Kerknieuws
Beroepen te :
Wezep C. van den Bosch te Bruchem — Arnhem (als ziekenhuispred.) M. J. W. Knipscheer te Holten — Lexmond J. den Besten te Babyloniënbroek.
Aangenomen naar :
Katwijk a/d Rijn (toez.) A. Makkenze te Tienhoven — Geertruidenberg (toez.) C. J. Remijn, vicaris te Eindhoven — 2e Exloërmond L. de Wit te Kloosterhaar — Groningen (vac. J. C. v. Nieukerken) A. H. Weenink te Drogeham.
Bedankt voor :
Nieuw-Stadskanaal (toez.) A. de Leeuw te Boskoop — Amsterdam (wijkgemeente Oude Kerk) H. M. Cnossen te Gouda — Bleskensgraaf (toez.) C. van den Bosch te Bruchem — Amsterdam (wijkgemeente Muiderpoort) (toez.) J. de Groot te Apeldoorn — Nieuwe Tonge M. Ottevanger te Leiden.
Emeritaat ds. Ph. J. Vreugdenhil.
Met ingang van 1 April a.s., wordt aan ds. Ph. J. Vreugdenhil te Gorinchem, eervol emeritaat verleend wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Ds. Vreugdenhil werd 31 Maart 1889 te Strijen geboren. Hij studeerde aan de R.U. te Utrecht en werd in 1912 candidaat in Zuid-Holland. Op 19 Jan. 1913 aanvaardde hij te Ottoland het predikambt. Vandaar vertrok hij in 1915 naar Sprang, welke gemeente hij tot 1918 heeft gediend. Na van 1919 tot 1924 verbonden te zijn geweest aan de gemeente van Leerdam, deed hij op 20 Juli 1924 intrede te Gorinchem. Ds. Vreugdenhil bekleedt tal van belangrijke kerkelijke bestuursfuncties en is ook lid van het Hoofdbestuur van de Bond van Ned. Herv. Mannenverenigingen op Geref. grondslag. In 1936 deed hij zijn doctoraal examen aan de Rijks Universiteit te Utrecht.
Emeritaat ds. E. van Asch.
De Prov. Kerkvergadering Z.- Holland heeft aan ds. E. van Asch te Sommelsdijk met ingang van 1 April a.s. eervol emeritaat verleend wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Ds. Van Asch werd in 1888 geboren en deed 2 Maart 1919 te Babyloniënbroek intrede. In 1921 vertrok hij naar Daarle en vandaar in 1928 naar Arnemuiden. Sinds 22 Maart 1931 is ds. Van Asch aan de gemeente van Sommelsdijk verbonden. Ds. Van Asch behoort tot de Geref. Bond in de Ned. Hervormde Kerk. Hij was voornemens Zondag 28 Maart afscheid te nemen van zijn gemeente.
Ds. B. N. B. Bouthoorn
te Bennekom deelt ons mede, dat het in verschillende bladen gepubliceerde bericht over zijn emeritaat per 1 Mei a.s. niet juist is. Zijn emeritaat zal eerst na 1 Jan. 1955 ingaan. Het staat ook niet vast dat ds. Bouthoorn zich na zijn emeritering in Schelluinen zal vestigen. Hij heeft wel een benoeming ontvangen voor bijstand in het pastoraat te Schelluinen, maar een zelfde benoeming ontving hij ook van Eemnes-Binnen. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat ds. Bouthoorn in Bennekom zal blijven wonen om zich geheel te kimnen wijden aan de Stichting Prot. Christelijk Streekziekenhuis waarvan hij voorzitter is.
Kootwijkerbroek.
Zondag 21 Maart, om 2.30 uur nam., nam ds. A. Klein Kranenburg afscheid van de gemeente Kootwijk, Kootwijkerbroek, Asselt en Hoog-Buurlo, in verband met zijn vertrek naar Hilversum. Het kerkje was voor deze gelegenheid stampvol, evenals ook 's morgens dat van Kootwijk, toen de predikant daar afscheid nam.
Na het zingen van Psalm 84 vs. 1 en 3, sprak Z.Eerw. het votum uit en de zegengroet. Vervolgens deed de gemeente belijdenis van haar geloof, waarna Deuter. 33 vs. 1—5 en 26—29 werd voorgelezen. Na het gebed werd gezongen Ps. 89 VS. 9 en 10. Tot tekst had de scheidende predikant gekozen : Deuter. 33 vs. 27 : „De eeuwige God zij u een woning en van onderen eeuwige armen ; en Hij verdrijve de vijand voor uw aangezicht en zegge : Verdelg". In deze zegenbede van Mozes behandelde Z.Eerw. : 1. De eeuwige woning ; 2. Een ondersteunende arm; 3. Een Heere, die het voor het volk opneemt.
Ds. Klein Kranenburg begon met te zeggen, dat wij allen op reis zijn. Bijna 5 jaar geleden mocht Z.Eerw. intrede doen in Kootwijkerbroek en nu is het afscheid alweer daar. „Wij vliegen daarheen", maar waarheen ? De wereld zegt : naar het graf, en daarmee uit. Ja, dat is het eindstation van het aardse levenseinde maar achter een station ligt altijd een stad ; dat is hier de eeuwigheid. Kennen wij onze eindbestemming? Reizen we naar de bovenstad, waar de blijdschap is? Of naar de benedenstad, waar smart en droefheid heerst? Mozes worstelde hier al mee aan de troon der genade voor het volk Israël. Hij hoopt, dat het Kanaan mag binnen gaan. Hij moet echter de banden met het volk verbreken. Het gebed van Mozes kwam voort uit ervaring. In eigen kracht kon hij niets ! Eerst wilde hij nog staat maken op het werkverbond, maar God het hem zien dat hij zelf niets kon aanbrengen. Denk maar eens aan de brandende braambos. Mozes moet 't alles aan de Heere overlaten en daarom draagt hij Hem het volk op. Hij ziet n.L een gevaar. Straks is Israël geen zwervend volk meer, maar zal het in tenten wonen in Kanaan. Nu dreigt het gevaar dat het volk straks alleen maar behoefte zal hebben aan aardse woningen en alleen rust en veiligheid zal zoeken te vinden in aardse schatten. Daarom bidt Mozes : „Eeuwige God, wees hen een woning". Om in die woning te komen is er slechts één deur, n.l. Jezus Christus.
God is dat volk niet alleen een woning, maat Hij geeft ook kracht door Zijn eeuwige armen. We leven in een tijd, waarin men de armen van deze wereld aanbidt. Hierbij is geen hulp te verwachten, want ze laten je los. Slechts de armen Gods houden vast. Dan moeten wij echter wat van de wereld is, loslaten, zodat ons eigen ik verbrijzeld wordt. Dan alleen kunnen we door de deur Christus toegang verkrijgen tot de woning Gods. Jezus moest om onze zonden de woning Gods verlaten, moest lijden en sterven om voor de Zijnen eeuwige woningen te bereiden.
Aan de gemeente wenste Z.Eerw. deze eeuwige armen Gods toe. Hij vroeg ook het gebed van de gemeente voor hem en zijn gezin. Hij bad de gemeente toe, te strijden de goede strijd des geloofs, niet de valse strijd, die op eigen voordeel uit is, een soort kruidenierspolitiek. „De Heere Christus zette u door Zijn eeuwige armen apart in deze wereld en geve u gebedswapens om deze strijd des geloofs te volbrengen. Geen dood of duivel kan dan scheiden van deze Christus Gods, Die een plaats heeft bereid in de woning Gods voor allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad".
Na het zingen van Psalm 71 vs. 2 ging ds. Klein Kranenburg voor in dankgebed. Vervolgens werden diverse burgerlijke en kerkelijke instanties en personen met woorden van dank toegesproken, evenals de gemeente en de vrienden, die uit andere gemeenten aanwezig waren, o.a. uit Barneveld, Voorthuizen, De Valk, Garderen, Huizen en Hagestein.
Dan nog een dankwoord van de predikant, waarna deze voor de laatste maal als predikant van Kootwijk en Kootwijkerbroek de zegen over de gemeente uitsprak.
De eeuwige God zij ook ds. Klein Kranenburg in Hilversum een woning en onder hem Zijn eeuwige armen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's