De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De practijk der godzaligheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De practijk der godzaligheid

Calvinistische Levensstijl

8 minuten leestijd

Op voorgang van de meester zelf typeert de saamhang van leer en leven het Calvinisme, zoals reeds werd betoogd. Calvijn heeft er geweldig veel zich aan laten gelegen liggen dat de leer gehonoreerd werd in een levenspractijk dienovereenkomstig. Wanneer in de liturgie ten onzent in het bevestigingsformulier van predikanten, aan de dienaar des Woords, die zich aan zijn nieuwe gemeente gaat verbinden, als derde vraag wordt voorgehouden, dat hij zijn lering moge versieren met een godzalig leven, dan is dat zeker Calvinistisch naar de aard. De preken van Calvijn penetreren diep in het leven van elke dag. Daarmee verwierf hij zelfs vele verwijten. Hij zou een moralist, een zedepreker zijn. Of elders, dat hij een virtuoos was in het schelden, wanneer hij de manieren gispte van , , honden, die eens hun snuit in de kerk staken". Deze kwalificaties zijn beslist onverdiend en onbillijk. Maar ze bewijzen In ieder geval, dat Calvijn al prekende zich niet verre hield van de practische vragen. Zijn prediking bleef niet in hoge sferen zweven. Op dit punt kunnen we misschien nog wel iets van Calvijn leren. Als we tenminste aanspraak willen maken op de titel : volgelingen van de grote Picardiër. De dienaar des Woords legge niet alleen de luisterende gemeente het grote kapitaal van de rechtvaardiging van de goddeloze om niet in de hand, voorzover ze geloven, maar ook moet hij het kleingeld meegeven, opdat de gemeente niet ieder uur van de dag verlegen sta. Er wordt teveel geprakkizeerd en te weinig gepractiseerd. De doordringing van het alledaagse, bonte leven met de leer der godzaligheid, zeker, dat is wel een punt, waarin de Calvinistische Reformatie het wint van de Lutherse. Muller zegt in zijn Symbolik, dat het Lutheranisme in het kerkelijke en particuliere leven al wat in vrijheid is omhoog geschoten, eerst naderhand besnoeit, maar er niet toe gekomen is om een positieve, duidelijke norm te stellen voor de levenspractijk.

Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis komt als een echt Calvinistische symbool voor de dag, als we lezen in artikel 7 : , , Wij geloven, dat deze, Heilige Schrifture de wille Gods volkomenlijk vervat, en dat al hetgene de mens schuldig is te geloven, om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt. Want overmits de gehele wijze van dienst, die God van ons eist, aldaar in. het lange beschreven wordt " De wil Gods als het breder en meer omvattende gaat voorop. De Lutherse reformatie is te eenzijdig en te uitsluitend geïntereseerd voor het laatste : wat een mens schuldig is te geloven, om zalig te worden. De dienst, die God van ons eist, in het lange beschreven. Let wèl : in het lange. We vatten dus als eindconclusie samen dat de leer in het leven moet verdisconteerd worden. Om , , in stijl" te blijven. Als de typische wezenskenmerken van de leer (de doctrina) te vergelijken zijn met de architectuur van een imposant bouwwerk, dan is de vormgeving van de alle­ daagse levenspractijk niet minder belangrijk, zoals ook de binnenhuisarchitectuur bij elk gebouw niet mag verwaarloosd worden.

Kenmerken van Calvinistische levensstijl.

Iemand merkte op, dat stijl bestaat in weglating van het niet essentiële en in het sterker relief geven van de hoofdtrekken. Welnu, dan is het wel geboden om de in het oog lopende karakteristika van de Calvinistische levenspractijk naar voren te halen.

Onmiddellijke relatie tot God.

Toen de R.K. heilsleer, waarin de kerk met zijn genademiddelen een onmisbare functie heeft, door de Reformatie werd afgezworen en het dogma van de rechtvaardigmaking centraal gesteld werd, moest ook geproclameerd worden de onmiddellijke verhouding van de gelovige tot God. Calvijn heeft dit met grote klaarte en scherpte gedaan. Zodoende krijgt de gemeenschap met God van meetaf een door en door religieus karakter. Het kan niet uitblijven, dat daardoor ook het hele leven een godvruchtig en persoonlijk accent geeft. De rechtgeaarde Calvinist is persé geen dier van de kudde in de kwade zin van de uitdrukking, want overigens is hij met heel zijn hart een gezocht schaap van zijn Opperste Herder. Hij begeert een religieuse persoonlijkheid te zijn, die zich in al zijn doen en laten onmiddellijk afhankelijk en verantwoordelijk weet van God, de Heere.

Ten zeerste wordt de levensstijl gekenmerkt door de verheven lijnen van de Souvereiniteit Gods, die domineren en de stipjes, waarin de aanspraken en de betekenis van de mens is vastgelegd. Deemoed en ootmoed voor de hoge majesteit Gods zijn de zenuwen van het levensgevoel. Over de Souvereiniteit Gods heeft wellicht, uitgezonderd de gewijde schrijvers van de Heilige Schrift, niemand indringender en ontroerender geschreven, dan de reformator, die niet anders wilde dan leerling van het Woord zijn. De beschouwingen over de zeer verheven Souvereiniteit Gods culmineren in het majestueuse leerstuk van Gods genadige verkiezing. Heilige ernst geeft aan de Calvinistische levensstijl een voornaam cachet.

Weinigen hebben ook zonder gezwollenheid — want daarmee wordt altijd over het doel heengeschoten — de gevallen mens in zijn onwaardigheid en geringheid zo sober en toch zo suggestief getekend als Calvijn. Telkens frappeert de gebrokenheid van het leven. Daarmee onderscheidt zich het levensgevoel en de levensstijl van het Calvinisme beduidend van de R.K., die veel optimistischer zijn ingesteld. Hiermee heeft Calvijn aan de beweging, die zijn naam draagt, voor alle eeuwen een onverliesbaar stempel opgedrukt. Weliswaar zijn er verzwakkingen, maar het Calvinisme kan op straffe van zelfmoord zich nooit van deze factoren ontdoen. Een man als Kuyper mag —• mee wellicht door de geest van de tijd, waarin hij leefde — verschillende graden optimistischer gestemd zijn ten aanzien van de cultuur, maar het is dan ook kwestieus of zijn gemene gratie opvattingen de rijpe vruchten zijn van wat Calvijn beknopt met zijn algemene genadeopvattingen heeft geleraard.

Het geloof, zo betoogt Calvijn, is een werkzaam iets. Het sijpelt heen door elke wand, die we als een ondoordrinbaar schot willen aanbrengen om de consequenties van de leer der zaligheid te beletten in te grijpen in de practijk van het iederdaagse leven. Het geloof is geen ledigheid, vandaar een actieve, harde en dappere ethiek. De Boeddhistische roerloosheid heeft met het Calvinisme geen enkele, trek van overeenkomst.

De band aan het Woord.

Zonder Schrift laat zich geen Calvinistisch leven denken. Neem het Woord weg en het Calvinisme kan niet meer leven. Dan is het Calvinisme geen Calvinisme meer. De band aan het Woord hetekent niet biblicistische letterknechterij. In gene dele. Ook geen bibliocratie, geen dictatuur van de papieren paus, zoals het veel gehoorde verwijt luidt. Allereerst al omdat de tweeslag : Woord en Geest en Geest en Woord behoren tot de leuzen, in de goede zin, van het Calvinisme. Eerder moeten we spreken van theocratie of christocratie. De gezegende Godsregering van het leven nu wordt uitgeoefend, mee dank zij de koninklijke scepter van het Woord. Onderzoek van het Woord behoort tot de stilering van het leven van elke dag. „Uw knecht wil zich daar dagelijks mee beraân" is het heilige voornemen van elk, die meer wil wezen dan een Calvinist slechts in naam. We zien ze reizen door het moeitevolle leven, alle ware zonen van Calvijn, bijgelicht door de lamp des Woords voor de voet. Het overtuigde, het zelfstandige is daarom ook een wezenskenmerk van de Calvinistische levenstrant.

Met Schrift wordt zeer nadrukkelijk gedoeld op Oud- en Nieuw Testament. Voor wie het Oude Testament een gesloten boek is, blijkt ook het Calvinisme een onbegrijpelijke streving. Prof. Van Ruler noemt ergens de Dekaloog, het Oude Testament, de bevinding en de praedestinatie de kleinodiën van het Calvinisme. Terecht. Het is alweer onverdiend en onbillijk het Calvinisme te verdoemen als Oud-Testamentisch en wettisch, maar instee van de verderfelijke zelfliquiderende leus van : „weg met het Oude Testament", weet het Calvinisme weg met het Oude Testament. De strakke beheerstheid van het Calvinistische leven is te danken aan het luisteren naar wat de Geest door het Oude Testament tot de gemeente zegt. Daardoor kan ook het Calvinisme richtlijnen opstellen voor het staatkundig en maatschappelijk leven. Improvisatie is de Calvinistische levensstijl niet eigen.

In geen enkele liturgie heeft de wet der tien geboden een zodanige ereplaats verkregen dan in de gereformeerde. De wet, die als het ware naar twee zijden de vleugelen uitslaat. Voortdurend is de veroordelende kracht van de wet het gezegende medium, waardoor de gelovige verdeemoedigd leert sterven aan zichzelf en is de wegwijzende functie van de wet ook het heilig instrument, waardoor de gelovige met vaste schreden op het pad der godzaligheid voortgaat. Deze dubbele functionnering van de wet bewaart voor neerslachtigheid en overmoed, voor geestelijk minderwaardigheidsgevoel en ijdel zelfvertrouwen. Dank zij deze waardering van de Dekaloog heeft de levensstijl van de Calvinist iets evenwichtigs, iets van symmetrie. De goede leerling van Calvijn wordt niet zo gauw in stemmingen en gevoelens her en der geslingerd.

Tucht.

Een van de woorden, die we vaak in de literatuur van Calvijn en zijn opvolgers tegenkomen is het eenlettergrepige „tucht". In beeldspraak vaak „teugel" genoemd. De tucht heet de zenuw van het kerkelijke leven. We mogen zeggen van het hele christelijke leven volgens Calvijn. Ja, woorden als tucht en gerechtigheid, die in de theologische wetenschap niet immer die belangstelling krijgen die ze verdienen, zijn bij uitstek geschikt om daarmee het eigene, het specifieke van de Calvinistische levensstijl te demonstreren.

Hij leeft, die leeft onder de tucht van Gods Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De practijk der godzaligheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's