Het Verbond
REFERAAT, gehouden op de Predikantencontio van de Gereformeerde Bond, op 8 September 1953 te Utrecht. Bijbels-Theologische Studie.
IV.
Het Nieuwe Verbond, waarin duidelijk de gave der schuldvergeving besloten ligt, — en hoe komt die anders de zondaar toe, dan in én dóór het werk van Christus ? En — de gave van het nieuwe hart voor de mens, die God in Zijn Verbond wilde opnemen, en wat is dat anders dan de gave van de Heilige Geest ? Het Nieuwe Verbond, — dat nu duidelijk de rijkdom van het genadeverbond laat opengaan, déze rijkdom, dat daar in het Verbond immers belofteji besloten liggen, maar ook verplichtingen, n.l. de eis van vertrouwen in het Woord Gods en van gehoorzaamsheid aan Zijn Wet tevens, —en dat de mens aan die verplichtingen nooit kan voldoen, dat hij zó nog meer ligt onder het oordeel des doods en zeker geen recht heeft op de verkrijging der beloften, doch dat God zelf hem geven wil, wat Hij van hem eist, en daartoe Christus, daartoe Zijn Geest geeft, en dat er zo, in dié weg, toch een afwending van het oordeel des doods en een verkrijgen van het recht op het eeuwige leven mogelijk zijn. Het Nieuwe Verbond staat daarom in zoverre tegenover het oude van de Sinaï, als dit nog niet zo duidelijk dit alles openbaarde en de Wet alleen gaf op stenen tafelen, terwijl het Nieuwe Verbond toch ook als een gouden draad heengeweven ligt, door de bedeling van de Sinaï, b.v. in heel de dienst der verzoening, ja, in de kern reeds verborgen ligt in Genesis 3 vers 15 en in de Verbondssluiting met Abraham.
Met dat al wordt bij de profeten ook duidelijk, dat er, in wat bedoeld wordt, met Abrahams zaad, een spanning ligt. Zeker, de beloften des Verbonds gaan. uit tot het ganse zaad, de profeten spreken ook steeds het ganse huis van Juda en Israël aan, — het ganse zaad mag weten Van het heil des Heeren en hoe zich dat verwerkelijkt, en daar liggen een bijzonder voorrecht en een bijzondere verantwoordelijkheid in besloten doch, wanneer velen in ongehoorzaamheid voortleven en wegsterven onder de straffen Gods, wordt het anderzijds al duidelijker, dat de profeten wel de uitdrukking huis Israels, huis van Juda, handhaven, om daarin te laten uitkomen, hoe de Heere Israels praerogatief handhaaft, doch dat die uitdrukking tevens aanduiding wordt van dat volk Gods in de toekomst, dat wel nauw verstrengeld ligt met het natuurlijk zaad van Abraham, maar toch niet daaraan gelijk is. Dat volk Gods zal ook inderdaad de gave der schuldvergeving en der levendmaking ontvangen en zo ook waarlijk als volk Gods uitkomeri, het zal het overblijfsel uit Israël zijn én verder bestaan uit anderen, daartoe toegebracht, het zal het geestelijk zaad! van Abraham zijn.
Wij verstaan, hoe hier achter het feit ligt, dat door de bedding van het Verbond ook de lijn van de verkiezing loopt.
In het Nieuwe Testament vinden wij de nadere openbaring en vervulling van dit alles.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's