De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EN TOCH DOPERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EN TOCH DOPERS

7 minuten leestijd

„Ook in de opvatting van de persoonlijke wedergeboorte van de mens nadert Severijn de dopers-spiritualistische lijn van denken".

Prof. Haitjema zegt het en daarmee uit.

Zelfs op het gebruik van een woord n.l. het woord „palingenesie "word ik niet alleen in het gezelschap van dr. Kuyper gezet — en dat is niet zo erg, het kon minder —, maar wordt mij zijdelings ook de leer der wedergeboorte van dr. Kuyper aangewreven en dat ondanks het feit, dat prof. Haitjema schier in één adem een zinsnede van mij citeert, die „hem goed doet", wellicht, omdat deze zijn mij aangewreven Kuyperianisme in dit verband althans niet schijnt te bevestigen.

Intussen wordt dr. Kuyper hier bij gesleept en kunnen wij dit verder laten rusten, maar het geval typeert de methode van prof. Haitjema.

Zijn bezwaar gaat tegen de opvatting van het werk der wedergeboorte als een inwendige, het zijn des mensen omzettende en vernieuwende actie van de Heilige Geest (blz. 253).

Uit die , , Kuyperse" bijvoeging kan men vermoeden, dat hem hier te eenzijdig van de Geest gesproken wordt. Hij merkt daarin namelijk op, dat dr. Kuypers wedergeboorte-leer het Woord buiten beschouwing liet. Het is zeer de vraag, of hij daarmede dr. Kuyper recht doet, om van mijn standpunt maar te zwijgen.

Men mag dus een teitelijke vernieuwing van de psychische d.i. de aardse, uit de gevallen Adam geboren mens in de wedergeboorte niet leren, volgens prof. Haitjema.

Laat ons daarom eens horen, wat de Dordtse Leerregelen leren : (Hfdst. III, IV, art. XI):

, , Voorts wanneer God dit Zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert, en de ware bekering in hen werkt, zo is het, dat Hij niet alleen het Evangelie hun uiterlijk doet prediken, en hun verstand krachtiglijk door de Heilige Geest verlicht, opdat zij recht zouden verstaan en onderscheiden die dingen, die des Geestes Gods zijn ; maar Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking deszelfden wederbarende Geestes ; Hij opent het hart, dat gesloten is : Hij vermurwt dat hard is ; Hij besnijdt dat onbesneden is. In de wil stort Hij nieuwe hoedanigheden, en maakt, dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt die niet wilde, nu metterdaad wil, die wederspannig was, gehoorzaam wordt ; Hij beweegt en sterkt die wil alzo, dat hij als een goede boom vrucht van goede werken kan voortbrengen".

Vervolgens Art. XII :

, , En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden, en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt, dewelke God zonder ons in ons werkt een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking, dewelke, naar het getuigenis der Schrift (die van de auteur van deze werking is ingegeven) in hare kracht niet minder is dan de schepping of de opwekking der doden ; alzo, dat alle diegenen, in wier harten God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden en daadwerkelijk geloven". (Cursiveringen van mij, S.).

Wij vragen is dat feitelijk en persoonlijk, of niet?

En mocht iemand menen, dat dit Dordtse getuigenis afwijkt van wat Calvijn omtrent de wedergeboorte geleerd heeft, dan wijzen wij nogmaals op de reeds vroeger door ons geciteerde plaatsen en herhalen nog een en ander uit het derde boek van zijn Onderwijzing, het derde hoofdstuk, de negende paragraaf.:

, , In één woord gezegd, ik versta onder boetvaardigheid de wedergeboorte, die geen ander doel heeft dan dat het beeld Gods, dat door Adams overtreding bezoedeld en bijna uitgewist was, in ons hersteld worde". (2 Cor. 3 : 18 ; Ef. 4:23; Col. 3 : 10).

, , En deze vernieuwing wordt niet op één ogenblik of dag, of jaar volbracht, maar door voortdurende, ja soms ook langzame voortgang doet God de verdorvenheden des vleses in Zijn uitverkorenen te niet. Hij reinigt hen van hun vuilheid, en heiligt ze zich tot tempelen, terwijl Hij al hun zinnen vernieuwt tot ware zuiverheid, opdat zij zich hun gehele leven oefenen in boetvaardigheid, en weten mogen, dat deze krijgsdienst geen einde vindt dan in de dood."

Nog eens wordt deze vernieuwing door Calvijn voorgesteld als een feitelijkheid of niet ?

Zie voorts ter zelfder plaatse paragraaf 11 : , , Wanneer God de Zijnen wederbaart, brengt Hij wel tot stand, dat Hij de heerschappij der zonde in hen te niet doet. Want Hij schenkt hun de kracht des Geestes, opdat ze daardoor de overhand behouden in de strijd en overwinnaars worden".

Op deze en dergelijke zinsneden kan prof. Haitjema in Calvijn mogelijk ook een dopers-spiritualistische lijn ontdekken, doch dat zal ons niet weerhouden de eis der wedergeboorte naar het woord van Christus de mensen voor ogen te houden (Joh. 3) en de wedergeboorte als een feitelijke vernieuwing van de mens, zoals die ook door de belijdenis wordt geleerd.

Wat prof. Haitjema voorts van de visie van dr. Woelderink omtrent de wedergeboorte zegt, is weinig overtuigend. , , Woelderink laat de wedergeboorte omvangen blijven door 't woord der verkondiging. (Curs. van mij, S.). De vaagheid van het , , omvangen" blijven is weinig verhelderend. Zou dat van dr. Kuyper's wedergeboorte-leer niet ook gezegd kunnen worden? Tegen deze leer toch is dit woord gericht. Prof. Haitjema meent, dat dr. Kuyper het Woord er buiten laat. Ik denk er niet aan dr. Kuyper's leer der wedergeboorte te verdedigen, maar dat is zonder twijfel te veel gezegd.

De verklaring van prof. Haitjema van dit vage woord : „voor hem blijft de wedergeboorte deel uitmaken van de inhoud der beloften des Evangelies". Wat betekent dit?

Dat wedergeboorte alleen maar belofte blijft zonder werkelijkheid? Dan is dr. Woelderink klaar en duidelijk in strijd met Calvijn en de belijdenisgeschriften en — wat erger is — met de Heilige Schrift.

Prof. Haitjema zegt het hier niet nadrukkelijk, ook niet, dat hij het zelf daarvoor houdt, hoewel hij het thema belofte en werkelijkheid zeer uitdrukkelijk noemt.

De aangehaalde zinsnede wordt thans op de onderscheiding ruimere en engere zin der wedergeboorte gericht.

De wedergeboorte in ruimere zin wil dan verstaan zijn als de algehele vernieuwing van de mens en het Woord is het zaad der wedergeboorte. (1 Petr. 1 VS. 23).

Indien dit wordt verstaan in de zin van de belijdenisgeschriften, zoals eerder reeds door ons werd aangehaald, hebben wij daartegen geen bezwaar, al is er aanleiding om de opvatting van dr. Woelderink nader te onderzoeken en te toetsen.

Wedergeboorte in engere zin, gaat op een latere onderscheiding der theologen terug, die vrijwel algemeen is geworden en zich wil bepalen bij het beginsel des nieuwen levens.

Hoe dr. Woelderink deze leer , , een zuivere veronderstelling van oïls redenerende verstand" kan noemen, is schier onverklaarbaar in het licht van de voorafgaande opmerking, dat ingevolge 1 Petr. 1 : 23 het Woord des Evangelies het zaad der wedergeboorte is. Daarmede komt ook overeen, dat het Evangelie een kracht Gods tot zaligheid wordt genoemd.

Maar dat sluit alles geenszins het werk des Heiligen Geestes uit, zoals ons door Christus in het gesprek met Nicodemus geleerd wordt.

Weliswaar wordt ook in de Dordtse Leerregels opgemerkt, dat wij de werking der wedergeboorte nie.t volkomenlijk begrijpen, maar er staat genoegzaam in de door ons aangehaalde plaatsen om te verstaan, dat de vaderen een krachtige werking van de wederbarende Geest in de binnenste delen des mensen op het oog hebben gehad.

En dat is de zaak, waarom het hier gaat. Hoe, en wanneer dat werk begint, ontgaat aan ons oog en verstand, maar, dat het zich in het leven van Gods kinderen openbaart, leert de ganse Schrift.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EN TOCH DOPERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's