DE NIEUWE WEG
Feuilleton
door J. W. Ooms
Geen der kerkeraadsleden sprak een woord. Ook Bart Kooijman niet. Zij moesten erkennen, dat de woorden van de dominee niet voor tegenspraak vatbaar waren.
Bart Kooijman dacht : — Ik ben persoonlijk ook schuldig, want ik heb een paar maanden geleden mij er tegen verzet, dat er voor die lui uit den vreemde iets gedaan zou worden. De haat tegen de nieuwe weg heeft mij ook die grondwerkers doen haten....
O, wat was het moeilijk om ouderling te zijn en zijn ambt zuiver te zien en te volbrengen. Er lagen nu plotseling mensen van het grote werk in het Dordtse ziekenhuis, ze lagen daar te worstelen met de dood misschien.... en zouden ze ook houvast hebben voor hun ziel ? Als dat niet het geval was, waren zij er beklagenswaardig aan toe. Wiebelend op de rand tussen leven en dood, hadden ze misschien geen uitzicht en geen heul en wisten ze misschien niet eens goed, dat met de dood niet alles afgelopen was, doch dat dan de eeuwigheid voor hen openstond. Het was heel goed mogelijk, dat ze nimmer hadden nagedacht over het raadsel van het leven en het raadsel van de dood. Maar als hij als ouderling zijn plicht verstaan had, zouden ze in ieder geval méér hebben kunnen horen over de ernst en de zin van het leven, ook van hün leven.
, , Ik heb het er als ouderling mirakels slecht afgebracht, " zei Bart plotseling. , , De mannen, die door dat barre ongelijk het leven zomaar ineens verloren of nog verliezen zulen, getuigen tegen me." Hij zweeg even en daarna zei hij moeilijk : , , 0, dominee, ik kan geen ouderling meer zijn, want ik ben er heel niet toe bekwaam !"
, , Wij zijn geen van allen bekwaam, Kooyman, " antwoordde de Praeses. , , Wij moeten er bekwaam voor gemaakt worden en onze taak met veel ootmoedig gebed verrichten."
, , Maar ik heb 't er slecht afgebracht! O, ik heb me veel te weinig gedragen zoals een ouderling zich behoort te gedragen, dominee !" En toen Bart dit zei, dacht hij aan de weken, waarin hij bijna geen woord tot Martijntje gesproken had en hoe hij getracht had, zijn eigen verlangens omtrent de bestemming van zijn dochter tot vervulling te brengen zonder met Martijntjes bezwaren rekening te houden.
„Wij zijn allemaal van onszelf niet in staat om het er goed af te brengen, " zei een diaken. En de dominee voegde er nog aan toe, dat de Heere ondanks de onbekwaamheid van de mensen, hen toch nog als werktuig wilde gebruiken, hetgeen ook een grote genade was.
63
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's