De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aphorismen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aphorismen

AAN DOMINEES, DIE 'S NACHTS WERKEN.

5 minuten leestijd

VIII.

Uw preek, gemaakt in diepe nachten, Is niet gans vrij van nachtgedachten. Op gevaar af, het aan de stok te krijgen met Collega's in het Ambt, ja, met zeer gewaardeerde Broeders, waag ik het, bovengenoemde stelling naar voren te brengen.

Er kwam en komt mij nog al eens ter ore, dat er dominees zijn, die, bij voorkeur 's nachts hun preken maken.

Er zijn er zelfs, die 's Zaterdagsnachts wel tot drie uur zitten te zwoegen, dan node naar bed gaan en nog niet klaar zijn, vervolgens een paar uur slapen, om die dag twee- of driemaal te preken.

Hebben zij dan 's middags of 's avonds weinig mensen in de kerk, dan klagen zij hun nood aan degenen, die wel aanwezig zijn en ze zeggen : „Gemeente, u moest eens weten, dat ik tot diep in de nacht gewerkt heb en nu is er zo weinig belangstelling".

Dat is dus min of meer een beroep op het medelijden der Gemeente en zich zelf een beetje tot martelaar maken.

Het doet mij denken aan het volgende voorval, jaren geleden : Er werd een Candidaat tot de Heilige Dienst beves­tigd in zijn Gemeente. De bevestiger stelde hem aan de Gemeente voor met deze woorden: „Gemeente van... , ik hoop, dat gij met deze jonge man de eerste tijd wat geduld wilt hebben ; althans niet teveel van hem vergt. Hij is niet sterk, zoals gij zelf ook wel zien kunt".

Deze ontboezeming was goed bedoeld, maar zij werkte averechts ; want welke Gemeente wil nu graag beginnen met een half zieke dominee ?

Laat een voorganger zich toch als 't u belieft! van dergelijke betuigingen onthouden. Zij maken de zaak er niet beter mee, en wekken de lachlust op van het jonge volk.

Persoonlijk zou ik niet gaarne willen, dat de mensen naar de kerk gingen uit medelijden met mij. Al die medelijdende gezichten te zien, daar zou ik niet tegen kunnen.

Daarom is mijn advies aan jonge predikanten:

„Begin toch nooit met: , , miserere!" 't Mocht eens in het tegendeel verkeren".

Tot op zekere hoogte moet een dienaar des Woords het zelf weten, wanneer hij diep in de nacht zijn preken maakt, als hij er dan maar niet over klaagt, want het is een juk, dat niemand anders dan hij zelf zich oplegde.

Overigens zijn de oorzaken, waarom men 's nachts werkt, verschillend. Er zijn er, die zeggen, overdag geen tijd te hebben. Bij uitzondering kan zoiets inderdaad voorkomen, maar dat heft toch de regel niet op, die er wezen moet.

Wanneer de studeerkamer van een domine, praten kon, dan zou ze soms het volgende zeggen, zodra hij er binnen kwam : , , Goedenmorgen ! goedenmiddag ! goedenavond ! en wel te rusten, domine ! Ik heb u vandaag weer smartelijk gemist".

Of : „Domine, is u dezelfde als die van vier dagen geleden ? Dat ik u toch nog zie op Zaterdagavond ! Merkt u wel, hoe koud en ongezellig het hier is ? De boeken in de kast ruiken zo muf. Ze klagen : , , de baas" gebruikt ons helemaal niet meer. Hij heeft soms een hele bende om zich heen liggen ; neemt hier eens wat; grijpt daar eens wat ; maar rustig er in lezen doet hij niet meer, want de tijd ontbreekt. Wat zouden wij hem gaarne zien zitten, 's morgens voor zijn bureau, wanneer de zon door het venster speelt en alles de Heere looft om de nieuwe dag".

, , Weet u, waar hij dan is? " fluistert de oude Calvijn uit zijn perkamenten.

, , Ik wel'", roept de ondeugende , , Crisis der middenorthodoxie", die, zich dikwijls verwonderd heeft, midden in zulk een omgeving te liggen, , , domine geeft les op het Lyceum".

„Staat dat in zijn Beroepsbrief ? " vraagt een klein kerkelijk Blaadje, dat nog al van heibeltjes houdt. Meteen zijn ze stil, want domine is juist binnen gekomen. De man heeft 't warm. Geen wonder, want hij is pas terug van een landdag op Zaterdagmiddag.

Nu de preek voor morgen nog! Waarover zal hij het ook weer hebben? De week was om, vóór hij het wist.

's Nachts werken gaat toch beter, dan overdag, denkt hij soms. Nu is alles stil in 't ronde. Geen telefoon, die hem stoort.

De slaap ook niet? Och, dat went wel op de duur.

Hier is, hoe men het ook goed wil praten, een omkeren van de orde der dingen, die God geschapen heeft.

Christus heeft gezegd : , , Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is. De nacht komt, waarin niemand werken kan". Ik geloof, dat dit Woord ook op onze arbeid betrekking heeft. Nachtarbeid in het algemeen is abnormaal en wreekt zich op het mensdom.

Een Dienaar des Evangelies heeft zich wel de vraag te stellen : Ben ik gerechtigd, het preekwerk te verschuiven naar de nacht? Is de preek, dus de Bediening des Woords, nog hoofdzaak of niet?

Voor velen is dat niet meer zo. Zij houden een stichtelijke toespraak van 20 minuten. De rest is liturgie.

Toch hoop ik, dat onze dominees blijven bedenken, dat het Woord Gods de dagbestudering nog wel waard is en dat de preek navenant moet zijn.

Ons volk heeft de onderwijzing uit het Woord blijvend nodig. Met uw felicitatiebezoekjes aan mensen, die jarig zijn of zoveel jaren getrouwd, komt het wel terecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Aphorismen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's