Aphorismen etc. V
Ouders, die hun kinderen laten kiezen, welke kant zij ' kennen zeil de rechte keuze niet. uitgaan.
Daar zijn honderden ouders in steden en dorpen, die er inzake de opvoeding hunner kinderen eigenaardige gedachten op nahouden, hierop neerkomend : men moet de kinderen vrij laten, vooral op het punt van godsdienst.
De kinderen genieten in huis een soort kameraadschappelijke behandeling. Men rekent met hen en overlegt vele dingen samen met hen, zó sterk zelfs, dat je soms niet meer weet, wie baas in huis is, ouders of kind. "Trouwens, de gedachte van „het baas zijn" is volgens hen al verkeerd en vele vaders en moeders vinden het „echt-leuk", wanneer de jonge kinderen hen aanspreken met: „je, jij, jou !" Dat is tegenwoordig , , stijl".
Natuurlijk laat men die kinderen niet opgroeien „voor rad en galg", om hier nog in oude stijl te spreken. Neen, die kinderen moeten in alle , , maatschappelijke en christelijke deugden" onderwezen worden, maar eigenlijk meer, door met hen te redeneren, dan door dwang.
„Foei, houd op over dwang, daar hebben wij onze kinderen veel te lief voor !" zeggen zij. Wil een kind 's avonds ergens heen, waar het beter vandaan kon blijven, dan zeggen de ouders niet: , , Neen kind, daar mag je niet heen !" Maar ze vragen hoogstens : „Zou je daar wel heengaan ? " Hierop volgt dan de kinderrepliek.
Wat de questie van de godsdienst betreft, houden die ouders zich helemaal , , op de vlakte". Zij beijveren zich zeer, hun kinderen vooral niet te influenceren (alsof de onthouding en de neutraliteit geen influenceren was). Zij moeten het zelf maar weten. Voelen zij er voor, naar de kerk te gaan en naar de catechisatie of zich bij christelijke kring aan te sluiten en straks als lidmaten ener kerk aangenomen en bevestigd te worden, zij vinden het goed en raden niets af of aan.
Neen, zulke ouders kennen de rechte keuze niet inzake Gods Koninkrijk. Want kenden zij die wel, dan zouden ze er hartezorg over dragen, welke kant hunne kinderen uitgaan en of zij nu met God of zonder Hem het aandurven.
Zij stellen zich voor, dat de mens op een tweesprong staat en zelf kan kiezen, welke weg hij op moet.
Neen ouders, gij vergist u! De mens staat niet meer op een tweesprong. Hij heeft al lang de verkeerde kant gekozen, namelijk van God af. Dat is al zo vanaf het paradijs. En dacht u dan, dat uwe kinderen van zelf de goede kant opgingen ? Er zit een slavenmeester achter ons, die ons de brede weg opdrijft. Maar nu heeft God de Heere ons in Christus de ene weg des heils geopenbaard. Christus Zelf is die weg. Door Woord en Geest wil de Heere onze voeten op die weg zetten en de rechte keuze leren. Als Hij ons in het harte greep en de ogen opende., dan leren wij naar die weg der zaligheid verlangen. Wij leren de Christus belijden en Hem alleen verkiezen.
Een zalige keuze is dat! Dat wordt dan dagelijks ondervonden hoe veilig en hoe heerlijk het is onder de Christushoede.
Dan hebben wij maar èèn wens, dat ook de kinderen die, weg leren bewandelen. Het kan en zal ons dan niet koud laten. Als Christus onze zaligheid en gerechtigheid werd, kan Hij dat alleen ook voor de kinderen zijn.
Dan zullen wij ze niet overal laten lopen, precies zoals het uitkomt, neen, wij willen weten, wat ze doen, waar ze lopen en waarmee ze zich ophouden.
De kinderen zijn u, ouders, door de Heere geschonken en als Zijn panden u toebetrouwd. Gij hebt ouderlijk gezag over hen en moet dat handhaven.
Dat behoeft nog volstrekt geen dwang te betekenen. Wanneer een burger des lands de wetten gehoorzaamt, kan hij zich toch terecht een vrijburger voelen.
In een christelijk huisgezin is Gods Woord en Wet regel, waarnaar men leeft. Worden de kinderen dus zó opgevoed, dan gaan zij van zelf mee naar de kerk ; zij zitten vanzelf eerbiedig aan tafel, wanneer het Woord gelezen wordt. Al deze dingen spreken vanzelf.
Alleen, wanneer zij zich zouden verzetten, kan dwang nodig zijn. Wanneer zij 's Zondags liever in het bed blijven, inplaats van naar de kerk te gaan, zullen de ouders hun gezag laten gelden. Dan mag, ja, dan moet de sterke arm er maar eens aan te pas komen. Och, ik zeg niet, dat vader zijn jongen aan de oren mee, moet trekken : er zijn immers nog wel andere strafmaatregelen. In dit geval mag echter de dwang niet geschuwd, als de liefde en het gebed er maar niet buiten blijft want anders zou het neerkomen op de handhaving van het recht van de sterkste, iets, wat zich later wreekt.
En zeggen nu de voorstanders van de zogenaamde vrije keuze : , , Dus tenslotte, wilt gij uwe kinderen toch dwingen, om ook te geloven wat gij gelooft ? " dan antwoorden wij : „Neen, dat willen wij niet. Zelfs het pogen zou dwaas zijn. Wij willen hun wel de weg der waarheid voorhouden in alles. Hen zelf voorgaan op die weg en hen dagelijks de Heere opdragen. Wij dwingen hier niets. De Heere doet Zijn eigen werk en Hij doet het goed. Maar voor zover Hij ons hier de teugelen in handen gaf, mogen wij ze niet vieren".
En denken nu vele christenouders : „Ach, zou ik zelf dan de rechte keuze wel kennen ? Want ik sta hier in velerlei opzicht zo schuldig !" Dan antwoorden wij : , , Dat kan best wezen ! Gij hebt voor de Heere neer te leggen, ook uwe te grote meegaandheid. Hij zal u wel leren, het lijntje weer strak te houden naar Zijn Woord. Ook dan als uwe kinderen morren : , , Mogen wij dan niets meer ? "
Maar ik had het nu over ouders, wie de geestelijke keuze hunner kinderen eigenlijk koud liet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's