De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Kerk der Belijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kerk der Belijdenis

9 minuten leestijd

PROF. Dr. J. SEVERIJN

Toch secte-type! vindt prof. Haitjema.

Zou het secte-type verder doordringen in ons Hervormd-kerkeUjk leven ? vraagt hij op blz. 182 na de vermelding van de oprichting van de Gereformeerde Bond.

„Gelukkig legde zuiver-Calvinistisch inzicht van meet af ook onder Hervormde Gereformeerden, die zich aanvankelijk tot de nieuwe beweging vonden aangetrokken, een rem aan", zo antwoordt hij zich zelf.

Let wel zuiver Calvinistisch inzicht! Aan wie dit wordt toegeschreven ? Niet aan de Gereformeerde Bond, want die is zo verknocht aan secte-type en conventikel geest, dat zelfs de door prof. Haitjema hoog geprezen ds. M. Jongebreur — en wij onthouden hem die. lof niet — toch naar de overtuiging van prof. Haitjema , , niet helemaal vreemd is aan het secte-type". blz. 190).

Het gaat in dit verband n.l. over de koerswijziging van de Gereformeerde Bond in 1909, waarin ds. Jongebreur zonder twijfel de hand heeft gehad.

Lees ik het goed, dan is echter de remmende macht van het , , echte oecumenische Gereformeerde kerk-type" (blz. 184) uitgegaan, dat achter de, koerswijziging werkte. Klaarblijkelijk ziet dit op de Confessionele Vereniging.

„Ds. Jongebreur", zo zegt prof. Haitjema, , , oriënteerde zich in zijn referaat Onze kerkbeschouwing in 1912 sterk aan Calvijn's kerkbeschouwing, en kwam zeer beslist op tegen het Labadisme en Independentisme, , , dat onder zovelen zijner mede-Gereformeerde onder de Hervormden diep wortel geschoten had".

, , Bij deze fijne, ferme man was gezond Calvinisme, dat de leer van het Genadeverbond beslist een plaats wil geven in de kerkbeschouwing" schrijft Haitjema, alsof dat in de kringen van de Gereformeerde Bond iets zeldzaams is, en des ondanks was ook ds. Jongebreur volgens dezefde schrijver niet helemaal vreemd aan het secte-type.

Uit een en ander blijkt nu wel heel duidelijk, dat prof. Haitjema een geheel subjectieve maatstaf aanlegt om iemands graad van gereformeerdheid te bepalen.

Men maakt een goede beurt, als men Labadisme en Independentisme bestrijdt Welaan, dan maken wij een goede kans op een prijsje, want dat doen wij, geloof ik, allen.

Dan de leer van het genadeverbond in onze kerkbeschouwing een plaats geven !

Of dat nu specifiek gereformeerd is, laat ik in het midden, doch kan men Kerk en Genadeverbond van elkander losmaken?

Och, neen, dat weet prof. Haitjema óok wel, maar het is hem te doen om het kerktype, dat tegelijkertijd het type volkskerk is, tegenwoordig luidt de term : Christus-belijdende volkskerk, en als gij bet daarmede niet eens zijt, dan kunt gij niet echt-oecumenisch gereformeerd zijn in de ogen van haar verdedigers.

Wij zullen nu maar niet ingaan op het Utrechtse voorstel van een modusvivendi, of de voorstellen van het Convent nader handelen. Zelfs prof. Van Leeuwen, die zich zo „nobel en inzichtvol aan Calvijn oriënteerde", heeft op het stuk van de verhouding van de plaatselijke kerk tot de algemene kerk naar het inzicht van prof. Haitjema een concessie gedaan aan het secte-type ten koste van het kerktype, (blz. 187).

Dat wordt nu werkelijk een vreemdsoortige redenering. Prof. Haitjema is van oordeel, dat prof. Van Leeuwen nobel en inzichtvol, dus op een edele wijze, en met veel inzicht, zich oriënteerde aan Calvijn.

Goed, ik onderschrijf dit oordeel gaarne.

Men mag dan onderstellen, dat die inzichtvolle oriëntatie ook de kerkbeschouwing van Calvijn betrof, en als men dan zulk een getuigenis van iemand geeft, ligt het voor de hand hem op een o.i. afwijkende mening ernstig te nemen en te onderstellen, dat hij wel eens gelijk kon hebben, in ieder geval, is er aanleiding om zijn eigen mening niet zo absoluut voor de enig ware te houden.

Maar neen, prof. Haitjema poneert een , , nuchtere consequentie drang", die het gevolg is van een eenzijdig uitgaan van de plaatselijke kerk en niet tevens van een denken in omgekeerde richting. Hij spreekt van een zig-zag methode van Calvijn !

En dan komt als , , schril" voorbeeld van zulk een eenzijdigheid het convent. Het meest „schrille" in die voorstellen is wel geweest, als wij de schrijver goed verstaan (blz. 189), dat daarin werd voorgesteld om de doopleden, die zulks begeren, tot de Kerk der belijdenis te rekenen.

Die zulks begeren, heeft prof. Haitjema cursief laten drukken. Wat een indivudialistische methode !

En hij concludeert: , , Dit moet practisch leiden tot het loslateh van een zeer brede groep, die door de Doop als door het teken des Verbonds in de Kerk des Heren is ingelijfd".

Vooreerst valt over dit punt nog te discussieëren, maar ook afgezien van zulk een discussie, treedt hier een kerkbeschouwing aan de dag, die het kerktype verbindt aan een sacramentele handeling, en dat met een eenzijdigheid, welke de belijdenis in de schaduw stelt.

Is dat mogelijk ook de aanleiding geweest, dat door de bestrijders van het Convent, prof. Haitjema Incluis, de uitdrukking „Kerk der belijdenis" nooit is verstaan?

Ligt dan de belijdenis zover weg? Van Prof. Haitjema kan men dat haast niet aannemen, want hij heeft dikwijls over de belijdenis gesproken, ook in verband met het reorganisatie-vraagstuk, en van ds. Jongebreur kan men dat ook niet aannemen, en toch hebben zij de expressie Kerk der belijdenis genomen in de zin van „belijdende Kerk".

Ook op blz. 189 beweert prof. Haitjema op formele argumentatie of sluit zich daarin althans bij ds. Jongebreur aan, dat „de Hervormde Kerk onder de reglementen nog steeds moet beschouwd worden als de Kerk der belijdenis en dan besluit hij met de woorden van ds. Jongebreur : , , of wilt ge liever, niettegenstaande de vele niet-belijders, die wederrechtelijk tot haar behoren(!) (cursivering van mij, S.), nog altoos een belijdende Kerk".

Op zulk een argumentering doorbordurende, kan men evengoed wijzen op art. X van de huidige kerkorde en beweren, dat de Hervormde Kerk een belijdende Kerk is, want het staat in de kerkorde.

En waarom zoudt gij daaraan twijfelen?

Omdat het niet genoeg is, dat het in de kerkorde staat, maar het moet ook blijken in het kerkelijk leven, het moet ook zijn een belijden metterdaad.

De Hervormde Kerk moet nog steeds beschouwd worden als de Kerk der belijdenis, dat is als belijdende kerk. Heeft men nu waarlijk nooit gevoeld, dat de uitdrukking Kerk der belijdenis toch wel een zeer ongewone is, als daarmede alleen wil gezegd zijn : belijdende Kerk?

Ligt het waarlijk zover weg om daarin een verwijzing te zien naar de belijdenis zelf, n.l. naar de kerk, die in de belijdenis aan het woord is, die daar belijdt, welke ons daar wordt voorgesteld en beleden wordt?

Met de uitdrukking „Kerk der belijdenis" wordt en werd alzo bedoeld de kerk, die in de Artikelen XXVII en volgende der Ned. Geloofsbelijdenis getuigenis geeft van haar wezen, haar open-baring en dienst, en aan die maatstaf gemeten, zal men niet kunnen volstaan door op louter formele gronden zulke beweringen te doen, die door de werkelijkheid worden gelogenstraft.

Het gaat ons waarlijk nog altoos om de kerk der belijdenis in de zoeven omschreven zin, want met die kerk hebben allen gemeenschap, die met haar hetzelfde geloof deelachtig zijn, waaruit die kerk heeft gesproken. En zij, die uit datzelfde geloof leven, zoeken nog altoos de openbering dier kerk naar de eis van haar eigen getuigenis.

Wie dat nu wil toeschrijven aan wat hij naar de hoek van het z.g. secte-type blieft te verwijzen, moet dat maar zelf verantwoorden.

Ons komt het voor, dat ook daarin een functie van de belijdenis aan de dag treedt, die mag gelden als een echt en zuiver Confessioneel streven, dat door allen, die zich op de Confessie beroepen, verdient te worden betracht.

Formalisten, die de Ned. Hervormde kerk als belijdende kerk beschouwen, omdat art. 11 van het Algemeen Reglement van , , de leer" heeft gesproken, en omdat er een art. X in de kerkorde Staat, kunnen haar ze|fs wel als een gereformeerd belijdende kerk beschouwen, maar de werkelijkheid is, dat proponenten worden toegelaten, die ver van de gereformeerde belijdenis af staan en dat de kerkelijke pers heel andere klanken laat horen dan met de Confessie overeenkomen.

De kerk, die ons in de belijdenis wordt voorgesteld, vertoont een geheel ander beeld, al is zij er zich van bewust dat in haar midden vele hypocrieten zijn dan de Hervormde kerk van thans.

Nog eens over het stok-paard van prof. Haitjema gesproken, dat hij zo gaarne berijdt, als hij de Gereformeerde Bond wil bestrijden.

Hij heeft het over de , , individualistische" methode van het uitgewerkt plan van het Convent, om de doopleden, die zulks begeren, tot de kerk der belijdenis te rekenen.

Indien wij nü de uitdrukking kerk der belijdenis nemen, zoals deze bedoeld is, is dat toch zeker niet zo gek, want er zijn niet weinige mensen, die welbewust geen lid willen zijn van de kerk, die in de belijdenis aan het woord is en daarin getuigenis geeft van haar wezen en openbaring.

En hoevelen zijn daaronder, die ook van het Verbond, waarop prof. Haitjema doelt, niets moeten hebben, en die daarop ook geen aanspraak kunnen doen gelden, om de eenvoudige reden, dat zij mogelijk niet eens in de Naam van de Drieënige God zijn gedoopt, aangezien de kerk over de bediening van het sacrament al even weinig heeft gewaakt als over de prediking en catechese.

Over , , individualistische methode" gesproken, hoe oordeelt prof. Haitjema over mensen, die aan enige plaats niet een zodanige prediking vinden als hun welbehagelijk is, en die een groepje gaan verzamelen om zich te onttrekken aan de samenkomst der gemeente, om een prediking in de gewenste eigen stijl te doen plaats hebben? Een prediking voor degenen, die zulks begeren, ook al kunnen zij niet zeggen, dat de officiële prediking in strijd is met de belijdenis.

Is dat geen individualistische methode en valt dat niet en zelfs met meer recht onder het secte-type?

Dat gebeurt nog al eens in gemeenten van Hervormd-gereformeerde richting door mensen, die zich dan Confescioneel noemen.

Of is dat een methode om het kerktype tot uitdrukking te brengen?

Ergens schrijft prof. Haitjema: , , En de hartstochtelijke , , „evangeliserende" " Geref. Bonds-kringen worden sterk gepaaid ten koste van het echt-kerkelijk uitgangspunt, dat de Kerk, als eenheid, met Woord en Ambt en Sacrament centraal stelt, en anterieur durft stellen aan de bewuste enkele belijdenis", (blz. 189)

En nu de hartstochtelijk in Gereformeerde Bondsgemeenten evangeliserende Confessionelen, die hoogkerkelijk zijn opgevoed, mogen zij de vrijheid nemen om dat echt-kerkelijk uitgangspunt te verachten en een groepje , , bewuste belijders" te verzamelen in een z.g.n. evangelisatie, inplaats van de Kerk, als eenheid, met Woord en Ambt en Sacrament centraal te stellen?

De mensen van het kerktype, dat prof. Haitjema verdedigt, blijken óok al niet vreemd te zijn aan practijken die, zacht uitgesproken, sectarisch zijn. Hoogkerkelijk in de hoge kerkpolitiek en sectarisch in de plaatselijke gemeente, terwijl het ons allen moest te doen zijn om de kerk, met welke en van welke wij in onze Confessie belijdenis doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Kerk der Belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's