Onderwijs
OUDERRECHT.
In November 1950 werd te Rome ondertekend een door de Raad van Europa opgesteld Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bij dit Verdrag behoort een protocol, dat later is opgesteld en te Parijs ondertekend. En wel op 20 Maart 1952.
In dit protocol komen ook opvoeding en onderwijs aan de orde. In art. 2 staat het volgende :
„Niemand zal het recht op onderwijs worden ontzegd. Bij de uitoefening van alle functies welke de Staat in verband met de opvoeding en het onderwijs op zich neemt, zal de Staat het recht eerbiedigen van de ouders, om voor hun kinderen zich van die opvoeding en dit onderwijs te verzekeren welke overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en philosophische overtuigingen".
U ziet, dat in dit artikel de volkerenorganisatie van het vrije Westen de rechten der ouders met het oog op het onderwijs aan hun kinderen onvoorwaardelijk wordt erkend. In ons land heeft het tientallen jaren geduurd éér de wetgever dit heeft aanvaard en tot wetsvoorstellen heeft uitgewerkt.
Dr. Schmal, die in , , Adfontes" hierover schrijft, deelt daarin mee, dat het heel wat voeten in de aarde gehad heeft éér dit artikel in z'n tegenwoordige redactie tot stand is gekomen. Daarom is het ook niet in het oorspronkelijk verdrag opgenomen, maar is er later in een afzonderlijk protocol aan toegevoegd,
't Is echter thans aanvaard en in de Staten, die het ondertekend hebben, zullen de regeringen daarmee hebben rekening te houden, d.w.z. in de practijk zal bij de regeling van opvoeding en onderwijs overeenkomstig dit artikel en dus overeenkomstig de erkenning van het recht der ouders, hebbeü te handelen.
Dit zal aanvankelijk nog wel heel wat moeilijkheden opleveren, want al ligt het principe nu vast, de uitvoering is daarmee nog volstrekt niet gegeven. Om één ding te noemen, dat gaat niet zover, dat het ook maar te vergelijken zou zijn met de financiële gelijkstelling zoals die in ons land, tenminste voor het Lager Onderwijs, is doorgevoerd. In hel protocol wordt met geen enkel woord over financiële gelijkstelling gesproken. Alleen het recht der ouders is erkend en het heeft nog heel wat moeite gekost om het zover te brengen.
Bij de ondertekening van het protocol heeft de toenmalige Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, mr. Stikker, namens de Nederlandse regering verklaard, dat naar haar gevoelen de Staat niet alleen het recht der ouders heeft te eerbiedigen, doch zo nodig tevens financiële maatregelen zal moeten nemen die de daadwerkelijke uitoefening van dit recht mogelijk maken. Dit is echt duidelijke taal en heeft in de hoge vergadering van de Raad van Europa doen zien, hoeveel verder wij hier in Nederland op dit gebied zijn dan in de meeste Staten van Europa.
In de meeste landen van Europa is men zover nog niet en in verschillende landen wil men vooralsnog zover ook nog niet gaan. Neen, de schoolstrijd is met de verklaring uit art. 2 van het additioneel protocol nog helemaal niet uitgesloten.
Ik moge in dit verband wijzen op verschillende berichten over de onderwijswetgeving in het in West-Duitsland gelegen Nedersaksen.
Daar heeft de regering een wetsontwerp ingediend, dat tot strekking heeft om Bijzondere Scholen op te heffen en er Openbare Scholen voor in de plaats te stellen. Deze Westduitse Staat is in meerderheid Rooms-Katholiek en de Bijz. Scholen zijn dan ook in meerderheid Rooms.
Geen wonder, dat de Roomse kerk tegen dit wetsontwerp in 't geweer is gekomen, speciaal de geestelijkheid van hoog tot laag en dat het volk er tegen opgeroepen wordt te strijden.
Ik moet ook eerlijk zeggen, dat onze, eerste indruk was dat hier de klok achteruit wordt gezet en het recht der ouders een lelijke knauw krijgt. Stel je voor, dat in ons land zoiets gebeurde. Dan zou zeker de schoolstrijd in Nederland weer in alle felheid herleven.
Men heeft echter ook de bij het wetsontwerp betrokken minister een uiteenzetting van de zaak gegeven, en dat is een heel ander geluid. Volgens deze bewindsman zijn de door hem voorgestelde maatregelen juist ter erkenning van het recht van een groep ouders, die tof dusver zeer misdeeld werden. Door het groot aantal R. Kath. scholen hadden tal van Protestantse ouders voor het onderwijs van hun kindejren geen andere keus dan ze te sturen naar een Roomse school omdat er eenvoudig geen andere ter plaatse is.
Voorts zegt de minister :
Ie. dat het slechts gaat over enkele scholen ;
2e. dat in sommige plaatsen het wetsontwerp geen toepassing behoeft te vinden, omdat daar voldoende gelegenheid is voor Protestantse kinderen.
Maar waar dit niet het geval is, zal een R. Kath. school plaats moeten maken voor een Openbare School. Dat zal dan, naar ik vermoed, een niet-Roomse school zijn. We behoeven daarbij nog niet te denken aan een Protestantse school.
Reacties van de Evangelischen in Nedersaksen heb ik nog niet gelezen. Kan ik dus geen oordeel over geven, 't Is te wensen dat er ook onder hen beweging komt, om niet tevreden te zijn met een kleurloze Openbare School, dus niet tevreden met negatievisme. Is het niet mogelijk om nu het principe van het onderrecht daadwerkelijk tot uitvoering te brengen?
Als ik de me ten dienste staande gegegevens even vergelijk, dan moet ik u herinneren aan wat ik u laatst mededeelde over een kweekschool in Eindhoven. Zou dit een positieve Hervormde kweekschool worden, of een niet- Roomse? U herinnert u, dat men zich aansloot bij een neutrale kweekschool in Arnhem.
De tijd zal het leren hoe het in Nedersaksen zal verlopen en of de Evangelischen daar
Ie. voldoende georiënteerd zijn ; 2e. voldoende principieel; 3e. van voldoende aantal, om alsnog voor het recht op te komen op positief Protestants onderwijs voor hun kinderen.
In ons land geldt het oüderrecht theoretisch en practisch zowel voor Protestanten als voor Roomsen. Hier is voor een in meerderheid Roomse Staat nu een pracht gelegenheid om te laten zien dat het onderdrukken van niet-Roomsen door Roomsen, slechts een fabeltje is.
Zal de bepaling in art. 2 van het toegevoegde protocol geen leeg gebaar zijn dan moet er ook in de practijk plaats zijn voor de royale uitvoering.
Wij zijn nu eenmaal niet voor Staatsopvoeding. De eerst aangewezenen zijn de ouders, als verantwoordelijk voor hun kinderen.
Laat ons echter goed bedenken, dat de ouders verantwoordelijk zijn aan Hem, uit Wiens hand zij die kinderen ontvingen. Daarom gaat boven het oüderrecht nog het Goddelijk recht. Zou het dan niet denkbaar zijn dat er toch geen plaats zou zijn voor elke soort school, ook al komt deze, wat richting betreft, overeen met de overtuiging in godsdienstig en philosophisch opzicht?
Ik kan me tenminste voorstellen dat er philosophische overtuigingen zijn, waarvan het op z'n zachtst gezegd, toch twijfelachtig is of in hun geest een school zou mogen worden opgericht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's