TWEE EEUWEN GELEDEN
Smaken verschillen. De een houdt van peultjes, de ander eet liever doperwten. De een wordt ontroerd door een gevoelvol voorgedragen muziekstuk, de ander verveelt zich stierlijk en verbeidt met ongeduld het einde. De een vindt het interessant om in de geschiedenis van land en volk of in die van de kerk zich te verdiepen, de ander vindt het maar taai en vervelend. Deze laatste groep wordt ernstig afgeraden ook maar één regel verder te lezen, om zich ergernis te besparen. Want we willen ons verdiepen in een weinig bekende periode in de geschiedenis van de kerk in deze landen.
Er is nog niet zo lang geleden een roman uitgekomen van Jan Mens, getiteld : Elisabeth. Het is een beschrijving van een groot deel van het leven van Betje Wolf, de bekende schrijfster, die ongeveer twee eeuwen geleden leefde. Ik krijg niet de indruk, dat de schrijver veel verstand van theologie en kerkgeschiedenis heeft, maar hij geeft toch geen onjuiste indruk van het geestelijk leven van die tijd. De tolerante, ideeën worden verkondigd, Voltaire en Rousseau zijn hier lievelingsschrijvers. De dominees spelen niet zo'n mooie rol, misschien ook niet helemaal ten onrechte. Toch vond ik het interessant dit boek te lezen, omdat het de geestesgesteldheid van deze tijd juist van de andere kant benadert dan in mijn voornemen ligt.
Ik wil n.l. iets vertellen over de gebeurtenissen in deze tijd, die in de meeste boeken van de vaderlandse kerkgeschiedenis te vinden zijn. Of u ouderen neemt als Upeij en Dermout, ter Haar en Moll, of nieuwere als Reitsma en Van der Zee ; óf wel populaire als Kuipers of wel Van Veen of de Vrijer in Schortinghuis, allen vermelden hetzij beknopt of wel breedvoerig deze gebeurtenissen.
De hoofdpersoon in deze gebeurtenissen is Gejardus Knijpers. Hij werd in 1722 geboren te Mijnsheerenland, waar zijn vader predikant was. 'Hij studeert te Leiden theologie, maar ook Oosterse talen en doet in 1744 praeparatoir examen. Door de overvloed van candidaten krijgt hij niet dadelijk een beroep en wordt daarom hulpprediker te Amsterdam. Hij vertelt zelf : Het is verscheiden maal onder mijn prediken gebeurd, dat het de een en ander zó trof, dat zij het overluid moesten uitschreeuwen in de kerk, terwijl ik predikte. Door zijn dienst kwamen zielen tot bekering.
Prof. Van Veen schrijft, dat de naam Kuipers een tijdperk voor de geest roept dat weer onwillekeurig doet denken aan de treffende schildering, door de profeet Ezechiël gegeven van de vallei vol dorre doodsbeenderen, waarin de Geest des Heeren weer leven wekte. In 1745 ging Kuipers naar Jutphaas, waar hij vier jaren mocht arbeiden, waarna hij in 1749 , , langs een voor hem. aanbiddelijke weg der Goddelijke voorzienigheid" beroepen werd naar Nijkerk op de Veluwe. Verre van rooskleurig zag het er hier uit, volgens de schildering van Kuipers van deze gemeente gegeven. Hij schrijft: 't Was een plaats, evenals een ander Gerar, daar weinig vreze Gods werd gevonden. Deze vesting was overal gebrandmerkt als een woonplaats van mensen, , die door lange voorspoed vet geworden zijnde, achteruit sloegen, voortrennend in hun loop, als toomloze en het gebit op de tanden nemende paarden; ja, welke zich daarboven niet bekreundert om de prikkel der Goddelijke oordelen, van veepest en verhindering van de koophandel, zijnde zekere gevolgen der zo zeer misbruikte zegeningen. In een meer dan gewone zin had de satan alhier zijn troon gevestigd. De godzaligen, die hier nog gevonden werden, kwelden hun zielen over de gruwelen. De grootste hoop des volks, hoe godloos ook, was gezet op ernstig prediken ; hun zonden wilden zij bestraft hebben ; in hun oordeel waren zij overreed dat er tot hun eeuwig heil een andere weg moest worden ingeslagen. Welke overreding een geruime tijd herwaarts, bij velen diepe wortelen geschoten had ; 't welk ik in het voorbijgaan aanmerk als voorbereidselen, waardoor de harten van dit volk, alzo bar en onvruchtbaar als de hei en heivoortbrengende Veluwse heuvelen, die zij bewonen, werden begerig gemaakt en dorstig naar de dauw, de regen, de droppelen, ja de stromen der Evangelievolheid.
Tot zover Kuipers, die verzwijgt wat ons door een ander wordt bericht, dat de kerkeraad uit de kerk direct naar de herberg en naar de kolfbaan ging om te spelen.
Nu moeten we goed verstaan, dat deze gemeente niet maar een uitzondering was, maar dat het op vele plaatsen evenzo gesteld was.
Zoals uit de beschrijvingen valt af te leiden, heerste er veel dode rechtzinnigheid in de kerk, terwijl anderzijds de moderne gedachten, uit Frankrijk ingevoerd, hun aanhangers begonnen te krijgen en hun invloed deden gelden. Het zag er toen treurig uit in de kerk.
Kuipers was een ernstig prediker en daarbij zeer welsprekend, zó welsprekend, dat later van hem getuigd werd, dat , , niemand bijna zich zijn meester kon noemen". Hij zegt zelf, van geen dorre manier van preken te houden, maar de zaken graag levendig aan de hoorders voor te stellen. Hij noemt zich echter een geslagen vijand van alles, wat naar bedorven mystiek, geestdrijverij of dergelijke zweemt. Hij predikte een vol en ruim Evangelie, bekendmakende , , dat God in Zijn Woord niemand uitsluit van de mogelijkheid tot zaligheid, tot wie het aanbod van genade komt, verkondigende alle mensen alom, dat ze zich bekeren". , , Deze mijn handelwijze, , zo getuigt hij zelf, wettigt het oneindige van de bereidwilligheid des groten Middelaars, die wacht om genadig te zijn ; die zichzelven volvaardig aanbiedt aan allen, zonder iemand uit te sluiten, tenzij iemand zichzelf uitsluite door het ongeloof".
Deze opmerkingen omtrent de tijd en de prediker zijn nodig om een recht inzicht te verschaffen omtrent de achtergrond van hetgeen in den vervolge beschreven zal worden. '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's