt er waarlijk op, dat u zo iets onderstelt. Hebt u dan heus de Bijbel nog nodig ? Of hebt u het eigenlijk alles in uzelf ?

Van een objectief gegeven blijkt nog niets.

Doch wacht eens, wij zijn aan het gesprek nog niet toe. Eerst de houding voor het gesprek en daarvan hebben wij thans een en ander vernomen. Verder wordt ons medegedeeld, dat het niet gaat over , , onze waarheden". Dat hebben wij ook reeds gehoord en dat kunnen wij ook zeggen, hoewel wij dan waarschijnlijk toch iets anders bedoelen dan dr. B.

Neen, dr. B., denkt bij gesprek aan een samen opgroeien in Hem, die de, Waarheid is, en de gestalte van dat samen in Hem opgroeien noemt hij gesprek.

Kijk, dat zouden wij nu geloofsgemeenschap noemen. Toenemen in het geloof, groeien tot een volkomen man in Christus, wasdom, dat zijn Schriftuurlijke beelden en werkelijkheden. Deze zijn in de Schrift op de persoon gericht. Dr. B. spreekt van een samen opgroeien. Dat is dus gemeenschappelijk groeien. Ik weet niet, of hij daarmede zo iets bedoelt als elkander opscherpen in de liefde. Maar hoe dan ook, een gesprek is wel een vorm van gemeenschap, maar toch waarlijk niet de enige. Er is ook een gemeenschappelijk getuigen, een gemeenschappelijk gebed, een gemeenschappelijk loven en prijzen Gods met psalmen en lofzangen.

Dr. B. onderscheidt drie stadia in het door hem bedoelde gesprek of eigenlijk behoren deze stadia nog niet tot het gesprek, maar tot de inleiding of voorbereiding.

Het eerste stadium is argwaan en terughoudendheid.

Het tweede is de ontdekking, dat ook bij die anderen de Geest des Heeren werkt.

Het derde is de verrassing door het geloof, dat onder andere vormen ook bij die anderen leeft. (Blz. 54/55).

Dat zijn derhalve de gewaarwordingen in de eerste ontmoetingen of pogingen om tot het gesprek te komen.

Wij moeten alweer vragen aangaande dat tweede en derde stadium : Onderstelt dr. B. zo maar van de mensen, die aan het gesprek deelnemen, c.q. daartoe werden uitgenodigd, dat zij allen de gave der onderscheiding hebben, en over en weer zo maar ontdekken, dat bij die anderen de Geesf des Heeren werkt ?

Is het waarachtig geloof dan iets zo algemeens ? Of heeft een mens van nature een soort geestelijk orgaan en een maatstaf om het werk van de Heilige Geest te ontdekken ? Zodat zij het geloof onderkennen bij anderen ?

Als deze onderstelling juist is, kan men zich voorstellen, dat mensen van allerlei richting bijeen worden gebracht om in gemeenschappelijk gesprek te oefenen, wat zij in beginsel allen deelachtig zijn, omdat zij grondslag en maatstaf in zich zelf hebben.

Maar — zulk een beeld vind ik in de Heilige Schrift van de aardse mens niet getekend. Daarom is geheel deze opzet niet in overeenstemming met de werkelijkheid en draagt de kiemen van algehele teleurstelling in zich.

Hoewel dr. B. in dit verband over het gesprek tussen keiken spreekt, kunnen al zijn en onze opmerkingen naar uitgangspunt en strekking vanzelfsprekend ook van het gesprek der richtingen gelden.

Ieder moet volgens deze voorstelling het eigene, het menselijke, dat gestalte geeft aan zijn persoonlijk geloof, ontdekken en loslaten. Ook het menselijke van zijn kerk. Men moet van de gestalte van onze kerk vervreemden om inniger te worden verbonden met haar gestalte (bladz. 16). Dergelijke uitdrukkingen treft men in de tegenwoordige spreekwijze meer aan, maar betekent dit nu precies hetzelfde als de gemeenschap der heiligen smaken met lieden, die tot een andere kerkorganisatie behoren ?

Dan staat daar toch onmiddellijk naast, dat men met andere leden uit diezelfde kerkformatie en zelfs uit eigene kerkformatie die gemeenschap niet ontdekt en dat zulks juist openbaar wordt in het gesprek !

Ik heb niet het gevoel, dat dr. B. hetzelfde bedoelt, en toch weet ook hij van een dood en kosteloos praten (blz. 57).

Dr. B. noemt het gesprek een schuilnaam voor bekering (blz. 16).

In feite bedoelt hij daarmede bekering van , , kerktype", , , geestelijk klimaat", , , traditie" en dgl., hetwelk hij afgoden noemt (blz. 18). En dat moeten dan alle kerken betrachten : de Gereformeerde, Christelijk-Gereformeerde, Remonstranten, Luthersen, Doopsgezinden.

Kerkisme is ongetwijfeld een sta in de weg, zelfs bij het gesprek van degenen, die de Gereformeerde confessie eren.

Maar dan is toch het gesprek mogelijk, want er is een grondslag van geloofsgemeenschap en éénheid in belijden. Daar is ook een gemeenschappelijke maatstaf in die eenheid van belijden, omdat men in de confessie, het geloof der Kerk ziet, waaraan men zich gaarne conformeert.

Een dergelijke objectieve grondslag en maatstaf ontbreekt in de opzet van dr. B., ondanks zijn beroep op dé Waarheid. Men kan dat zo wel stellen (blz. 56), maar het komt ten slotte toch neer op de kennis der Waarheid. Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God en Jezus Christus, die. Gij gezonden hebt." (Joh. 17 : 3). Zodra het in de door hem genoemde groepen of kerken gaat om het kennen der Waarheid, staat de bekeringsijver machteloos. Dan is men het reeds over de waardering der Heilige Schrift niet eens en blijkt al heel spoedig, dat er mensen en groepen zijn, die hun eigen oordeel en inzicht over de Waarheid boven de Heilige Schrift stellen.

Dat is het nu juist, zal dr. B. zeggen, wat zij moeten afleren.

Goed, maar hoe staat het dan met de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, evenals of wij de levende stem Gods uit de hemel hoorden spreken, zoals Calvijn ergens zegt ?

Met deze vraag zijn wij ook genaderd tot de betreffende artikelen van de Ned. Geloofsbelijdenis en dan hebben wij een norm !

Ik heb niet de indruk, dat dr. B. het helemaal met ons eens is op dit punt. Maar dan blijft er niets over dan een zweven om de Waarheid, zonder bepaalde kennis, een geloof zonder stellig weten, zonder vastigheid en zekerheid, ja, als het er op aankomt, zonder inhoud.

Gaarne sluiten wij ons aan bij dr. B., als hij op bekering van ons kerkisme aandringt, dat heeft de Hervormde Kerk nodig (blz. 57), maar ook de andere kerken.

Doch als ieder zijn kerk of kerkje kwijt raakt, en de andere door dr. B. genoemde afgoden, heeft hij dan zonder meer gemeenschap met de levende Christus ? of heeft hij dan in het gesprek zijn religie ? En wordt dan de kerk niet overbodig ?

Bekeren van de afgoden is zelfs nog ijdelheid als het niet is een bekeren tot de levende God, en in de toevergadering Zijner gemeente wil de Heere van de prediking des Woords gediend zijn, gelijk Hij ook de gemeente tot Zijn getuige heeft gesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET KERKELIJK GESPREK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's