De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zelfverloochening en Kruisdragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zelfverloochening en Kruisdragen

8 minuten leestijd

Calvinistische Levensstijl IV

Navolging.

Ook Calvijn ziet evenals maar anders dan à Kempis het leven als navolging van Christus. De beschrijving bij Calvijn is Schriftuurlijker. De idee van navolging geeft aan de levensstijl iets levendigs, iets levends. De starre en geforceerd wettische regelmaat zet men ten onrechte op Calvijns rekening. Wie meent dat zijn leven door principes moet beheerst zijn, vergeet Christus te prijzen, die ons aan alle geweld ontrukt en tot Zichzelf geroepen heeft, opdat we rust vinden, zo luidt het gevoelen van Calvijn. Of ook : De regels, waarmee we ons leven moeten vormen mogen nog zo belangrijk zijn, ze leiden ons in de slavernij en tot afgodendienst. Calvijn kent zeer nadrukkelijk en niet alleen pro memorie de christelijke vrijheid van de wedergeboren en gerechtvaardigde christenmens. Maar we moeten in vrijheid, niet in willekeur Christus dienen. Daarom ook geen improvisatie. Daarom is het christelijke leven toch serieuser dan speels enkele tekenen oprichten en tegelijk uit tijdverdrijf van de wereld het nodige savoureren. Toch weet Calvijn dat het alles maar stukwerk is. We zijn niet geroepen tot verwerkelijking van zedelijke idealen. De navolging bestaat in twee regels : zelfverloochening en het dragen van het kruis.

Zeltveiloochening.

We moeten leren afzien van onszelf. Eigen zin loslaten is een zware maar gebiedende eis. Van de begeerten van ons vlees moeten we ons welbewust en resoluut afkeren. Dit is geen principiële beslissing, die we te nemen hebben om verder alles blauw blauw te laten. Het is een voortdurende oefening in de practijk van elke dag. Inderdaad is het waar, dat de beoefening van de religie de ziel is van de ware religie. We moeten bereid zijn om niets te worden, opdat God ons leven regere. De Calvinistische ethiek hecht er groot gewicht aan dat deze bereidheid een innerlijke moet zijn. Onze catechismus spreekt van , , van harte willig en bereid" en elders „van gewillig en met vreugde". Dat ontneemt aan de levensstijl de zware lijn van gedwongenheid, die het Jezuïtisme, het stelsel ontworpen door Calvijns tijdgenoot van Loyola, kenmerkt. De zelfverloochening heeft een negatief karakter, maar daarmee is niet het eindpunt bereikt. De horizont is wijder. Zodoende is er ook geen gelegenheid voor de vrome mens om zelf een soort van christelijk leven te boetseren door angstvallige mijding zonder meer. Hét gaat juist erom dat er ruimte wordt vrijgemaakt voor Gods doen. De zelfverloochening is per se iets anders dan de gangbare negatie van zichzelf. Dat hoort thuis in andere gedachtengangen, in andere religies en sectarische bewegingen. We moeten om Christus het kostbaarste prijsgeven maar toch daarbij op God, Christus en de naaste gericht zijn. Niettemin is Calvijn veel te nuchter om dit alles te wringen in een legalistisch tiranniek schema. Men mag gerust een mooi kleed dragen en een heerlijke maaltijd genieten. Elke zelfkwellende werkheiligheid is uit de boze. De zelfverloochening moet niet het uiterlijk hebben van het gebaar van een Agabus, dié — echter met een heel andere bedoeling — zichzelf boeide. Integendeel de rechte zelfverloochening is een loslating uit de dienstbaarheid, uit de gevangenis. De zelfverloochening staat in het teken van de eeuwige sabbat, die in dit leven aanbreekt, waarop de Geest Gods in ons werkt. Dat geeft iets feestelijks, iets van ingehouden vreugde aan deze daad van geloofsgehoorzaamheid.

Het diagen van het kruis.

Christus was een bestendige kruisdrager. Voor Zijn dienaar zal het kruis niet afwezig blijven. Enerlei wedervaart Christus en Zijn volgelingen, die Hem zijn ingelijfd. Alweer moet er op gewezen dat dit kruisdragen niet ontaarden mag in een masochistisch martelaarschap, geen ziekelijk vermaak in eigen leed en mishandeling. Het accent van de uitwendige bitterheid van het kruis verdwijnt, wanneer we door het geloof gemeenschap oefenen met Christus' kruis. Zo is onze wederwaardigheid nooit interessant. Waar we ons wenden, het kruis van Christus zal ons volgen. Als een schaduw. Vooral in de vervolgingen proeven we hoe kostelijk Christus is voor het gelovig gemoed. Het geduld onder het lijden van deze tegenwoordige tijd is geen stoïcijnse gelatenheid. We mogen inderdaad zuchten op ons ziekbed en met een geruste consciëntie gezondheid begeren en daarom bidden. We zouden heel de Calvinistische levensstijl kunnen samenvatten in het gezichtspunt, dat we met een goed en gerust leven God willen dienen. Op het graf mogen we, zoals de natuur dat vordert, de tranen de vrije loop laten, maar het laatste woord moet zijn : de Heere heeft het gewild, laat ons Zijn Wil gehoorzaam zijn. Nooit is het Calvijns oogmerk om de natuur in een onmogelijk keurslijf te wringen.

Het toekomstige leven.

Prachtig zijn de paragrafen in de Institutie, die gewijd zijn aan het pleit voor de overdenking van het toekomstige leven. Wanneer Calvijn de lijdensaankondiging van Christus bespreekt in zijn commentaren, wijst hij er op hoe nodig het was, dat Christus bij de voorzegging van Zijn smadelijk kruis en van Zijn smartelijke dood ook reeds gewaagde van Zijn opstanding ten derde dage, anders, zo zegt hij, zouden de harten der discipelen geheel overmand zijn door smart en benauwenis. Ditzelfde geldt ook van de loopbaan des geloofs. Als daar als tegenwicht tegenover al het verdriet en de verdrukking niet de overweging zou zijn van de aanstaande heerlijkheid, dan zouden wel de harten van Gods kinderen geheel volstromen met allerdroefste voorgevoelens en bangste verwachtingen. De heerlijkheid Gods, die geopenbaard wordt is meer dan honderd levens. Ons aardse leven moeten we haten nog niet zozeer omdat het aan dood en leed, maar omdat het aan de zonde onderworpen is. Zo staan we in dit leven op een wachtpost.

Uit een en ander is voldoende duidelijk dat Calvijn en ergo ook het echte Calvinisme nimmer houvast biedt aan een onchristelijke en onbijbelse wereldverachting. De woorden pessimisme en optimisme lenen zich niet om Calvijns standpunt in dit aardse leven te typeren. Het zegt allebeide teveel en bovendien stammen ze uit een begrippenwereld, die het Calvinisme niet dekt. Geen pessimist is in staat om zich zo vernietigend uit te laten over deze tegenwoordige wereld dan Calvijn, die de radicale uitspraken van Gods Woord niet alleen nazegt maar ook betracht. Maar kan ook dit gevloekte leven in deze gevallen wereld ooit optimistischer gewaardeerd worden, wanneer we aan het eind de toegang tot het eeuwige leven geopend zien. Me zweeft voor de geest de profetische uitspraak : een deur der hoop in het dal van Achor.

Al deze gegevens verschaffen ons materiaal in overvloed om de Calvinistische levensstijl te schetsen. Eigen is deze wijze van leven een sobere ingetogenheid en vermijding van excessen. Calvijns theologie beweegt zich niet over , , één spoor" en zodoende is ook de levensstijl, die hij voorstaat niet van een gewelddadige eenzijdigheid. Verschillende gegevens zijn in een harmonieuse eenheid van conceptie gerechtvaardigd. Zo zien we de ernstige en ingetogen Calvinist voor ons, die niet afwijkt ter rechterhand in heidense mijding van al het wereldse als besmet terrein, maar die ook naar links niet uitglijdt in een onmatig genot van de goederen dezer aarde. Er kan heus wel een gulle lach af. Ik heb wel eens de ondeugende ? gedachte gekoesterd, dat je met een kind van God op zijn tijd ook wel eens moet kunnen sneeuwballen. Alle onnatuurlijke gewrongenheid, alle wettische keurslijvige stijfheid is het Calvinisme vreemd. Er kan een gulle lach af. Maar de rechtgeaarde discipel van de grote Reformator heeft er weet van wat het zeggen wil, dat het hart in het lachen toch zijn bittere droefheid heeft. Maar daartegenover ook treurt hij niet als degene die geen hoop in deze wereld heeft. Hij beoefent het apostolische vermaan : als droevig en toch altoos blijde.

Gelijkvormigheid.

De Calvinistische levensstijl is van zeer voorname signatuur. Want er wordt ernst gemaakt om de voetstappen van de Gezegende Leidsman en Voleinder des geloofs te drukken, willen we waarlijk nazaten van de Geneefse Reformatie wezen. Niet gelijkvormig der wereld maar het heerlijk Beeld van Christus, dat Hij als een heilig en wenkend exempel heeft nagelaten. Gelijkvormigheid als voortvloeisel van de gelijkmaking (Rom. 6:5), dat is een centrale gereformeerde gedachte.

Onze Heidelbergse Catechismus zegt het veelbetekenend en kernachtig : het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zoude voortbrengen vruchten der dankbaarheid. Ook in deze mag de appel niet ver van de stam vallen al is het niet minder waar en tegelijk zeer verootmoedigend dat de allerheiligste maar een klein, uiterst klein beginsel van de volmaakte gehoorzaamheid opbrengt bij grote en zeer aanvechtbare overblijfselen van een in principe overwonnen ongerechtigheid.

Calvinistische levensstijl wil ten diepste christelijke levensstijl zijn in die zin dat het meer dan een ideaal of vrome wens een daadwerkelijke hartstocht betekent Christus na te volgen, zichzelf te verloochenen en het kruis vrolijk — één woord is soms een schat van begripsomschrijving en bepaling van intentie — Hem achteraan dragen. De Imitatio (navolging) van Christus moet niet opgevat worden met de associërende gedachte van imitatie, dat in onze taal niet zulke goede gedachten wekt, maar in de zin van Initiatio (inwijding) door Woord en Geest in de heilsgeheimen. Vergelijk Matth. 16 vers 21 met de verzen 24 en 25. In het bestek van de calvinistische levensstijl domineren de verticale lijnen. Ja de hoogste eindpunten zijn niet waarneembaar met het blote oog, omdat ze daar uitkomen waar Christus, als Hoofd van Zijn kerk, troont aan de rechterhand des Vaders. We mogen met een gerust en blij geweten concluderen: dat is pas levensstijl !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zelfverloochening en Kruisdragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's