De Spitsboog
Calvinistische Levensstijl V
't Monumentale,
Calvijn's totale visie als een heerlijke erfenis in zijn werken gedeponeerd, mogen we gerust typeren als een monument. Juist dit tot op zekere hoogte voltooide en monumentale, maakt dat het Calvinisme zo machtige invloed uitoefent tot vandaag aan de dag toe in het kerkelijke, maatschappelijke en staatkundige leven.
Individu en gemeenscliap.
Dat treft ons ook, als we nagaan de verhouding van enkeling en gemeenschap, een relatie die voor ons onderwerp van eminent belang is.
Pater Witte meent in zijn twee-delige studie over dit onderdeel aan te kunnen, dat Calvijn op dit punt gefaald heeft. Hij meent dat de gemeenschapsgedachte bij Calvijn te kort komt, omdat deze te sterk het individuele heeft benadrukt. Zodoende schaart de pater zich bij het heirleger critici, dat Calvijn's beschouwingen brandmerkt als individualistisch. Het zou ons op een zijspoor brengen, als we ons diepgaand in dit geding gaan begeven. Maar het is niet moeilijk aan te tonen, dat men van R. K. zijde weinig bewondering koestert voor Calvijn's standpunt, omdat de gemeenschapsgedachte geheel beheerst is door de beschouwing, die de kerk ziet als het instituut van het heil bij uitstek. Het verwijt van individualisme is onbillijk. Maar Calvijn heeft oog gehad voor de waarde van de persoonlijke geloofsovertuiging. Hiermee hangt samen de eis van persoonlijk Schriftonderzoek en van de vorming van een eigen opinie. Zodoende doet Calvijn recht aan de echt Schriftuurlijke vragen als : , , Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? " en , , Verstaat gij ook wat gij leest? " Het persoonlijke is dan ook een zeer tekenend kenmerk van de Calvinistische levensstijl. Men moet merken eventueel dat men te doen heeft met een persoonlijkheid en niet met een exponent van enige kerk. Met klem echter heeft Calvijn geproclameerd dat deze overtuigde gelovigen niet als eenlingen zondét verband in deze wereld mogen staan. De kerk is de vergadering der Christgelovigen en ieder is schuldig om zich bij de gemeente te voegen, ook al is niet minder waar dat het de Zone Gods zelf is die deze gemeente in laatste instantie vergadert. Nergens vinden we bij Calvijn materiaal voor de stelling dat de individu zichzelf een norm is en zich onbekommerd moet uitleven. De gemeenschap stelt vele eisen en Calvijn wordt niet moe deze in te prenten. Trouwens de Schrift en de belijdenis — en hoevelen . staan er niet op de naam gereformeerd, die, bij alle toelaatbare verscheidenheid een duidelijke eenheid demonstreren — zijn in het kader van het Calvinisme het , , gemeen accoord". Pater Witte kan het niet verkroppen, dat Calvijn als kerkbouwer de hoeksteen van het onfeilbare kerkelijk kerkgezag een plaats ontzegde. Pater Witte bedoelt een zichtbare gemeenschap, een anticipatie (vooruitgrijpen) op de toekomstige heerlijkheid. De reserve van het „ten dele" een Schriftuurlijke notie en het mits omzichtig gehanteerd schema : zichtbaar-onzichtbaar, dat in het gereformeerde denken een legitieme functie heeft, zijn voor de R.K. moeilijk te waarderen. Gehoorzaamheid — de tekst : , , gehoorzaamheid is beter dan offerande", bezigt Calvijn gaarne — is een typerend woord uit de Calvinistische woordenschat. Deze gehoorzaamheid houdt in desnoods protest tegen het kerkelijk leergezag, wanneer inderdaad de situatie intreedt dat men Gode meer heeft te gehoorzamen dan de mensen. Deze gehoorzaamheid is een bewuste acte van een overtuigde persoonlijkheid en hemelsbreed verschillend van cadaver discipline. Gehoorzaamheid beter dan het offer van de persoonlijke verhouding tot God.
Ik vind de zuivere verhouding van individu-gemeenschap klassiek en onovertroffen bondig vertolkt in Antw. 55 van de Heidelberger Catechismus : (de gelovigen) „allen en een iegelijk". Dat geloof doet zeggen : „onze Heere Jezus Christus" en met evenveel recht „mijn Heere en mijn God".
De Belijdenisgeschiiiten.
Zo terloops mag ik wel de opmerking plaatsen, dat ieder, die zich in Calvijn's werken verdiept of die studie maakt van een speciaal onderwerp in Calvijn's nalatenschap, telkens weer getroffen wordt door het feit, dat de gereformeerde belijdenisgeschriften een meesterlijke samenvatting zijn van wat Calvijn leerde en bedoelde. De student zou zeggen : het zijn voortreffelijke excerpten. Men zou met fragmenten, zoals hierboven : „allen en een iegelijk" als titels van hoofdstukken de hele theologie van Calvijn kunnen beschrijven.
De Spitsboog.
Een groot kenner van Calvijn heeft gewezen op de spitsboog als treffende gelijkenis van de eigenaardigheid van het Calvinisme. Twee tegengestelde elementen worden naast elkaar geplaatst, die wederkerig invloed (druk) op elkaar uitoefenen en zo een wonderbaar geheel vormen en een zeer krachtig leven richting geven. Deze gelijkenis kunnen we toepassen op correlatie (wederzijdse onderlinge betrekking) individu-gemeenschap. Dit geldt van zovele punten uit de gereformeerde religie. Ik noem enkele relaties, zoals verkiezing-verantwoordelijkheid, schepping-verlossing, rechtvaardiging-heiliging, kerk-overheid, e.d. Ook de verhouding algemeen-bijzonder, die zo kenmerkend is voor het Calvinistisch denken. Ook wat we in een vorig artikeltje gevonden hebben : mijdingwijding. Een andere theoloog (Niesel) spreekt bij deze eigenaardigheid van , , chalcedodenisch denken".' Chalcedon besliste van de vereniging en het onderscheid van twee naturen van Christus. Beroemd is de formule : , , ongedeeld en ongescheiden, onvermengd en onveranderd". Op deze, wijze werd de eenheid zowel als de verscheidenheid van de delen in een korte zin vastgelegd. Inderdaad kunnen we op deze wijze Calvijn's visies benaderen. In tal van vragen wil hij zonder een scheiding te bewerkstelligen toch klaar en duidelijk het onderscheid handhaven. We willen het bij deze algemene opmerkingen laten. Want de nadere uitwerking van deze gegevens vraagt veel ruimte.
Spitsboog als karakteristiek van de Calvinistische levensstijl.
Dat deze definities betekenis hebben voor de omschrijving van de Calvinistische levensstijl, is zonder meer duidelijk. Dientengevolge immers krijgt deze levensstijl iets evenwichtigs. Waar deze wijs van doen heerst, zal men niet licht in excessen vallen. Extrime bewegingen krijgen in Calvinistische landen niet spoedig houvast. In de jongste oorlog en de jaren daaraan voorafgaande, is dat zonneklaar gebleken. In de goede zin van het woord is de Calvinistische levensstijl, die van de gulden middenweg. Immers het laffe compromis en het huisbakkene kool en geit sparen, is niet onmiddellijk het doel dat de Calvinist voor ogen zweeft. Op deze wijze wil de Calvinistische levensstijl ernst maken met het Schriftuurlijk vermaan om niet ter linker-, noch ter rechterzijde af te wijken.
Hoe men het noemen wil, doet niet ter zake. De een spreekt van spitsboog, en dat komt wel in onze (stijl) kraam te pas, een ander van , , Chalcedonensisch denken", maar in ieder geval begrijpen we waar men heen wil. Ik meen dat Calvijn in deze een trouw discipel was van het Woord. Ik denk aan een tekst als Luk. 22 vs. 22 : „De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is ; doch wee die mens, door welke, Hij verraden wordt". We zien het ganse leven in het licht van de souvereine beschikking, van de eeuwige Raad Gods, niettemin wordt geen moment de persoonlijke, de individuele verantwoordelijkheid verijdeld. Of aan de treffende tekst uit 2 Tim. 2 : „Evenwel het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn"; en : „Een iegelijk, die de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid". Dit dogma van de praedestinatie, , het cor ecclesiae, wordt wel genoemd het dogma van Calvijn. Is die troostvolle leer niet zielverrukkend samengevat in de belijdenis : de Heere kent degenen die Zijnen zijn. Maakt dit, meer nog dan het leerstuk van de rechtvaardiging, zorgeloze en goddeloze mensen ? Immers neen. Een iegelijk, die.... sta af van ongerechtigheid. Ziet daar de eenheid van leer en leven, de correlatie van dogmatiek en ethiek. De imperatief, de gebiedende wijs : sta af van ongerechtigheid is een kort begrip van Calvinistische ethiek inclusief de Calvinistische levensstijl. Maar we hebben het over een wederzijdse onderlinge betrekking. Want in hét hart van elke rechtgeaarde gelovige is verklaard het wonderbaar geheimenis van de berijmde psalmregel : , , Uw God, o Israël, heeft door Zijn bevel de kracht u toegebracht".
Is het teveel gezegd, te boud gesproken als we de theologie van Calvijn kenschetsen als een wijdlopige exegese van de zojuist aangehaalde tekst: het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die, Zijnen zijn ; en : Een iegelijk, die de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid" ?
Een spitsvraag !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's