EEN BELIJDENDE KERK
De vrijzinnigen hebben in de pers nog al wat stof opgeworpen naar aanleiding van het feit, dat de Synode in de vacature van een kerkelijk hoogleraar te Leiden niet een vrijzinnig man heeft benoemd.
Dit geeft aanleiding aan een der auteurs in „In de Waagschaal", zie het nummer van 26 Maart j.L, onder de titel : De Hervormde Kerk een gequalificeerde ruimte, om enkele vragen aan het adres der vrijzinnigen te stellen, die de aandacht verdienen.
Hij vraagt: „houdt men er wel rekening mee, dat de ruimte der kerk, voor wat de Herv. Kerk van heden betreft, een gequalificeerde ruimte Is, namelijk de ruimte van een Christus belijdende kerk ? "
Op zich zelf een vreemdsoortige vraag aangaande de kerk, alsof er enige kerk zou kunnen staat maken op de titel kerk, als zij de Christus niet belijdt.
Toch is de vraag in dit verband niet zo vreemd, want wij zijn sinds jaar en dag gewoon, dat in de kerk veel wordt toegelaten, dat met haar wezen in strijd is.
De schrijver merkt n.l. op : „Het is .door de inwerkingtreding van de nieuwe kerkorde zo geworden, dat de Herv. Kerk een belijdende kerk geworden is" en hij vraagt: , , Wil men daar eigenlijk van vrijzinnige kant wel aan ? " , , Neemt men dat wel ernstig ? " , , Heeft men dat wel voldoende verdisconteerd in de aanvaarding van de nieuwe kerkorde? " Hoe ver gaat die aanvaarding en wat sluit die aanvaarding in ? „Aanvaardt men daarmede ook de geestelijke beslissingen, die met de aanneming der nieuwe kerkorde gevallen zijn aangaande het belijdend karakter der Herv. Kerk ? "
Men ziet, dat zijn nog al gewetensvragen.
De strekking is zeer duidelijk : Gij vrijzinnigen vraagt een vrijzinnig hoogleraar, maar de Herv. Kerk is geen vrijzinnige gemeenschap, zij is Christus' belijdende kerk en dat verstaat de schrijver terecht zó, dat deze kwalificatie de vrijzinnigheid uitsluit. Het is, alsof hij zeggen wil : Gij lieden kunt ingevolge het feit, dat gij de kerkorde aanvaard hebt, geen vrijzinnigen meer zijn, en daarom ook niet een vrijzinnig hoogleraar verlangen. Gij zoudt de Synode moeten prijzen om haar beleid in stede haar te laken.
De schrijver is van oordeel, dat het uit art. X , , wel zonder meer duidelijk wordt, dat de Herv. Kerk er eenvoudig niet aan denkt bij haar eigen actuele belijden van heden, die belijdenissen der vaderen eenvoudig uit te schakelen, daaraan voorbij te gaan of er vrijblijvend tegenover te gaan staan".
, , Deze belijdenisgeschriften functionneren van nu af aan opnieuw en op een nieuwe wijze in de Herv. Kerk", zo deelt hij mede.
En ten slotte spreekt hij als zijn mening uit, , , dat de hier en daar geuite bewering moet worden weersproken, dat hetgeen in de kerkorde, gezegd wordt over het belijden en het belijdend karakter der Herv. Kerk dermate vaag is, dat het voor allerlei interpretaties vatbaar is en ieder dus gerechtigd is er zijn uitlegging aan te; geven".
Wat die vaagheid betreft, zijn wij het niet eens met deze scribent. Wat hij zelf aan argumenten aanbrengt, is eer geschikt om de vaagheid te bevestigen dan tegen te spreken. Het functionneren der belijdenis zou zich immers volgens hem bewegen tussen letterlijk bindende , , leerwetten" en als een piëteitshalve medeklinken in de kerk. Geen letterlijk bindende leerwetten en ook niet slechts een piëteitshalve medeklinken in de kerk ! Dat moet klaarblijkelijk een omschrijving zijn van de „nieuwe wijze" van functionneren.
Het is waarlijk een ander geluid dan wat de ook volgens deze schrijver prijzenswaardige verhandeling over de Ned. Geloofsbelijdenis van vrijzinnige zijde schreef en — naar wij ons overtuigd houden — naar waarheid schreef. Ik heb het werk uitgeleend en kan niet letterlijk citeren, maar kwam het er niet op neer, dat wie de artikelen 3—7 over de Heilige Schrift onderschrijft, geen gravamen van betekenis tegen de overige artikelen kan hebben ?
Wie zich alzo op het standpunt der belijdenis stelt, laat staan krachtens zijn overtuiging voor het standpunt der belijdenis pleit, kan zo maar niet uit het veld gejaagd worden als confessionalist en weggestormd met , , leerwetten" door iemand, die meent, dat „de ruimte der kerk niet in de laatste plaats door deze belijdenissen der vaderen gequalificeerd is."
Blijkens het geschrevene in het artikel van 26 Maart j.l. schijnt dit niet zo ver buiten de bedoeling van de schrijver te liggen.
En dat hij zich in de ruimte der kerk op grote distantie van deze mensen beweegt, kan blijken uit het feit, dat hij van de Gereformeerde Bond niets weet te zeggen dan dat hij steriel , , neen" — zou zeggen. Vgl. no. van 2 April j.l. Het is hem derhalve ontgaan, dat de Gereformeerde Bond evenals de vrijzinnigen rapporten en publicaties hebben gegeven over aangelegenheden van de kerkorde, over Fundamenten en Perspectieven en over het Dienstboek.
De Gereformeerde Bond is daarbij opgekomen voor de belijdenis der vaderen, maar dat schijnt geen positieve bijdrage te zijn in het oog van deze schrijver in de weg van het belijden der kerk. Voert die weg dan waarlijk van het belijden der vaderen af ?
Desniettemin schrijft deze woordvoerder (no. van 2 April) : , , Men kan b.v. om maar enkele dingen te noemen, in de Hervormde Kerk, zoals ze thans is, als men ten minste eerlijk is, geen unitariër zijn en het drieënig wezen Gods loochenen, gelijk de oude. kerk daarvan in de klassiek-Christelijke symbolen belijdenis gedaan heeft. Men kan derhalve ook niet meer de waarachtige Godheid en de waarachtige mensheid van Jezus Christus loochenen. Men kan niet meer loochenen, dat de Heilige Geest, met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. En zo zijn er veel meer waarheden."
Dat dat alles in de kerk des Heeren niet mag én veel meer niet geloochend mag worden, kunnen wij gaarne eens zijn.
Maar het gebeurt, ondanks het aanvaard worden van de nieuwe kerkorde. Over welke kerk spreekt de auteur eigenlijk, als hij zegt, dat de Hervormde Kerk door het in werking treden van de nieuwe kerkorde belijdende kerk is geworden ? De werkelijkheid geeft daaromtrent een geheel ander beeld.
Wanneer en door welke officiële vergadering der kerk is dat alles zo uitgesproken of overeengekomen, dat van nu voortaan de vrijzinnigheid als zodanig kerkelijk zou zijn uitgesloten, zodat zij het heel erg duidelijk kon weten ? Wanneer en door welke'officiële vergadering der kerk is uitgesproken, dat van af de aanvaarding der kerkorde geen vrijzinnige proponenten meer zouden worden toegelaten als zijnde buiten de orde der kerk.
Zo zouden wij door kunnen vragen, maar wij blijven alleen bij deze vragen, omdat de schrijver zelf vindt, dat , , we op dit punt in de nevelen zitten".
De vrijzinnigheid heeft de kerkorde aanvaard en zij wil richting blijven ! Waar schuilt nu het misverstand ? Bij de vrijzinnigheid, bij de auteur, of bij beiden ?
Wij betwisten het recht van deze schrijver niet om op grond van art. X de vrijzinnigheid tot bezinning te roepen en wij verheugen ons, dat hij de nadruk wil leggen op de belijdenis der vaderen.
Indien de kerkelijke organen zich zouden gaan inspannen om voortaan niet toe te laten, wat volgens deze schrijver in de kerk niet mag, zou hij ook wat anders gaan denken over zijn z.g. „leerwetten" ?
Voorts zou het zijn nut kunnen hebben hem er aan te herinneren in verband met zijn opmerking over de Gereformeerde Bond, dat degenen die de belijdenis der vaderen liefhebben en voor haar handhaving opkomen legitieme leden der kerk zijn.
En wat zien wij gebeuren ?
Dat zelfs kerkelijke organen juist zulke legitieme leden tegenwerken, van hun plaats trachten te schuiven, en in de vervulling van het ambt belemmeren of verhinderen, waarvan verschillende voorbeelden kunnen worden aangehaald.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's