EVENTJES LACHEN
Pas bladerde ik in een magazijn, waar een bladzijde voorkwam met als titel : „Eventjes lachen". Laten we niet al te onnozel doen. De meesten onzer kennen die pagina's. Men moet die mopjes maar wegen bij het pond en niet bij het lood. Het zijn flauwe aardigheden. Een mens kan niet laten ze te lezen, als je ogen er verzeild raken en naderhand schaamt hij zich dat hij zijn tijd zó zoek bracht. De wijze zin, dat geestigheid minder gevonden wordt naarmate men er krampachtiger om zoekt, wordt op zo'n bladzijde overtuigend gedemonstreerd. Men heeft wel eens medelijden met een dominee, omdat hij iedere week weer een preek moet klaar hebben. Maar men mag meer medelijden hebben met de „humoristische natuur", die elke week zoveel nonsens zwart op wit aan de man moet brengen. De predikant heeft tenminste het Woord des Levens achter zich.
** Nu, daar las ik zo'n grapje. Moeder vroeg aan haar jongen, waarom hij zo somber keek. Wel, zegt hij, ik denk aan de toekomst. Nu, wat hindert je dan zo daarbij? Mijn verleden, zegt de knaap. Veel aardigheid is er niet aan. Alleen misschien de woordspeling: toekomst — verleden.
Eigenaardig is echter, dat je zoiets toch altijd weer met andere ogen leest. Als het goed is, moeten we bij al ons doen en laten, bij alle luisteren en lezen, aandacht hebben voor de dimensie van het Woord en het geloof. Als het op mezelf slaat, zou ik niet graag klakkeloos beweren dat de reinen alles rein is. Nog meer aarzel ik, als ik denk aan het gewetenloos gebruik, dat van dit woord in bovengenoemde aangelegenheden zou kunnen gemaakt wor den. Het zou met name voor vele jongeren, om van ouderen maar te zwijgen, koren op de molen zijn. Maar u begrijpt de bedoeling. Als het goed is, zien we alles onder het eeuwigheidslicht.
Dan is het niet : eventjes lachen. Zelfs niet: eventjes huilen. In deze kunst hebben vele mensen het ook aardig ver gebracht. Even bedroefd zijn, en dan gaat het weer lustigjes voort. Ten voeten uit zien we de nood van ons leven. Beducht voor de toekomst, vanwege het verleden. Het is een voorrecht, wanneer dit gestadig sterven, dat leven heet, om Godswille getroost verlaten en ten laatsten dage voor de rechterstoel van Christus zonder verschrikken mogen verschijnen. Hij, Die ons verleden op Zich nam, zal onze Toekomst zijn.
Waarom ik attendeer op zoiets? We zijn geroepen elkaar te wijzen op onze eeuwige belangen. Dat valt niet mee. Want we ontmoeten zovelen, die er niet van willen weten. Dit kan u op een gedachte brengen. Het is een voorbeeld, hoe we de dingen van de dag een mond kunnen geven om te getuigen van het Ene nodige. Filippus begon van een Schriftplaats om Christus te verkondigen. De Heere Jezus begon met een eenvoudige vraag : geef Mij te drinken. Zo moeten we van wat voorhanden is, heel eenvoudigweg beginnen. De Heere lere ons door Zijn Geest dat ongekunsteld te doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's