NIJKERK 1749—1752 II
Het was de wens van ds. G. Kuijpers, toen hij in Nijkerk kwam, om met zijn ambtgenoot ds. Roldanus, hand en hart ineen te slaan om dus in eendracht Sion te bouwen. Deze wens werd vervuld, want beiden verkondigden in enigheid des geestes en met ernst en trouw hetzelfde evangelie. De invloed der prediking werd langzamerhand zichtbaar in toenemende belangstelling der gemeente. Dit deed zijn ijver nog toenemen en weldra stelde hij in de week een openbare catechisatie in. Niet weinig vermeerderde hierdoor bij velen de lust tot onderzoek en een grote menigte woonde gaarne deze catechisatie bij. Om z'n gemeenteleden meer persoonlijk te leren kennen, bezocht hij de samenkomsten dergenen , , die den Heere zochten te vreezen". In die samenkomsten, die hij met gebed begon en met dankzegging sloot, was hij dan „bezig met onderlinge ondervragingen, zo tot herdenking der op dien dag gehoorde leerredenen, als tot onderzoeking van de vordering van een iegelijk op de levensweg, en tot besturing daarop".
Deze samenkomsten waren niet ongezegend. Keer op keer groeide het getal der bezoekers aan. „Meest alle daar enige bekommering over het heil van hun ziel in was, wendden zich daarheen". Binnen weinige weken was er geen huis in Nijkerk te vinden, groot genoeg om al de belangstellenden te bevatten. Evenzo ging het in de bijzondere oefeningen, die onder opzicht van de kerkeraad door particuliere personen gehouden werden. Ook daar kwamen honderden bijeen, niet alleen des Zondags, maar ook in de week, des avonds na de dagelijkse arbeid. Weldra werd vrucht van dit alles zichtbaar. Sommigen kwamen tot inkeer, zagen in dat zij op een verkeerde weg waren en leerden vragen naar het pad des levens. Er wapen onder hen, die dag en nacht aanhielden in het gebed, „worstelende onvermoeid, totdat het hun door middel van Gods Woord onder de bewerking des Geestes, gegeven werd het geloofsoog te vestigen op dat Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt". Bedaard en in stilte ging dit alles toe. „Doch allengs ging het verder. Het getal der bekommerde zielen werd steeds meerder, alzo de Heere de pijlen van zijn woord gedurig scherp maakte, zodat zij harten troffen en doorwonddèn".
Het duurde niet lang of er gebeurden andere dingen. Op een zekere, tijd preekte ds. Rolandus. Plotseling begon een oude vrouw midden onder de preek hard te roepen en luidkeels tot God te, bidden. Enige dagen daarna, op Zondag 16 November 1749, nam Kuijpers de morgendienst waar en preekte over Psalm 72 vs. 16 : Is er een hand vol koren in het land op de top der bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon. Groot was de uitwerking dezer preek. „Zo als van achteren gebleken is, zijn er zeer velen onder dat woord aan zichzelven bekend gemaakt, en bewogen om met de verloren zoon op te staan, en de draf der wereld te verwisselen met de goederen van Jezus' Koninkrijk".
De volgende dag werd er reeds iets zichtbaar van de uitwerking dezer preek. Volgens de bestaande gewoonte catechiseerde Kuijpers toen des avonds in de kerk over de leerrede, die de vorige dag in de voormiddag gehouden was. , , Toen begon het geruis van deze Libanon door wind des geestes zich te verheffen. De roering der gemoederen was algemeen. Tranenbeken werden er gestort, en tegen het einde van de bijeenkomst werd veel geween gehoord ; ja, omtrent of onder het geven van de zegen sommigen zeer bevreesd zijnde en bevende vielen neder voor de voeten, " kunnende niet staan vanwege de beroering die de levende indrukken hunner zielsnoden, in hunne lichamen werkte. Onder dit alles riepen dezen en genen hun metgezellen toe, spiegel u aan mij, en ziet hoe bitter de zonden vallen". Die onder de catechisatie in zwijm gevallen waren, werden naar de pastorie gebracht en toen Kuijpers uit de kerk naar zijn woning terugkeerde, vergezelde hem een talrijke menigte. Het ganse huis was vol heilbegerigen, die verslagen over hun zonden, met de predikant wensten te spreken en begeerden, dat hij voor hen bidden zou. Terwijl velen daarbuiten de pastorie omringden, liep het hier binnen af en aan. Dan kwam deze, dan die. Allen klaagden en weenden over hunne zonden. „Overal in huis, op zolder en beneden werd gebeden". De predikant zelf liet hen hunne harten uitstorten, sprak met hen, ondervraagde hen, troostte hen en bad voor hen. En onder dit alles , , kreeg hij een stille hoop, dat er iets van de goede hand Gods in zou zijn".
De andere dag werd hem al spoedig bericht, dat er in de gehele stad , , een algemene verslagenheid gevonden werd". Des morgens vroeg verliet hij dan ook reeds zijn woning en tot de avond toe was hij bezig, huis uit huis in gaande, de verslagenen van harte te bezoeken en met hen te spreken naar de behoeften huns gemoeds. Waar hij zelf niet gaan kon, zond hij broeders, die bij hem , , bekend waren volgens Gods woord den weg des levens te kennen en anderen leiding te kunnen geven". „Op ontelbare plaatsen, met min of meer bedaardheid, was geklag, geween, och arme, een algemeen vragen, wat moeten wij doen? Welke weg moeten wij inslaan om behouden te worden ? "
Uit menige ziel steeg het roepen uit de, diepten omhoog : , , Geef mij Jezus of ik sterf; buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig ziels verderf".
Des Woensdags was het weer hetzelfde. Kuijpers ging de ganse dag rond en had het in dezen bijzonder druk, daar zijn ambtgenoot zich hiervan onthield en in de eerste tijd een afwachtende houding tegenover deze buitengewone verschijnselen aannam.
Des Donderdags preekte Kuijpers over de stokbewaarder te Filippi. De indruk van deze prediking was zó groot, dat „velen nog nader bij zichzelven bepaald werden en zeer vele anderen, die tot hiertoe nog ongevoelig gebleven waren, werden mede getroffen door de pijlen van dien grote Koning".
„Van toen af ging het onbeschrijfelijk. Het is mij onmogelijk, zo verhaalt Kuijpers zelf, het met levende kleuren te schilderen. Ik kan het nergens beter bij vergelijken dan bij het verlegen vragen der verslagenen van harte op het Pinksterfeest. Dien dag en de volgende dagen waren zeer veel huizen vervuld met bidden en smeken. Overal werd ik geroepen, mijn eigen woning was gedurig vol van zulken, die kwamen en vroegen of er voor hun nog raad en hulp was. Ging men des avonds of in de stille nacht langs de straten, dan hoorde men dat biddend geluid dier kirrende tortelduiven in hun woningen, of psalmgezang, in plaats van het voorheen ijdel geroep en goddeloos getier".
Het werk, eenmaal met kracht begonnen, hield aan, nam toe en duurde voort, weken en maanden lang. Het scheen alsof geheel Nijkerk leed onder drukkend schuldgevoel. Geen huis werd er gevonden, waarin niet de een of ander of meerderen gevonden werden, die verslagen waren over hun zonden. Wel werden er spotters gevonden, maar menigeen, die gisteren lachte over hetgeen hem vreemd en dwaas toescheen, behoorde heden tot degenen die bitterlijk weenden en klagelijk schreiden, om morgen te juichen over de verlossing, die door Christus zijn deel werd.
Onder de verslagenen van hart waren zowel maatschappelijk brave als openbare zondaars, zowel jongelingen als grijsaards, mannen en vrouwen. Ar- _men en rijken, mensen, die ten opzichte der heilswaarheden jammerlijk onkundig waren en zulken die theologisch zeer goed onderlegd waren, men zag ze in dit éne opzicht allen aan elkaar gelijk, klagende over hunne zonden.
De predikanten waarschuwden van de kansel en in de gemeente tegen overdrijving en overspanning, zij spoorden aan tot bedaardheid en gingen de mening tekeer, dat de bekering met zulke verschijnselen en geduchte beroeringen gepaard moest gaan, zou zij echt wezen. Dikwerf gebeurde het, dat zij hun prediking moesten staken, zo geweldig werd het gejammer der mensen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's