Aphorismen
„'k Ben der al.'" zo riep laatst iemand ; Maar voorlopig kwam nog niemand.
Vele jaren geleden maakte ik dat eens mee. Er was een liefhebbende moeder, die , , even", zoals zij zei, naar boven ging, om zich gereed te maken voor de kerkgang. Haar zoon en diens vriend bleven zolang wachten aan de trap.
Het een en ander duurde nog al lang en van beneden werd geroepen: , , Moeder komt u nu ? " En opgewekt klonk het antwoord : „Ja, ik ben der al !"
Weer een poosje wachten daarna weer roepen : „Moeder, waar blijft u dan ? " En onverstoorbaar gemoedelijk was het: „Ja, ja, ik kom er al aan !"
Wij gingen er dus niet op vooruit, zoals u bemerkt.
Maar na nog weer een poosje wachten, kwam moeder dan toch beneden. Duizend verontschuldigingen werden gemaakt, zoals dat behoort. De handschoenen waren zoek geweest en het pepermuntdoosje en nog meer ; want , , moeder" behoorde niet tot de pietluttige mensen, die altijd precies weten waar zij de dingen gelaten hebben. Men moet bij tijd en wijle zijn portemonnaie met inhoud toch ook eens kwijt zijn. Dat is dan zo gezellig, wanneer je alles terugvindt. Veel prettiger dan wanneer ze nooit verloren was. Nu heb je even het gevoel of je het gevondene cadeau krijgt.
Dit geval was dus werkelijk niet zonder humor.
Het gebeurt evenwel ook, dat de dingen niet zo amusant verlopen. Er zijn mensen, ook op dit gebied, die het nooit leren, omdat zij in hun hart het eigenlijk niet leren willen om op tijd te zijn.
Eigenlijk vinden wij de uitdrukking: , , Ik ben er al!" doodonschuldig en noemen wij het kinderachtig, om op alle slakjes zout te gaan leggen.
Toch is hier op geestelijk terrein nog een verschijnsel waar te nemen. Er ligt hier tweeërlei gevaar, namelijk dat van onderschatting en van overschatting. Onderschatting, wat de afstand aangaat en overschatting ten opzichte van de tijd. Iemand, die roept : , , Ik ben er al !" en er nog niet is, onderschat de afstand. In dat , , trapgeval" redeneert een mens de hele trap eigenlijk weg. Hij vergeet totaal, dat er nog van alles kan gebeuren, eer hij beneden is.
Hij overschat tegelijk ook de tijd.
„Och neen", zal iemand zeggen : , , hij denkt over tijd helemaal niet". Nu, dat is dan nog erger, want achter dit alles ligt de grondgedachte : Ik heb nog tijd genoeg !
Wij kunnen ons in afstand en in tijd geweldig vergissen. Eens was ik in Kandersteg, in Zwitserland. Wij maakten vandaar per trein een uitstapje naar Goppenstein en wandelden daar in het Lötschenthal langs verschillende bergdorpjes, totdat wij het volle gezicht hadden op de Kandergletcher.
Tot zover meenden wij wel te kunnen lopen, denkend, dat de afstand niet meer dan één uur bedroeg. Maar wat antwoordde iemand, die daar woonde, op onze vraag? , , Drei Stunden !" (drie uur).
Wij lijden eigenlijk allen aan gezichtsbedrog, en zijn altijd weer vergeten, hoe laat 't is en daarmee ook : hoever wij nog van huis zijn.
Wij spelen met afstand en tijd, als kinderen, die menen dat zij dicht bij huis zich dat wel kunnen veroorloven. Bedachten wij toch meer dat de weg van een christen naar boven zijn hele leven duurt. Hij komt niet eerder aan, vóór hij sterft.
Ik heb eens een jongen van 15 jaar door God in het hart gegrepen, horen roepen : , , Nu weet ik, dat de Heere God is en dat Hij mijn God is. Ik ben bekeerd !" Dat klonk enigszins als dat : , , Ik ben er al !"
Neen, jongeman, en gij allen, die iets van dien aard hebt meegemaakt: Niet om u bang te maken, maar ik moet het u toch zeggen : , , Gij zijt er nog lang niet. O, gij komt er wel, maar niet, omdat gij nu zo'n doorzetter zijt, doch alléén, omdat de Heere Zijn werk met u en in u begon om Christus' wil. Gij staat pas aan het begin. In uw leven zal het ook aan de dag treden : „God des levens, ach, wanneer? " "
Van de zondige aarde naar de heilige hemel, dat is een heel eind.
Waar Paulus zijn hele leven over deed, zou het daar voor ons nu al gebeurd zijn?
Een weg kan zo tegenvallen, wat de lange duur aangaat, en ook, wat de bezwaren betreft, die zich daarop voordoen. De, grote vraag voor ons is, of wij werkelijk op weg zijn ; door God op weg gezet. Dan wegen de laatste loodjes soms nog wel zwaar. Dan wordt ons scheepje nog wel eens teruggeslagen van de kust. Maar als Christus aan het roer staat, dan komen wij aan, nog net op tijd. Want Hij brengt al de Zijnen thuis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's