De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Bijbel Gods Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Bijbel Gods Woord

6 minuten leestijd

Nog eens

PROF. Dr. J. SEVERIJN

Helaas zijn in het vorige nummer een paar zeer storende drukfouten ingeslopen. Waarlijk zinsverduisterende fouten, zodat ik genoopt word deze niet alleen onder de aandacht van onze lezers te brengen, maar ook mogelijke misverstanden en onduidelijkheden uit de weg te ruimen.

Laat mij eerst het vorige nummer opzoeken. Gewis zijn er ondej ons, die ze bewaren. Voor het geval dat bij sommigen niet zo mocht zijn, zal ik mijn best doen om de zaak, waarover het gaat, toch tot klaarheid te brengen.

Nu eerst de fout!

Na de eerste regel wit op pag. 114 in de eerste kolom begint een nieuwe alinea met drie vraagzinnen, waarvan de eerste :

• „De. Bijbel Gods Woord ? " De tweede luidde : , , Gods Woord in de Bijbel ? " De derde : , , Een Bijbelwoord in zekere situatie Gods Woord'. .. .? "

Wat heeft de zetter nu van die tweede vraag gemaakt ? Kijk nog maar eens goed.

Gods Woord is dus Bijbel ?

Gij gevoelt wel, dat dit fout is. Men kan niet iedere stelling omkeren !

Laat ik een voorbeeld noemen : , , Een koe is een dier". Goed, maar nu kan men omgekeerd niet zeggen : „Een dier is een koe", want behalve koeien zijn er nog veel meer dieren.

Zo belijden wij dan met de Kerk der eeuwen, dat de Bijbel Gods Woord is, maar wij zouden God in een boek besluiten en aan Zijn Majesteit te kort doen, als wij het gingen omkeren en zeiden : Gods Woord is Bijbel.

Dat zou onderstellen, dat de Heere nooit enig woord gesproken had dan wat ons in de Heilige Schrift door Zijn gunst bewaard is gebleven. Dat zou ook betekeneii, dat Hij nooit of te nimmer buiten de Bijbel spreken zou !

Wat zal men dan aanvangen met een woord als dat van 1 Cor. 13 vs. 8 : , , De liefde vergaat nimmermeer, maar hetzij profetieën, zij zullen teniet gedaan worden ; hetzij talen, zij zullen ophouden ; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden". En lees dan ook eens, wat er staat in Johannes 21 vs. 25.

Men ziet, dat men Gods Woord niet tot de Bijbel mag beperken, dat men het niet in de Bijbel mag opsluiten, al is het waar, dat de Kerk op aarde het buiten de algemene openbaring, die er ook nog is, met de Heilige Schrift moet doen, dat zij daarin alles vindt, wat de Heere haar tot kennis Zijner zaligheid in dit leven heeft toebetrouwd. en nodig geacht, en dat zij daarin het levende Woord Gods heeft.

De Kerk verheugt zich in het Woord als een gave van Zijn hemelse gunst, die ons van Zijn onuitsprekelijke deugden getuigt.

Wij tipten daar even aan de algemene openbaring.

Wat de Heilige Schrift ons daaromtrent zegt, werpt het licht op het woord, dat van de schepping uitgaat. Lees maar eens, wat Psalm 19 daaromtrent zegt : De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. De dag aan de dag stort overvloediglijk sprake uit, en de nacht aan de nacht toont wetenschap. Geen sprake en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord, (vs. 2—4).

Ook in de schepping wordt alzo een sprake Gods beluisterd.

En nu, wat er moet staan. Gods Woord in de Bijbel?

Wanneer iemand dit standpunt ten opzichte van de Bijbel inneemt, erkent hij wel dat er goddelijke dingen in de Schrift worden gevonden en dat sommige stukken der Schrift Gods openbaring zijn of vertegenwoordigen, maar hij aanvaardt de Bijbel niet als Gods Woord.

Hoe onderscheidt zo iemand dan wat Gods Woord is en wat niet Gods Woord is, vraagt iemand.

Juist, dat is het! Zo iemand moet een maatstaf hebben, althans hanteren, volgens welke het goddelijke van het niet-goddelijke wordt onderscheiden. En die maatstaf moet bij de mens worden gevonden.

Dat heeft men in de kringen, waarin men dergelijke leringen aanhangt, ook wel gevoeld, en dit stelt hen uiteraard voor een moeilijk punt.

Het heeft weinig nut, hierop uitvoerig in te gaan, zodat wij met een enkele opmerking zullen volstaan.

Vooreerst het vrijzinnig standpunt. Dat is uit de aard der zaak humanistisch en het is redelijk in die zin, dat het op het redewezen is betrokken. Feitelijk gaat het van de onderstelling uit, dat alle openbaring door het redewezen gaat en in ieder geval aan redelijke maatstaf gemeten wordt. Het gevolg daarvan is, dat hetgeen met de rede niet overeenkomt of niet geacht wordt daarmede overeen te komen, niet in aanmerking kan komen, althans niet voor een letterlijke opvatting. Indien men daaraan toch enige redelijke zin wil verbinden, grijpt men naar het argument van mythe of van vergeestelijking, tenzij men het zonder meer verouderd, overleefd, verwerpelijk vindt. Denk b.v. aan de wonderen.

Hoewel het openbaringsbegrip in de z.g. ethische school, die schijnbaar is uitgestorven, toch weer in sommige opzichten verschilt van dat der vrijzinnigheid, is de uitdrukking Gods Woord in de Bijbel toch echt ethisch.

De voormannen van deze school hebben de maatstaf der onderscheiding ook bij de mens gezocht en spreken in dit verband van het geweten, als van zulk een onderscheidend vermogen.

Het is zonder meer wel duidelijk, hoe subjectief dit standpunt is, en dat .er onder zijn aanhangers geen gemeenschappelijk oordeel is over wat wel en wat niet Gods Woord is. Anders toch had deze school moeten komen tot een zuivere openbaringsbijbel, welke, gereinigd van al het menselijke, dan alleen Gods Woord zou bevatten. Doch wat de een als Gods Woord voorkomt, is voor de ander niet van zo hoog gezag.

Dat dergelijke opvattingen ten koste van het gezag der Heilige Schrift worden aangehangen en verspreid, is duidelijk, terwijl ook de band der gemeenschap in de kerkelijke saamleving wordt verslapt.

Het is trouwens in strijd met de belijdenis en dus met het officieel kerkelijk geloof.

Het derde standpunt dat wij genoemd hebben, heeft bij velen in deze tijd de plaats ingenomen van het tweede. Het beweert wel, dat de Bijbel Gods Woord is, doch men moet dit niet in de zin der belijdenis nemen. Het Bijbelwoord kan volgens deze opvatting in zekere situatie Gods Woord worden!

Zoals de Bijbel daar ligt is hij oorkonde van een overigens onkenbaar openbaringsgebeuren, en als zodanig menselijk.

Op dit standpunt worden Gods Woord en Heilige Schrift van elkander gescheiden. Aan de Heilige Schrift op zich zelf beschouwd komt geen goddelijk gezag toe dan alleen voorzover zij Gods Woord is of wordt, want het gezag komt aan God en het goddelijke toe.

Dit schreven wij ongeveer met dezelfde woorden op blz. .114 in de derde kolom van het vorige nummer. Zie de tweede alinea, en let dan op de laatste zin van deze alinea.

Daar staat: „Dit immers kan alleen toekennen aan hetgeen zij als Gods Woord beschouwen of daarvoor houden". Gij ziet nu wel dat toekennen moet zijn toekomen.

Ik eindig met er op te wijzen, dat dit scheiding maken tussen Gods Woord en de Heilige Schrift, tengevolge moet hebbén of liever gepaard gaat met een scheiding maken tussen de Heilige Schrift en de Heilige Geest, hoewel de belijdenis duidelijk leert en dat onder verwijzing naar de apostel Petrus, dat de Heilige Geest de Auteur is der Schrift.

Dat daarin een beginsel der dwaling is gelegen, dat op geestdrijverij moet uitlopen, kan ieder, die hierover na­denkt, zelf ontdekken.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Bijbel Gods Woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's