Nog een poging
PROF. Dr. J. SEVERIJN
Prof. Haitjema knoopt aan de oorsprongsgeschiedenis van de Geref. Bond nog weer enkele beschouwingen vast, die met elkander een tweede aanwijzing moeten geven, welke zijn stelling zou moeten bevestigen, aangaande de reactie van het secte-type tegen het , , echt Gereformeerde kerk-type".
Hij ziet het ontstaan van de Geref. Bond door die bril en schijnt er belang bij te hebben ook anderen die bril op te zetten, opdat zij dezelfde visie zullen hebben op de Geref. Bond en zijn actie.
Allereerst worden de twee brochures van Juli en November 1905 in herinnering gebracht, die in verband met de val van het Ministerie-Kuyper werden geschreven : Wat nu ? en De vrijmaking der Kerk.
Hoe prachtig alles bij elkander ; Kuyper, de politieke teleurstelling, de poging om , , de vrijmaking der kerken" tot een politiek programpunt te maken, waarop de Christelijk politieke partijen zouden kunnen worden verenigd, en dan de eerste ledenvergadering van de Geref. Bond 18 April 1906 en het referaat van prof. Visscher : God en mijn recht, en de naamgeving van de Gereiormeerde Bond tot vrijmaking der Ned. Herv. Kerken. (Let vooral op dit meervoud) .
Dat kan immers niet missen : overschatting van de plaatselijke kerk, secte-type, Kuyperianisme — ziedaar de Gereformeerde Bond : kiezen voor het individualisme der groep van , , belijders" (blz. 178). Wijst dat niet heel duidelijk in de richting van het secte-type?
Of prof. Visscher dan zo'n principiële secte-typische man is ?
Ja, zeker, zegt prof. Haitjema, hij heeft een fel requisitoir tegen Hoedemaker's Kerkstaat-theologie gehouden en de voorgestelde reorganisatie gehekeld (blz. 180). Hij heeft haar genoemd , , een schijnheilige revolutie" en hij heeft gezegd : , , Zij meent de veelkleurige massa te kunnen saambinden in één kerkverband en een handhaving der belijdenis te kunnen doorvoeren, die slechts schijn van handhaving kan en mag zijn, maar toch de rode en zwarte zomen zal afknippen van het kerkelijk kleed. Zij verkracht èn de belijdenis, én het recht" (blz. 181. Aangehaald uit God en mijn recht, blz. 23).
Welk een heiligschennis en misduiding heeft hij daarin volgens Haitjema begaan : ontsteld en verontwaardigd vraagt Haitjema : , , Maar is dan het , , kerkvolk" in de zin van Hoedemaker en Gunning met de veelkleurige, wereldse massa ident" ?
, , Prof. Visscher meent het inderdaad", voegt hij er aan toe.
En dan meent hij in een en ander genoegzame grond te mogen vinden om te zeggen, dat prof. Visscher daarin het sectarisch-individualisme verraadt van zijn eigen kerkbegrip.
Ziedaar een staaltje van de methode, welke prof. Haitjema meer toepast, als hij iemand een zeker stempel wil opdrukken.
Hij tracht het dan ook nog waar te maken voor degenen, die het zo maar niet aannemen.
Het , , kerkvolk" in de zin van Hoedemaker en Gunning ! Wat is dat voor volk, dat Visscher zou hebben ontheiligd ?
Visscher heeft het wel over een veelkleurige massa, die Hoedemaker c.s. in één kerkverband wil saambinden, maar hij spreekt niet van , , kerkvolk".
Klaarblijkelijk is het de zin van Hoedemaker en Gunning, die deze veelkleurige massa tot , , kerkvolk" maken moet.
Die veelkleurige massa kan dus als , , kerkvolk" gezien worden, als men haar ziet, zoals Hoedemaker en Gunning haar zien willen. En dan is het in het oog van Haitjema een verschrikkelijk en sectarisch euvel van Visscher, dat deze het gezicht van Hoedemaker en Gunning niet overnam.
Prof. Haitjema maakt het er verder niet beter op, als hij de volgende redenering opzet : , , Het uitgangspunt van het kerkbegrip is hier niet de door Zijn Woord en Geest werkzame Christus, d. w. z. de Verbondsmatig werkzame Christus. Het uitgangspunt van het kerkbegrip is hier de enkele, bewuste belijder, die „aaneensluiting" zoekt met anderen van dezelfde belijdenis". Immers prof. Visscher zegt zelf, , , dat de diepe levenseenheid (van het gemeenschappelijk belijden) „ , , beweegkracht tot aaneensluiting, en dus tot kerkformatie is", (blz. 181).
En nu het eigenlijk bezwaar, dat Haitjema hieruit puurt : , , Dit is dus mijn grote bezwaar, dat hier de diepe levenseenheid binnen de sfeer der kerk gefundeerd wordt in de daad van de belijder, en niet in het werk van Christus als Kerkformator".
Dit commentaar van prof. Haitjema moet even bedroevend zijn voor hem als verhelderend voor ons. Want dat kan nu geen enkel ware belijder van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof, ook niet onder degenen, die door Haitjema als individualistische-sectariers worden uitgekreten, als waar en overeenkomstig de werkelijkheid toegeven, n.l. dat de diepe levenseenheid binnen de sfeer der kerk gefundeerd wordt in de daad van de belijder en niet in het werk van Christus.
Als Haitjema dat heus meent, moeten wij ons afvragen, ondanks ons respect voor zijn bekwaamheid, of hij wel weet waarover hij schrijft.
Wij laten de uitdrukking Kerkformator als titel van Christus maar staan, maar onder , , de diepe levenseenheid" heeft prof. Visscher zonder enige twijfel het door Woord en Geest gewerkte nieuwe leven bedoeld, dat allen, wien dat moge tebeurt vallen, met de Christus in één levensverband zet, als in Hem ingelijfd. Deze gemeenschap met Christus is een werkelijkheid, welke niet nalaat zich ook naar buiten te openbaren, o.a. in de vorming van gemeenten, gelijk dat ook van den beginne geschied is.
Het is daarom volkomen ten onrechte zulk een averechtse en zeker door hem niet bedoelde verklaring aan deze woorden van prof. Visscher te willen geven.
Tot zulke dingen komt men, als men iemand met geweld iets wil opdringen.
Ook de Dortse Synode heeft volgens prof. Haitjema aanleiding gegeven om aan het „secte-type" al te licht een specifiek-Gereformeerd stempel op te drukken, omdat zij de „gepraedestineerde mens" meer dan de , , praedestinerende God" centraal heeft gesteld, zoals hij beweert. Het schijnt derhalve, dat men te Dordt ook al niet echt-gereformeerd was, althans, dat de mannen van Dordt ook al niet van het door Haitjema als echt-gereformeerd aangediende kerktype zijn uitgegaan.
En om nog even terug te komen op de zoeven aangehaalde zinsnede van prof. Haitjema : , , Het uitgangspunt van het kerkbegrip is hier niet de door zijn Woord en Geest werkzame Christus, d. w. z. de Verbondsmatig werkzame Christus".
Ook dit stukje commentaar vraagt nog een enkele opmerking, mede in verband met het , , kerkvolk" in de zin van Hoedemaker en Gunning. Hier is weer iets soortgelijks aan de orde. Zo oppervlakkig gezien, zou men zeggen, dat spreekt vanzelf : de Christus is Verbondsmatig werkzaam.
Schoon is de uitdrukking wel niet, zij klinkt een beetje opgelegd, ietwat gewild, zodat men vraagt, wat bedoelt gij daarmede eigenlijk precies?
Het is waar. God gaat verbondsmatig met de mens om. Hij handelt verbondsmatig met de mens, maar wat heeft dat met het secte-type of kerktype te maken?
Alles, zal prof. Haitjema zeggen, want vanwege dat Verbondsmatige konden Hoedemaker en Gunning de door prof. Visscher geschilderde veelkleurige massa immers voor „Kerkvolk" houden. Zo schijnt het toch, dat wij het , , in de zin van Hoedemaker en Gunning moeten verstaan", als wij Haitjema goed begrijpen.
Met andere woorden, het komt er op neer, dat Haitjema de veelkleurige massa als , , kerkvolk" ziet, omdat hij de kerk ziet in het licht des Verbonds. Verbondsmatig is en blijft de veelkleurige massa binnen de 'sfeer der kerk , , kerkvolk".
Israël is het volk des Verbonds, en het blijft dat, ondanks al zijn overtredingen en goddeloosheid. Dat is het beeld, dat ons, a. h. w. voor de geest wordt geroepen en dat wordt op de Hervormde Kerk toegepast.
Daar schijnt wel iets in te zitten, maar gaat de vergelijking wel helemaal op?
Kan men spreken van een Verbond Gods met de Hervormde Kerk als instituut, of met de Hervormde Kerk als zodanig?
Men zou haast aannemen, dat prof. Haitjema het toch zo bedoelt en dat hij daarom het nuchtere oordeel van prof. Visscher sectarisch noemt. Dan echter gaat het er op lijken, dat men het met prof. Haitjema in alles eens moet zijn op straffe van voor sectarisch te worden uitgekraamd.
Gaan wij even terug naar Israël, dat de heidense goden in de tempel bracht, deze ontsierde met hun beelden en attributen en ontheiligde door velerlei afgoderij , dan hebben de profeten de verbondsmatigheid zodanig geëerd, dat zij Gods oordelen hebben gepredikt en de doodsklok hebben geluid over het volk. En Gods Verbond heeft niet verhinderd dat Hij het volk Israël in ballingschap zond en de tempel aan verwoesting prijs gaf.
En de Heere Jezus Christus?
Heeft Hij niet de tempel gereinigd? Christus werkt verbondsmatig, zegt prof. Haitjema. Wij geloven het ook, maar Hij geselde de wisselaars uit de tempel.
Denken wij aan de Farizeërs, die zich tegenover Hem beroemen Abraham's zaad te zijn. Dat hield dus een direct beroep op het Verbond in.
Doch Christus onderricht hen, als Hij over Abraham spreekt, die naar Zijn dag heeft uitgezien, en Hij noemt de Farizeërs duivelskinderen. (Joh. 8 vs. 30 V.V.).
Wat nu? Is dit van de Christus misschien ook niet helemaal verbondsmatig en eer een beetje sectarisch?
Trouwens er kunnen meer woorden van de Christus worden aangehaald, die zo onmiddellijk op de persoon en op het persoonlijk geloof afgaan !
En de apostel Paulus? Als hij handelt over de verwerping Israels en vraagt: Heeft God dan Zijn volk verstoten?
Wij kennen het antwoord : , , Dat zij, verre ; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van de stam van Benjamin". (Rom. 11 vs. 1 vv.).
Paulus wijst op zichzelf. Men zou kunnen zeggen, dat dit ook niet van individualisme ontbloot is. En dan verder spreekt hij van het overblijfsel, dat naar de verkiezing der genade is. (vs. 5),
Riekt dat misschien ook naar sectarisme? En toch spreekt Paulus hier over het Verbond !
Dit past alles wellicht niet in de doctrinaire beschouwingen aangaande kerktype en Verbond van prof. Haitjema, maar de feiten stellen prof. Visscher's uitspraak in het gelijk.
De vereerders van Hoedemaker hebben hun invloed op de nieuwe kerkorde laten gelden en zij hebben er op gewezen, dat zovelen uit hun midden of aan hen verwante personen, sleutelposities hebben ingenomen.
En is het er nu zover van af, wat prof. Visscher toen reeds van de reorganisatie heeft gezegd? Wijst de kerkelijke practijk, die wij sedert de laatste jaren zien, niet op revolutie? Ik laat dan het adjectief , , schijnheilige" niaar achterwege.
Bewijst de gang van zaken dan niet, dat , , men meent de veelkleurige massa in één kerkverband te kunnen samenbinden? "
En is het niet zo, dat men meent „een handhaving der belijdenis te kunnen doorvoeren, die slechts een schijn , van handhaving kan en mag zijn? "
Is het niet zó, dat men met de uiterste linker- en rechtervleugel verlegen zit?
Als dat alles voor echt gereformeerd moet gelden en uit het écht gereformeerde kerktype van prof. Haitjema moet voortvloeien, dan zijn Calvijn en degenen, die zijn volgelingen mogen heten, nooit gereformeerd geweest en men komt dan wel heel erg in strijd met de belijdenis der vaderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's