De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat er van de Kerk in deze tijd verwacht mag worden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat er van de Kerk in deze tijd verwacht mag worden

8 minuten leestijd

Referaat door ds. G. Boer, gehouden op de vergadering van Ambtsdragers op 27 Februari 1954

II.

Dat gij verder als ouderlingen en diakenen geroepen zijt de gemeente te weiden, enz., is een zaak, die het formulier tot bevestiging van ouderlingen en diakenen u telkens op het hart bindt. Daarover is verleden jaar met u gesproken.

Onze bedoeling vanmiddag is u er op te wijzen, dat wij met onze gemeenten staan in een zich veranderende kerk èn in een zich veranderende maatschappij.

Wij staan ten eerste in een kerk, die bezig is van gedaante te veranderen. Ik mag u op enkele verschijnselen van deze gedaanteverwisseling wijzen. Na 1816, na de invoering en oplegging van het Algemeen Reglement, was het niet mogelijk dat de werkelijke stand van zaken in de kerk doorzichtig werd in de ambtelijke vergaderingen der kerk. Deze ambtelijke vergaderingen waren gedegradeerd tot besturen en hadden geen mond om te spreken. Dit is sinds de invoering van de Kerkorde veranderd. Tengevolge van de oplichting van de stolp van de Synodale Organisatie van 1816, is de status quo, de werkelijke toestand van de kerk, zoals deze reilt en zeilt, open en bloot gekomen.

Was de hegemonie in de vorige eeuw tijdelijk in handen van het Modernisme, alleen de besturenstolp verhinderde deze stroming deze hegemonie voor ieder zichtbaar te maken. Dat is bij alle ellende nog een geluk geweest.

Nu is de leiding toegevallen aan, wat Berkhof noemt, de Midden-Orthodoxie, èn wat aantal èn wat de bezetting van de sleutelposten in de kerk betreft. Gemeente-opbouw heeft daartoe de stoot gegeven. Tussen haakjes zij opgemerkt, dat de geest, die door Gemeente-opbouw waaide, een ietwat andere was, dan nu in de organen en vergaderingen der kerk waarneembaar is. Wat dat betreft, is de situatie behoorlijk verslechterd.

Dé bezetting van al deze sleutelposities geeft deze Midden-Orthodoxie de opgave haar idealen over de kerk waar te maken en te vervullen. Dat doet zij dan ook. Het Dordts-gereformeerd karakter van de kerk verdwijnt hoe langer hoe meer !

De binding aan de belijdenis der kerk (in gemeenschap met) blijkt van dergelijke elasticiteit, dat de richtingen zijn herdoopt in modaliteiten, en 't hoe langer hoe meer schijnt, dat onze kerk een modaliteitenkerk wordt, zonder dat de ingestroomde afwijkende leringen getoetst worden aan de belijdenis der kerk.

Men kan er op wijzen, dat het woord modaliteit alleen maar voorkomt in een overgangsbepaling en niet in de kerkorde, dat de kerk in een overgangsperiode leeft, dat Gemeente-opbouw in oorspronkelijke kracht bedoelde een samen teruggroeien naar de belijdenis, enz., maar dan is men toch niet helemaal eerlijk tegenover zichzelf. Immers, waar zijn dan de symptomen van dat welbewust teruggroeien naar de belijdenis? Zullen wij eerst de belijdenis als uitdrukking van gemeenschappelijk geloof kunnen loslaten en haar daarna hervinden? Waar in de kerkgeschiedenis is dit ooit gebeurd? Wie heeft ooit de leiding van de Heilige Geest kunnen veronachtzamen, om deze later weer te kunnen verwachten?

Dfe kerk heeft in deze kerkorde haar helderheid en klaarheid inzake het belijden ingeruild voor haar apostolaire gerichtheid. Vandaar de grote belangstelling voor Kerk en Wereld, waarin een naar links opschuivende apostolaire geïnteresseerdheid steeds meer merkbaar wordt.

Nu de besturenstolp er af is, komt er veel los. Inderdaad! De typische Midden-Orthodoxe visie op het gezag van de Heilige Schrift (ontleend aan de theologische stand van zaken van dit ogenblik) wordt via de Generale Synode aan de kerk voorgelegd.

De fundamentele stukken van het geloof als 't gezag van de Heilige Schrift, de praedestinerende God, de verzoenende Christus en de wederbarende Heilige Geest, worden tot in de officiële bladen van de kerk óf afgevijld óf doodgezwegen óf soms weersproken.

De gereformeerde vroomheid — waarvan de Statenvertaling een typische uitdrukking was en is — is met deze vertaling aan 't verdwijnen.

De reformatie in hoofd en leden, wordt — althans wat het hoofd betreft — voltooid geacht. Alles kan immers kerkelijk aan de orde komen ! Alleen de reformatie in de leden moet nog uitgewerkt worden. Dat betekent misschien dat wanneer men het in leidende kringen van de kerk eens en waarin men één is geworden, moet doorwerken in de gemeenten. Dit proces is mijns inziens reeds in volle gang. Vooral het confessionele blok is in oplossing met al de aankleve van dien. Het kerkelijk standpunt van Hoedemaker wordt hoog geprezen, maar alle geschriften en passages, waarin hij handelt over het gezag van de belijdenis en de handhaving daarvan na en door middel van de reorganisatie, worden met het standpunt van Lingbeek zorgvuldig in de mist gelaten.

't Lijkt wel, of men van confessionele zijde (uitzonderingen daargelaten) eenvoudig de moed en de kracht mist daarop te wijzen en er moedig voor te strijden. Wanneer zullen deze gesmoorde stemmen zich weer hoorbaar maken ? Wanneer zullen de schellen van de ogen vallen?

Intussen de gedaanteverandering gaat door. Dit werkt door in de gemeenten. Daardoor komt gij in uw gemeenten voor allerlei moeilijkheden te staan. Immers deze geest, die vaardig is over de Hervormde Kerk, hoe verdraagzaam overigens tegenover de vrijzinnigheid, hoe geduldig tegenover ds. Loos c. s., kan het toch niet dulden, dat gij u aan deze mentaliteit niet wezensverwant gevoelt en in critische gereserveerdheid blijft staan tegen de geestelijke en financiële consequenties van het kerkewerk.

Ook financieel gaat dit zijn gang. De bezwaren tegen veel kerkewerk, gefinancierd uit Paas- en Oudejaarscollecten, zijn bekend. Een en andermaal is daarop in de Generale Synode gewezen. De Handelingen der Generale Synode kunnen als bewijsstukken gelden.

Dit verhinderde de organen der kerk niet om de bijdragen van de Generale Kas voor een bepaald bedrag binnen te krijgen. Dit verhindert de Generale Financiële Raad ook niet blijkens schrijven van Januari '54, een financiële regeling te treffen, waardoor o.a. de gemeenten, die tot nu toe geen Synodale collecten hielden, gedwongen worden het dubbele van het in 1953 betaalde quotimi te betalen.

Men heeft van de zijde van de Gen. Financiële Raad voor de kerkvoogdijen het quotum verdubbeld. Was deze vorig jaar reeds verhoogd met restitutiemogelijkheid via de inning van de kwitanties voor de Generale Kas, nu heeft men het verhoogde bedrag van 1953 eenvoudig verdubbeld, maar — en nu komt het — met restitutiemogelijkheid via de opbrengst van de collecten voor het Collecteplan. Brengen deze collecten meer dan 60% van het gevraagde aandeel op, dan krijgt u uw verhoging van uw aandeel terugbetaald uit dit meerdere van 60% voor het Collecteplan.

Een voorbeeld:

Een gemeente wordt dit jaar voor de Kas voor administratiekosten aangeslagen op ƒ 2000.—, dus ƒ 1000.— meer dan vorig jaar. Haar gevraagd aandeel in het Collecteplan bedraagt ƒ 5000.—. Brengt deze gemeente nu meer dan 60% op van deze ƒ 5000.—, dan krijgt zij het boven de 60% uitgaande gerestitueerd. Wat is nu het gevolg van deze handelwijze? Natuurlijk, dat elke gemeente 60% van haar aandeel voor het Collecteplan inbrengt, op straffe van verdubbeling van het quotum. Betaalt men dit laatste niet, dan blijft het ergste en 't meest ongeestelijke wapen over : weigering van de autorisatie van het beroep.

Toen ik deze regeling las, dacht ik plots aan iemand, wiens naam onder deze mededeling stond : ds. J. H. F. Wesseldijk, praeses van de Gen. Synode nu en in 1950 bij de eindstemming over de kerkorde. Toen de kerkorde met 74 stemmen voor en 14 stemmen tegen was aangenomen, sprak hij : Hier zijn geen overwinnaars en geen overwonnenen ! 't Lijkt mij toe, dat de feiten van lieverlede een andere taal gaan spreken ! Daarom trof het mij, dat ik deze naam onder het schrijven vond.

Wat is het geval? Verscheidene gemeenten hielden geen collecten voor het Collecteplan. Waarom niet? Om principiële bezwaren tegen veel van het kerkewerk. In de diepste achtergrond om de terzijdestelling van de geestelijke bezwaren tegen de functie van de belijdenis der kerk. Om des gewetens wille hebben afgevaardigden met smart tegen gestemd en gewaarschuwd tegen de koers, die men insloeg. Men heeft deze bezwaren, die niet eerstens financieel, maar geestelijk waren, niet aanvaard. Een kerkorde naar gereformeerde structuur zou anders uitgevallen zijn. Het tegenstemmen was een consciëntiezaak, of zoals ds. L. Kievit het zeide : een zaak van een goed geweten voor God. Wil men dit — hoewel persoonlijk anders gestemd — aanvaarden? 'k Dacht — in 1950 — van wel.

Vanwaar deze verandering? Vanwaar dit schrijven? Vanwaar het dringen in de Generale Synode naar sancties tegen die gemeenten, die niet uit gierigheid, maar uit bezorgdheid voor de koers der kerk, zich onthielden van deze, collecten ?

Waarom gaat men zelfs bij de Overheid voor echte gewetensbezwaren opzij inzake inenting en militaire dienst (ik geef hier geen waardering van inenting enz.) en waarom doet men dit in de kerk niet? Wanneer toch ergens het geweten recht functionneren kan, dan toch zeker in de kerk !

Waarom begaat men niet de weg van overtuigen en overleg? Waarom weet men geen project te vinden, waarachter deze bezwaarde gemeenten voluit kunnen staan? Waarom gaat men de weg van de schroef met de inkapseling, de weg van het opleggen? Dit voorspelt weinig goeds in de toekomst. Hier worden de snaren tot het uiterste gespannen en mijns inziens een verkeerd gebruik, om niet te zeggen misbruik gemaakt van de gehechtheid van de Hervormd Gereformeerden aan de Hervormde Kerk. Gaat men met de Vrijzinnigheid met de grootste tegemoetkomendheid om, tegenover de Hervormd Gereformeerden meent men zich meer te mogen veroorloven.

Voor mij is deze nieuwe quotisatie geen bewijs van kracht, maar van zwakheid, die zich wreken zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Wat er van de Kerk in deze tijd verwacht mag worden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's