Het wordt er niet beter op
PROF. Dr. J. SEVERIJN
In de „tweede, geheel herziene en sterk uitgebreide druk" van de Richtingen heeft prof. Haitjema een hoofdstuk gewijd aan „Spanningen onder de aanhangers der Gereformeerde richting in de Ned. Herv. Kerk.
Volgens het bekend recept tracht prof. Haitjema argumenten bijeen te brengen om de „spanningen, die hij in de Gereformeerde richting" meent te zien, aan te tonen onder de titel: „Dr. Woelderink contra prof. Severijn".
Heel openhartig schrijft prof. Haitjema :
, , Tegenover de stroming, die de reformatorische lijn onzer belijdenisgeschriften wenst te handhaven en door te trekken, staat die andere stroming, die zich zelf als echt-gereformeerd aandient, maar in het wezen der zaak verre van Schrift en belijdenis afwijkt. Men kan deze laatste stroming met verschillende namen aanduiden : Het grondtype is dopers, daarnaast of daarin treft de individualistische de piëtistische of methodistische lijn". (Blz. 241).
Prof. Haitjema weet verder te vertellen, dat deze twee stromingen er inderdaad zijn in „de Gereformeerde Bond" dat bleek vooral na het einde van de tweede wereldoorlog steeds duidelijker. De spanningen hebben zich in de laatste tijd binnen de groep van de z.g. Gereformeerde richting zelf dermate verscherpt, dat dit bij meerdere aanhangers van het „reformatorisch" geloofsdenken tot een bedanken voor het lidmaatschap van de Gereformeerde Bond heeft geleid. Dr. Woelderink zelf is voor een paar jaren blijkens een mededeling in het veertiendaags blad „„voor de gehele Gereformeerde gezindte"" : Enigheid des Geloofs ook hiertoe overgegaan".
Ziedaar de gehele alinea. Openhartig zeer zeker, maar minder nobel dan openhartig. Prof. Haitjema weet toch, dat de Gereformeerde richting slechts voor een deel is georganiseerd in de Geref. Bond. Als hij zich daarvan nader rekenschap geeft, zal hij aanleiding vinden om zich een beetje minder generaliserend over de Gereformeerde Bond uit te spreken.
Die aanhangers van het , , reformatorisch" geloofsdenken, van wie hij gewaagt, en dr. Woelderink zelf — dat woordje zelf zegt in dit verband ook wat — zijn voor zover de gevallen van bedanken aangaat, beperkt tot weinigen, van wie sommigen tot onze vreugde eigener beweging terugkwamen.
En wat die als doperse grondtype aangemerkte lijn aanbelangt, zou de geachte auteur wel kunnen weten, dat deze. — voor zover zij met enig recht tot dat type mogen worden gerekend — zich tot de Gereformeerde Bond niet zozeer voelen aangetrokken.
Doch de stelling eenmaal geponeerd, dat de twee stromingen zowel in de Gereformeerde richting als in de Gereformeerde Bond worden gevonden, kan prof. Haitjema wat ruimer armslag ne.men om door elkander over de Gereformeerde richting en de Gereformeerde Bond te handelen.
Op zich zelf is dat niet zo erg, maar door te gaan op een door hem zelf geforceerd genoemde stelling om prof. Severijn en dr. Woelderink als typische representanten van de beide stromingen binnen de Hervormd-Gereformeerde richting ten tonele te voeren, heeft een bedenkelijke kant voor een man van zijn standing. Zelfs gaat prof. Haitjema zover nog eens op te merken, dat er bij kennisneming van de grotere theologische geschriften van prof. Severijn en dr. Woelderink de aanvankelijke indruk kan ontstaan, dat er iets geweldadigs ligt in dit tegenover elkander stellen van deze beide theologen als typische vertegenwoordigers van de reformatorische en de doperse stroming in de kringen van , , de Gereformeerde richting".
Ja, hij meldt zelfs, dat het wel uitermate onbillijk kan schijnen bij eerste kennisneming van prof. Severijn's geschriften, om hem bij de doperse stroming in te delen. (Blz. 243).
Men zou zo menen, dat een en ander prof. Haitjema wat voorzichtiger moest maken en tot onderzoek nopen, of mogelijk het criterium, dat hij aanlegt op deze onderscheiding geweldadig en onbillijk mocht zijn.
Hij stelt mij, wat het grondtype van zijn geloofsdenken betreft, in het verlengde van prof. Visscher's denkwijze en dr. Woelderink in het verlengde van de visie van ds. Jongebreur en ds. van Grieken, (blz. 243). Dat is nog niet zo vreemd, zal iemand zeggen, en dat is ook zo.
Maar hebben wij eerst niet vernomen, dat ds. Jongebreur toch ook niet helemaal vrij was van het secte-type, terwijl hem nu weer de lof wordt toegezwaaid, dat hij met ds. van Grieken in 1909 de Gereformeerde Bond principieel in meer reformatorische geest wist om te bouwen.
Alles is betrekkelijk en meer reformatorisch ook, intussen is dr. Woelderink voor prof. Haitjema de echt-gereformeerde, ofschoon hij zich vrijmoediger van Calvijn distanciëert dan Severijn. (Blz. 243).
Prof. Haitjema heeft nog enige bladzijden nodige om op althans schijnbare overeenkomsten tussen mij en dr. Woelderink te wijzen en dan eindelijk verschilpunten naar voren te brengen, waarvan het voornaamste wordt aangewezen in de formule : belofte of immanente werkelijkheid (blz. 249).
Daarin schuilt dan eindelijk het verschil van de reformatorische en de doperse richting volgens prof. Haitjema. Dr. Woeldering denkt zo consequent eschatologlsch, dat zelfs „de gave des H. Geestes" voor hem geen feitelijke, d.w.z. in de mens ingegoten, pneumatische werkelijkheid kan zijn, doch in het woord der belofte vervat moet blijven. Want ook die gave behoort bij Woelderink tot de beloften des Evangelies." (Blz. 249).
Hier zijn wij dus aan het eigenlijke punt. En hier schijnt ook het criterium van Haitjema aan de dag te treden tussen reformatorisch en dopers, n.l. consequent eschatologisch denken.
In de theologie van prof. Barth vervult dat ongetwijfeld een belangrijke rol, en deze is niet zonder invloed op Haitjema en Woelderink gebleven, maar het zal bezwaarlijk gaan om aan te tonen, dat Calvijn in die zin consequent eschatologisch heeft gedacht, dat ook de gave des Heiligen Geestes belofte des Evangelies blijft.
Dan zou dat ook van de wedergeboorte gelden, dat zij belofte blijft.
Waarom zou dan ook het geloof geen belofte des Evangelies blijven ?
Dan zouden wij in de tijd niets meer hebben.
Als de wedergeboorte geen werkelijkheid in het leven van een Christenmens mag zijn, zou het er op gaan lijken, dat Calvijn eigenlijk meer dopers dan reformatorisch is geweest.
Het is de moeite waard dat nog eens nader te bekijken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's