De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN DE HERBERG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN DE HERBERG

6 minuten leestijd

III

De gebeurtenissen te Nijkerk kennen we niet alleen uit de beschrijving van Kuijpers zelf, maar ook uit die van een ander. Gerardus Hemsing, proponent en preeceptor der Latijnse school te Kampen, bezocht van 25 tot 27 April 1750 Nijkerk en schreef een brief aan een vriend hierover, die gedrukt is.

De oefeningen in de week gingen regelmatig door. Een herberg, waar het vroeger weinig stichtelijk toeging, was door de eigenaar en bewoner vrijwillig afgestaan tot het houden van zulke oefeningen, terwijl daardoor, gelijk wel vanzelf spreekt, de dranknering geheel en al ophield. De algemene ontroering en verslagenheid was in die oefeningen, zo mogelijk, nog groter en vreselijker dan in de kerk. Hemsing geeft nu een beschrijving van een oefening door de vader van ds. Kuijpers gehouden, n.l. door ds. Franciscus Kuijpers, van Woudrichem, over Psalm 25 vs. 14.

Toen was het tijd om naar de oefening te gaan, en wij gingen samen met de beide Dominees, omdat men er anders onmogelijk kon inkomen. Onderweg gingen wij een oefening van particulieren voorbij, die tot op de straat vol was ; daarop kwamen wij aan de herberg daar zou ds. Kuijpers de oefening houden, die toen vol was van mensen, tot op de straat beneden, en boven op zolder zaten zij in de vensters, alsof het boelhuis was ; voorts bezig met psalmen te zingen, dat het over de gehele straat klonk. Dit aanschouwende, kon ik mij niet langer inhouden, gelijk ook ons gezelschap, ik smolt weg van tranen van innige verwondering, zodat er geen geest meer in mij was, omdat de herberg, waar de duivel zijn troon had, nu veranderd was in een huis Gods; omdat de Heer Jezus die sterkte had ingenomen, en de duivel vandaar verjaagd, met achterlating van al zijn bagage, zie, ik bedoel de bierkannen en drinkglazen, die daar nog aan de wand en in ringen hingen, gelijk men in herbergen gewoon is ; terwijl de dienstknecht van Koning Jezus daar het Evangelie verkondigde. O, wonderlijke verandering! Daar was geen kans voor ons gezelschap om er binnen te komen ; doch zodra ds. Kuijpers, die achter ons ging, riep, hier zijn vreemdelingen, zo droegen zij ons daarin en gaven ons de beste plaatsen. De oude ds. Kuijpers sprak over Psalm 25. De verborgenheid des Heeren, enz. De planken waren boven uit de zolder in het midden weggenomen en latten daar weer over gespijkerd, opdat de klank er zou doorgaan; daar was een ongewone aandacht; nu en dan hoorde men eens zuchten ; doch toen de Dominee tot zijn toepassing kwam, werd eindelijk het gekerm, geroep en geschrei zó hevig, dat de Dominee er plotseling moest uitscheiden : 't was niet anders als 't geluid van een geweldigen gedreven wind, zó vreselijk, dat het wel twintig huizen ver kon gehoord worden ; de jonge Dominee ging op zolder, waar 't geroep niet minder was als beneden ; ik ging hem achterna ; boven komende, lag de een bij de ander temeer, en riepen : o Heere Jezus ! met onophoudelijke tranen ; de Dominee vermaande deze tot bedaardheid, en toen bad hij overluid; doch het gezucht en geroep begon weer van voren aan; 't was niet anders als een vreselijke storm ; de Dominee zeide tot deze en die, hou maar aan, met deze storm moet je binnen. Weer naar beneden gaande, was daar het gekerm, gehuil en slaan op de borst, niet anders alsof ik de laatste oordeelsdag voor mij zag ; ik beefde van ontsteltenis, en de diepten des satans, die zich in sommigen ontdekten, en die meer als menselijke kracht oefenden, daar wil ik liever van zwijgen als van spreken ; ja 't was zo, dat ik er geen denkbeeld van kan geven ; ja, zij waren zo aangedaan, dat ze niet naar huis konden gaan ; meer als 25 werden van de vromen, als ze wat bedaard waren, naar huis geleid, die op straat al zuchtende voortgingen. Weer naar ds. Kuijpers huis komende, waren daar nog verscheidene in de uiterste benauwdheid, onder andere een oud man van omtrent 70 jaren. Geen pen is in staat om die wonderen, die wij daar gezien en gehoord hebben, uit te drukken.

Tot zover het bericht van Hemsing. Dit alles is zeer opmerkelijk, maar aan de vrucht kent men de boom. Was er geen blijvende vrucht te zien, een vrucht des geloofs en der bekering waardig, wij zouden immers geen recht hebben te, spreken van een geestelijke opwekking. Wij mogen op die vraag een bevestigend en bevredigend antwoord geven. Velen der bekommerden kwamen „tot ruimte", werden met him gehele hart aan de Heere gelovig en leerden juichen in de gewisse zekerheid, dat zij met lijf en ziel het eigendom waren van hun getrouwe, Zaligmaker Jezus Christus. Terstond hielden dan alle benauwdheden en angsten op. Zij vermaanden en predikten dan zelf en er was een buitengewone liefde en eendracht onder hen. Uit alle oorden des lands werd Nijkerk bezocht en ook onder hen werkte de Heere op wonderlijke en heerlijke wijze.

Ook het uiterlijke leven leverde bewijs van de inwendige veranderingen. De kerkeraad gaf een beter voorbeeld dan in vroeger dagen. Kuijpers schrijft „De gehele plaats heeft als een andere gedaante gekregen. Een uitwendige bekering is bij velen, de roepende zonden zijn zeer gedaald. In de gehele winter zijn de herbergen ledig geweest en de kerk bijna te klein. In plaats van kaarten en dobbelstenen ziet men de bijbel. In plaats van vloeken hoort men bidden en psalmgezang. In plaats van haat en nijd herleeft de onderlinge liefde en eendracht. Waarlijk vruchten, die uit geen kwade wortel spruiten, maar veeleer blijk geven van een recht geaard gemoed".

Op voorstel van Kuijpers besloot de kerkeraad, dat allen die tot godsdienststorende uitersten overslaan terstond uit de kerk gedragen zouden worden.. Toen hielden de lichamelijke beroeringen op ; de geestelijke opwekking ging echter door.

De beoordeling van deze gebeurtenissen is wel zeer onderscheiden geweest. Geen naam is misschien in die tijd meer gezegend en luider geprezen dan die van Kuijpers, maar ook geen naam meer vervloekt en schandelijker gelasterd. Wéldra werd deze zaak in steden en in dorpen, van de kansels aangeprezen en verdedigd, of verfoeid en bestreden. In grotere gemeenten kon men des morgens een leraar horen, die de Heere bad, dat Hij dit werk ook daar zou aanvangen, en aan de avond van diezelfde dag trad een ander op, die God vroeg, dat Hij de gemeente toch voor zo iets mocht bewaren.

De meest felle tegenstander van Kuijpers was wel prof. v. d. Honert, die hem zeer onwelwillend bejegende, zodat zelfs IJpeij en Dermout schrijven : De drift van v. d. Honert steeg tot zulk een hoogte, dat hij als het ware in zijn eigen garen verwarde. Van de genoemde schrijvers geven prof. van Veen en prof. de Vrijer een welwillende beoordeling van de beschreven gebeurtenissen en de houding van Kuijpers daarbij aangenomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

IN DE HERBERG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's