De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat er van de Kerk in deze tijd verwacht mag worden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat er van de Kerk in deze tijd verwacht mag worden

9 minuten leestijd

Referaat door ds. G. Boer, gehouden op de vergadering van Ambtsdragers pp 27 Februari 1954

(Slot)

Het gereformeerd beginsel is diep. Een mens heeft soms zijn volle leven nodig om de volle diepte van het Schriftuurlijk gereformeerd leven te verstaan. Een gemeente van andere richting heeft soms generaties nodig om onder de zegen des Heeren dit diepe gereformeerde leven gemeentelijk te beleven. Daarvoor is doorgaande gereformeerde prediking nodig.

Ge haalt toch, ook in onze gemeenten, die gemeenten er spoedig uit waarin eeuwenoude ingravingen van Woord en Geest zijn werkzaam geweest, waarin de geestelijke stroom vanuit de Reformatie en de nadere Reformatie niet is afgedamd, bevroren of gestold, öiaar levend is doorgevloeid. 'k Spreek nu niet over die gemeenten, waarover óf een gereformeerd vernis is gelegd en in de ondergrond puur liberaal zijn gebleven, óf het gereformeerd leven is bevroren en tot een traditie is verworden. Deze laatsten zullen het allermoeilijkst krijgen, omdat het geestelijk gehalte óf is verdwenen óf tot een minimum is teruggebracht. Hier mag de bede om de Pinkstergeest wel in het bijzonder ontwaken.

Gesteld, dat de bovenbedoelde gemeenten.nog niet buiten de stroom zijn gekomen, dan moeten zij begrip tonen, dat van buiten inkomenden het erg moeilijk kunnen hebben met de overgang in het kerkelijk leven. U zult er mee, hebben te rekenen, dat de kerk ten tijde van Bonifacius een kerk was, óok al ontbrak de diepte en de helderheid van de Reformatie. Daarmede ruilen wij de diepten van de Reformatie niet in voor de kerk ten tijde van Bonifacius, o neen ! Maar 't leert u wèl in de uiterste spanning van de liefde, deze mensen tegemoet te komen en er rekening mee te houden, dat zij voor uw verantwoording liggen. Dan is het ook aan de vindingrijkheid van de brandende liefde Gods van uw hart overgelaten wegen en middelen te. vinden deze mensen onder het Woord te verzamelen en te bewaren.

Dat geldt in het bijzonder van de jeugd. Tegen 't jeugdwerk zijn allerlei bezwaren In te brengen. De vervlakkende tendenzen in allerlei jeugdwerk zijn soms aanwijsbaar. De vervlakking en vervaging van de grenzen zetten zich meestal 't eerst in bij de jeugd. Daarom is hier waakzaamheid geboden ! 'k Geloof, dat wij allerlei kerkewerk, in het bijzonder ook het jeugdwerk, als grote cirkels om de prediking des Woords moeten zien. Eén van de belangrijkste functies van dit werk is : bewaring bij de gemeente, bewaring bij het Woord ! Dat komt in het bijzonder aan de orde, wanneer eertijds afgesloten dorpen en gebieden uit hun isolement wordeii gehaald, 'k Denk hier aan Flakkee na de ramp van 1593. Ook al weet de mantel der liefde veel te be­dekken (een voorwerp, dat niet door alle schrijvers over Flakkee op de rechte wijze wordt gehanteerd!), wij moeten ook daar de toestand eerlijk onder de ogen zien, de kwaal zuiver stellen en de bestrijding op de rechte wijze beginnen.

Ook met de jeugd in onze tijd is veel te beginnen. Toon hun uw meeleven en duik erin ! Zie naar geschikte krachten om. Is er liefde en bezorgdheid in ons hart? Bedenkt ge, dat zij de generatie vormen, die niet meer gevormd zijn vóór de laatste oorlog, maar in en na de oorlog? Aan hen vreet de tijdgeest 't meest. Zij staan middenin de branding en worden overstroomd door allerlei. Twee jaren moeten zij het vaderland dienen in ons land of er buiten ! Doe er wat aan ! Kunt ge hen nog op een jongelingsvereniging onder goede leiding verzamelen — uitstekend ! Gaat dit niet meer, dan zult ge moeten omzien naar een jeugdleider. Al moet ge er — bij wijze van spreken — geheel Nederland voor afreizen om een geschikte kracht te vinden, ge moet het er voor over hebben ! 't Gaat om uw jeugd, 't gaat om de toekomst van de gemeente, 't gaat om mensen voor de eeuwigheid !

Daarvoor mogen kosten noch moeiten gespaard worden. Wanneer zulk een hulpkracht principieel betrouwbaar is en practische bekwaamheden heeft, kan hij leiding en steun geven aan losgeslagen levens.

Denk verder aan de militairen. Zes en twintig Zondagen brengen zij in de kazerne door en sommige er van buitenslands. Stel u voor, dat een jongen van de Veluwe wordt overgepoot voor oefening naar één der Duitse steden. Wat doet hij daar 's Zondags? Een contactman met deze militairen is geen overbodige weelde, maar dringende noodzaak !

Denk niet in 't minst aan het gezin ! Het wordt terug gedrongen op zijn kernfuncties, en die zijn belangrijk ! Ook de functies van het gezin zijn aan schommelingen onderhevig en zijn ten dele afhankelijk van een onontkoombaar proces van ontwikkeling in cultuur en samenleving. De afsplitsing en specialisering van deze gezinsfuncties zit in de lucht! Echter de kernfuncties blijven, b.v. : de verzorging van de kinderen tot aan de volwassenheid, de geestelijk-zedelijke vorming van de kinderen en het gezinsleven. Het gezin blijft toch de kring, waarin de liefde, de sympathie, de geborgenheid en de gezelligheid een plaats vinden.

Het gezin worde doorademd met het Woord Gods. De vreze des Heeren is het beginsel van alle wijsheid. Door Woord en Geest zijn er zulke machtige wederbarende invloeden, dat het gezin ook in deze zich veranderende maatschappij wel zijn plaats zal vinden.

Van dat gezin kan in de prediking en catechisatie nooit genoeg aandacht besteed worden. Een goede catechismusprediking, o. a. over de Wet des Heeren, is schatten waard. Laat deze prediking licht verspreiden over het huwelijk, over het gezin en de gezinsvorming. In vele gevallen vraagt men om leiding. U kunt die leiding geven door middel van een lidmaten-, herhalings- of vervolgcatechisatie. Mogelijk kunt ge in uw gemeente een aantal bijbelkringen vormen, die, mits onder goede leiding, zoveel zegen kunnen verspreiden.

Vergeet de jonge gezinnen in uw gemeente niet! Zij zijn het, die 't meest in de branding staan ! 't Pastoraat rondom de Heilige Doop geeft u een schone gelegenheid de strijd aan te binden tegen alle aanvallen van de satan, die er immer op uit is de bronnen van het leven te vertroebelen. Hier komen de vragers en de vragen los. Wat kan een gesprek van hart tot hart bij het licht van het Woord Gods hier van grote invloed zijn.

De gezinshulp is de christelijke daad aan zieke en afgetobde moeders. Wat ligt hier een schone taak voor de diaconie ! Vele gemeenteleden kunnen hier worden ingezet en aan 't werk gezet !

Üit dit alles zal blijken, dat 't Woord Gods niet aan een bepaalde maatschappelijke of economische structuur is gebonden, maar machtig wederbarend, leidend en onderwijzend, vertroostend en vermanend eigen weg gaat, alles doende wat de Heere behaagt.

Laten wij oppassen, dat wij niet zweren bij wegebbende vormen, die ons lief waren en die, als gestolde vormen van het Woord Gods, veel bewaard hebben bij dat Woord. Laten wij er veel meer aan denken met datzelfde Woord Gods de nieuwe vormen te doordringen, hoe moeilijk ook ! Immers wij geloven niet in de almacht van de economie, ook niet in de almacht van de wisselende gedaanten van de maatschappij ; ook niet in de almacht van de traditie van dorps- en gemeentesamenlevingsverbanden, maar in de almachtige God, die hemel en aarde schiep. Temidden van alle wisselingen staat Hij en roept ook vandaag : Wend u tot Mij heen en word behouden, alle gij einden der aarde !

Wie gereformeerd is, gelooft in de prsedestinerende God. Dit geloof is de eeuwen door een bron van opbruisende activiteit geweest om midden in de branding te gaan staan en te blijven staan. De prasdestinatie was geen verlanaming, maar één grote troost- en krachtbron. Is deze dit ook onder ons vandaag nog? Juist dit geloof, dat de Heilige Geest in onze zielen indrukt, doet uitgaan, verlost ons van krampen en teleurstellingen, verlost ook van een éénzijdige belangstelling voor het kerkelijk vraagstuk, waar wij wel nimmer geheel uit zullen komen. Dit geloof doet wervend en bewarend uitgaan met Mozes' verzoek aan Hobad : Kom ga met ons, wij reizen naar die plaats, van welke de Heere gezegd heeft : Die zal Ik u geven !

Dit geloof vernieuwt en verjongt telkens wanneer wij in de kerkelijke misère dreigen te, verstikken, omdat, hoe droef ook de situatie van kerk en volk is, de toekomst is aan de Koning der Kerk. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Zijn belofte geldt ook vandaag : Zie, Ik ben met u alle de dagen tot aan de voleinding der eeuwen.

Toen Calvijn op zijn sterfbed lag sprak hij over zijn werk. Nadat hij zijn krachten en gezondheid verteerd had in de dienst des Heeren, zeide hij : Ik weet, dat mijn werk niets , was. Velen — zo ging hij voort — zullen van deze uitspraak een verkeerd gebruik maken, maar ziende op mijn traagheid, (Calvijn traag !), gebreken, zonden en zwakheden, durf ik haast niet te hopen, dat mijn dienst voor anderen gezegend is, al hoop en vertrouw ik dit wel, maar één ding weet ik, dat de wortel van de vreze Gods in mijn hart gevonden is.

Luther sprak éénmaal : Een dominee, die niet studeert, is niet bekeerd. Hiermee is niet gezegd, dat 't omgekeerde zonder meer waar is.

Brakel voegde er aan toe : Een dominee, die niet goed heeft gecatechiseerd, kan onmogelijk rustig sterven.

Wij zouden er vandaag aan kunnen toevoegen : Een ouderling, die niet in de laatste ernst heeft gestaan in het Woord van Christus : Dwing ze om in te komen, kan niet sterven, evenmin als een diaken, die geen gestalte gaf aan de barmhartigheid van Christus voor hen, die in lichamelijke en geestelijke nood waren.

Ten diepste zijn geloof en geloofsvrucht niet twee zaken, maar zijn zij één. De Heere Jezus Christus — nu opgenomen in heerlijkheid, zet Zijn profetisch-priesterlijk-koninklijk werk voort in en door de ambten en de ambtsdragers. Welnu hieruit zal blijken — niet als grond, die ligt in de barmhartigheid Gods In Christus alleen — of wij deze Christus als de eeuwige gave des Vaders, door het geloof hebben ontvangen, ja dan neen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Wat er van de Kerk in deze tijd verwacht mag worden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's