De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwijs

6 minuten leestijd

Eén taak van het Bestuur

Bij het nalezen lijkt me het slot van m'n vorig artikeltje niet buitengewoon duidelijk. Mijn bedoeling is, dat ik aan een kleine reserve van beschikbaar onderwijzend personeel de voorkeur geef boven een zekere krapte, 't Is natuurlijk voor de betrokkenen erg prettig als ze geen ogenblik op 'n betrekking hebben te wachten. Maar anderzijds is het voor tal van scholen toch een reuzehandicap, als ze telkens moeten tobben door gebrek aan leerkrachten, terwijl er bij ziekte of afwezigheid wegens militaire herhalingsoefeningen, helemaal niemand beschikbaar is. In de grote centra heeft men dan nog wel eens kans dat een gepensionneerd collega nog fit genoeg is om te helpen, of dat een gehuwde dame voor korte tijd het huishouden verwisselt met de school. Een gewenste toestand is dat echter niet. Trouwens op tal van kleinere en afgelegen plaatsen heeft men deze kans zeer dikwijls niet. Dit nog even ter verduidelijking van wat vorige week werd geschreven.

Nu wat anders.

Er heersen nog altijd hier en daar zonderlinge ideeën over ons Chr. Onderwijs, 't Zou volgens velen niet meer of weinig meer zijn dan gewoon lager onderwijs met nog wat , , godsdienstonderwijs". Sommigen gaan nog verder en oordelen zoals een collega hier aan één der gemeentescholen, die tegen een paar ouders, die voor hun kind nog een school zochten, meedeelde, dat het wel niet zoveel scheelde, maar dat aan de Christelijke School het onderwijs toch wel, wat de gewone vakken betreft, minder moest zijn dan op de Openbare School. Er ging immers zoveel tijd af voor de Bijbel en bidden, enz. Nu is het niet mijn bedoeling om dit te gaan tegenspreken en het tegendeel te motiveren. De practijk van het onderwijs heeft wel geleerd, dat hiervan geen sprake is. Ook wat de gewone vakken betreft, kan het Bijzonder Onderwijs de concurrentie best aan.

Maar nog in ander opzicht moet ik me toch tegen de definitie dat Christelijk Onderwijs zou zijn : gewoon onderwijs + godsdienstonderwijs, verzetten. Het karakter van het onderwijs is anders, wat de sfeer betreft, en ook wat de leerstof betreft. Ik denk daarbij aan zoveel andere vakken, waarbij het leerplan anders is en waar de principieel andere instelling der leerkrachten een groot verschil maakt. Denk b.v. aan de leerstof, aan het geschiedenis-onderwijs — ik bedoel daarbij niet, dat we een andere geschiedenis maken, maar wèl, dat de geschiedbeschouwing hier toch een belangrijke rol speelt.

Het zal de taak zijn en blijven van de Christelijke School, dat er principieel geen verschil is of komt tussen de speciaal religieuse vakken en de andere. Ik geloof, dat we daarvoor terdege moeten opletten. De onderwijzers en onderwijzeressen hebben hierbij een belangrijke taak, wat de uitvoering betreft, en in het bijzonder het Hoofd der school, die de leiding heeft bij de vaststelling van het leerplan. Ook zou ik meer de Besturen willen ingeschakeld zien in het leven der school. Het is niet voldoende trouw de Bestuursvergaderingen bij te wonen, maar het is nodig dat er ook van deze zijde regelmatig trouw schoolbezoek plaats vindt.

Dit is al een zeer belangrijk iets, als belangstelling in de school, die toch ten slotte de school is der ouders, van wie zij als Bestuur de vertrouwensmannen zijn. Dit kan, mits goed opgezet, de onderlinge verhoudingen ten goede komen ; het toch altijd aanwezige element van controle moet daarbij niet op de voorgrond treden. Tenzij bestaande moeilijkheden er aanleiding toe geven. Dan is het echter ook geheel op zijn plaats en kan voor de betrokkene(n) en ook voor het Schoolbestuur veel meer bijdragen tot een goede oplossing van geschillen, dan urenlange vergaderingen of lange brieven.

Indien maar op de voorgrond staat, dat men niets anders wil dan de school, dan het onderwijs dienen. En dat mag men toch van onze Bestuursleden verwachten.

Ik herinner me zo'n geval.

Het was een gemengde school, vrij groot, met kinderen en personeel , van verschillende kerkelijke gemeenten. Ook het Bestuur was wel Gereformeerd, maar kerkelijk gescheiden in vier verschillende sectoren, n.l. 2+3 +1+1.

Op een morgen, net vlak vóór schooltijd, komt één der plaatselijke predikanten (niet-Hervormd) de gang binnen, begroet het Hoofd der school en ook mij, die daar toevallig net in de buurt was. „Zó, dominé, komt u eens kijken? " , , Ja, ik zou wel eens graag een Bijb. Geschiedenisles bijwonen. Waar? Och, dat geeft niet. Ik denk : dominé, zegt u 't nu maar eerlijk ! Want hoewel ik nergens van wist — er is nog zo iets als intuïtie — ik voelde, dat het om mij te doen was. , , Welnu, laat ik dan maar eens met m'nheer V. meegaan". Best. De dominé gaat mee, ik geef hem een stoel, plaats me achter m'n lessenaar en begin. Het was klas 7 (Ie ULO-klas), Op de rooster stond 1/2 uur B.G., maar ik heb ditmaal 1 uur met de kinderen B.G.-les gegeven. De jongens luisterden goed, dat weet ik nog wel. Maar de aandachtigste hoorder was toch de dominé ! Om 10 uur ging hij weg en nooit zal ik de handdruk vergeten, die hij me gaf, bij het afscheid, en het woord van dank, dat hij sprak.

Later heb ik vernomen — niet van m'n patroon, want die wist 't óok niet — wat er gaande was. 't Was een lid zijner gemeente, die mij iets vertelde uit een kort daarop gehouden gemeentevergadering. Er was bij de dominé kwaad gesproken van de school en speciaal over mij, waarbij wel de hoofdbeschuldiging was, dat ik zó Hervormd was, dat ik zelfs bij de Bijbelles daarin veel te ver ging en de andere kerkgroepen eigenlijk kleineerde. Met de man, die hem dit kwam vertellen, had hij regelrecht naar mij toe willen komen, maar die wilde dat niet. Toen besloot hij, zonder verder er over te spreken, zich door onverwachts schoolbezoek op de hoogte te stellen. Hij was zelf Bestuurslid.

Dit heb ik, vooral toen ik het wist, buitengewoon op prijs gesteld. Daarmee was de zaak uit de wereld en toen ik elders benoemd werd, kwam hij persoonlijk bij me om me dringend te vragen of ik voor deze benoeming wilde bedanken en aan de school wilde blijven.

Sindsdien heb ik nog meer gevoeld, dat het toch zo dringend nodig is dat het Bestuur niet steeds via de rapporten van het Hoofd, maar óok door eigen aanschouwen en horen, op de hoogte is van de aard en het werk van zijn personeel, 't Is goed, natuurlijk is het goed dat het Bestuur ook zo af en toe eens een vergadering houdt met z'n personeel, indien dit namelijk dan ook staat in het raam van het schoolwerk.

Maar meer hecht ik er aan, dat het Bestuur in de school geen vreemdeling is. Waarom zou de rijksinspecteur en de gemeenteinspecteur regelmatig de klas­ sen bezoeken en het eigen Bestuur, van wie de school toch uitgaat, niet?

In bovengenoemd geval, liep alles goed af. Maar ook dan, indien er werkelijk reden ware geweest tot nadere bespreking, had langs deze weg toch verbetering kunnen worden aangebracht meer dan door geheimzinnig doen en geheimzinnige bespreking. De zaak van het Christelijk Onderwijs en van de Chr. School mag het daglicht zien. Doen we dan daarnaar !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's