De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Eindgericht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Eindgericht

4 minuten leestijd

En ik zag enen grote witte troon en degene, die daar op zat. van wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvlood, en geen plaats is voor die gevonden. En ik zag de doden klem en groot, staand voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is ; en de dod. n werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hunne werken. Openb. 20 : 11, 12.

Het 20e hoofdstuk van het boek der Openbaring geniet een bijzondere belangstelling. De Chiliasten beroepen zich bij voorkeur op dit hoofdstuk. Met Augustinus verwachten we echter niet, dat er hier op de aarde een rijk van duizendjarige vrede in de toekomst te verwachten zal zijn.

We geloven, dat Augustinus gelijk heeft gehad, toen hij als zijn mening te kennen gaf, dat we onder dat duizendjarig rijk hebben te verstaan de tijd, die er verloopt van de Pinksterdag tot de dag van de ontbinding van satan. Het is dus de gehele Nieuw-Testamentische bedeling. In die tijd kan satan het niet verhinderen dat de banier van het kruis onder alle volkeren wordt geplant.

Aan het einde van deze nieuwe bedeling zal de satan echter opnieuw worden ontbonden. Dan zal hij de volkeren opnieuw verleiden. Hij zal ze vergaderen tot de krijg tegen de heilige en de geliefde stad.

Bij het horen van de woorden „tegen de heilige en de geliefde stad" denk ik niet meer aan het aardse Jeruzalem, maar zie daarin getekend de ware kerk Gods, die menigmaal zo jammerlijk verdeeld is, maar in het einde aller dingen, door de nood gedreven, zich zal openbaren in haar heerlijke eenheid. En ziet, dan zal de Heere tussen beiden treden. Daar kwam toch vuur van de hemel en heeft ze verslonden. En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en sulfer, alwaar het beest en de valse profeet is ; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht, in alle eeuwigheid.

Daarna zag de ziener van Padmos een grote witte troon en Degene, die daar op zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvlood en geen plaats is voor die gevonden.

O, wat zal het dan eens zijn, als de hemel als een boek zal worden toegerold. Dan zullen de elementen branden en vergaan en alle mensen zullen worden gedaagd voor de rechterstoel Gods.

Al de doden zullen staan voor God, de kleinen en de groten. Dan zullen de boeken worden geopend. Artikel 37 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis wijst met recht op de boeken van onze gewetens, die dan zullen ontsloten worden.

Al wat in het verborgene geschied is, zal dan geopenbaard worden. Hij brengt immers de heimelijkste zonden in het licht van Zijn heilig aanschijn. Ontkomen zal dan niet meer mogelijk wezen.

En dan zullen de doden geoordeeld worden, een iegelijk naar zijn werken.

„Naar zijn werken", staat er geschreven. Zal het dan toch niet wezen naar de woorden van de apostel Paulus, dat de mens alleen zalig wordt uit genade en niet uit de werken?

Ja, lezers, stellig is het uit genade en niet uit de werken.

In het 12e vers lees ik ook immers nog van een ander boek, hetwelk geopend werd, n.l. het boek des levens. In dat boek staan al de namen van de uitverkorenen Gods opgetekend. De namen van allen, die, uit souvereine genade zullen worden gered en gezaligd, alleen om de zoen- en kruisverdienste van die dierbare Heiland en Zaligmaker Christus Jezus.

En toch lees ik van de werken.

Maar de Heere herschept toch Zijn kinderen, opdat ze Zijn lof zullen vertellen?

Hij heeft ze geschapen in Christus

Jezus tot goede werken. Dat zijn de goede werken der dankbaarheid. Dat zijn de vruchten, die uit Hem gevonden worden.

Neen, dat zijn geen vruchten van eigen akker. Dat heeft de dichter verstaan, toen hij zong :

Och, of wij Uw geboón volbrachten, Gena, o hoogste Majesteit,

Gun door 't geloof in Christus krachten. Om die te doen uit dankbaarheid.

Welnu, niet naar de vruchten van eigengerechtigheid, maar naar deze onmisbare vruchten der heiligmaking zal Gods kind geoordeeld worden en eeuwige vrijspraak ontvangen.

Maar dan komt de eeuwige, scheiding. Twee zullen op één bed liggen. De een zal aangenomen worden en de ander zal worden verlaten.

O, lezers, waar zal onze plaats eenmaal wezen?

Aan de rechterhand bij de schapen, of aan de linkerhand bij de bokken?

Zalig de mens, die hier God als rechr ter leert ontmoeten, om met Job die rechter om genade te bidden.

Immers, die Hem hier om genade leerden bidden, zullen in Christus alles leren vinden wat tot hun zaligheid nodig is en straks in die grote dag eeuwige vrij­spraak ontvangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het Eindgericht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's