De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nauwelijks......

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nauwelijks......

8 minuten leestijd

1 PETRUS 4 18. Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?

Nee, Mina, zegt Aaltje wel eens, als het met mij stond als met jou, dan zou ik niet ongerust zijn. Voor jou is er geen nood.
Dat is echt naar de mens gesproken. Wij zijn geneigd van de gedachte uit te gaan, dat de rechtvaardige makkelijk zalig wordt. Daar hebben we nog wel wat teksten voor ook. Is er niet een heel hoofdstuk van de 5 artikelen tegen de Remonstranten gewijd aan de volharding der heiligen? Daar vindt men de schone woorden aangehaald : „Ik geef mijn schapen het eeuwige leven, en zij zullen niet vergaan in de eeuwigheid, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken". Men zou uit deze tekst en uit andere teksten de gedachte kunnen krijgen, dat de rechtvaardige wèl met vlag en wimpel zalig wordt. Petrus zegt het evenwel anders. Hij zegt, dat het met de rechtvaardige maar op het kantje af is. Ja, als dat zo is, hoe zal het dan de goddeloze en zondaar vergaan?

Deze tekst is wel een strenge èn enge tekst. Daarover zullen we het allen eens zijn. Maar het is een woord, dat de Heilige Geest heeft gesproken, want ook deze Schrift is van God ingegeven. In dit verband wil ik er eens op wijzen, dat wij groot gevaar lopen voor ons eigen gebruik maar een gedeelte van de Bijbel te hebben. Sommige bijbellezers kiezen uit Gods Woord de z.g.n. ruime teksten. Zij zijn altijd bezig met de geweldig heerlijke woorden : „God is liefde" en ,,Werp al uw bekommernis op Hem, Hij zorgt voor u". Zo zijn er nog veel meer, gelukkig. Maar deze liefhebbers van de „ruime" teksten lopen gevaar, de andere te laten liggen. Zij slaan geen acht op de dreunende woorden : ,,Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in hetgeen geschreven staat in het boek der wet, om dat te doen". Zij staan niet stil bij de uitspraak: „De weg is nauw en de poort is eng, die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden". Daar zijn echter ook andere bijbellezers, die houden zich het liefst aan de z.g.n. ,,enge" teksten. Zij zien nergens in de Heilige Schrift Gods liefelijke nodiging, die ook tot hèn uitgaat. Zo komen we niet verder. We moeten de hele Schrift tot ons laten spreken en aandachtig naar elke tekst luisteren en naar elke zijde van die alomvattende Waarheid Gods. Wij moeten het ,,enge" en het ,,ruime" niet van elkaar scheiden, maar met elkaar verenigen, want pas door de samenbinding van die twee zullen we de volle Waarheid vinden.

En als we dan de tekst overwegen, die boven deze overdenking staat, geloof ik, dat we eerst wel mogen zeggen dat deze tekst ons binnenleidt in het hart van het evangelie en één van de diepe waarheden daarvan voor ons ontsluit. Het zal toch zo'n wonder zijn, als wij zalig worden.

Ja maar, zegt iemand, is God dan geen liefde? Wil God dan niet dat alle mensen het evangelie wordt gepredikt en dat allen uitgenodigd worden om zich te laten zaligen? Inderdaad, dat wil God, Ik geloof ook niet dat de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt omdat de God en Vader van onze Heere Jezus Christus het tegenhoudt. Doch wie is de mens? God is goed, maar de mensen deugen niet. En daarom zal het zo'n wonder zijn als er één zalig wordt. De historie levert tal van voorbeelden. God heeft de mens goed geschapen, doch de mens is van zijn Schepper afgevallen en de duivel toegevallen. God heeft Israël uit Egypte uitgevoerd met een sterke hand, doch ,,Mijn volk verliet Mij en Mijn geboón, 't Heeft zich and're goón, Naar zijn lust verkoren".

Wat moeten we onder de rechtvaardige verstaan? In de volle zin de mens, die in Christus rechtvaardig is, die door het geloof met Christus verenigd is. Ik zou onder de rechtvaardigen Petrus willen rekenen. Hij had van de Vader gekregen om de Christus te kennen. Hij had geloof in Christus en hij had een biddende Borg, opdat zijn geloof niet op zou houden. En toch was hij nog bijkans verloren, want hij verloochende op een critiek ogenblik zijn Meester. Als toen de blik van Jezus hem niet opgevangen had in zijn val, wat was er dan van Petrus geworden?

Maar laat ik het woordje rechtvaardig eens iets ruimer nemen. Calvijn zegt: ,,Die het goede najaagt". Laat ik een soiled lid van de kerk eens onder de rechtvaardigen rekenen. Misschien is er wel eentje, die even solide is als de man, die wij gewoonlijk de rijke jongeling noemen. Naar menselijke maatstaf was hij een rechtvaardige. Daar was slechts één ding, dat hem ontbrak. Diep in zijn hart was zijn kapitaal, zijn rijkdom, zijn spaarbankboekje,, z'n god. Maar de wet van het evangelie luidt: Gij zult niet uw spaarbankboekje liefhebben, doch gij zult God liefhebben. De Heere Jezus stelde hem de eis : wordt Mijn discipel. Oersolide, degelijke oudere man. Ik kan nog wel een dertiende discipel gebruiken. Verkoop al uw goederen, die ge in noeste koopmanschap of arbeid verworven hebt en geeft de opbrengst aan de armen. Wees heel uw leven een uitdeler van uw spaartegoed. En bovendien: kom herwaarts, volg Mij. En toen ging hij bedroefd weg. Deze man werd niet eens nauwelijks zalig. Hij werd helemaal niet zalig, tenzij het later nog veranderd is. Maar dan is het wel echt nauwelijks geweest.

Welnu, zo zijn er honderden. Ze hebben een geheime onrust, maar zij hebben ook hun rijkdom, die ze niet los willen laten. Zij hebben soms één zonde, die ze als afgod koesteren, die hen een bron van geluk moet zijn. En ze kunnen niet loslaten, wat ze hebben. Nooit worden zulken zalig, nooit worden ze zalig, tenzij God een wonder aan ze doet. En wat zal het dan nauwelijks wezen !

***

Lezer, de rijke jongeling bad om ontdekkend licht. En toen heeft de Heere Jezus hem laten zien hoe het met hem stond : Doe mij één genoegen : Bidt ook gij om ontdekkend licht, om wat gij doen moet om het eeuwige leven te beerven. Daar zijn mensen, die menen, dat zij het voor alle mensen weten. Zij hebben een eenheidsrecept. Tegen iedereen, tegen de rijke jongeling, tegen Nicodemus, tegen de schare of wie ook, zeggen ze: geloof maar in de Heere Jezus Christus. Dat zei de Heere Jezus niet tegen iedereen. Want de Heiland preekte de bekering, die velen tegenwoordig niet meer prediken. Als het zo kon, dat ieder maar bij zijn wereldse schatten en bij zijn liefste zonden en bij zijn intellectuele rijkdom of rijkdom aan soliditeit en gerechtigheid en godsdienst mocht blijven, dan zou het geen nauwelijks zalig worden zijn. Maar Jezus Christus is niet gekomen met een goedkope geloofsprediking, zonder waarachtige vernieuwing des harten, doch wél met de gestrenge eis der bekering. Daarom zal de rechtvaardige nauwelijks zalig worden.

Ik noemde zoeven Nicodemus. Hij had voor dominee gestudeerd en preekte iedere Zondag, soms driemaal. Hij wilde graag erkennen, dat hij nog vele vragen in zich voelde opkomen. Doch hij wilde niet erkennen, dat het niets met hem was en dat God nog eens van voren af aan met hem zou moeten beginnen. Daar zijn zo weinig mensen, die weten dat zij er buiten staan en dat het niets met hen is, op het gebied van geloof en bekering. Maar die er zijn, in hen komt de spanning. Voor hen is het zoals de apostel Paulus het voorhield aan de gemeente van Corinthe : Het Koninkrijk der hemelen is als het lopen in een wedstrijd. We lopen met honderden, doch slechts één ontvangt de prijs. Zal ik dat wezen?

Die spanning moet er zijn in ieder christen, want het zal nauwelijks zijn, zelfs al is men nog maar 10 meter van de eindstreep af. Loopt alzo, zegt de Apostel, dat ge die eeuwige kroon moogt verkrijgen.

God is goed, maar de mensen deugen niet. Velen denken als de rijke jongeling zalig te worden, zonder alles te verkopen ; anderen als Nicodemus, zonder wedergeboorte. De mens, de godsdienstige mens, de zoekende mens, de bekommerde mens, is in zijn wezen één groot stuk verzet tegen de waarachtige bekering. Hij zal alles doen om wat te worden, doch het is genade, wanneer iemand alles mag verliezen, zodat Christus alles worden mag. En als nu de rechtvaardige, die oersolide is en met kracht naar het eeuwige leven zoekt en als nu de rechtvaardige Petrus nauwelijks zalig wordt, waar zal dan de gewone goddeloze en zondaar verschijnen?

Papendrecht. L. Vroegindeweij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Nauwelijks......

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's