Verslag
van de 48ste jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op Woensdag 28 April j.l. in het Gebouw vooi Kunsten en Wetenschappen te Utrecht.
De voorzitten prof. dr. J. Severijn opende de druk bezochte vergadering. Na het zingen van Ps. 68 : 16 las hij een gedeelte uit het 36e hoofdstuk van de profetieën van Ezechiël, waarna hij voorging in gebed.
In zijn openingswoord sprak de voorzitter als volgt :
Geachte vergadering,
Het is mij een bijzonder voorrecht en een groot genoegen u allen welkom te heten op onze jaarvergadering, als ik goed heb geteld, de 48e. Wij beginnen zo langzamerhand mede te tellen, als het om de leeftijd gaat en ook in de kerkelijke situatie ontbreekt het ons niet aan belangstelling, al is dat nu niet altijd een belangstelling, welke op sympathieke gevoelens jegens de Gereformeerde Bond kan wijzen, hoezeer wij dat wel gaarne anders zouden wensen.
Namen als IJzendóorn, Lunteren, Hoogeveen kunnen aantonen, dat zelfs in moderamina van kerkelijke vergaderingen en colleges van opzicht moeilijkheden in de weg worden gelegd instede die te helpen wegruimen.
Men schijnt niet te kunnen inzien, dat de Gereformeerde richting in de Herv. Kerk zich niet kan schikken in een modaliteitensysteem, waarin zij een modaliteit onder de modaliteiten is. In hoeverre de vrijzinnigen zich daarin kunnen voegen, wil ik niet beoordelen. De stemmen in het vrijzinnige kamp opgegaan naar aanleiding van het feit, dat te Leiden geen vrijzinnig Hoogleraar in de vacature Sevenster werd benoemd, kunnen moeilijk de overtuiging vestigen, dat de vrijzinnigheid genoegzaam kerkelijk is geworden om zich daarin gemakkelijk te bewegen.
Een kerkelijke modaliteit zal toch altijd gebonden zijn binnen de grenzen van de kerkelijke belijdenis en zich kunnen uitstrekken over de dingen, die in de vrijheid der kerken zijn gelaten. De Dordtse vaderen hebben b.v. geen beslissing genomen in zake : supra- of infralapsarisme. Derhalve zou men supralapsariërs en infralapsariërs modaliteiten kunnen noemen.
Een kerkelijke modaliteit moet kerkelijk zijn en binnen de waarachtig Christelijke geloofsgemeenschap vallen, zoals die in de kerkelijke confessie haar draagvlak heeft. In hoeverre de vrijzinnigheid daarop aanspraak zal kunnen maken, laten wij nu maar rusten, doch wij kunnen veilig aannemen, dat zij het begrip modaliteit zó beschouwd onaanvaardbaar vinden.
De gereformeerden in de Herv. Kerk behoeven geen bzwaar te maken tegen deze bepaling van modaliteit. Zij zullen er geen bezwaar tegen hebben een modaliteit onder gereformeerde modaliteiten genoemd te worden.
Dit toch zou eerder op een hoogmoedige zelfgenoegzaamheid gelijken, die de ware Christen ontsiert, dan op de nederigheid die hem past. Neen, neen, wij erkennen, dat er binnen en buiten de Herv. Kerk gereformeerden zijn, die, zich voor zover het binnen kerkelijke betreft, niet bij ons voegen, en voor zover daarbuiten tot een ander kerkgemeenschap behoren, maar zij staan toch allen op de bodem der gereformeerde Confessie ! Zij zijn het in de fundamentele stukken eens : zij ontvangen de Heilige Schrift als Gods Woord, — dat is al het voornaamste stuk —en belijden de Christus, die ons in de Evangelieën wordt voorgesteld, trekken de heilsfeiten, zoals de kerk der eeuwen die belijdt in de artikelen van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof, niet in twijfel en hebben ook geen behoefte of aanleiding om die te mythologiseren of op een geestelijke wijze te verstaan, welke de historische feitelijkheid te niet doet.
Ons bezwaar tegen het woord modaliteit en het gebruik, dat zich wil opdringen, gaat tegen de misleiding, welke vrijzinnigheid, midden-orthodoxie (ongelukkige term als het is) en gereformeerd belijden, over één kam scheert, op één lijn stelt, en in zoverre de norm der belijdenis en de tucht des Woords uit het oog verliest.
Indien de gereformeerde belijdenis naast de vrijzinnigheid als modaliteit moet gelden, kan dit slechts inhouden, dat men het gezag der Heilige Schrift als Gods Woord in de zin der officiële belijdenis van de Kerk van Christus heeft prijs gegeven.
Op het stuk der Waarheid heeft men geen maatstaf. En wat is het resultaat ? Dat ieder daaromtrent het zijne denkt en denken mag !
Ziet op zulk een wijze kunnen wij geen modaliteit zijn.
Wie van zulke onderstellingen uitgaat, kan ons ook niet als modaliteit hanteren. De gereformeerde belijdenis kan voor hem wel een wijze van belijden onder andere wijzen zijn, met eigenaardige aspecten, die mogelijk ook nog wel een waarde vertegenwoordigen, maar het moeilijke voor hem is, dat de gereformeerde belijders er zo niet over kunnen denken.
Bovendien hebben deze belijders een waardering van de confessie, welke door de beleving van het geloof, dat daarin spreekt, geïnspireerd, naar hun mening in de kerk algemeen behoorde te zijn, zodat een iegelijk, die zich bij de kerk voegt, of krachtens geboorte tot haar behoort, zich voor zijn persoonlijk en kerkelijk leven naar haar heeft te richten. Gereformeerde belijders hebben een sterk besef van de legitieme belijders te zijn.
Men zal gevoelen, dat juist deze waardering en dit inzicht een grote verantwoordelijkheid op ons doen rusten.
Daarom is het onderwerp, dat dr. S. V. d. Linde Zaterdag j.l. op de vergadering van intellectuelen zo uitnemend behandelde : , , De Werfkracht van hei Calvinisme", van zo grote betekenis.
Ik ga daarover nu niet spreken, maar feit is, dat de oorspronkelijke reformatie hier te lande meer Luthers van karakter was, en dat ook Erasmus vele aanhangers met name onder de rijken en machtigen telde, edoch, het Calvinisme drukte de stempel op ons nationale leven.
Waarin de werfkracht van het Calvinisme school?
Zonder enige twijfel in de tedere Godsvrucht, welke haar typeerde, in de echte vroomheid, die zich kenmerkte door een leven uit de Schrift, en door de levensstijl, welke daarvan de naar buiten getuigende vrucht is.
Gij zult dit zeker met mij geloven en beamen, maar dan, als daarin de werfkracht schuilt van het Calvinisme, dan komen wij in de verlegenheid met onze verantwoordelijkheid !
Waar blijven wij daarmede, als wij letten op de verachtering van het kerkelijk leven, op de ontstellende tekenen van ontkerstening, op veranderingen, die zelfs de vraag wettigen, of men zelfs in kerkelijke kringen nog wel getrouw begeert te blijven aan het geloof, of zoals men het wil uitdrukken, aan de religie der belijdenis, als men opmerkt, dat leidslieden der z.g. midden-orthodoxie zich beroepen op Arminius, dan moeten wij toch constateren, dat ons Calvinisme althans in onze dagen zijn werfkracht schijnt verloren te hebben.
Dan komt de schuldvraag ons benauwen. Ontbreekt er mogelijk wat aan ons gereformeerd geloof ? Is het wel echt?
En deze vraag moet tot bezinning en zelfonderzoek leiden. Immers als de werfkracht in de tedere Godsvrucht, in de oprechte vroomheid van een leven naar de Schrift schuilt, mankeert het dan misschien daaraan in onze kringen? Is ons geloof dan waarlijk slechts een dode vorm ?
Wij hebben ons zelf te onderzoeken op ons geloof en geloofsleven.
Beginnen en eindigen wij de dag in de stille eenzaamheid met Gods Woord, omdat wij de spijze, die niet vergaat, niet missen kunnen, zomin als het brood tot onderhouding van het vergankelijke leven ?
Hoe staat het met onze huiselijke godsdienstoefening, vaders ? en als vader niet thuis is, moeders ?
Wordt daaraan trouw de hand gehouden ? Lezen wij tezamen met onze kinderen dagelijks een gedeelte uit Gods Woord ?
En doen wij dit met wijsheid ? Niet lange stukken, waarbij de kinderen hun aandacht niet kunnen bepalen, maar kort en duidelijk, hen toesprekend en eerbiedig ?
Hoe toch zullen wij uit het Woord leven, als wij het niet leren betrachten?
En dan ten slotte : Hoe staat het met ons werk ? In de school, op kantoor, in de werkplaats, in de fabriek en waar wij ook geplaatst zijn ?
Neen, wij moeten daar geen fanatici, dwepers, en zelfs geen prekers zijn, waardoor wij slechts afkeer en vijandschap zouden wekken. Maar de Schrift zegt: , , De wijze kent tijd en wijze". Een eenvoudig woord op het juiste moment, kan zoveel uitwerken. En voorts onze
levensstijl. Er moet een prediking van onze levensstijl uitgaan, zodat men onder de indruk komt van het geloof en de kracht, welke daarachter liggen.
Laat ons de roep, welke in dat alles tot ons komt, ernstig nemen en onszelf onderzoeken, of bij ons een schadelijke weg is, die ons ook schuldig stelt ten aanzien van ons gemeenschappelijk en ons kerkelijk leven. Vergun mij deze pastorale vermaningen.
Het moge ons uitdrijven tot bekering en God schenke ons de onderrichting van Zijn Woord en Geest tot waarachtige levensvernieuwing in de kracht van de opstanding des Heeren, opdat daarvan ook naar buiten een levend getuigenis moge uitgaan tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk en tot ere van Zijn driewerf heilige Naam.
Hij gebiede ook Zijn gunst over onze jaarvergadering en geve ons een vruchtbare en gezegende samenkomst.,
Ik heb gezegd.
De notulen van de vorige jaarvergadering, die in de Waarheidsvriend werden gepubliceerd, werden met dank aan de Secretaris onveranderd goedgekeurd.
Daarna bracht de Secretaris ds. J. J. Timmer zijn jaarverslag uit, dat wij hier laten volgen.
Geachte leden van de Geref Bond,
Op mij, als secretaris, rust de plicht om u een en ander mede te delen over de werkzaamheden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in het jaar, dat achter ons ligt.
Op velerlei terreinen in het midden van onze kerk, die ons zo lief is, moesten we telkens weer de stem verheffen tegen zovele dingen welke in strijd zijn met Schrift en Belijdenis.
We mogen niet ophouden om die kerk telkens weer terug te roepen tot de binding aan de Heilige Schrift en onze Gereformeerde Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het is een moeizame strijd. Het is een strijd met vele teleurstellingen, en toch mogen we niet versagen. Het schijnt, dat wij in de ogen van de vertegenwoordigers van sommige andere richtingen slechts zijn te vergelijken met dat hoopje amechtige Joden, die ondanks alle tegenstand geprobeerd hebben om de tempel weer te herstellen. Moge de Heere uit genade onze zwakke pogingen zegenen. Verwekke Hij in ons midden maar een diep besef van eigen zwakheid, opdat Gods kracht in onze zwakheid worde volbracht. Hij beware ons voor de eigengerechtigheid van de Farizeer, die meende God te kunnen danken, omdat hij niet gelijk was aan die veel slechtere andere mensen. Zelfcritiek is ook voor de Gereformeerde Bond allernoodzakelijkst.
Met de secretarissen van de afdelingen stond ik gedurig in contact. Velen zonden mij keurige ledenlijsten toe. Dit is voor de controle van mijn kaartensysteem noodzakelijk. Ik doe bij deze een beroep op de medewerking van alle secretarissen, die dit verslag horen of lezen, om mij ten spoedigste een ledenlijst te doen toekomen naar de stand van 1954. Mijn dank aan hen, die dit reeds deden.
Nieuwe afdelingen werden opgericht in Nijkerkerveen. Beekbergen, Hattem, Emmeloord en Valkenburg. De afdeling Hoogeveen werd opnieuw op gang gebracht en in meerdere plaatsen van ons land worden besprekingen gehouden over de oprichting van een afdeling.
Ik dank allen, die, hebben medegewerkt aan het winnen van lezers van De Waarheidsvriend en contribuanten voor het Studiefonds van onze Gereformeerde Bond.
Mijn bijzondere dank aan de heer Udo, wiens actie in de gemeente Ede schitterende resultaten heeft afgeworpen.
O, als alle lezers van De Waarheidsvriend eens één nieuwe lezer er bij wonnen ! Als elke contribuant van het Studiefonds nog eens één contribuant er bij won ! Waarom moeten dit allemaal vrome wensen blijven? Wie wil het eens aanpakken in de gemeente, waar hij woonachtig is?
Als predikant-leden traden toe : ds. Lindenberg te Klundert, ds. Stolk te Scheveningen en vele candidaten tot de Heilige Dienst.
Door de dood ontvielen ons ds. De Geus te De Bilt, ds. Roozendaal te Putten, ds. Klomp te Eemnes Binnen en ds. Klerx te Lexmond.
Met ziekteverlof zijn nog steeds ds. Kleijne te Rotterdam en ds. mr. S. Timmer te Bunschoten.
Met emeritaat gingen of staan op het punt om te gaan ds. Vreugdenhil te Gorinchem, ds. Deur te Renkum, ds. Mulder te Houten, ds. Van Asch te Sommelsdijk, ds. De Bres te St. Maartensdijk, ds. Van der Wal te Wageningen, ds. Enkelaar te Hasselt, ds. Koolhaas te Lopikerkapel, ds. Bouthoom te Bennekom, ds. Anker te Goudriaan, ds. Goverts te Linschoten.
Ik citeerde slechts een aantal namen, die mij te binnen schoten, zonder aanspraak te maken op volledigheid.
Het zal u ten volle duidelijk zijn geworden dat door een tiental nieuwe candidaten de open gevallen plaatsen niet eens konden worden vervuld. Ons Studiefonds heeft dan ook gedurig de aandacht van het Hoofdbestuur. Eén en veertig studenten worden thans door ons gesteund.
Geen moeite werd door mij gespaard om telkens die gemeenten aan te schrijven, die nog niet collecteerden voor ons Studiefonds. Het zijn nu gelukkig maar weinige gemeenten meer, die wél onze candidaten beriepen, maar niet wilden collecteren.
Uit het verslag van de Penningmeester zal blijken dat dit niet zonder resultaat is gebleven. Moge het ook in 1954 nog steeds gaan in stijgende lijn.
Als we terugzien op het jaar 1953, mogen we met blijdschap getuigen dat er in de gelederen van onze Gereformeerde Bond een hartelijke samenwerking mocht worden geconstateerd.
Met genoegen denken we nog terug aan de aangename sfeer op de conferentie in Woudschoten, die door een kleine honderd predikanten werd bezocht. Dr. S. van der Linde sprak over , , De middelen, die tot sanering van het kerkelijk leven kunnen leiden" en prof. dr. I. A. Diepenhorst over „De betekenis van de veranderingen in het maatschappelijke en sociale leven voor de kerk".
Op beide referaten volgde een geanimeerde bespreking.
Ook de concio van predikanten, die in Utrecht werd gehouden, heeft aangename herinneringen achtergelaten.
Daar refereerde ds. Van der Velden over , , Het Genadeverbond".
In de maand Augustus hadden we een samenspreking met predikanten en ouderlingen van de Veluwe over de moeilijkheden, die er zijn van de kant van midden-orthodoxe minderheden in onze gereformeerde gemeenten.
Een en andermaal had het Hoofdbestuur contact met het bestuur van de Mannenbond. In gemeenschappelijk overleg mede met de Bond voor Inwendige Zending werd besloten verband te leggen tussen de Herv. Geref. minderheidsgroepen, die er in den lande gevonden worden. De commissie, die middelerwijs reeds met die evangelisaties en afdelingen vergaderde, bestaat uit: prof. Severijn en dr. Bout namens de Geref. Bond ; ds. Vermaas en ds. Abma namens de Inwendige Zending, ds. A. Vroegindeweij en de heer Noteboom namens de Mannenbond.
Op een samenkomst van ouderlingen en diakenen sprak ds. Kievit van Woerden over : „Het werk van de ouderlingen in verband met de huidige kerkelijke situatie", terwijl de heer Schippers een inleiding gaf over: „De diaconale arbeid".
Ook naar die vergadering waren vele ambtsdragers opgekomen om deel te nemen aan de bespreking.
Op onze predikantenconcio te Utrecht hield op 8 Sept. dr. C. W. du Boeuff een referaat over : , , Enkele, vragen van de psychiater, aan de theoloog voorgelegd". Stellig is daar grote belangstelling gewekt bij de predikanten voor de betekenis van een belichting der vraagstukken van deze zijde.
Sprak ik tot nu toe over samenbindende vergaderingen in eigen kring, daarnaast kan ik ook melding maken van samensprekingen met anderen.
De Secretaris had een samenspreking met de beide secretarissen van onze Synode, over de moeilijkheden in Krimpen a.d. IJssel, Zwijndrecht, Alkmaar en andere gemeenten.
Tot tweemaal toe had het Hoofdbestuur een bespreking met het moderamen van de Synode, waarbij werd gehandeld over de opleiding van predikanten, benoeming van kerkelijke hoogleraren en over het gezag van de Belijdenis.
Is er veel, wat ons in het afgelopen jaar heeft verblijd, er is óok iets wat ons heeft bedroefd.
Wegens het bereiken van de 70-jarige, leeftijd moest prof. dr. J. Severijn, onze hooggeachte Voorzitter, zijn ambt als gewoon hoogleraar in de Godgeleerdheid neerleggen.
Op 2 December werd hij gehuldigd in de aula van het Universiteitsgebouw te Utrecht. Voor deze samenkomst was reusachtige belangstelling. Het heeft H.M. de Koningin behaagd om onze Voorzitter wegens zijn verdiensten te benoemen tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Nog steeds heeft prof. Severijn zijn ambtelijk werk waargenomen, omdat de nieuw benoemde hoogleraar nog niet in functie kon treden.
Het stemt ons tot grote dankbaarheid dat de Heere ons zo lange tijd prof. Severijn heeft geschonken bij de opleiding van dienaren des Woords.
Het vervult ons met weemoed, dat hij zijn werk moet neerleggen.
Wel hopen we, dat God hem nog lang moge sparen om vanwege onze Gereformeerde Bond college te blijven geven in de gereformeerde dogmatiek. Feit is echter, dat we nu geen enkele leerstoel aan de Rijks-Universiteit door een man van gereformeerde beginselen meer hebben. Het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft intussen niet stil gezeten, het heeft zich in contact gesteld met het Curatorium van de Universiteit te Utrecht en is op audiëntie geweest bij de Minister van Onderwijs om de belangen te bepleiten. Er is echter geen opvolger van gereformeerde beginselen benoemd.
Mr. dr. E. Verkerk, die zich niet meer verkiesbaar stelde als lid van 't Hoofdbestuur, is opgevolgd door Ir. Smit. Aan zijn ijver danken we, dat een lang gekoesterde wens om de intellectuelen onder de Herv. Gereformeerden samen te vergaderen, werd vervuld. Vorige week Zaterdag heeft de eerste vergadering te Utrecht plaats gehad, die zonder twijfel geslaagd mag heten.
Ook studenten van verschillende Universiteiten en Hoge Scholen zijn bezig een contact van Hervormde Gereformeerde studenten te vormen. Het bestuur dezer beweging had onlangs een bespreking met ons Hoofdbestuur.
Met ds. Willemsen en ds. Van Sliedregt had het Hoofdbestuur een samenspreking aangaande de oprichting van een Herv. Geref. Kweekschool. Het is bij allen stellig bekend, dat deze plannen thans onder de zegen des Heeren reeds vaste vorm hebben aangenomen. Ds. Kievit, ds. Van Sliedregt en ds. Boer namen op zich om contactvergaderingen te houden met de jongere predikanten, die tot onze Bond behoren.
Met verschillende predikanten en afdelingsbesturen werd in Utrecht geconfereerd om voorkomende plaatselijke moeilijkheden te trachten op te lossen of misverstanden uit de weg te ruimen.
In Alkmaar ging een predikantsplaats voor ons verloren. Het zelfde dreigt in Hoogeveen te geschieden.
In Capelle a.d. IJssel zal weldra voor het eerst een predikant van de Gereformeerde Bond worden beroepen.
De vestiging van een 2e predikantsplaats in Oudshoorn, die ook door een predikant van de Geref. Bond zal worden bezet, heeft nog steeds zijn beslag niet gekregen.
Ds. Tukker en de Secretaris hielden een samenspreking met het bestuur van de Evangelisatie in Moordrecht om de arbeid aldaar in kerkelijke richting te stimuleren.
De besprekingen met de Synodale Commissie voor de Varende Gemeente over de benoeming van een Bondspredikant voor de Varende Gemeente, zijn nog steeds niet tot een goed ejnde gekomen.
Ds. Boer, die in het Hoofdbestuur zit van het Herv. Geref. Verband, onderhield het contact tussen dit Verband en ons Hoofdbestuur.
De afdeling Leiden vierde haar 40jarig bestaan. Deze vergadering werd bijgewoond door de Voorzitter.
Aan al onze kerkeraden werd een schrijven gericht om adhaesie te betuigen aan een drietal voorstellen, die wijziging in de kerkorde wensen aan te brengen. Deze voorstellen zijn indertijd in De Waarheidsvriend afgedrukt.
Aan degenen die al vaak om propaganda-materiaal vroegen, kan ik tot mijn blijdschap mededelen, dat er een nieuw propaganda-geschriftje in bewerking is. Zodra het verschenen is, hoop ik het u mede te delen in De Waarheidsvriend. Voor de verbreiding doe ik een beroep op uw aller medewerking.
Het zou ondoenlijk zijn om u op de hoogte te stellen van de inhoud van de honderden brieven die door mij werden ontvangen en beantwoord.
Moedig gaan we verder. Ik reken op de hulp van u allen.
Eendracht maakt macht. Koudheid en lauwheid zijn onze vijanden.
Alleen God van de hemel moge de strijd voor de handhaving van ohze belijdenis doen gelukken.
Hij zegene daartoe de zwakke pogingen van onze Gereformeerde Bond,
P.S. In de maand Februari had een nieuwe vergadering met ouderlingen en diakenen plaats in Utrecht, waar ds. Boer sprak over : „Wat er van de kerk in deze tijd verwacht mag worden". Ook die vergadering werd druk bezocht.
Naar aanleiding van dit verslag werden vragen gesteld door ds. Enkelaar van Hasselt en ds. Bousema van Maarssen, die door de voorzitter werden beantwoord.
Daarna kreeg de penningmeester gelegenheid om verslag te geven aangaande de stand der financiën over 1953.
Uit het verslag bleek o.a. dat vorig jaar pl.m. ƒ 35.000.— aan onze studenten is uitgekeerd.
Grote offervaardigheid is in 1953 betoond door leden en vrienden van de Geref. Bond.
De penningmeester betuigde zijn hartelijke dank aan de tweede penningmeester voor diens hulp bij de inning der contributies.
Het rapport van de commissie tot nazien van de rekening werd door de Secretaris gelezen. Overeenkomstig advies dezer commissie die alles keurig in orde had bevonden, stelde de Voorzitter de vergadering voor de penningmeester onder dankzegging voor zijn keurig beheer te dechargeren voor zijn beheer over '53. Alzo besloten.
Daarna betuigde de Voorzitter de commissie, zijnde ds. Roelofsen en de heer Batelaan, dank en stelde de benoeming ener nieuwe commissie aan de orde : n.l. ds. Kievit en de heer Doornenbal te Waarder. Alzo besloten.
Middelerwijl had de stemming plaats voor 3 leden van het Hoofdbestuur.
De aftredenden werden met overgrote meerderheid van stemmen gekozen.
Zijne Excellentie L. F. Duymaer van Twist aanvaardde tot onze vreugde de herbenoeming en sprak de hoop uit, dat de Heere hem de dag zal doen beleven, waarop men het vijftig jarig bestaan van de Geref. Bond zal gedenken. Hij is één der oprichters van de Geref. Bond. De Voorzitter beantwoordde zijn toespraak met de wens, dat wij daarvan allen getuigen mogen zijn.
Ook de Secretaris ds. J. J. Timmer en de 2de Penningmeester de heer Verbeek Wolthuys namen hun herbenoeming aan.
Nadat door de heer Wienen uit Wageningen en de heer van Vliet enkele vragen werden gesteld, die door de Voorzitter werden beantwoord, werd de morgenvergadering beëindigd.
Samen zongen we Ps. 119:3, toen opnieuw om 2 uur de middagvergadering heropend was.
Ds. van Sliedregt hield zijn referaat over : de Liturgie. De grote belangstelling voor dit referaat bleek uit de veelheid van vragen, die werden gesteld. Aan de discussie namen deel de heer Smit van Zwijndrecht, de heer Verboom van Nieuwerkerk aan de IJssel, de heer Klootwijk van Utrecht, de Gen. Duymaer van Twist, ds. Bousema, de heer Damsteeg van Kralingen, ds. Wisgerhof, ds. Helms, ds. Severijn van Hoogeveen, de heer v. d. Eind van Zeist, de heer Binnendijk van Hilversum, de heer Verbeek Wolthuys, de heer Vlag en ds. Stelwagen.
Ds. Van Sliedregt beantwoordde dè vragen.
De Voorzitter bracht hem, mede namens de vergadering hartelijk dank voor het referaat en verzocht hem dit te willen afstaan voor de Waarheidsvriend.
Samen werd gezongen Ps. 118:8, waarna ds. Van Sliedregt voorging in dankgebed en deze buitengewoon geslaagde vergadering werd gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's